Ik moet toegeven, mijn beste lezer(es), dat ik een beetje tegen u gelogen heb. Ik ben nooit zes keren doodgegaan, vijf en een beetje komt eerder in de buurt. U moet weten dat ik momenteel voor reeds negenenveertig dagen in een put zit van zo'n tien meter diep en 3²π à 3,5²π vierkante meter wandelruimte. Mijn einde is zo goed als verzekerd dat ik het dodental gemakshalve had afgerond op zes.
Het was negenenveertig dagen geleden dat ik nietsvermoedend fluitend de prachtige natuur van moeder aarde bewandelde toen prompt de grond onder mijn voeten inzakte alsof ik hem langdurig had zitten pesten. Maar het was de grond niet die mij dit onrecht aandeed, want eens zo'n tien meter naar beneden gevallen op een hoop versgebakken broden, zag ik een in het zwart geklede gedaante grijnzend naar beneden staren, vermoedelijk naar mij. Ik kende de persoon niet, en het hielp me niets dat deze zijn/haar stem vervormde toen hij/zij tegen me sprak: "eindelijk heb ik u kunnen vangen, gij vuil scharminkelkind. Die belachelijke strontberichten op die belachelijke strontblog van u was ik meer dan beu. Nu zit ge in een kuil", het was dus een kuil, geen put, waar ik ingevallen was, "en is het met u gedaan."
Sindsdien zit ik dus in diezelfde kuil, overlevend op al wat ik in deze kuil tegenkwam van voedsel (éénendertig broden, een halve snickers, twaalf regenwormen, vier insecten en een rauwe half-ontbonden merel), al wat ik in deze kuil tegenkwam van drinken (regenwater en mijn eigen urine) en een minimum aan lichaamsbeweging. Mijn overige tijd hield ik me bezig met het tellen van steentjes en het schrijven over de laatste vijf keren dat ik ben doodgegaan. Maar nu is het zowat gedaan aan het zijn met mij. Als ik mezelf bekijk en eerlijk moet zijn, schat ik dat ik hoogstens nog een dag overleef. Er is helemaal geen voedsel meer in de buurt en het beetje regenwater dat ik hier nog heb in mijn geïmproviseerde waterput zou nog maar net genoeg zijn voor vandaag, al snak ik er al de hele dag naar.
Meteen zal het gedaan zijn met mij. Dan zakt de grond opnieuw van onder mijn voeten weg en val ik naar de diepste diepten van het hiernamaals. Als niemand mij tijdig uit deze put komt halen, is het einde voor mij zo dichtbij als de muren van mijn kuil.
Adieu! Als ik kan, schrijf ik nog wel eens een berichtje vanuit de hel.
Groet!
Robin
zaterdag 5 november 2011
maandag 24 oktober 2011
Robin gaat dood V: Holocaust
Mooie tijden waren het eigenlijk. We hadden eten, we hadden het warm 's nachts en onze vrienden en familie waren altijd in de buurt. Dat zeg ik natuurlijk achteraf, nu ik ook de andere kant van het land hebt gezien. Dan kleurt het verleden roze en is zelfs een vrijheid van armoede beter dan wat ik nu meemaak. Maar het was een goede tijd. Ik was zelfs verliefd geworden, verliefd op het meisje dat altijd een rode jurk droeg. Die ene avond zou ik naar haar caravan gaan, maar ik ben er niet geraakt. Want ineens stonden ze er, de mensen in de zwarte uniformen; ze kwamen ons halen. Ze waren met ongeveer tien, al was er maar één die sprak. Instructies waren het, geen uitleg. Iedereen moest de trein op, iedereen van ons. Wie tegenstribbelde, ging eraan.
Heel even vond ik het spannend. Er gebeurde wat en ik was nieuwsgierig. Mijn nonkel nam die vreugde weg met wat hij toen vertelde. We zouden naar een plaats gaan waar joden, gehandicapten en andere zigeuners zaten. Ze wilden ons daar verzamelen omdat de maatschappij ons niet meer wenste. Wat we er gingen doen en hoe lang we er zouden blijven, wist hij niet.
Nu zit ik hier, in een donkere, krappe kamer met dikke muren. Er zitten zo'n vijftig mensen in de kamer waarvan ik er vijf ken. Maar veel maakt het niet uit: over een minuut zijn we allemaal dood. Dat hebben ze mij verteld. Na een wekenlang verblijf in een kamp moesten we plots met ons allen in een kamer gaan zitten en vertelden ze ons dat we dood gingen. Klare instructies waren het, geen uitleg.
Ik hoor een klik en enkelen in de kamer beginnen te jammeren, anderen te huilen. Ik denk nog even aan vroeger en aan het meisje met de rode jurk. Een traan van onmacht rolt over mijn wang naar beneden. Mijn hart bonkt van zuivere angst. Er klinkt nu een tweede klik en meteen erna volgt het geluid van gas dat naar binnen gespoten wordt. Ik zie alleen niets gebeuren. Het zal meteen wel be... Nu voel ik mij wat slapper worden. Ik word duizelig en voor zover mijn ogen het nog toestaan zie ik anderen flauwvallen. Er is een stem die mijn naam roept. Geen beelden meer. Ik val. Ik ben dood.
Heel even vond ik het spannend. Er gebeurde wat en ik was nieuwsgierig. Mijn nonkel nam die vreugde weg met wat hij toen vertelde. We zouden naar een plaats gaan waar joden, gehandicapten en andere zigeuners zaten. Ze wilden ons daar verzamelen omdat de maatschappij ons niet meer wenste. Wat we er gingen doen en hoe lang we er zouden blijven, wist hij niet.
Nu zit ik hier, in een donkere, krappe kamer met dikke muren. Er zitten zo'n vijftig mensen in de kamer waarvan ik er vijf ken. Maar veel maakt het niet uit: over een minuut zijn we allemaal dood. Dat hebben ze mij verteld. Na een wekenlang verblijf in een kamp moesten we plots met ons allen in een kamer gaan zitten en vertelden ze ons dat we dood gingen. Klare instructies waren het, geen uitleg.
Ik hoor een klik en enkelen in de kamer beginnen te jammeren, anderen te huilen. Ik denk nog even aan vroeger en aan het meisje met de rode jurk. Een traan van onmacht rolt over mijn wang naar beneden. Mijn hart bonkt van zuivere angst. Er klinkt nu een tweede klik en meteen erna volgt het geluid van gas dat naar binnen gespoten wordt. Ik zie alleen niets gebeuren. Het zal meteen wel be... Nu voel ik mij wat slapper worden. Ik word duizelig en voor zover mijn ogen het nog toestaan zie ik anderen flauwvallen. Er is een stem die mijn naam roept. Geen beelden meer. Ik val. Ik ben dood.
vrijdag 30 september 2011
Robin gaat dood IV: de kokospalm
Wel sapperdepitjes, zo is het wel eventjes genoeg geweest, dacht ik dan bij mezelf. Ik was dat doodgaan mooi beu. Daarom besloot ik het vliegtuig naar Papoea-Nieuw-Guinea te nemen om mijn zinnen wat te verzetten. Er lag geen enveloppe naast mijn bed, dwanggedachtes om vroegtijdig het vliegtuig uit te stappen had ik niet en Papoea-Nieuw-Guinea was een warme plek, ver van de Himalaya. Ik had zelfs gezorgd dat ik een helm aanhad. Want zoals de knappe koppen onder mijn lezers vast zullen weten, is er meer kans dat men in Papoea-Nieuw-Guinea sterft door een kokosnoot op het hoofd te krijgen dan door de aanval van een haai. Kortom, er kon mij niets meer gebeuren. Ik wilde immers niet dood.
En jawel hoor, eens aangekomen in het prachtige Nieuw-Guinese regenwoud, was het een kokosnoot die mijn helm brak. Amai jong goed dat ik die helm op had hé shit jong haha en ik dacht het nog op voorhand ik zei nog ik moet een helm meenemen en voila hier sta ik nu en daar valt gewoon boenk ene op mijn hoofd ik had echt zoiets van allé nu, was het laatste wat ik dacht. Met het afnemen van mijn kapotte helm viel er jammerlijk genoeg nóg een kokosnoot op mijn hoofd! Wat een pech, ik was weer dood.
En jawel hoor, eens aangekomen in het prachtige Nieuw-Guinese regenwoud, was het een kokosnoot die mijn helm brak. Amai jong goed dat ik die helm op had hé shit jong haha en ik dacht het nog op voorhand ik zei nog ik moet een helm meenemen en voila hier sta ik nu en daar valt gewoon boenk ene op mijn hoofd ik had echt zoiets van allé nu, was het laatste wat ik dacht. Met het afnemen van mijn kapotte helm viel er jammerlijk genoeg nóg een kokosnoot op mijn hoofd! Wat een pech, ik was weer dood.
woensdag 28 september 2011
Robin gaat dood III: determinisme
Het was een dag die op voorhand alleen maar verwachtingen leek te scheppen, zo'n beetje als een verjaardag. Toen ik wakker werd, wilde ik dan ook meteen opstaan om geen enkele verrassing te moeten missen die mij toegeworpen zou worden. Ik zette me rechtop in bed, klaar om eruit te stappen, toen ik een enveloppe op mijn nachtkastje zag liggen. Het werd de enveloppe die de rest van mijn leven zou bepalen. Het enige dat erin zat was een klein papiertje waarop tekst getypt was:
Vandaag ga je dood.
Meer stond er helemaal niet op. Ik fronste mijn wenkbrauwen en dacht niet eens lang na wiens flauwe grap dit kon zijn. Het papiertje legde ik op mijn bureau en ik ging door met het verkennen van de schoonheid die de vrije dag voor mij in petto zou hebben.
"Moet ge zien wat 'r langs mijn bed lag deze morgen," zei ik tegen mijn moeder die ik even later beneden zag.
"Ik zag het liggen, jongen. Is er iets dat ge deze laatste dag graag nog wilt doen?"
Dat was dus het eerste wat ze erop zei en ze bedoelde het serieus. In plaats van de objectiviteit van dat belachelijke papiertje in twijfel te trekken, vroeg ze wat ik nog wilde doen mijn laatste dag.
"Maar mama..."
"Ik zou u er maar beter bij neerleggen, Robin. Ge kunt toch zelf ook lezen wat er staat."
Mijn broer, mijn vader, mijn vrienden... Iedereen probeerde ik te vertellen wat voor iets geks mij overkomen was, maar allemaal zeiden ze hetzelfde: ze vonden het allemaal zeer jammer voor mij en wilden me helpen er nog het beste van te maken.
De gedachte dat ik bij niemand begrip vond, maakte mij bang. Middenin een wereld van vrijheid was ik vastgeprikt met een punaise. Bewegen had schijnbaar geen zin meer; ik kon alleen maar uitkijken naar al wat rondom mij niet grijpbaar was. Hoewel ik waarschijnlijk hetzelfde antwoord kon verwachten, gooide ik al mijn hoop in mijn knapzak en liep naar de persoon die mij nooit alleen zou achterlaten: mijn liefste oma.
"Ah, daar zijt ge. Het is al namiddag op uwe laatste dag."
"Oma... zeg alsjeblieft dat ge voor de grap bezig zijt. Iedereen gelooft precies eerder een onnozel papierke dan hun eigen verstand."
"Het is nu eenmaal Het Leven dat die keuze voor u heeft gemaakt, waarvan ge alleen maar blij moogt zijn die op voorhand te weten. Zie uw einde onder ogen."
Mijn knapzak viel van mijn schouder en alle sprankjes kozen de vrijheid. Ik kreeg een plotse steek van de punaise die mij neerhield en begon te wenen.
"Laten we samen uw laatste uren doorbrengen, Robin. We kunnen alles doen wat ge wilt. We kunnen een sp... Robin? Robin!!"
De leegte waar vroeger hoop, liefde en levenslust zat, was nu opgevuld met een onbeheersbare woede. Er was gewoonweg niemand die mij nog begrijpen kon. Ik was bij haar weggelopen met nog één doel voor ogen: ik wilde zo rap mogelijk dood. Het eerste bruikbare dat ik op mijn weg terug tegenkwam, was een flesje Sint Bernardus Abt 12 dat langs de kant van de weg stond. Ik sloeg het flesje kapot tegen de stoeprand, veegde de scherven bij elkaar en mikte de halve fles met de vlijmscherpe rand recht in mijn hart.
Ik was dood.
"Beste Robin
Vandaag ga je dood.
Het beste nog.
mvg,
Het Leven"
"Moet ge zien wat 'r langs mijn bed lag deze morgen," zei ik tegen mijn moeder die ik even later beneden zag.
"Ik zag het liggen, jongen. Is er iets dat ge deze laatste dag graag nog wilt doen?"
Dat was dus het eerste wat ze erop zei en ze bedoelde het serieus. In plaats van de objectiviteit van dat belachelijke papiertje in twijfel te trekken, vroeg ze wat ik nog wilde doen mijn laatste dag.
"Maar mama..."
"Ik zou u er maar beter bij neerleggen, Robin. Ge kunt toch zelf ook lezen wat er staat."
Mijn broer, mijn vader, mijn vrienden... Iedereen probeerde ik te vertellen wat voor iets geks mij overkomen was, maar allemaal zeiden ze hetzelfde: ze vonden het allemaal zeer jammer voor mij en wilden me helpen er nog het beste van te maken.
De gedachte dat ik bij niemand begrip vond, maakte mij bang. Middenin een wereld van vrijheid was ik vastgeprikt met een punaise. Bewegen had schijnbaar geen zin meer; ik kon alleen maar uitkijken naar al wat rondom mij niet grijpbaar was. Hoewel ik waarschijnlijk hetzelfde antwoord kon verwachten, gooide ik al mijn hoop in mijn knapzak en liep naar de persoon die mij nooit alleen zou achterlaten: mijn liefste oma.
"Ah, daar zijt ge. Het is al namiddag op uwe laatste dag."
"Oma... zeg alsjeblieft dat ge voor de grap bezig zijt. Iedereen gelooft precies eerder een onnozel papierke dan hun eigen verstand."
"Het is nu eenmaal Het Leven dat die keuze voor u heeft gemaakt, waarvan ge alleen maar blij moogt zijn die op voorhand te weten. Zie uw einde onder ogen."
Mijn knapzak viel van mijn schouder en alle sprankjes kozen de vrijheid. Ik kreeg een plotse steek van de punaise die mij neerhield en begon te wenen.
"Laten we samen uw laatste uren doorbrengen, Robin. We kunnen alles doen wat ge wilt. We kunnen een sp... Robin? Robin!!"
De leegte waar vroeger hoop, liefde en levenslust zat, was nu opgevuld met een onbeheersbare woede. Er was gewoonweg niemand die mij nog begrijpen kon. Ik was bij haar weggelopen met nog één doel voor ogen: ik wilde zo rap mogelijk dood. Het eerste bruikbare dat ik op mijn weg terug tegenkwam, was een flesje Sint Bernardus Abt 12 dat langs de kant van de weg stond. Ik sloeg het flesje kapot tegen de stoeprand, veegde de scherven bij elkaar en mikte de halve fles met de vlijmscherpe rand recht in mijn hart.
Ik was dood.
woensdag 21 september 2011
Robin gaat dood II: sneeuw
Een mens kan zich nog zoveel voorbereiden op wat komen gaat, het is pas wanneer hij er middenin staat dat hij voelt wat het echt is. Zo was ik een keer op wandel in de Himalaya vergezeld met mijn goede vriend Tim en vier sherpa's. Om in de Indiase streek Lahaul te kunnen geraken, moesten we de Rohtangpas over de Pir Panjalketen nemen.
We moesten ergens op het hoogste punt zijn, want de wind was hier ijzig koud en waaide sterk. Doordat er meer sneeuw dan lucht verplaatst werd, kon ik nog geen twee meter voor mij uitkijken. Ik liep achteraan, als een marionet de voetsporen van Tim volgend. Althans, zolang mijn lichaam van plan was het nog vol te houden. Het was koud. Man, wat was het toch koud. De hoge lappen sneeuw en de vrieskou waar we door moesten, speelden mij niet alleen fysiek, maar nu ook mentaal parten. Er was de constante kwelling niet eens te weten hoe ver het nog was en een bijna ziekelijke drift om alles te willen doen om daar weg te geraken. En dan kwam ook de gedachte dat ik wel spoedig zou sterven.
