Ik moet toegeven, mijn beste lezer(es), dat ik een beetje tegen u gelogen heb. Ik ben nooit zes keren doodgegaan, vijf en een beetje komt eerder in de buurt. U moet weten dat ik momenteel voor reeds negenenveertig dagen in een put zit van zo'n tien meter diep en 3²π à 3,5²π vierkante meter wandelruimte. Mijn einde is zo goed als verzekerd dat ik het dodental gemakshalve had afgerond op zes.
Het was negenenveertig dagen geleden dat ik nietsvermoedend fluitend de prachtige natuur van moeder aarde bewandelde toen prompt de grond onder mijn voeten inzakte alsof ik hem langdurig had zitten pesten. Maar het was de grond niet die mij dit onrecht aandeed, want eens zo'n tien meter naar beneden gevallen op een hoop versgebakken broden, zag ik een in het zwart geklede gedaante grijnzend naar beneden staren, vermoedelijk naar mij. Ik kende de persoon niet, en het hielp me niets dat deze zijn/haar stem vervormde toen hij/zij tegen me sprak: "eindelijk heb ik u kunnen vangen, gij vuil scharminkelkind. Die belachelijke strontberichten op die belachelijke strontblog van u was ik meer dan beu. Nu zit ge in een kuil", het was dus een kuil, geen put, waar ik ingevallen was, "en is het met u gedaan."
Sindsdien zit ik dus in diezelfde kuil, overlevend op al wat ik in deze kuil tegenkwam van voedsel (éénendertig broden, een halve snickers, twaalf regenwormen, vier insecten en een rauwe half-ontbonden merel), al wat ik in deze kuil tegenkwam van drinken (regenwater en mijn eigen urine) en een minimum aan lichaamsbeweging. Mijn overige tijd hield ik me bezig met het tellen van steentjes en het schrijven over de laatste vijf keren dat ik ben doodgegaan. Maar nu is het zowat gedaan aan het zijn met mij. Als ik mezelf bekijk en eerlijk moet zijn, schat ik dat ik hoogstens nog een dag overleef. Er is helemaal geen voedsel meer in de buurt en het beetje regenwater dat ik hier nog heb in mijn geïmproviseerde waterput zou nog maar net genoeg zijn voor vandaag, al snak ik er al de hele dag naar.
Meteen zal het gedaan zijn met mij. Dan zakt de grond opnieuw van onder mijn voeten weg en val ik naar de diepste diepten van het hiernamaals. Als niemand mij tijdig uit deze put komt halen, is het einde voor mij zo dichtbij als de muren van mijn kuil.
Adieu! Als ik kan, schrijf ik nog wel eens een berichtje vanuit de hel.
Groet!
Robin