En gelijk had ik, want meteen staakte het geluid van voetstappen voor mij. Ik kon nu Tim zien die zich naar mij omdraaide. Hij nam het touw vast dat ons samenhield en sneed het met een dolk over, waarna hij zijn blik op mij richtte. Het was een uitzinnige en obsessieve blik die niet veel goeds met mij leek voor te hebben. Het was duidelijk dat de ijzige kou ook zijn gedachten had aangetast. Met zijn dolk in zijn hand staarde hij mij nog steeds aan. Ik kreeg schrik maar was niet eens in staat mij te bewegen. Nu zag ik ook dat Tims touw langs de voorkant was overgesneden. De sherpa's waren vast ook al ver weg. "Kijk eens waar jij ons gebracht hebt, Robin," sprak Tim, "ah neen, dat kun je niet zien, want er zit sneeuw voor! Wat was er toch mis met de Platwijers? Waarom koos jij ervoor om ons te laten doodvriezen in de Himalaya?" Dat laatste schreeuwde hij uit. Zijn woede verwijdde zijn oogleden en deed zijn dolk pijn lijden onder de strakke greep van zijn vingers. Hij was niet meer bij zinnen te brengen, dacht ik, ik zal spoedig sterven.
En gelijk had ik, want naast mij was een wezen wakker geworden dat niet opgezet was met de verstoorde rust. Ik hoorde een luid snuiven en rook dat het wezen óf zo'n tien meter verder stond óf vlakbij stond maar een gigantische lichaamsgeur met zich meedroeg. Dat optie twee de juiste was, merkte ik meteen toen hij mij met grote klauwen vastnam en optilde tot op zijn ooghoogte. Voor mij zag ik een aapachtig wezen van meer dan twee meter met een vacht zo dik als tien winterjassen. Het moest een yeti zijn. O neen, wacht, het was een beer. Hij keek mij roofzuchtig aan. Ik hoor nog even Tims lach weerklinken terwijl hij van mij wegloopt. Alle hoop was nu verdwenen. Ik zou spoedig sterven.
En gelijk had ik, want de beer bleek vegetarisch en gooide mij met een slag op de grond. Hij rende weg en liet mij voor dood achter. Daar lag ik dan, helemaal alleen in de sneeuw op bijna 4000 meter boven zeeniveau in de middle of nowhere, niet in staat om enige spier in mijn lichaam te gebruiken buiten mijn hart. De sneeuw bedekte al vlug mijn lichaam. Ik ging dood.
We moesten ergens op het hoogste punt zijn, want de wind was hier ijzig koud en waaide sterk. Doordat er meer sneeuw dan lucht verplaatst werd, kon ik nog geen twee meter voor mij uitkijken. Ik liep achteraan, als een marionet de voetsporen van Tim volgend. Althans, zolang mijn lichaam van plan was het nog vol te houden. Het was koud. Man, wat was het toch koud. De hoge lappen sneeuw en de vrieskou waar we door moesten, speelden mij niet alleen fysiek, maar nu ook mentaal parten. Er was de constante kwelling niet eens te weten hoe ver het nog was en een bijna ziekelijke drift om alles te willen doen om daar weg te geraken. En dan kwam ook de gedachte dat ik wel spoedig zou sterven.
En gelijk had ik, want meteen staakte het geluid van voetstappen voor mij. Ik kon nu Tim zien die zich naar mij omdraaide. Hij nam het touw vast dat ons samenhield en sneed het met een dolk over, waarna hij zijn blik op mij richtte. Het was een uitzinnige en obsessieve blik die niet veel goeds met mij leek voor te hebben. Het was duidelijk dat de ijzige kou ook zijn gedachten had aangetast. Met zijn dolk in zijn hand staarde hij mij nog steeds aan. Ik kreeg schrik maar was niet eens in staat mij te bewegen. Nu zag ik ook dat Tims touw langs de voorkant was overgesneden. De sherpa's waren vast ook al ver weg. "Kijk eens waar jij ons gebracht hebt, Robin," sprak Tim, "ah neen, dat kun je niet zien, want er zit sneeuw voor! Wat was er toch mis met de Platwijers? Waarom koos jij ervoor om ons te laten doodvriezen in de Himalaya?" Dat laatste schreeuwde hij uit. Zijn woede verwijdde zijn oogleden en deed zijn dolk pijn lijden onder de strakke greep van zijn vingers. Hij was niet meer bij zinnen te brengen, dacht ik, ik zal spoedig sterven.
En gelijk had ik, want naast mij was een wezen wakker geworden dat niet opgezet was met de verstoorde rust. Ik hoorde een luid snuiven en rook dat het wezen óf zo'n tien meter verder stond óf vlakbij stond maar een gigantische lichaamsgeur met zich meedroeg. Dat optie twee de juiste was, merkte ik meteen toen hij mij met grote klauwen vastnam en optilde tot op zijn ooghoogte. Voor mij zag ik een aapachtig wezen van meer dan twee meter met een vacht zo dik als tien winterjassen. Het moest een yeti zijn. O neen, wacht, het was een beer. Hij keek mij roofzuchtig aan. Ik hoor nog even Tims lach weerklinken terwijl hij van mij wegloopt. Alle hoop was nu verdwenen. Ik zou spoedig sterven.
En gelijk had ik, want de beer bleek vegetarisch en gooide mij met een slag op de grond. Hij rende weg en liet mij voor dood achter. Daar lag ik dan, helemaal alleen in de sneeuw op bijna 4000 meter boven zeeniveau in de middle of nowhere, niet in staat om enige spier in mijn lichaam te gebruiken buiten mijn hart. De sneeuw bedekte al vlug mijn lichaam. Ik ging dood.
zondag 18 september 2011
Robin gaat dood I: doodvliegen
"Ja maar, helaba, wacht eens...", denkt u plotsklaps drie en een halve maand na het publiceren van Een onaangename uitstap waarin u las hoe ik in de hel terecht kwam en met de duivel begon te praten, "Robin is helemaal niet dood! Die gladjanus heeft mij gewoon wat voorgelogen." Daar bent u dan even mis, beste lezer, want ik ben wel degelijk dood. Heel erg dood zelfs. Om juist te zijn ben ik de voorbije week zo'n zes keer gestorven. Hier leest u over de eerste keer.
Het was allemaal tot in de puntjes geregeld. Er kon helemaal niets meer mislopen. Het vliegtuig had ik een week op voorhand geboekt, alles was betaald en ik kwam probleemloos door de controle. En toch had ik in mijn gedrevenheid een cruciaal feit over het hoofd gezien...
Eens op het vliegtuig had ik de deur aan het gangpad kunnen krijgen. Van daaruit kon ik België onder mij zien verdwijnen, daarna het Engelse en dan het Ierse vasteland. Onder het vliegtuig moest nu de Atlantische Oceaan liggen dus ik besloot niet langer te wachten. Ik wachtte tot de stewardess wat afgeleid was, stond recht met een gespeelde intentie om naar het toilet te gaan en ging regelrecht naar de deur toe. Ik rukte deze open waarbij een gigantische wind in mijn gezicht sloeg en mij ervan probeerde weg te houden. Nog vlug vroeg ik de stewardess de deur voor de veiligheid van de andere inzittenden weer te sluiten en sprong uit het vliegtuig.
Heel, heel even nadat mijn tippen het vliegtuig verlieten was ik vergenoegd. Want het was me gelukt. Wat ik een maand lang gepland had was gelukt: ik zou doodgaan. Het was een honderdste van een seconde later dat plots de gedachte in mij opkwam dat ik in feite echt wel ging dood gaan. Niet gewoon dood, maar dood dood. Zo van dat dood dat je echt nooit meer zal kunnen leven. Ik werd krankzinnig van die gedachte en greep met mijn handen naar het vliegtuig achter mij maar ik was al te laat. Een maand lang had ik dit moment voorbereid en het was nu pas dat ik besefte wat ik bezig was. Alles wat een paar seconden eerder een zorg leek was nu allemaal niet meer van belang in mijn hoofd. Alles wat er nog in rondtolde was: "ik wil leven". Maar ach, dat was nu toch te laat.
"Ja maar helaba, wacht eens... Als Robin dood is, hoe kan hij dan berichten t..." Dode mensen kunnen dat, oké. Zeker als ze zes keren dood zijn.
Het was allemaal tot in de puntjes geregeld. Er kon helemaal niets meer mislopen. Het vliegtuig had ik een week op voorhand geboekt, alles was betaald en ik kwam probleemloos door de controle. En toch had ik in mijn gedrevenheid een cruciaal feit over het hoofd gezien...
Eens op het vliegtuig had ik de deur aan het gangpad kunnen krijgen. Van daaruit kon ik België onder mij zien verdwijnen, daarna het Engelse en dan het Ierse vasteland. Onder het vliegtuig moest nu de Atlantische Oceaan liggen dus ik besloot niet langer te wachten. Ik wachtte tot de stewardess wat afgeleid was, stond recht met een gespeelde intentie om naar het toilet te gaan en ging regelrecht naar de deur toe. Ik rukte deze open waarbij een gigantische wind in mijn gezicht sloeg en mij ervan probeerde weg te houden. Nog vlug vroeg ik de stewardess de deur voor de veiligheid van de andere inzittenden weer te sluiten en sprong uit het vliegtuig.
Heel, heel even nadat mijn tippen het vliegtuig verlieten was ik vergenoegd. Want het was me gelukt. Wat ik een maand lang gepland had was gelukt: ik zou doodgaan. Het was een honderdste van een seconde later dat plots de gedachte in mij opkwam dat ik in feite echt wel ging dood gaan. Niet gewoon dood, maar dood dood. Zo van dat dood dat je echt nooit meer zal kunnen leven. Ik werd krankzinnig van die gedachte en greep met mijn handen naar het vliegtuig achter mij maar ik was al te laat. Een maand lang had ik dit moment voorbereid en het was nu pas dat ik besefte wat ik bezig was. Alles wat een paar seconden eerder een zorg leek was nu allemaal niet meer van belang in mijn hoofd. Alles wat er nog in rondtolde was: "ik wil leven". Maar ach, dat was nu toch te laat.
"Ja maar helaba, wacht eens... Als Robin dood is, hoe kan hij dan berichten t..." Dode mensen kunnen dat, oké. Zeker als ze zes keren dood zijn.
dinsdag 30 augustus 2011
Een generatiekloof
A: Weet ge wat alles om ons heen zo mooi maakt? Hoe uit een of enkele simpele oerprincipes een geweldig complex en goed functionerend geheel kan voortvloeien. Denk aan brood, dat van vier ingrediënten een meesterwerk van smaak maakt of aan het heelal, dat uit enkele krachten en een handvol elementaire deeltjes een hele wereld sticht. Zo is er ook het leven, dat enkel door de wil van genen om te blijven voortbestaan een geweldig arsenaal aan levensvormen klaarspeelt. Een genetische code wil blijven bestaan en vormt capsules rond zicht die we dan cellen, planten of dieren noemen. Enkel de capsules die het best zijn aangepast, overleven en muteren tot betere capsules. Zo is ook de mens niet meer dan een geavanceerde capsule van eigen energieverdeling, skelet, zenuwstelsel en een sterk ontwikkelend brein. Een brein dat een hele cultuur...
B: Wow, wacht eens even, ma. Gij zegt dat mensen niet meer dan capsules zijn?
A: Het is deprimerend om te horen, maar het is de harde waarheid: we zijn niet meer dan een tijdelijke soort in de evolutie, een onderdaan van onze genen.
B: Laat uw genen u maar regelen, dan regel ik mijzelf wel. Ge moogt vertellen wat ge wilt, maar ik vind het belachelijk als ge zegt dat mensen niets meer zijn dan een stel beesten. Uw eigen dochter is voor u dus evenveel waard als een mier?
A: Ah neen, want gij draagt 1/2 van mijn genen en zijt mij dus evolutionair meer genegen dan...
B: Dus ge ziet mij alleen maar graag omdat ik de helft van uw genen heb?!
A: Maar neen. Evolutie heeft ervoor gezorgd dat ik u graag zou zien zodat onze genen zouden overleven. Daarom ken ik het gevoel van liefde voor u.
C: Nu gaat ge toch ietske te ver met uwe wetenschap, oma. Zoiets zegt ge niet tegen mama. Het is uw bloedeigen dochter! Ge ziet haar graag omdat Jezus ons geleerd heeft familie lief te hebben. God schiep een liefdedragende mens.
A: Ach meisje, toen ik ook nog achttien was, geloofde ik misschien nog in God en Jezus. Dat verzinsel dat de angstige mens antwoorden op hun levensvragen heeft gegeven is ondertussen door hedendaagse kennis voorbijgestreefd.
B: Ma, geloof in wat ge wilt, maar zeg zoiets niet waar mijn dochter bij is.
C: Ach God, vergeef mijn oma. Ze bedoelt het allemaal niet zo.
A: Doe de groeten aan Hem, kind, en zeg dat ik die mensencapsules werkelijk zijn beste uitvinding vond!
B: Wow, wacht eens even, ma. Gij zegt dat mensen niet meer dan capsules zijn?
A: Het is deprimerend om te horen, maar het is de harde waarheid: we zijn niet meer dan een tijdelijke soort in de evolutie, een onderdaan van onze genen.
B: Laat uw genen u maar regelen, dan regel ik mijzelf wel. Ge moogt vertellen wat ge wilt, maar ik vind het belachelijk als ge zegt dat mensen niets meer zijn dan een stel beesten. Uw eigen dochter is voor u dus evenveel waard als een mier?
A: Ah neen, want gij draagt 1/2 van mijn genen en zijt mij dus evolutionair meer genegen dan...
B: Dus ge ziet mij alleen maar graag omdat ik de helft van uw genen heb?!
A: Maar neen. Evolutie heeft ervoor gezorgd dat ik u graag zou zien zodat onze genen zouden overleven. Daarom ken ik het gevoel van liefde voor u.
C: Nu gaat ge toch ietske te ver met uwe wetenschap, oma. Zoiets zegt ge niet tegen mama. Het is uw bloedeigen dochter! Ge ziet haar graag omdat Jezus ons geleerd heeft familie lief te hebben. God schiep een liefdedragende mens.
A: Ach meisje, toen ik ook nog achttien was, geloofde ik misschien nog in God en Jezus. Dat verzinsel dat de angstige mens antwoorden op hun levensvragen heeft gegeven is ondertussen door hedendaagse kennis voorbijgestreefd.
B: Ma, geloof in wat ge wilt, maar zeg zoiets niet waar mijn dochter bij is.
C: Ach God, vergeef mijn oma. Ze bedoelt het allemaal niet zo.
A: Doe de groeten aan Hem, kind, en zeg dat ik die mensencapsules werkelijk zijn beste uitvinding vond!
maandag 29 augustus 2011
Brood
Lezers!
Met meel als een ontkiemend zaadje, gist als een voedingsbodem, water als water en zout als zonlicht kunnen vier basisingrediënten uitgroeien tot het prachtige bloempje dat wij brood noemen. Vier simpele ingrediënten, enkel afhankelijk van de genetische samenstelling van het ontkiemende zaadje, vormen samen de reden dat God ons op aarde heeft laten komen. Duizenden jaren lang was de mens gek van dit voedsel: het werd overal gebakken en men at het twee maal per dag. Van alle maaltijden is het enkel het brood dat het tot het heden heeft gemaakt. De reden hiervoor is uiteraard dat het het beste goedje is dat er bestaat.
Maar ach, tijden zijn veranderd. Op sommige enkelingen na is er niemand die nu nog het genot van puur vers brood beleven kan. De duivel fluisterde zovelen toe om het brood in stukken te snijden en te bedekken met vettig, suikerrijk of sterk smakend spul dat de oorspronkelijke smaak van brood in de weg ruimt. Het brood werd slechts een verdunning van hetgeen erop kwam te liggen. Het brood, het is zo eenvoudig en het is kneedbaar naar wat men maar wil. Maar smeer er alsjeblieft niets op, het brood is toch al het beste goedje dat er bestaat!
De langste tijd dat ik ooit over een blogbericht heb moeten piekeren, is hetgeen dat u nu leest. De schoonheid van brood heeft mij al enkele maanden in de ban, maar het schrijven van een ietwat fatsoenlijk ogend bericht hierover leek niet te lukken. Een sonnet, daar was ik mee begonnen, maar de eenvoud en kracht van brood viel niet te verenigen met de complexiteit en nuance van een sonnet. Het in een simpele tekst gieten (zoals ik u hoor denken) is ook geen gemakkelijke klus; wat brood voor mij is, valt zo moeilijk in woorden uit te drukken. Neen, het gaat niet om emoties of een innerlijke band (wat clichématig ook niet in woorden valt uit te drukken), maar om de harde waarheid dat brood het beste goedje is dat er bestaat!
Met meel als een ontkiemend zaadje, gist als een voedingsbodem, water als water en zout als zonlicht kunnen vier basisingrediënten uitgroeien tot het prachtige bloempje dat wij brood noemen. Vier simpele ingrediënten, enkel afhankelijk van de genetische samenstelling van het ontkiemende zaadje, vormen samen de reden dat God ons op aarde heeft laten komen. Duizenden jaren lang was de mens gek van dit voedsel: het werd overal gebakken en men at het twee maal per dag. Van alle maaltijden is het enkel het brood dat het tot het heden heeft gemaakt. De reden hiervoor is uiteraard dat het het beste goedje is dat er bestaat.
Maar ach, tijden zijn veranderd. Op sommige enkelingen na is er niemand die nu nog het genot van puur vers brood beleven kan. De duivel fluisterde zovelen toe om het brood in stukken te snijden en te bedekken met vettig, suikerrijk of sterk smakend spul dat de oorspronkelijke smaak van brood in de weg ruimt. Het brood werd slechts een verdunning van hetgeen erop kwam te liggen. Het brood, het is zo eenvoudig en het is kneedbaar naar wat men maar wil. Maar smeer er alsjeblieft niets op, het brood is toch al het beste goedje dat er bestaat!
zondag 7 augustus 2011
Rudy Rechthoek
Tegenwoordig is er niemand in een Westers land die nog nooit van tekenfilmfiguren als Mickey Mouse of Bugs Bunny heeft gehoord. Inmiddels alom populaire en gecommercialiseerde Disney-figuren en Looney Tunes zijn nochtans ook ooit klein moeten beginnen voor ze internationaal doorbraken. Zo'n opgestarte groep tekenfilmfiguren kan er een zijn met geluk of een met ongeluk. Jammer genoeg kennen we alleen die figuurtjes die uit de eerste groep komen. Een tekenfilmfiguurtje dat bijvoorbeeld altijd vergeten wordt bij het opsommen van de grote namen is Rudy Rechthoek als frontman van de leutige bende de Geogabbers. Vanaf de jaren 60 werd er nergens meer over deze gekke rechthoek gesproken, die nochtans grote faam kende in de jaren ervoor. Gelukkig brengt Vertel op, Robin! deze jongen weer even in de hoofden van leergierige lezers als u. En waarmee anders dan met Wikipedia?
Rudy Rechthoek is een oorspronkelijk Vlaams animatiefiguurtje dat werd bedacht door Jozef (Jos) Ruyters. Hij maakte zijn debuut in het filmpje Herrie in huis dat in Vlaanderen uitkwam in 1948. Het was het frontpersonage van de Geogabbers Bekend werd hij met catchphrases als "ja lap, dat ontbrak er nu nog aan" en "sapperdepitjes, mijn broek staat weer in brand".
Geschiedenis
Tom Trapezium was correct gezien een vijfhoek met twee evenwijdige zijden.
Rudy Rechthoek is een oorspronkelijk Vlaams animatiefiguurtje dat werd bedacht door Jozef (Jos) Ruyters. Hij maakte zijn debuut in het filmpje Herrie in huis dat in Vlaanderen uitkwam in 1948. Het was het frontpersonage van de Geogabbers Bekend werd hij met catchphrases als "ja lap, dat ontbrak er nu nog aan" en "sapperdepitjes, mijn broek staat weer in brand".
Geschiedenis
Na de opkomst van Disney- en andere tekenfilms in het buitenland was Vlaanderen enthousiast over hun eerste eigen figuurtjes. Rudy de Rechthoek vormde samen met de klunzige Tom Trapezium en de oliedomme Dirk Driehoek een koddig trio waarin Rudy de hoofdrol speelde. In 1952 waren zo'n dertig afleveringen uitgekomen in Vlaanderen toen Jozef Ruyters toestemde de filmpjes naar het Engels te laten vertalen zodat the adventures of Rectangle Roger reeds een jaar later werd uitgezonden in zowel het Verenigd Koninkrijk als in de VS. Echter, de populariteit in eigen land nam vanaf diezelfde tijd weer af. Ruyters koos ervoor de Geogabbers uit te breiden door enkele personages toe te voegen. Zo ontstonden Pjotr Parallellogram, Karl Kegel en Vladimir Vierkant. Niet expliciet voorkomend in de filmpjes, maar voor volwassenen duidelijk te zien was de communistische gedachtegang van deze nieuwe figuren. Rudy Rechthoek werd volgens velen subtiel kapitalistischer afgeschilderd en was de dupe op het einde van vele van deze nieuwe afleveringen. De nieuwe figuurtjes overwonnen dan. De populariteit nam de jaren hierna overal af en de filmpjes werden in de VS zelfs in 1955 verboden. Ruyters stopte vanaf met het maken van tekenfilms en Rudy Rechthoek raakte zo in vergetelheid.
Er werd gezegd dat Ruyters van voor af aan had gepland om deze Geogabbers enkel te ontwerpen om kinderen te overtuigen van zijn marxistische ideeën. Hij zou eerst populariteit gewonnen willen hebben door oorspronkelijk Disney-achtige figuurtjes te ontwerpen en deze stilaan te laten evolueren naar de communistische figuurtjes die het Westen onderbewust moesten 'genezen' van het kapitalisme.
Trivia
Er werd gezegd dat Ruyters van voor af aan had gepland om deze Geogabbers enkel te ontwerpen om kinderen te overtuigen van zijn marxistische ideeën. Hij zou eerst populariteit gewonnen willen hebben door oorspronkelijk Disney-achtige figuurtjes te ontwerpen en deze stilaan te laten evolueren naar de communistische figuurtjes die het Westen onderbewust moesten 'genezen' van het kapitalisme.
Trivia
Tom Trapezium was correct gezien een vijfhoek met twee evenwijdige zijden.
zaterdag 30 juli 2011
Brieven III
Aan Toon
De vissenogen zijn goed deze tijd van het jaar. De boomschors daarentegen...
Aan Kevin
Leegte kan slechts worden opgevuld door materie. Bedankt.
Aan Tine
Tine!
Aan Bram
Hebt gij nog een reservesleutel van de achterdeur? Ik ben de mijne kwijt.
Aan Jordy
Hij die naar boven kijkt, ontdekt de ware kracht van wiskunde.
De vissenogen zijn goed deze tijd van het jaar. De boomschors daarentegen...
Aan Kevin
Leegte kan slechts worden opgevuld door materie. Bedankt.
Aan Tine
Tine!
Aan Bram
Hebt gij nog een reservesleutel van de achterdeur? Ik ben de mijne kwijt.
Aan Jordy
Hij die naar boven kijkt, ontdekt de ware kracht van wiskunde.
maandag 25 juli 2011
Brieven II
Aan Simona Tarnutzer
Wat ik hoopte dat een zorgeloos en rustig bestaan weg van jou zou worden, mondt uit in een hel van verlangen. Je zachte stem teistert mijn dromen om mijn neus telkens opnieuw op hetzelfde pijnlijke feit te drukken: dat ik je nooit ooit meer zal kunnen terugzien.
Aan Jasper
Sorry, Jasper, ík was het die uw dweghamsters had opgegeten. Echt sorry, vertel het alsjeblieft niet aan Jezus.
Aan ma en pa
Ben even naar de stad, geld stelen om drugs mee te kunnen betalen.
Tot straks!
Aan de mannen die vorige dinsdag het gft-afval kwamen ophalen
Dankuwel!
Aan Adolf Hitler
Ik had dat toch niet gedaan als ik van u was. In plaats van gewoon eens rustig aan de mensen te vertellen wat er op uwe lever lag.
Wat ik hoopte dat een zorgeloos en rustig bestaan weg van jou zou worden, mondt uit in een hel van verlangen. Je zachte stem teistert mijn dromen om mijn neus telkens opnieuw op hetzelfde pijnlijke feit te drukken: dat ik je nooit ooit meer zal kunnen terugzien.
Aan Jasper
Sorry, Jasper, ík was het die uw dweghamsters had opgegeten. Echt sorry, vertel het alsjeblieft niet aan Jezus.
Aan ma en pa
Ben even naar de stad, geld stelen om drugs mee te kunnen betalen.
Tot straks!
Aan de mannen die vorige dinsdag het gft-afval kwamen ophalen
Dankuwel!
Aan Adolf Hitler
Ik had dat toch niet gedaan als ik van u was. In plaats van gewoon eens rustig aan de mensen te vertellen wat er op uwe lever lag.
donderdag 21 juli 2011
Brieven I
In tijden van het alom gebruik van razend snelle telecommunicatieve middelen (waar u momenteel ook gebruik van maakt) is er steeds minder aandacht voor het oude geschreven, weliswaar ook telecommunicatieve, woord. De brief verdwijnt langzaam maar zeker uit ons leven. Vertel op, Robin! probeert dit onvermijdelijke einde zo lang mogelijk te rekken. Brieven in maximaal twee zinnen!
Aan Simona Tarnutzer
Slechts enkele keren mocht ik je fluweelzachte stem aanhoren en hoewel we elkaar nooit meer terug zien na vandaag, zal ook op duizend kilometers afstand de herinnering daaraan mijn hart sneller doen slaan.
Aan Rudy
Ge weet, Rudy, dat ik u altijd al nen toffen heb gevonden, maar spotten met de twaalfvingerige darm is iets wat ge gewoon niet doet. Onze vriendschap eindigt hier.
Aan de eerste de beste bereidwillige persoon
S.O.S.
Aan mijn baas
Ik kan vandaag niet komen werken wegens hoofdpijn aan mijn appendix en mijn pasgeboren dochter die haar postnatale depressie doormaakt. En mijn bus was te laat.
Aan Linda
Bedankt om zo'n keitoffe persoon te zijn.
Aan Simona Tarnutzer
Slechts enkele keren mocht ik je fluweelzachte stem aanhoren en hoewel we elkaar nooit meer terug zien na vandaag, zal ook op duizend kilometers afstand de herinnering daaraan mijn hart sneller doen slaan.
Aan Rudy
Ge weet, Rudy, dat ik u altijd al nen toffen heb gevonden, maar spotten met de twaalfvingerige darm is iets wat ge gewoon niet doet. Onze vriendschap eindigt hier.
Aan de eerste de beste bereidwillige persoon
S.O.S.
Aan mijn baas
Ik kan vandaag niet komen werken wegens hoofdpijn aan mijn appendix en mijn pasgeboren dochter die haar postnatale depressie doormaakt. En mijn bus was te laat.
Aan Linda
Bedankt om zo'n keitoffe persoon te zijn.
dinsdag 5 juli 2011
De Wereld is een smeerlap
Als De Wereld hier zou langskomen in menselijke gedaante, zouden er velen onder ons hem als een god beschouwen. Anderen zouden hem nieuwsgierig vragen stellen over zijn oorsprong, waaruit hij bestaat en wat er van hem zal worden. Als De Wereld voor mij zou staan in menselijke vorm zou ik hem gewoon een stamp in zijn buik verkopen. Vijfentachtig jaren lang heeft hij mij gekweld met zijn eindigheid en beperktheid, maar nog het meest van al met zijn onverschilligheid.
Ik heb vele keuzes gekend in mijn leven. Pijnlijke keuzes soms. Keuzes die niet alleen mijn, maar ook het leven van anderen volledig in de war konden sturen. Waar was hij verdomme altijd om mij een keuze aan te duiden? A of B, 1 of 2; dat was genoeg geweest. Maar neen, de rotzak die ik De Wereld noem, keek onverschillig toe hoe ik mijn dagen twijfelend doorbracht op zoek naar de juiste keuze, die toch nooit bestond.
Nu heb ik dit leven bijna achter de rug en in die vreselijk lange dagen die ik tegenwoordig in mijn zetel doorbreng heb ik één keuze zelf kunnen maken: dat ik wil doodgaan. Eén keer is het me gelukt te wikken en te wegen om uiteindelijk te besluiten dat dit de beste keuze was. Maar deze keer had De Wereld al gekozen. Nu zit hij er nog steeds, met zijn onverschillige blik deze keer meer op zijn horloge dan op mij gericht. Liever dan mij mijn enige keuze te gunnen, laat hij mij door mijn lichamelijke aftakeling nog een tijdje in een zetel zitten nadenken. Het is een smeerlap.
Ik heb vele keuzes gekend in mijn leven. Pijnlijke keuzes soms. Keuzes die niet alleen mijn, maar ook het leven van anderen volledig in de war konden sturen. Waar was hij verdomme altijd om mij een keuze aan te duiden? A of B, 1 of 2; dat was genoeg geweest. Maar neen, de rotzak die ik De Wereld noem, keek onverschillig toe hoe ik mijn dagen twijfelend doorbracht op zoek naar de juiste keuze, die toch nooit bestond.
Nu heb ik dit leven bijna achter de rug en in die vreselijk lange dagen die ik tegenwoordig in mijn zetel doorbreng heb ik één keuze zelf kunnen maken: dat ik wil doodgaan. Eén keer is het me gelukt te wikken en te wegen om uiteindelijk te besluiten dat dit de beste keuze was. Maar deze keer had De Wereld al gekozen. Nu zit hij er nog steeds, met zijn onverschillige blik deze keer meer op zijn horloge dan op mij gericht. Liever dan mij mijn enige keuze te gunnen, laat hij mij door mijn lichamelijke aftakeling nog een tijdje in een zetel zitten nadenken. Het is een smeerlap.
vrijdag 24 juni 2011
Ollekebollekes
Eén twee drie vier vijf zes
Liefst hier het onderwerp
Eén twee drie vier vijf zes
Eén twee drie tijm
Eén twee drie vier vijf zes
Zeslettergrepigheid
Eén twee drie vier vijf zes
Eén twee drie rijm
Jazeker, zonet maakte u kennis met de dichtvorm genaamd Ollekebolleke. Dit humoristisch bedoeld gedichtje (wat dus niet bedoeld is emoties te beschrijven of diepzinnigheden te bevatten) werd nog niet lang geleden in het Nederlands geïntroduceerd door de fantastische plezierdichter Drs. P. Het gaat hier om een acht regels tellend gedicht met (voor zij die dat mogen kennen) een zes-achtste ritme, waarbij telkens de klemtoon op het onderlijnde woord staat. Vaak begint het met kreten of delen van een zin, gevolgd door een regel die in vele gevallen het onderwerp van het gedicht bevat. Op de zesde regel komt een woord te staan met zes lettergrepen. Enkel de vierde en de achtste regel rijmen op elkaar. Wat is er beter dan een voorbeeld ter illustratie, een voorbeeld dat zichzelf dan nog wel beschrijft...
Wonder in zakformaat
Ollekebolleke
Kan amusant zijn
En zeer muzikaal
Maar openbaart ook de
Duizelingwekkende
Rijkdom en lenigheid
Van onze taal
Neen, dit heb ik niet zelf geschreven, beste lezer; dit is het werk van de grote Drs. P. Maar natuurlijk heb ik mezelf niet kunnen inhouden eens te proberen het veel slechter te doen. Hier volgen er enkele.
Scherm met twee spleten en
Licht dat hier door kan gaan
Met Thomas Young
Die dit alles aanschouwt
Dat werd de basis waar
Kwantummechanica
Tweehonderd jaar hierna
Nog steeds op bouwt
voetnoot
Roodhuid en woudloper
Eindeloos tweegevecht
't Is in de Far West
Waar u zich vermaakt
Maar pas toch op dat die
Allesdoorborende
Kogel niet u, maar
De woudloper raakt
"Brood, hesp en eieren
Melk en toiletpapier
Tandpasta, biefstuk en
Grof keukenzout"
Steek al die waar in een
Boodschappenlijstgedicht
Zodat u winkelend
Alles onthoudt
"Twintig het stuk" zegt de
Man van de meubelszaak
Die over prijzen
Al graag eens goed liegt
Maar dat terwijl in de
Ameublementfabriek
Men deze handelaar
Ook wel bedriegt
Ook al vindt u deze gedichtjes op niets trekken, het is een plezier om te maken en ik raad het u dan ook ten zeerste aan.
Liefst hier het onderwerp
Eén twee drie vier vijf zes
Eén twee drie tijm
Eén twee drie vier vijf zes
Zeslettergrepigheid
Eén twee drie vier vijf zes
Eén twee drie rijm
Jazeker, zonet maakte u kennis met de dichtvorm genaamd Ollekebolleke. Dit humoristisch bedoeld gedichtje (wat dus niet bedoeld is emoties te beschrijven of diepzinnigheden te bevatten) werd nog niet lang geleden in het Nederlands geïntroduceerd door de fantastische plezierdichter Drs. P. Het gaat hier om een acht regels tellend gedicht met (voor zij die dat mogen kennen) een zes-achtste ritme, waarbij telkens de klemtoon op het onderlijnde woord staat. Vaak begint het met kreten of delen van een zin, gevolgd door een regel die in vele gevallen het onderwerp van het gedicht bevat. Op de zesde regel komt een woord te staan met zes lettergrepen. Enkel de vierde en de achtste regel rijmen op elkaar. Wat is er beter dan een voorbeeld ter illustratie, een voorbeeld dat zichzelf dan nog wel beschrijft...
Wonder in zakformaat
Ollekebolleke
Kan amusant zijn
En zeer muzikaal
Maar openbaart ook de
Duizelingwekkende
Rijkdom en lenigheid
Van onze taal
Neen, dit heb ik niet zelf geschreven, beste lezer; dit is het werk van de grote Drs. P. Maar natuurlijk heb ik mezelf niet kunnen inhouden eens te proberen het veel slechter te doen. Hier volgen er enkele.
Scherm met twee spleten en
Licht dat hier door kan gaan
Met Thomas Young
Die dit alles aanschouwt
Dat werd de basis waar
Kwantummechanica
Tweehonderd jaar hierna
Nog steeds op bouwt
voetnoot
Roodhuid en woudloper
Eindeloos tweegevecht
't Is in de Far West
Waar u zich vermaakt
Maar pas toch op dat die
Allesdoorborende
Kogel niet u, maar
De woudloper raakt
"Brood, hesp en eieren
Melk en toiletpapier
Tandpasta, biefstuk en
Grof keukenzout"
Steek al die waar in een
Boodschappenlijstgedicht
Zodat u winkelend
Alles onthoudt
"Twintig het stuk" zegt de
Man van de meubelszaak
Die over prijzen
Al graag eens goed liegt
Maar dat terwijl in de
Ameublementfabriek
Men deze handelaar
Ook wel bedriegt
Ook al vindt u deze gedichtjes op niets trekken, het is een plezier om te maken en ik raad het u dan ook ten zeerste aan.
vrijdag 17 juni 2011
lomkiesavetoe
Het is zondagavond 23 februari 1964. Hasselt, het grootste dorp van Belgisch Limburg, dat in die tijd nog niet fameus de moeite was heen te gaan, is rustig. Op deze koude avond zitten gezinnen warm binnen en leggen ouders hun kinderen te slapen. Buiten is geen mens meer te zien, de dag erop was het weer vroeg dag. De rust wordt om 22u06 plots verstoord. Uit het niets klinkt er een zware en grommende vrouwenstem vanuit een huis op de Havermarkt, gevolgd door het geluid van brekend glas. Haar buren reppen zich in hun nachtkledij naar buiten en kunnen daar hun anders altijd zo rustige buurvrouw Irma haar ruiten zien inslaan met de achterkant van een keukenmes. De vrouw is door het dolle heen en merkt niets van de mensen die rond haar huis zijn komen staan. Ze blijft schreeuwen totdat haar laatste ruit uit haar voorgevel geklopt is. Haar buren staan er als verstomd bij en durven haar niet tegenhouden. Zelfs nu ze klaar is met haar werk en ze al wat kalmer geworden is, weet niemand wat te doen in deze vreemde situatie. Jean, een struise vent van bovenaan de 20 zucht en zegt met luide stem zodat iedereen het kan horen: "hij is hier geweest. Een derde slachtoffer is gevallen in Hasselt." De omstanders schrikken op, want zij weten meteen wie Jean bedoelt. Precies twee weken geleden heeft een man uit de Manteliusstraat zijn kinderen opgesloten in een keukenkast en een week geleden stak een vrouw uit de Spoorwegstraat haar kat in brand. Allebei zeiden ze dat er een man in een wit kostuum was langs gekomen. Hij had met hen gepraat in het Nederlands, maar met een Frans accent in de stem. Ze vertelden niet waarover hij het had of waarom hij daar was. Het enige wat ze zeiden was dat de man gelijk had. De man, enkelen noemen hem Lomkiesavetoe, heeft een collectieve angst over de bevolking gebracht en vandaag is hij weer gekomen. 'Wie zou volgende zondag aan de beurt zijn', is alles wat er bij deze mensen in hun nachtkledij nu nog door het hoofd gaat. Ondertussen is Irma begonnen om met de scherpe kant van haar mes haar raamwerk door te zagen. Enkelen, onder wie Jean, schieten nu in actie en proberen haar tot bedaren te brengen. "Laat me los. Hij had gelijk! Ik moet voortwerken," schreeuwde ze met een arrogante en obsessieve stem die niemand van haar gewoon was.
De volgende ochtend is Hasselt al vroeg uit de veren en gaat het stadsleven zijn gewone gangetje, met uitzondering in enkele gezinnen uit de Havermarkt. Na een nacht van weinig slapen en veel piekeren wordt ook Jean om 7u wakker. Hij staat op en kleedt zich aan. Zonder te ontbijten, zich te scheren of zijn vrouw een goede ochtend te wensen stapt hij meteen de deur uit, op weg naar het gemeentehuis. Hij moet de burgemeester inlichten over wat er gisteren gebeurd is. Hasselt wordt onveilig gemaakt door een man die enkel praat met mensen, maar wiens woorden krachtiger zijn dan de achterkant van een keukenmes. Zijn woorden zijn eigenlijk daden; maar wel daden die niet eens door hem gepleegd zijn. Deze man moet opgespoord worden om te voorkomen dat dit nog een keer zou gebeuren... In zijn eigen gedachten verzonken loopt Jean meteen naar de Grote Markt en kijkt hij niet eens meer om naar het huis van zijn buurvrouw Irma, waarvan ondertussen het raamwerk (luiken inclusief) en de deuropening doorgezaagd is en Irma nog druk in de weer is met haar dakraam. Hij komt aan bij de Grote Markt en schrikt met wat hij daar te zien krijgt. Over het hele plein staat met lettergrootte 20 000 één zin in witte verf geschreven:
C' est la vérité, ce que je dis
Niet alleen Jean zag deze woorden die ochtend staan, heel Hasselt stond er vol mee. In koeienletters op de kerk zowel als in het klein op de reiling van de brug over het kanaal op de Kempense Steenweg stond deze vaagheid te lezen. Jean krijgt nu echt de schrik te pakken en wil nog vlugger naar het gemeentehuis toe om de burgemeester in te lichten. Hij draait zich om en alsof het die ochtend clichéochtend is, staat daar nu vlak tegenover hem een magere man in een wit kostuum. Zijn gezicht is vlak met een vooruit stekende kin en een sikje. Op zijn gezicht is een lichte glimlach te zien. Die is echter nergens te bespeuren op het gezicht van Jean, die zelfs de kracht niet meer heeft om weg te vluchten. De magere man slaat zijn arm om hem heen en zegt in gebrekkig Nederlands: "laten wij eens kezellik babbul, mijn friend."
De volgende ochtend is Hasselt al vroeg uit de veren en gaat het stadsleven zijn gewone gangetje, met uitzondering in enkele gezinnen uit de Havermarkt. Na een nacht van weinig slapen en veel piekeren wordt ook Jean om 7u wakker. Hij staat op en kleedt zich aan. Zonder te ontbijten, zich te scheren of zijn vrouw een goede ochtend te wensen stapt hij meteen de deur uit, op weg naar het gemeentehuis. Hij moet de burgemeester inlichten over wat er gisteren gebeurd is. Hasselt wordt onveilig gemaakt door een man die enkel praat met mensen, maar wiens woorden krachtiger zijn dan de achterkant van een keukenmes. Zijn woorden zijn eigenlijk daden; maar wel daden die niet eens door hem gepleegd zijn. Deze man moet opgespoord worden om te voorkomen dat dit nog een keer zou gebeuren... In zijn eigen gedachten verzonken loopt Jean meteen naar de Grote Markt en kijkt hij niet eens meer om naar het huis van zijn buurvrouw Irma, waarvan ondertussen het raamwerk (luiken inclusief) en de deuropening doorgezaagd is en Irma nog druk in de weer is met haar dakraam. Hij komt aan bij de Grote Markt en schrikt met wat hij daar te zien krijgt. Over het hele plein staat met lettergrootte 20 000 één zin in witte verf geschreven:
C' est la vérité, ce que je dis
Niet alleen Jean zag deze woorden die ochtend staan, heel Hasselt stond er vol mee. In koeienletters op de kerk zowel als in het klein op de reiling van de brug over het kanaal op de Kempense Steenweg stond deze vaagheid te lezen. Jean krijgt nu echt de schrik te pakken en wil nog vlugger naar het gemeentehuis toe om de burgemeester in te lichten. Hij draait zich om en alsof het die ochtend clichéochtend is, staat daar nu vlak tegenover hem een magere man in een wit kostuum. Zijn gezicht is vlak met een vooruit stekende kin en een sikje. Op zijn gezicht is een lichte glimlach te zien. Die is echter nergens te bespeuren op het gezicht van Jean, die zelfs de kracht niet meer heeft om weg te vluchten. De magere man slaat zijn arm om hem heen en zegt in gebrekkig Nederlands: "laten wij eens kezellik babbul, mijn friend."
maandag 13 juni 2011
Dagen zonder nut
Het zou de 16de dag worden zonder een blogbericht als ik op dit eigenste moment niet aan het ingrijpen was. Schamen moet ik mij, en liefst zo diep mogelijk, om mijn dierbare lezer(s) deze dagen zo te kwellen. De eerste dagen was u zich nog van niets bewust en verliep uw leven als anders, af en toe denkend wanneer het nieuwe bericht verschijnen zou. Een week na 'Een onaangename uitstap' volgden er nog steeds geen nieuwe berichten en begon u de vorige maar weer te herlezen, wat na de vierendertigste keer wel begon te vervelen. Naderhand kende u de teksten wel vanbuiten, die u dan voor u uit prevelde om maar niet te hoeven denken aan de afwezigheid van Robins berichten. Na een tijdje begon u tegen uzelf te praten: "er zal wel gauw een nieuw bericht verschijnen. Ik voel het. Het moet wel!" Maar de hoop bleef onverzadigd, wat resulteerde in slapeloze nachten en een ongelofelijke drang op elk onbewogen moment de pagina van deze site te herladen (uw computer stond immers dag en nacht aan om dit heugelijke gebeuren geen seconde te laat te hoeven meemaken). U kwam dan ook niet meer buiten, at niet meer en dronk niet meer, want het moest maar eens dát moment zijn dat het bericht verschijnen zou. Men zag u daar zitten in een hoek van uw kamer, met enkel het zoete geluid van uw computer die daar veilig op uw schoot stond, en maakte zich zorgen. Uw hoofd begon te tollen en voelde zwaar aan. Nochtans was het volledig leeg op één gedachte na: "moet volgende bericht lezen".
Ben ik dan een beul? Als ik op de hoogte was van het terreur dat ik hierdoor in de wereld stuurde, waarom heb ik dan niets ertegen gedaan? Omdat ik het beste voor u wou, natuurlijk. Bij het plaatsen van een regelmatig geplaatst maar inhoudelijk slap bericht zou ik u meer ontgoocheld hebben, zo dacht ik. Het is pas toen ik gisteren over protesten in Brussel en vandaag over een ontluikende burgeroorlog hoorde, dat ik besloot toch een bericht te plaatsen. Ik wil ook geen oorlog op mijn geweten hebben, dat begrijpt u.
Als er in de toekomst ooit nog eens zo veel tijd tussen twee berichten in zit, weet dan dat de inspiratie zoek is en er geen reden is om te denken dat ik ermee stop.
Ben ik dan een beul? Als ik op de hoogte was van het terreur dat ik hierdoor in de wereld stuurde, waarom heb ik dan niets ertegen gedaan? Omdat ik het beste voor u wou, natuurlijk. Bij het plaatsen van een regelmatig geplaatst maar inhoudelijk slap bericht zou ik u meer ontgoocheld hebben, zo dacht ik. Het is pas toen ik gisteren over protesten in Brussel en vandaag over een ontluikende burgeroorlog hoorde, dat ik besloot toch een bericht te plaatsen. Ik wil ook geen oorlog op mijn geweten hebben, dat begrijpt u.
Als er in de toekomst ooit nog eens zo veel tijd tussen twee berichten in zit, weet dan dat de inspiratie zoek is en er geen reden is om te denken dat ik ermee stop.
zaterdag 28 mei 2011
Een onaangename uitstap
Hoe lang ik al aan het vallen was op het moment dat ik mij er bewust van werd, weet ik niet, maar het moet toch al flink enkele minuten geweest zijn. Omdat ik gedragen werd door wolken van donkerrode, plakkerige mist, viel ik traag. Van vallen was er dus eigenlijk weinig sprake, ik zou het eerder zinken noemen. Ik kon door de dikke mist niets zien en had geen enkel idee waar ik was, laat staan waar ik zo meteen al vallend terecht zou komen. Alsof dat niet beangstigend genoeg was, klonken er rondom mij schelle grillige, lachjes. Waar ze vandaan kwamen zag ik niet. Ik probeerde na te denken, een logische verklaring geven aan de bizarre situatie waarin ik nu zat. Wat had ik het laatst gedaan? Ben ik aan het dromen? Beeld ik mij dit alles gewoon maar in?
Tijdens mijn piekeren (nog steeds onder het vallen, ik meld het maar even) werd de mist, hoewel nog steeds even zwaar, langzaamaan minder wazig. Ik kon nu zien hoe ik omgeven werd door met slijm bedekte zwarte rotsen, waarvan de toppen niet te zien waren. Dat was eigenlijk alles wat er te zien was: ik viel in een kuil tussen zwarte rotsen. Nu zag ik dat de eentonige omgeving af en toe werd doorbroken door een uitstulping aan een rots, een soort platformpjes. En terwijl ik probeerde daar nog meer van waar te nemen, keek ik recht in de ogen van een vreemd wezentje, dat op een van die platformpjes zat te rusten.
Het was een ventje, enkel gekleed in een versleten vestje, dat lichamelijk niet veel van een mens verschilde. Tenminste, op zijn ongezonde bolle buik, staart en behaarde beentjes na. Zijn gezicht zag er afgrijselijk uit, met uitpuilende ogen, een vleermuizenneus en mond die enkel terug te vinden was door de tandjes die eruit staken. Haar kwam zowat overal uit en stak dan ook in alle richtingen. Ik schrok meteen toen ik het naar me zag kijken en het mondje antwoordde door hetzelfde schelle lachje dat ik daarstraks al hoorde. Omdat ik viel (voor moest u het vergeten zijn), was de blik van het ventje al even vlug uit mijn zicht als het erin was beland. Althans, dat dacht ik, want na de lach van dit eerste wezentje volgden er van alle kanten lachjes. Ik keek rondom mij en zag overal datzelfde soort wezentjes die me met hun uitpuilende ogen aanstaarden. Ik had zin om het uit te schreeuwen van wanhoop. Waar was ik beland? Wat doen deze mannetjes hier en wat doe ik hier in hemelsnaam?! Verder kwam ik niet, want doordat ik in mijzelf aan het nadenken was merkte ik niet dat ik de bodem bereikte en met een enorme klap in een plas rode, dikke pap belandde. Ik stond uit reflex meteen op en bedacht toen dat ik dood had moeten zijn of op zijn minst pijn had moeten hebben.
Een zucht die van recht voor me kwam, deed mijn gedachten plots verstommen. Ik durfde haast niet opkijken, maar mijn nieuwsgierigheid was groter dan mijn angst. Ik richtte langzaamaan mijn hoofd en zag rondom mij een kamer die uit diezelfde zwarte rotsen gehouwen was. Centraal voor mij, op een meter van me verwijderd, stond een houten krukje op drie poten. En daarop zat hij, het wezen dat me hierheen had doen brengen. Hij was ongeveer even groot als mij en zag er menselijk uit. Ook hij had magere behaarde poten en een staart. Een afgesleten kostuum en een hoed camoufleerden zijn donkerrode huid en maakten hem op de een of andere manier respectabel. Ik keek in zijn ogen, die uit verveling in het niets staarden en pas toen besefte ik dat het verdorie de duivel was die voor me zat.
"Robin, mijn jongen. Wat doet gij hier, godverdomme?" sprak de duivel mij toe. Nog voor ik kon uitbrengen dat ik er zelf geen idee van had, verhelderde hij de situatie voor mij: "ge zijt dood, dat moet ge mij niet vertellen, maar wat doet ge bij mij in de hel. Ik heb u boven thans vaak gezien, met die ziekelijke vriendelijkheid van u. Ge hebt van uw leven nog niet eens achterbaks gefoefeld, laat staan een oud dameke beroofd of een schuur in brand gestoken! En als ge daar te laf voor waart heb ik u genen enkele keer drugs zien pakken of eens goed zat zien zijn. Ik was beschaamd en heb het moment afgewacht dat ge naar den hemel zou gaan. Maar wat zie ik nu, ge staat hier recht voor mij, verdomme! Awel, leg het mij eens uit..."
"Ik heb zelf evenmin een idee wat ik hier doe, mijnheer"
"Ge zijt hier toch niet vanzelf gekomen? Waarom zit ge niet... Ah, laat al maar. Ik begrijp het. Nooit in God geloofd zeker?"
"Nooit"
"Ge zijt dus zo één. Er zitten er hier meer van uw soort. Ge zult dus vlug vriendjes maken, want dat is toch wat goede mensen willen, is het niet? Hoe kunt ge nu zo stom zijn nooit iets fatsoenlijk slechts te hebben gedaan en nooit eens genoten te hebben van dat korte aardse leventje van u."
"Maar wat slecht is, is toch gewoon zo door de mens vastgelegd. Dingen als liegen en bedriegen zijn toch maar slecht omdat mensen dat vinden. Waarom bent u dan..."
"Onnozele wijsneus. Ik ben toch ook maar vastgelegd door de mens. Maar dat verandert natuurlijk niks aan uw situatie hier, mijne jong. Kom, ik heb nog een hoop nutteloos werk voor u. Ha!"
Met één vingerknip stonden er twee bolbuikige wezentjes langs mij, die mij bij de armen grepen en mij begeleiden naar een ondergrondse mijn. Zo wandelde ik onder het gelach van de duivel op weg naar een eindeloos hellebestaan.
Tijdens mijn piekeren (nog steeds onder het vallen, ik meld het maar even) werd de mist, hoewel nog steeds even zwaar, langzaamaan minder wazig. Ik kon nu zien hoe ik omgeven werd door met slijm bedekte zwarte rotsen, waarvan de toppen niet te zien waren. Dat was eigenlijk alles wat er te zien was: ik viel in een kuil tussen zwarte rotsen. Nu zag ik dat de eentonige omgeving af en toe werd doorbroken door een uitstulping aan een rots, een soort platformpjes. En terwijl ik probeerde daar nog meer van waar te nemen, keek ik recht in de ogen van een vreemd wezentje, dat op een van die platformpjes zat te rusten.
Het was een ventje, enkel gekleed in een versleten vestje, dat lichamelijk niet veel van een mens verschilde. Tenminste, op zijn ongezonde bolle buik, staart en behaarde beentjes na. Zijn gezicht zag er afgrijselijk uit, met uitpuilende ogen, een vleermuizenneus en mond die enkel terug te vinden was door de tandjes die eruit staken. Haar kwam zowat overal uit en stak dan ook in alle richtingen. Ik schrok meteen toen ik het naar me zag kijken en het mondje antwoordde door hetzelfde schelle lachje dat ik daarstraks al hoorde. Omdat ik viel (voor moest u het vergeten zijn), was de blik van het ventje al even vlug uit mijn zicht als het erin was beland. Althans, dat dacht ik, want na de lach van dit eerste wezentje volgden er van alle kanten lachjes. Ik keek rondom mij en zag overal datzelfde soort wezentjes die me met hun uitpuilende ogen aanstaarden. Ik had zin om het uit te schreeuwen van wanhoop. Waar was ik beland? Wat doen deze mannetjes hier en wat doe ik hier in hemelsnaam?! Verder kwam ik niet, want doordat ik in mijzelf aan het nadenken was merkte ik niet dat ik de bodem bereikte en met een enorme klap in een plas rode, dikke pap belandde. Ik stond uit reflex meteen op en bedacht toen dat ik dood had moeten zijn of op zijn minst pijn had moeten hebben.
Een zucht die van recht voor me kwam, deed mijn gedachten plots verstommen. Ik durfde haast niet opkijken, maar mijn nieuwsgierigheid was groter dan mijn angst. Ik richtte langzaamaan mijn hoofd en zag rondom mij een kamer die uit diezelfde zwarte rotsen gehouwen was. Centraal voor mij, op een meter van me verwijderd, stond een houten krukje op drie poten. En daarop zat hij, het wezen dat me hierheen had doen brengen. Hij was ongeveer even groot als mij en zag er menselijk uit. Ook hij had magere behaarde poten en een staart. Een afgesleten kostuum en een hoed camoufleerden zijn donkerrode huid en maakten hem op de een of andere manier respectabel. Ik keek in zijn ogen, die uit verveling in het niets staarden en pas toen besefte ik dat het verdorie de duivel was die voor me zat.
"Robin, mijn jongen. Wat doet gij hier, godverdomme?" sprak de duivel mij toe. Nog voor ik kon uitbrengen dat ik er zelf geen idee van had, verhelderde hij de situatie voor mij: "ge zijt dood, dat moet ge mij niet vertellen, maar wat doet ge bij mij in de hel. Ik heb u boven thans vaak gezien, met die ziekelijke vriendelijkheid van u. Ge hebt van uw leven nog niet eens achterbaks gefoefeld, laat staan een oud dameke beroofd of een schuur in brand gestoken! En als ge daar te laf voor waart heb ik u genen enkele keer drugs zien pakken of eens goed zat zien zijn. Ik was beschaamd en heb het moment afgewacht dat ge naar den hemel zou gaan. Maar wat zie ik nu, ge staat hier recht voor mij, verdomme! Awel, leg het mij eens uit..."
"Ik heb zelf evenmin een idee wat ik hier doe, mijnheer"
"Ge zijt hier toch niet vanzelf gekomen? Waarom zit ge niet... Ah, laat al maar. Ik begrijp het. Nooit in God geloofd zeker?"
"Nooit"
"Ge zijt dus zo één. Er zitten er hier meer van uw soort. Ge zult dus vlug vriendjes maken, want dat is toch wat goede mensen willen, is het niet? Hoe kunt ge nu zo stom zijn nooit iets fatsoenlijk slechts te hebben gedaan en nooit eens genoten te hebben van dat korte aardse leventje van u."
"Maar wat slecht is, is toch gewoon zo door de mens vastgelegd. Dingen als liegen en bedriegen zijn toch maar slecht omdat mensen dat vinden. Waarom bent u dan..."
"Onnozele wijsneus. Ik ben toch ook maar vastgelegd door de mens. Maar dat verandert natuurlijk niks aan uw situatie hier, mijne jong. Kom, ik heb nog een hoop nutteloos werk voor u. Ha!"
Met één vingerknip stonden er twee bolbuikige wezentjes langs mij, die mij bij de armen grepen en mij begeleiden naar een ondergrondse mijn. Zo wandelde ik onder het gelach van de duivel op weg naar een eindeloos hellebestaan.
dinsdag 24 mei 2011
De vaagheid van zondagsdichters
Poëzieparodie
Zo ver zijn we gekomen
Zo veel ligt al achter ons
En terwijl buiten een vogel
Zijn mooiste lied fluit
Maakt weemoed plaats voor bewustheid
En zwerft mijn hart verder
In de eindeloosheid van het bestaan
Even was het er
Ik kon het zien en voelen
Ach, zoete dromen blijven
Doch de klok tikt verderWanneer hartstocht onbeantwoord blijft
Het eeuwige gevecht tussen droom en werkelijkheid
Mijn hoofd tolt
De vaagheid maakt mij eigen
Ik lees en probeer te begrijpen
Maar het lukt me niet
Allemaal de schuld
Van die verdomde zondagsdichters
Zo ver zijn we gekomen
Zo veel ligt al achter ons
En terwijl buiten een vogel
Zijn mooiste lied fluit
Maakt weemoed plaats voor bewustheid
En zwerft mijn hart verder
In de eindeloosheid van het bestaan
Even was het er
Ik kon het zien en voelen
Ach, zoete dromen blijven
In een blinde vlek van het geheugen
Zoals in de tijden van mijn jeugd
Waarin zelfs de rimpeling van het water
Bewaard blijft
Doch de klok tikt verder
Het eeuwige gevecht tussen droom en werkelijkheid
Dat komt en gaat als een trekkende zwaluw
Is nog niet gestreden
De kille waarheid
Ligt steeds weer op de loer
De vaagheid maakt mij eigen
Ik lees en probeer te begrijpen
Maar het lukt me niet
Allemaal de schuld
Van die verdomde zondagsdichters
zaterdag 14 mei 2011
Jammerlijk
Wat er zaterdag 14 mei 2011 om 21u30 allemaal door Raf Verbeeks hoofd gaat, is te veel om hier op te noemen. Op dat moment staat hij stomverbaasd vanaf enkele tientallen meters te kijken hoe zijn verfwinkel de avond verlicht met, laten we zeggen, verfwinkelhoge vlammen. Nog geen twee maanden geleden was het dat de opening plaatsvond. Hij herinnert zich nog hoe hij daar trots naast vrouw en dochter onder het bord "Verbeek en Zoon" stond en zijn toekomstige klanten toesprak. "Drie jaren lang hebben we gebouwd, ingericht en gehandeld. Langzaam maar zeker hebben we van een lapje grond in dit dorp deze heuse verfhandel gemaakt. Jammer genoeg gaat een heugelijk gebeuren altijd samen met een dieptepunt. Door toenemende hartproblemen heeft mijn vader, Jean Verbeek, het eindproduct van ons jarenlang samenwerken nooit kunnen zien." Tranen waren in zijn ogen gekomen toen hij verder was gegaan met zijn toespraak: "Mijn vader heeft dit samen met mij opgebouwd en ik weet dat hij elke dag bij mij zal zijn als ik hier in de winkel sta."
Raf ziet de vlammen flakkeren en weet dat elke mogelijke hulp toch te laat zou komen. Drie jaren, een klein miljoen euro en een mensenleven heeft deze verfwinkel hem gekost en de natuur koos ervoor om het in een vijftal minuten neer te halen. Stef, al jaren een vriend van Raf, komt naar hem toe en geeft hem een schouderklopje. Nog steeds is Raf niet in staat om enig woord uit te brengen, laat staan om zijn hoofd te draaien. Een minuut lang blijven ze daar in stilte staan, tot Stef zegt: "Ach Raf, wat jammer van die verfwinkel, hé. Kom, dan gaan we een pint pakken." Hij neemt zijn vriend bij zijn schouder en wandelt de straat uit, op weg naar het dorpscafé.
Raf ziet de vlammen flakkeren en weet dat elke mogelijke hulp toch te laat zou komen. Drie jaren, een klein miljoen euro en een mensenleven heeft deze verfwinkel hem gekost en de natuur koos ervoor om het in een vijftal minuten neer te halen. Stef, al jaren een vriend van Raf, komt naar hem toe en geeft hem een schouderklopje. Nog steeds is Raf niet in staat om enig woord uit te brengen, laat staan om zijn hoofd te draaien. Een minuut lang blijven ze daar in stilte staan, tot Stef zegt: "Ach Raf, wat jammer van die verfwinkel, hé. Kom, dan gaan we een pint pakken." Hij neemt zijn vriend bij zijn schouder en wandelt de straat uit, op weg naar het dorpscafé.
zondag 8 mei 2011
Traagheid maakt blind
"Dat jaloezie of vraatzucht je leven tot een hel kan maken, daar kan ik inkomen. Maar ik begrijp gewoon niet wat een mens mis doet door een lui leven te leiden. De tijd dat we hier op aarde zijn is toch eindig, dus waarom er niet in alle rust van genieten? Waarom je gras afrijden, als je ook in je zetel kan liggen? Waarom afwassen, als je ook in je zetel kan liggen? Waarom eigenlijk al buitenkomen, als je ook in je zetel kan liggen?
Mijn moeder, altijd in de weer zoals alle mensen, zag mijn luiheid als een gebrek en heeft me hier naartoe gestuurd om me te 'helpen'. Helpen?! Anderen, blind door onvervulde taken en een zin voor perfectie, zouden mij willen helpen? Anderen, die de ware deugd van het leven niet eens kennen?
Luister daarom wat ik zeg, zuster: geniet van de tijd en laat wat voorbijgaat voorbijgaan. U doet deze verpleging als uw werk, maar u hoort evenmin thuis in dit gesticht als ik. Als u begreep wat echt leven was, had u mij hier al lang uitgehaald en stopte u meteen met werken. Werken, waarom doen mensen dat trouwens?"
Mijn moeder, altijd in de weer zoals alle mensen, zag mijn luiheid als een gebrek en heeft me hier naartoe gestuurd om me te 'helpen'. Helpen?! Anderen, blind door onvervulde taken en een zin voor perfectie, zouden mij willen helpen? Anderen, die de ware deugd van het leven niet eens kennen?
Luister daarom wat ik zeg, zuster: geniet van de tijd en laat wat voorbijgaat voorbijgaan. U doet deze verpleging als uw werk, maar u hoort evenmin thuis in dit gesticht als ik. Als u begreep wat echt leven was, had u mij hier al lang uitgehaald en stopte u meteen met werken. Werken, waarom doen mensen dat trouwens?"
zondag 1 mei 2011
Ø, Œ?
"Dat die loser van een H en zelfs de g (broer van K, red.) vermeld worden in de berichten en wij niet, dat pikken we niet", aldus de klanken Ø en Œ die na het publiceren van het Z-bericht bij mij aanklopten. Ook zij eisen een tekstje op: "al is het er maar één voor ons twee".
Mag ik u voorstellen: Ø, de Nederlandse eu-klank zoals u die kent van het woord beuk en Œ, de Nederlandse oe-klank van onder andere boek. Het zijn twee makkers die als klinkers in woorden vooral...
WAT zegt u?! Dat eu en oe tweeklanken zijn? Foei! Beide klanken zijn in één enkele mondbeweging uit te spreken en verschillen dus in elk opzicht van tweeklanken als ou, ei/ij of ui. Deze zijn combinaties van bestaande lettertjes en klanken, terwijl de oe- en eu-klank trotse onafhankelijke klanken zijn die niets met de O, E of U te maken hebben.
Beweer ik dan dat er zeven klinkers bestaan? Ja, eigenlijk wel. Alleen zijn die schavuiten van een Ø en Œ nooit opgenomen in het alfabet, wat ze (en ook ik, hoor) nog steeds onterecht vinden. Nu, het zijn vooral deugnieten, lorejassen, belhamels, patjakkers dus ze worden ook niet gemist binnen de muren van het Nederlandse alfabet.
Oké, nu is de alfabetanalyse wel degelijk gedaan. Bedankt voor het fervent lezen van deze hoogst onzinnige teksten. De kennis over de verschillende letters zal nu wel volstaan om andere tekst te kunnen typen. Dus ga niet weg: Vertel op, Robin! begint pas...
Ø en Œ, hoe dan ook letters die een eindzin verdienen.
Mag ik u voorstellen: Ø, de Nederlandse eu-klank zoals u die kent van het woord beuk en Œ, de Nederlandse oe-klank van onder andere boek. Het zijn twee makkers die als klinkers in woorden vooral...
WAT zegt u?! Dat eu en oe tweeklanken zijn? Foei! Beide klanken zijn in één enkele mondbeweging uit te spreken en verschillen dus in elk opzicht van tweeklanken als ou, ei/ij of ui. Deze zijn combinaties van bestaande lettertjes en klanken, terwijl de oe- en eu-klank trotse onafhankelijke klanken zijn die niets met de O, E of U te maken hebben.
Beweer ik dan dat er zeven klinkers bestaan? Ja, eigenlijk wel. Alleen zijn die schavuiten van een Ø en Œ nooit opgenomen in het alfabet, wat ze (en ook ik, hoor) nog steeds onterecht vinden. Nu, het zijn vooral deugnieten, lorejassen, belhamels, patjakkers dus ze worden ook niet gemist binnen de muren van het Nederlandse alfabet.
Oké, nu is de alfabetanalyse wel degelijk gedaan. Bedankt voor het fervent lezen van deze hoogst onzinnige teksten. De kennis over de verschillende letters zal nu wel volstaan om andere tekst te kunnen typen. Dus ga niet weg: Vertel op, Robin! begint pas...
Ø en Œ, hoe dan ook letters die een eindzin verdienen.
zaterdag 30 april 2011
Z
Het wordt tijd dit alfabetverhaal af te ronden en met welke letter kan dit beter dan met de Z zelf. Z, de letter van Zorro, de verzameling der natuurlijke getallen en slapende stripfiguurtjes, maar toch vooral van het einde en de afloop.
Zoals u weet gaat zo'n afloop gepaard met gevoelens, wat de Z ook tot een gevoelige letter maakt. Woordclusters als zuidelijk-zon-zomer-zwemmen-zwoel-zorgeloos, zoektocht-zintuiglijk-zolder-zakdoek of zwart-zonder-ziekte-zwijgplicht-zwakte hebben geen verdere uitleg nodig en roepen vanzelf een gevoel met de nodige associaties bij u op. Zo is de Z; hij probeert gevoel te leggen in elk woord waar hij in zit.
Ten slotte (alsof Z niet al de hele tijd aan het afsluiten is), wil ik u wijzen op de leidende taak die de Z na duizenden jaren nog steeds in het alfabet vervult. Er mag van alles tussen letters onderling beslist worden, de Z heeft steeds het laatste woord, namelijk zymurgie. Het respect voor de Z is dan ook zeer groot, zoals dat ook is voor de A. Na 25 tekstjes kent u reeds de verscheidenheid van alle letters, die in totaal kan zorgen voor een hoop commotie en wanorde binnen het alfabet. Toch wordt de perfecte rust bewaard dankzij het leidende duo dat meer gezag uitstraalt dan welke wereldheerser ooit: A en Z.
Z, sluit maar af, m'n jongen.
Zoals u weet gaat zo'n afloop gepaard met gevoelens, wat de Z ook tot een gevoelige letter maakt. Woordclusters als zuidelijk-zon-zomer-zwemmen-zwoel-zorgeloos, zoektocht-zintuiglijk-zolder-zakdoek of zwart-zonder-ziekte-zwijgplicht-zwakte hebben geen verdere uitleg nodig en roepen vanzelf een gevoel met de nodige associaties bij u op. Zo is de Z; hij probeert gevoel te leggen in elk woord waar hij in zit.
Ten slotte (alsof Z niet al de hele tijd aan het afsluiten is), wil ik u wijzen op de leidende taak die de Z na duizenden jaren nog steeds in het alfabet vervult. Er mag van alles tussen letters onderling beslist worden, de Z heeft steeds het laatste woord, namelijk zymurgie. Het respect voor de Z is dan ook zeer groot, zoals dat ook is voor de A. Na 25 tekstjes kent u reeds de verscheidenheid van alle letters, die in totaal kan zorgen voor een hoop commotie en wanorde binnen het alfabet. Toch wordt de perfecte rust bewaard dankzij het leidende duo dat meer gezag uitstraalt dan welke wereldheerser ooit: A en Z.
Z, sluit maar af, m'n jongen.
dinsdag 26 april 2011
Y
Een klassiek kostuum, een bolhoed, een wandelstok en passende gezichtsbeharing, met optioneel een monocle en een pijp. Zonder deze attributen zal u de klassieke en stijlvolle Y nooit treffen, al is het om de krant van zijn deurmat te nemen. Net zoveel klasse als een symbooltje aankan, zit vervat in deze letter. Het is dan ook uitzonderlijk dat ik spreek over Y en niet over mijnheer Y. Nochtans komt hij zelden voor en is zelfs dan nog niet al te spraakzaam. Hij kan als geen ander genieten van een deugddoende stilte.
In reeds vervlogen tijden was de 25ste plaats van het alfabet een plaats voor twee letters: de Y en de Y. 't Is te zeggen, vroeger werd de Y, buiten als zelden voorkomende medeklinker, ook als klinker gezien, of zyt gy dat vergheten, miskien? Na lange tijd als tweeklank te worden uitgescholden, koos de Y er dan enkele honderden jaren geleden voor om enkel nog als medeklinker op te treden.
Om nog even te bewijzen dat de Y echt bijna nooit voorokomt, is hier de volledige woordenrijkdom van deze heer: yam, yang, yankee, yard, y-as, Y-chromosoom, yen, yes, yeti, yin, yips, yoert, yoga, yoghurt, yogi, yperiet, ypsilon en yucca. Bedenkt u dan ook even dat eigenlijk al deze woorden werden overgenomen van andere talen. Het voorkomen van de Y in het Nederlands is als gelegenheid vergelijkbaar met het bezoek van de paus aan uw geboortestad. Het is bijna niet denkbaar dat het gebeurt, maar als het zou voorkomen bent u, gelovig of niet, toch vereerd.
Y, een klasseletter.
In reeds vervlogen tijden was de 25ste plaats van het alfabet een plaats voor twee letters: de Y en de Y. 't Is te zeggen, vroeger werd de Y, buiten als zelden voorkomende medeklinker, ook als klinker gezien, of zyt gy dat vergheten, miskien? Na lange tijd als tweeklank te worden uitgescholden, koos de Y er dan enkele honderden jaren geleden voor om enkel nog als medeklinker op te treden.
Om nog even te bewijzen dat de Y echt bijna nooit voorokomt, is hier de volledige woordenrijkdom van deze heer: yam, yang, yankee, yard, y-as, Y-chromosoom, yen, yes, yeti, yin, yips, yoert, yoga, yoghurt, yogi, yperiet, ypsilon en yucca. Bedenkt u dan ook even dat eigenlijk al deze woorden werden overgenomen van andere talen. Het voorkomen van de Y in het Nederlands is als gelegenheid vergelijkbaar met het bezoek van de paus aan uw geboortestad. Het is bijna niet denkbaar dat het gebeurt, maar als het zou voorkomen bent u, gelovig of niet, toch vereerd.
Y, een klasseletter.
vrijdag 22 april 2011
X
"Op mijn wandel door het alfabet vervolg ik vrolijk fluitend en nietsvermoedend mijn weg, tot plotsklaps de X voor mij opdoemt. Met pijn in het hart zie ik de letter die me de realiteit in mijn gezicht gooit: het einde van het alfabet en dus ook van de alfabetanalyse is nabij. (Nochtans had ik moeten weten dat na de W de X volgde, wat ik in het tweede leerjaar reeds wist.) Door droefheid getroffen probeer ik mezelf moed in te praten. Het mag dan bijna gedaan zijn, er volgen nog drie joekels van letters die een bespreking maar al te zeer waard zijn. Ik veeg de tranen van mijn gezicht en mijn trillende lippen vormen zich voorzichtig tot een levendige glimlach. Tijd voor de X!"
Ach, ik zou hopen boeiende feiten over de X willen neertypen met een uiteenzetting, een synthese en als u wil zelfs een paar tabelletjes. Helaas laat deze letter het vreselijk grote cliché 'mysterieus' niet los. Hij/zij wil verder onbekend blijven in het volledige verhaal. Met twee dwarse balken laat de X zelfs geen alfabetanalyst binnendringen in zijn karakter. Het feit dat het voorvoegsel 'xeno' vreemde betekent of dat de x steevast als onbekende wordt gekozen in de wiskunde, zal dan ook geen wenkbrauwen doen fronsen. Dus ja, de X koos voor de volstrekte anonimiteit. Het zij zo.
X, meer niet.
Ach, ik zou hopen boeiende feiten over de X willen neertypen met een uiteenzetting, een synthese en als u wil zelfs een paar tabelletjes. Helaas laat deze letter het vreselijk grote cliché 'mysterieus' niet los. Hij/zij wil verder onbekend blijven in het volledige verhaal. Met twee dwarse balken laat de X zelfs geen alfabetanalyst binnendringen in zijn karakter. Het feit dat het voorvoegsel 'xeno' vreemde betekent of dat de x steevast als onbekende wordt gekozen in de wiskunde, zal dan ook geen wenkbrauwen doen fronsen. Dus ja, de X koos voor de volstrekte anonimiteit. Het zij zo.
X, meer niet.
dinsdag 19 april 2011
W
En direct volgend op de V, komen we W tegen, gaande van één naar twee scherpe punten. Waarom de mens deze zachte klanken ooit zulke scherpe punten heeft gegeven zal mij altijd een raadsel blijven. Jazeker, ook W laat zich luiden met een zachte, wollige klank. En 'wol' is het enige juiste woord voor de klank van deze letter: beginnende met de vertegenwoordigende W, gevolgd door de eerder neutrale en toch perfecte O en afgesloten door de reeds gekende zachtheid van ongeroosterde marshmallows; de L.
Aansluitend op zijn wolligheid heeft W een nog veel belangrijkere karaktertrek: lompheid. Als een grote en logge jongen heeft hij vaak geen idee van wat er rondom hem gebeurt; het enige dat hij weet is dat de wereld mooi is. Spreek zelf de W eens uit en u zal merken dat uw mond, ofschoon vervuld van vriendelijke wolligheid, er meteen een stuk lomper uitziet.
Denkt u daarbuiten ook eens aan woorden als wereld, water, woord, wil en waarheid. Ze zijn de W toegewezen zonder dat hij er enig benul van had wat ze betekenen. Maar volgt u ook volgend rijtje eens: waar, waarom, wanneer, wie, waarmee, welke en waartoe. Toeval of niet dat al die vraagstellingen van een en dezelfde lompe letter komen?
Mocht u bij deze nog niet overtuigd zijn van de wollige lompheid van de W, aanschouw dan het W-woord dat zo'n duidelijke vertegenwoordiging van deze letter is dat het dit voorgaand betoog totaal overbodig maakt: wombat.
W, de wombatletter.
Aansluitend op zijn wolligheid heeft W een nog veel belangrijkere karaktertrek: lompheid. Als een grote en logge jongen heeft hij vaak geen idee van wat er rondom hem gebeurt; het enige dat hij weet is dat de wereld mooi is. Spreek zelf de W eens uit en u zal merken dat uw mond, ofschoon vervuld van vriendelijke wolligheid, er meteen een stuk lomper uitziet.
Denkt u daarbuiten ook eens aan woorden als wereld, water, woord, wil en waarheid. Ze zijn de W toegewezen zonder dat hij er enig benul van had wat ze betekenen. Maar volgt u ook volgend rijtje eens: waar, waarom, wanneer, wie, waarmee, welke en waartoe. Toeval of niet dat al die vraagstellingen van een en dezelfde lompe letter komen?
Mocht u bij deze nog niet overtuigd zijn van de wollige lompheid van de W, aanschouw dan het W-woord dat zo'n duidelijke vertegenwoordiging van deze letter is dat het dit voorgaand betoog totaal overbodig maakt: wombat.
W, de wombatletter.
zaterdag 16 april 2011
V
Vieze, vuile, verfoeilijke V. Ze is verderfelijk, vandalistisch en ronduit verwerpelijk.
Vrolijke, vitale, veelbelovende V. Ze is vrijgevig, vriendelijk en ronduit verdienstelijk.
U ziet het, de woordenrijkdom van V zorgt ervoor dat ze aan zowat elke persoonlijkheid toegediend kan krijgen. En dat is meteen de belangrijkste van haar karaktertrekken: veelzijdigheid. In talloze woorden weet ze zich te schikken naar de betekenis van het woord. 'Ver-' (het voorvoegsel waarmee de V groot geworden is) blijkt zowel voor 'moorden' als voor 'liefdheid' te passen - woorden waartussen in mijn ogen nog steeds een niet te verwaarlozen betekenisverschil bestaat.
Maar denk nu maar niet dat de V louter opvulling is, zoals dat eerder van de E of de N werd gezegd. De V heeft namelijk nog een ander facet: haar zachte, rustgevende klank. Die laat woorden veel gemoedelijker overkomen dan ze zijn, in tegenstelling tot wat u zou verwachten met het scherpe uiterlijk van de V. Inderdaad, de sussende vvvvv zegt niets minder dan 'dat het allemaal in orde is'. Maar neemt u de proef op de onnuttige tekst: verkiest u 'vensterbank' of 'kensterbank' voor het woord dat de betekenis van vensterbank heeft? Mijn keuze is vlug gemaakt.
V, laat maar varen, laat maar begaan.
Vrolijke, vitale, veelbelovende V. Ze is vrijgevig, vriendelijk en ronduit verdienstelijk.
U ziet het, de woordenrijkdom van V zorgt ervoor dat ze aan zowat elke persoonlijkheid toegediend kan krijgen. En dat is meteen de belangrijkste van haar karaktertrekken: veelzijdigheid. In talloze woorden weet ze zich te schikken naar de betekenis van het woord. 'Ver-' (het voorvoegsel waarmee de V groot geworden is) blijkt zowel voor 'moorden' als voor 'liefdheid' te passen - woorden waartussen in mijn ogen nog steeds een niet te verwaarlozen betekenisverschil bestaat.
Maar denk nu maar niet dat de V louter opvulling is, zoals dat eerder van de E of de N werd gezegd. De V heeft namelijk nog een ander facet: haar zachte, rustgevende klank. Die laat woorden veel gemoedelijker overkomen dan ze zijn, in tegenstelling tot wat u zou verwachten met het scherpe uiterlijk van de V. Inderdaad, de sussende vvvvv zegt niets minder dan 'dat het allemaal in orde is'. Maar neemt u de proef op de onnuttige tekst: verkiest u 'vensterbank' of 'kensterbank' voor het woord dat de betekenis van vensterbank heeft? Mijn keuze is vlug gemaakt.
V, laat maar varen, laat maar begaan.
zaterdag 9 april 2011
U
Niet dat u er om stond te springen, maar het is dringend tijd om de laatste der vijf klinkers te bespreken: de U. Bij de losse uitspraak ervan klinkt het meteen als een belachelijk klinkertje. Spreekt u hem eens vijf keren achter elkaar uit* en u merkt gauw genoeg met wat voor vieze, klasseloze letter u te maken heeft in vergelijking met een elitaire A of een perfecte O.
In tegenstelling tot wat u zou denken als u hem apart laat klinken, is de U de meest bekakte letter van ze allemaal. Beschouw ter bekrachtiging even de woorden unitair, utiliseren, urgent, ultimatum, usance en unicum. En dan ben ik bijna rond met het opsommen van niet-'uit'-woorden. Afgerond 76% van de woorden die in mijn prismawoordenboekje van 2004 voorkomen zijn namelijk al uit-woorden**. Hiervan geven uitverkoren, uiterst, uitmuntend, uitermate en uitgesproken een duidelijk beeld van de hoge dunk die U van zichzelf heeft.
Zonder twijfel had u reeds opgemerkt dat er één belangrijk woord in bovenstaande rijen ontbrak: u. Een aparte alinea is het minste dat ik 'u' kon geven, daar dit het enige woord is dat op zichzelf een letter is. En men mag blij zijn dat de betekenis van dit woord niet gelinkt was aan het woord u-u-u-u-u of uuuuuuuuuuu, wat respectievelijk vrij lelijk of ongezond zou zijn.
U, zonder wie u niets zou zijn.
*Pas hierbij op, beste lezer! Er is mij ter ore gekomen dat het ongezond is deze klank voor lange tijd aan te houden.
**Ieder zo zijn vrijetijdsbesteding.
In tegenstelling tot wat u zou denken als u hem apart laat klinken, is de U de meest bekakte letter van ze allemaal. Beschouw ter bekrachtiging even de woorden unitair, utiliseren, urgent, ultimatum, usance en unicum. En dan ben ik bijna rond met het opsommen van niet-'uit'-woorden. Afgerond 76% van de woorden die in mijn prismawoordenboekje van 2004 voorkomen zijn namelijk al uit-woorden**. Hiervan geven uitverkoren, uiterst, uitmuntend, uitermate en uitgesproken een duidelijk beeld van de hoge dunk die U van zichzelf heeft.
Zonder twijfel had u reeds opgemerkt dat er één belangrijk woord in bovenstaande rijen ontbrak: u. Een aparte alinea is het minste dat ik 'u' kon geven, daar dit het enige woord is dat op zichzelf een letter is. En men mag blij zijn dat de betekenis van dit woord niet gelinkt was aan het woord u-u-u-u-u of uuuuuuuuuuu, wat respectievelijk vrij lelijk of ongezond zou zijn.
U, zonder wie u niets zou zijn.
*Pas hierbij op, beste lezer! Er is mij ter ore gekomen dat het ongezond is deze klank voor lange tijd aan te houden.
**Ieder zo zijn vrijetijdsbesteding.
donderdag 31 maart 2011
T
Maak uw borst maar nat, beste lezer, want het is T-tijd nu!
Jawel, het gaat hier om de alledaagse medeklinker die het rijtje P-R-S-T mooi sluit. Deze vier op elkaar volgende (tenminste, voordat O en Q na hun vete uit elkaar werden gebracht) medeklinkers waren het die de woorden kracht en vulling wisten te geven en uiteindelijk in geen zin meer uit te sluiten waren. Samen sloten ze in oude dagen ook het alfabet af.
Van de vier letters is T duidelijk degene met het hoogste aanzien. Trots als een pauw paradeert hij met rechte rug door een heel arsenaal van woorden. U kent hem ongetwijfeld van tomatensoep, tapijthandel, terpentijn, telecommunicatie of eerder van terracottabeeldje, theologiseren, triangulatie, tentamen of thesaurierschap. Anders is hij vast bekend van taxidermie, Thoetmozes III, tuvaluaans, théveninequivalentie...
Ach, hoe naïef van mij. Ik moet jullie natuurlijk niet meer aan elkaar voorstellen: u bent al jarenlang op de hoogte van het bestaan van de T onder zijn duistere vorm: de beruchte dt-fout. Door leerkrachten talloze keren op de hoogte gestelt van deze eenvoudige en toch vergezochte regels, heeft u deze fout jaar na jaar opnieuw gemaakdt. Meestal gebeurt het in een voltooit deelwoord, maar u vind deze stiekeme schelm ook al eens in een persoonsvorm of zelfs in een zelfstandig naamwoort! Elke keer als u ervan overtuigt bent de fout niet meer te maken, zal het onvermijdelijke u toch overvallen op elk onoplettend moment.
T, zonder wie 'letter' enkel 'leer' zou zijn.
Jawel, het gaat hier om de alledaagse medeklinker die het rijtje P-R-S-T mooi sluit. Deze vier op elkaar volgende (tenminste, voordat O en Q na hun vete uit elkaar werden gebracht) medeklinkers waren het die de woorden kracht en vulling wisten te geven en uiteindelijk in geen zin meer uit te sluiten waren. Samen sloten ze in oude dagen ook het alfabet af.
Van de vier letters is T duidelijk degene met het hoogste aanzien. Trots als een pauw paradeert hij met rechte rug door een heel arsenaal van woorden. U kent hem ongetwijfeld van tomatensoep, tapijthandel, terpentijn, telecommunicatie of eerder van terracottabeeldje, theologiseren, triangulatie, tentamen of thesaurierschap. Anders is hij vast bekend van taxidermie, Thoetmozes III, tuvaluaans, théveninequivalentie...
Ach, hoe naïef van mij. Ik moet jullie natuurlijk niet meer aan elkaar voorstellen: u bent al jarenlang op de hoogte van het bestaan van de T onder zijn duistere vorm: de beruchte dt-fout. Door leerkrachten talloze keren op de hoogte gestelt van deze eenvoudige en toch vergezochte regels, heeft u deze fout jaar na jaar opnieuw gemaakdt. Meestal gebeurt het in een voltooit deelwoord, maar u vind deze stiekeme schelm ook al eens in een persoonsvorm of zelfs in een zelfstandig naamwoort! Elke keer als u ervan overtuigt bent de fout niet meer te maken, zal het onvermijdelijke u toch overvallen op elk onoplettend moment.
T, zonder wie 'letter' enkel 'leer' zou zijn.
zaterdag 26 maart 2011
S
Laag bij de gronds en ronduit flauw zou het zijn om de S enkel het cliché sissende slang of sluw toe te kennen. Net daarom heb ik lang geprobeerd deze verdorie goede benadering van zowel klank als vorm van deze letter te omzeilen... Het is me niet gelukt.
S, zo clichématig.
S, zo clichématig.
vrijdag 25 maart 2011
R
"Op zijn zoektocht naar de beginselen van het Nederlandse alfabet, vervolgt de jonge Robbe zijn pad door het donkere bos (zoals dat blijkbaar gebeurt in sprookjes, red.). Het wordt steeds later en in het bos beginnen geluiden op te steken: "rrrrrr". Langzaamaan hoort de jongen het geluid overal rondom hem en de gedachte dat hij niet weet wie of wat het veroorzaakt, maakt hem angstig. "Rrrr rrrrrrrr." Robbe veegt met trillende handen het angstzweet van zijn voorhoofd en kijkt overhaast rond op zoek naar een plaats waar hij zich kan verschansen. Opgelucht vindt hij in de avondschemering een kleine grot. "Die zal wel voldoen tot volgende ochtend" sust Robbe zichzelf. Hij zet zich zo stil mogelijk neer tegen de wand van de inham en trekt zijn knieën tegen zijn lichaam aan. Het geluid is intussen onhoorbaar geworden en de jongen slaakt, zonder er bij na te denken, een opgeluchte zucht. Diep vanbinnen in de grot klinkt meteen een zwaar en rauw antwoord: "RRRRRR". Robbe weet meteen hoe laat het is. Na het wenen met de G, het vechten met de K en het temmen van de N, is het eindelijk zover: Robbe staat oog in oog met de eerste letter van zijn naam: de R."
Ofschoon in bovenstaande inleiding onterecht als angstaanjagend voorgesteld, aanjagend (mocht dit een woord zijn) is de R wel. In vergelijking met andere letters heeft hij een kleine gestalte, maar dit maakt hem zeker geen zachte jongen. Neen, de R is een agressief kereltje, die meer met daden gezegd krijgt dan met woorden. De enige klank die de jongen kan uitbrengen is dan ook 'rrrrrrrr'. Trouwens, de letter die het woord agressief zo agressief maakt, afgezien van de scherpe ie-klank, is niet de A en zeker niet de zachte G, maar (u raadt het nooit) de R.
Maar men mag niet enkel naar zijn slechte kanten kijken. De R zorgt ook voor muziek in het woord. Geen tromgeroffel, diepe tubaklanken of helikoptervluchten zonder dit lettertje. Het is merkwaardig hoe plezant de aanhoudende R-klank in een woord kan zijn, alsof slapstick maar uit één klank zou bestaan. En wat een helikoptervlucht met muziek te maken heeft, dat kan u vast voor uzelf uitmaken.
R, agressie, ritme en af en toe gesnurk.
Ofschoon in bovenstaande inleiding onterecht als angstaanjagend voorgesteld, aanjagend (mocht dit een woord zijn) is de R wel. In vergelijking met andere letters heeft hij een kleine gestalte, maar dit maakt hem zeker geen zachte jongen. Neen, de R is een agressief kereltje, die meer met daden gezegd krijgt dan met woorden. De enige klank die de jongen kan uitbrengen is dan ook 'rrrrrrrr'. Trouwens, de letter die het woord agressief zo agressief maakt, afgezien van de scherpe ie-klank, is niet de A en zeker niet de zachte G, maar (u raadt het nooit) de R.
Maar men mag niet enkel naar zijn slechte kanten kijken. De R zorgt ook voor muziek in het woord. Geen tromgeroffel, diepe tubaklanken of helikoptervluchten zonder dit lettertje. Het is merkwaardig hoe plezant de aanhoudende R-klank in een woord kan zijn, alsof slapstick maar uit één klank zou bestaan. En wat een helikoptervlucht met muziek te maken heeft, dat kan u vast voor uzelf uitmaken.
R, agressie, ritme en af en toe gesnurk.
maandag 21 maart 2011
Q
Laat ik meteen duidelijk zijn: de Q is de merkwaardigste letter van het Nederlandse alfabet. Wie het hier niet mee eens is, mag meteen dit tekstje verlaten. Neem nu dat men een schaal opstelt (laten we voor het gemak een lineaire schaal nemen) voor de uniciteit van letters en men definieert een waarde 1 voor alledaagse medeklinkers als R, T en K en een waarde 2 voor B. De J zou in dat geval een 5 krijgen, de X een 8,5 en de Y een fatsoenlijke 11. De Q zou duidelijk bovenaan staan met een waarde 17, als het niet meer zal zijn. Neen, deze letter is bizar en apart in elk opzicht. Als u zich nu... Afijn, u begrijpt mij vast wel.
Bekijkt u die Q eens. Een O met een staartje zal u vast lacherig denken. Het lijkt flauw, maar zo is het nochtans. Een jarenlange strijd heerste er enkele millennia geleden tussen de O en de Q om de perfecte O-vorm te mogen zijn in het alfabet. Het zijn A en Z die gekozen hebben voor de frequent voorkomende klinker, eerder dan voor de vreemdsoortige medeklinker, om deze vorm te mogen bezitten. Ze gaven het andere lettertje dan maar diezelfde vorm, met een lelijk streepje aan.
De Q, ze is zo zeldzaam in onze zinnen. Maar als ze erin rondloopt, valt ze u meteen op, is het niet? Ze kan het gevoel van een woord helemaal omver gooien gewoon door er gewoon aanwezig te zijn. Hoewel ze dat wel doen uitschijnen, hebben woorden als quasi, quatch, quota, quadrupeden of quiz lang geen speciale betekenis. Zonder enige reden smijt de Q als geen ander een hoop complexiteit in het woord. Het klinkt meteen als een 'gelegenheidswoord' of een woord dat enkel door hoogwaardige adel uitgesproken mag worden.
Dan heb ik het nog niet gehad over de obsessie van Q voor de letter U. U weet vast wel dat er geen enkel Nederlands woord is waar deze geliefden niet op elkaar volgen. Daarmee is de Q de enige letter die er deze prioriteit koestert. Alsof het lettertje nog niet gek genoeg was...
Q, wat moet ik meer zeggen...
Bekijkt u die Q eens. Een O met een staartje zal u vast lacherig denken. Het lijkt flauw, maar zo is het nochtans. Een jarenlange strijd heerste er enkele millennia geleden tussen de O en de Q om de perfecte O-vorm te mogen zijn in het alfabet. Het zijn A en Z die gekozen hebben voor de frequent voorkomende klinker, eerder dan voor de vreemdsoortige medeklinker, om deze vorm te mogen bezitten. Ze gaven het andere lettertje dan maar diezelfde vorm, met een lelijk streepje aan.
De Q, ze is zo zeldzaam in onze zinnen. Maar als ze erin rondloopt, valt ze u meteen op, is het niet? Ze kan het gevoel van een woord helemaal omver gooien gewoon door er gewoon aanwezig te zijn. Hoewel ze dat wel doen uitschijnen, hebben woorden als quasi, quatch, quota, quadrupeden of quiz lang geen speciale betekenis. Zonder enige reden smijt de Q als geen ander een hoop complexiteit in het woord. Het klinkt meteen als een 'gelegenheidswoord' of een woord dat enkel door hoogwaardige adel uitgesproken mag worden.
Dan heb ik het nog niet gehad over de obsessie van Q voor de letter U. U weet vast wel dat er geen enkel Nederlands woord is waar deze geliefden niet op elkaar volgen. Daarmee is de Q de enige letter die er deze prioriteit koestert. Alsof het lettertje nog niet gek genoeg was...
Q, wat moet ik meer zeggen...
zaterdag 12 maart 2011
P
Tijd voor de plezantste letter van het alfabet nu: de P. Hoewel familie van B, heeft deze stemloze kleine broer niet al te veel weg van hem. Natuurlijk kan ook hij opdringerig zijn, al is hij lang niet zo vervelend als B. Neen, P brengt met zijn opgewekte klank pit in de woorden. Geeft u toe dat de klank van P verreweg het dolste van alle medeklanken is. Tijd voor een P-intermezzo! P p p pp p. P p, p p. P pp p p p? P p pp.
Zo zijn pannenkoek (of was het nu net pannekoek, ik heb de laatste vijf seconden de spellingsveranderingen niet meer nagekeken), plomberen, pollepel, pots en piramidaal lang geen doodgewone woorden. Noem het eerder doodleuke woorden*. Toevallig is het niet dat plezier, pret en petulantie met dezelfde letter beginnen. Het zal u vast ook niet verbazen dat deze jongen goed kan opschieten met jolige J. Hoewel P lang niet zo gek is als J, kan hij zich doodamuseren met hem.
P, alle pret in één letter.
*De lezers die zich comfortabeler voelen zonder het prefix 'dood' in voorgaande zinnen, mogen dit gerust weglaten.
Zo zijn pannenkoek (of was het nu net pannekoek, ik heb de laatste vijf seconden de spellingsveranderingen niet meer nagekeken), plomberen, pollepel, pots en piramidaal lang geen doodgewone woorden. Noem het eerder doodleuke woorden*. Toevallig is het niet dat plezier, pret en petulantie met dezelfde letter beginnen. Het zal u vast ook niet verbazen dat deze jongen goed kan opschieten met jolige J. Hoewel P lang niet zo gek is als J, kan hij zich doodamuseren met hem.
P, alle pret in één letter.
*De lezers die zich comfortabeler voelen zonder het prefix 'dood' in voorgaande zinnen, mogen dit gerust weglaten.
vrijdag 11 maart 2011
O
In dit bericht is alweer een pracht van een letter te bespreken: de O. Alvorens ook maar iets van haar karakter uit de doeken te doen, wil ik even uw aandacht voor haar perfecte vorm, die eenvoud en rede weet te verenigen in een lichtjes gekromde cirkel. Dit om er in het menselijk oog uit te zien als een nog interessantere vorm dan de exacte cirkel zelf. Het is trouwens ook de enige letter die dezelfde vorm aanneemt bij het schrijven als het uitspreken ervan.
Omdat er slechts vijf (laten we de Y later bespreken, deze kapoen zorgt namelijk voor veel discussie over het juiste aantal) klinkers kunnen zijn, is het belangrijk doordachte keuzes te maken. Tenslotte is het klinker-zijn een ereplaats in het alfabet. Naast de grootsheid en zekerheid van de A, de functionaliteit van de E en de paraatheid van de I, is ook de O een ideale investering. Ze zorgt voor klaarte en vrolijkheid, maar ook voor zuivere esthetiek.
Maar zoals de jonge generatie langzaamaan bezweek onder het opdoemen van Facebook, zo heeft onze O uit gemakzucht ervoor gekozen haar principes overboord te gooien om voorop te lopen van vele 'on-', 'over-' en 'op-'woorden. De voordien buitengewone letter loopt weliswaar meer in de kijker sindsdien, toch zal ze nooit meer dezelfde eenvoudige schoonheid hebben als ze buiten het woord is.
O, o zo perfect, maar o zo beïnvloedbaar.
Omdat er slechts vijf (laten we de Y later bespreken, deze kapoen zorgt namelijk voor veel discussie over het juiste aantal) klinkers kunnen zijn, is het belangrijk doordachte keuzes te maken. Tenslotte is het klinker-zijn een ereplaats in het alfabet. Naast de grootsheid en zekerheid van de A, de functionaliteit van de E en de paraatheid van de I, is ook de O een ideale investering. Ze zorgt voor klaarte en vrolijkheid, maar ook voor zuivere esthetiek.
Maar zoals de jonge generatie langzaamaan bezweek onder het opdoemen van Facebook, zo heeft onze O uit gemakzucht ervoor gekozen haar principes overboord te gooien om voorop te lopen van vele 'on-', 'over-' en 'op-'woorden. De voordien buitengewone letter loopt weliswaar meer in de kijker sindsdien, toch zal ze nooit meer dezelfde eenvoudige schoonheid hebben als ze buiten het woord is.
O, o zo perfect, maar o zo beïnvloedbaar.
maandag 28 februari 2011
N
"Het geluid van honderden voetstappen wordt langzaamaan luider en iedereen uit het dorp weet meteen dat de tijd weer daar is. Aan de vensters van vele huizen verschijnen nieuwsgierige kinderen. Sommigen maken dit voor de eerste keer mee, maar allen zijn even verstomd bij het zien van de voorbijlopende troep N' en. Geschikt in rijen en met vaste tred lopen ze recht op doel af. Het is als een natuurwet dat ze samenblijven. Er is niemand van hen die anders denkt dan hun gemeenschappelijke groepsgeest. Er is niemand van hen die daadwerkelijk denkt.
Een meisje van vijf staat voor het raam en ziet dit schouwspel voor het eerst. Ze kijkt angstig naar haar moeder, die bij haar staat. "Wat gaan ze doen, mama?" vraagt ze. Haar moeder moet glimlachen om haar kinderlijke schrik en zegt daarna met serieuze stem: "ze bouwen, liefje. Ze maken gebouwen voor ons dorp en voor alle dorpen ver van hier..." Ze draait haar hoofd weg van haar dochter en mompelt tegen zichzelf: "... maar tegen welke prijs?""
Ik moet er amper uitleg bij geven: zoals de E onder de klinkers is, zo is de N onder de medeklinkers. Hij heeft één voorname taak: stabiliteit toevoegen aan de wankele woorden die we vormen. Er is geen werkwoord of meervoud dat deze letter op een E bengelend achterlaat. N staat voor stevigheid en zekerheid. En toegegeven, het laatste zinnetje van bovenstaande inleiding was overbodig om het leven van de N in kaart te brengen, maar ik kon het niet laten.
Alsof zijn functie in een woord het karakter van de N nog niet genoeg blootlegt, blijkt ook de klank van deze letter ervan in dit kader te passen. Neemt u de N eens in de mond. Het zal u opvallen dat er geen enkele klank op zal volgen (en niet alleen omdat ik u dat net gevraagd heb). Uw toon zal namelijk naar beneden gaan bij het vormen van de de letter, vooral bij het einde van een woord. De N voegt toe, rond af en klaart het woord. En wat is hij er goed in, reeds in het vak voor een duizendtal jaren. Laat hem ook dit tekstje afsluiten...
N, zonder hem waren onze woorden hopeloos labiel.
Een meisje van vijf staat voor het raam en ziet dit schouwspel voor het eerst. Ze kijkt angstig naar haar moeder, die bij haar staat. "Wat gaan ze doen, mama?" vraagt ze. Haar moeder moet glimlachen om haar kinderlijke schrik en zegt daarna met serieuze stem: "ze bouwen, liefje. Ze maken gebouwen voor ons dorp en voor alle dorpen ver van hier..." Ze draait haar hoofd weg van haar dochter en mompelt tegen zichzelf: "... maar tegen welke prijs?""
Ik moet er amper uitleg bij geven: zoals de E onder de klinkers is, zo is de N onder de medeklinkers. Hij heeft één voorname taak: stabiliteit toevoegen aan de wankele woorden die we vormen. Er is geen werkwoord of meervoud dat deze letter op een E bengelend achterlaat. N staat voor stevigheid en zekerheid. En toegegeven, het laatste zinnetje van bovenstaande inleiding was overbodig om het leven van de N in kaart te brengen, maar ik kon het niet laten.
Alsof zijn functie in een woord het karakter van de N nog niet genoeg blootlegt, blijkt ook de klank van deze letter ervan in dit kader te passen. Neemt u de N eens in de mond. Het zal u opvallen dat er geen enkele klank op zal volgen (en niet alleen omdat ik u dat net gevraagd heb). Uw toon zal namelijk naar beneden gaan bij het vormen van de de letter, vooral bij het einde van een woord. De N voegt toe, rond af en klaart het woord. En wat is hij er goed in, reeds in het vak voor een duizendtal jaren. Laat hem ook dit tekstje afsluiten...
N, zonder hem waren onze woorden hopeloos labiel.
vrijdag 25 februari 2011
M
Een letter die weinig te zeggen heeft in ons alfabet, is de M. Hij zal niet al te uitgebreid aan bod te komen en is hier tevreden mee. Stil en wijs slijt de M zijn dagen. Nietszeggend kan hij voor zich uit staren, zonder behoefte te hebben aan iets. En hij is er tevreden mee. Voor de M is er slechts één woord van belang. Eén woord waar de letter volledig kenmerkt: midden. En daar is hij tevreden mee.
M, meer is niet nodig. Voldoende is genoeg.
M, meer is niet nodig. Voldoende is genoeg.
L
"Suf en levensmoe ligt de jongen op bed. Het besef weinig belangrijks te kunnen betekenen in de stad waarin hij leeft doet hem niet opstaan. Zijn gedachten leiden zich weer eens naar nergens, als er plots weer iets naar boven komt. Iets waar hij lang niet aan heeft gedacht en zijn leven als in een flits verwarmt en omarmt: de L. Hij schuift de luiheid voor zich uit, hij krijgt weer zin. De jongen glimlacht, staat op en begint, doet, creëert en betekent. Heel even komt het beeld van L weer voor zich. Hij bedankt haar. Ach, L, hoe zou hij zonder kunnen."
Bovenstaand tekstje lijkt misschien wat religieus, maar dit is wel een voornaam voorbeeld van wat de L voor ons betekenen kan.Voor sommigen is ze een gevoel zijn van zin en leven, terwijl anderen rusten in haar geborgenheid en zachtheid. Neen, de L is geen godin, noch een goedhartig jezusfiguur, ze is simpelweg een idee dat voor elk mens aan iets anders geassocieerd is.
Genoeg hierover. Wie heeft trouwens ooit het adjectief 'rollend' bij de R geplaatst? Kletsen verdient deze persoon, omdat dit woord veeleer bij de L past. De L vloeit tenminste uit je mond alsof ze eruit komt gerold, terwijl de tongpunt-R (of dus rollende R) duidelijk klettert. Meer R-nieuws over 6 berichten.
L, met de zachtheid van ongeroosterde marshmallows
Bovenstaand tekstje lijkt misschien wat religieus, maar dit is wel een voornaam voorbeeld van wat de L voor ons betekenen kan.Voor sommigen is ze een gevoel zijn van zin en leven, terwijl anderen rusten in haar geborgenheid en zachtheid. Neen, de L is geen godin, noch een goedhartig jezusfiguur, ze is simpelweg een idee dat voor elk mens aan iets anders geassocieerd is.
Genoeg hierover. Wie heeft trouwens ooit het adjectief 'rollend' bij de R geplaatst? Kletsen verdient deze persoon, omdat dit woord veeleer bij de L past. De L vloeit tenminste uit je mond alsof ze eruit komt gerold, terwijl de tongpunt-R (of dus rollende R) duidelijk klettert. Meer R-nieuws over 6 berichten.
L, met de zachtheid van ongeroosterde marshmallows
dinsdag 22 februari 2011
K
Eindelijk, het is zover. Daar is weer eens een grote, betekenisvolle medeklinker: de K. Niet dat u van een 't kofschipper anders verwacht zou hebben, maar deze K is zijn eigen woordje waard: kracht. De letter is zo scherp en krachtig dat je er een ruit mee kan ingooien. Ik durf u zelfs meer zeggen (en dat zal ik doen ook), het uitspreken van de K voelt als het uitspreken van een volledig woord.
U merkt het: deze K is belangrijk genoeg om in een zin op te duiken. Toch is het niet altijd leuk vertoeven in het gezelschap van deze jongen. Hij is nogal opschepperig en weet anderen de les te spellen en als je het niet met hem eens bent, heeft hij een hoopje K-scheldwoorden klaarliggen. (U kan vast op enkele woorden komen.)
De K heeft ook een broertje in Frankrijk wonen, die jammer genoeg in deze alfabetanalyse niet apart aan bod zal komen. Dezeg, zoals u hem kent van garçon, heeft een nek die in dikte niet veel verschilt van die van K. De twee broers bij elkaar zijn dan ook kwadratisch erger dan één van hen. Misschien maar goed dat hij in ons alfabet niet voorkomt.
K, eveneens de letter van kaka.
U merkt het: deze K is belangrijk genoeg om in een zin op te duiken. Toch is het niet altijd leuk vertoeven in het gezelschap van deze jongen. Hij is nogal opschepperig en weet anderen de les te spellen en als je het niet met hem eens bent, heeft hij een hoopje K-scheldwoorden klaarliggen. (U kan vast op enkele woorden komen.)
De K heeft ook een broertje in Frankrijk wonen, die jammer genoeg in deze alfabetanalyse niet apart aan bod zal komen. Deze
K, eveneens de letter van kaka.
vrijdag 4 februari 2011
J
Zonder twijfel een apart lettertje, maar absoluut niet minderwaardig, is de J. Dat hij wat gek is, blijkt uit het arsenaal van woorden waarin hij voorop loopt: jojo, jakhals, jongerenproblematiek, Jezus, janboel, jij, justitie, jaarring en janusgezicht. En dan hebben we bijna alles gehad, want de pagina's die de letter J in het woordenboek inneemt, beslaan in een standaardwoordenboek nog geen tien bladzijden. Het zijn woorden waar men bijna van moet lachen (op jongerenproblematiek na) omdat J ze dat aparte karakter meegeeft.
Nog niet overtuigd van de zotheid van J? Bekijkt u zijn uiterlijk eens. Hoe valt deze gekkerd anders samen te vatten dan een stokje met een staart, een I met een tsjoepke aan? De letter is allesbehalve lelijk, hij is gewoon uniek.
Natuurlijk wijd ik ook een alinea aan de uitspraak van dit bizar lettertje. Als tussenletter in een woord zal het waarschijnlijk niet zo opvallen, maar als u de J nu even afzonderlijk uitspreekt, zal duidelijk worden hoe geforceerd u de mond moet houden voor de uitspraak ervan. De kramp zal u vlug overvallen. (Leuk dat u het ook probeert voor uw computerscherm.) Na 5 seconden uitspreken van de J borrelt de vraag al op met welke klank u eigenlijk begonnen was. Was het een lage I of het geluid van een versleten koelkast?
De J, zijn gezonde gekte laat geen woord aan saaiheid over.
Nog niet overtuigd van de zotheid van J? Bekijkt u zijn uiterlijk eens. Hoe valt deze gekkerd anders samen te vatten dan een stokje met een staart, een I met een tsjoepke aan? De letter is allesbehalve lelijk, hij is gewoon uniek.
Natuurlijk wijd ik ook een alinea aan de uitspraak van dit bizar lettertje. Als tussenletter in een woord zal het waarschijnlijk niet zo opvallen, maar als u de J nu even afzonderlijk uitspreekt, zal duidelijk worden hoe geforceerd u de mond moet houden voor de uitspraak ervan. De kramp zal u vlug overvallen. (Leuk dat u het ook probeert voor uw computerscherm.) Na 5 seconden uitspreken van de J borrelt de vraag al op met welke klank u eigenlijk begonnen was. Was het een lage I of het geluid van een versleten koelkast?
De J, zijn gezonde gekte laat geen woord aan saaiheid over.
woensdag 2 februari 2011
I
"Zo vanzelfsprekend als een vis die op het droge spartelt, weer zijn weg naar het nat vindt, zo vanzelfsprekend is ook de letter I." Een akelig vergezochte analogie, denkt u? Helemaal mee eens, maar telkens ik aan de I dacht, kwam het beeld van een op het land spartelende vis in mij naar boven. Excuses hiervoor.
Paraat, duidelijk en vanzelfsprekend; dat is de I zowat samengevat. En meer woorden maak ik aan zijn eenvoudige karakter niet vuil. Merkt u alleen even op dat de I zoals u die hier leest wel degelijk een kort, simpel staafje is. In sommige lettertypes staat deze hoofdletter I met steepjes onder- en bovenaan. Compleet belachelijk natuurlijk, aangezien dit de schoonheid van eenvoud bij dit lettertje meteen wegneemt. Dat hij in kleine letter een puntje krijgt, kan enigszins in zijn karakter passen, maar die horizontale streepjes zijn werkelijk verfoeilijk!
I, altijd klaar.
Paraat, duidelijk en vanzelfsprekend; dat is de I zowat samengevat. En meer woorden maak ik aan zijn eenvoudige karakter niet vuil. Merkt u alleen even op dat de I zoals u die hier leest wel degelijk een kort, simpel staafje is. In sommige lettertypes staat deze hoofdletter I met steepjes onder- en bovenaan. Compleet belachelijk natuurlijk, aangezien dit de schoonheid van eenvoud bij dit lettertje meteen wegneemt. Dat hij in kleine letter een puntje krijgt, kan enigszins in zijn karakter passen, maar die horizontale streepjes zijn werkelijk verfoeilijk!
I, altijd klaar.
dinsdag 25 januari 2011
H
Al wie in het lager onderwijs schoontjes heeft geleerd dat het alfabet in te delen is in klinkers en medeklinkers, moet ervoor openstaan om die klinkklare onzin gedag te zeggen bij het lezen van dit stukje tekst over de H. Deze letter is in mijn ogen namelijk niets meer dan een geforceerde uitademing, het uitbrengen van geluid na een gedane inspanning.
Bij het uitspreken van de H is er van een klank amper sprake. Niet eens zo abnormaal, zij het niet dat men de mond niet eens hoeft te vervormen bij het uitbrengen van de H. Dit geeft de H zijn onverschillige en ijle karakter. Het spijt me dit te zeggen, maar ik heb moeite de H een volwaardige medeklinker te noemen.
Zoals u zich vast nog wel zult herinneren, is C de grote liefde van H. In de reeds besproken CH-klank is het dan ook dat de H tot zijn (enige) recht komt. Op zich stelt de letter weinig voor, maar het is in deze klank dat C zijn invloed op H laat gelden en er uit deze liefde een zachte, sussende klank uit voortvloeit. Maar begrijp me niet verkeerd: nog steeds is de H in mijn ogen de domste der letters.
H, laat uw volledig onverschillige persoonlijkheid de woorden kleuren tot wat ze tot nu nog steeds zijn.
Bij het uitspreken van de H is er van een klank amper sprake. Niet eens zo abnormaal, zij het niet dat men de mond niet eens hoeft te vervormen bij het uitbrengen van de H. Dit geeft de H zijn onverschillige en ijle karakter. Het spijt me dit te zeggen, maar ik heb moeite de H een volwaardige medeklinker te noemen.
Zoals u zich vast nog wel zult herinneren, is C de grote liefde van H. In de reeds besproken CH-klank is het dan ook dat de H tot zijn (enige) recht komt. Op zich stelt de letter weinig voor, maar het is in deze klank dat C zijn invloed op H laat gelden en er uit deze liefde een zachte, sussende klank uit voortvloeit. Maar begrijp me niet verkeerd: nog steeds is de H in mijn ogen de domste der letters.
H, laat uw volledig onverschillige persoonlijkheid de woorden kleuren tot wat ze tot nu nog steeds zijn.
zaterdag 22 januari 2011
G
"Als de lente in een langdurig gevecht de winter uiteindelijk overwint, is de tijd aan haar om de wereld om te vormen zoals ze wil. Ze doet jonge kinderen buitenkomen om te ravotten, gunt de planten hun mooiste kleuren boven te halen en laat onschuldige kalverliefde ontstaan. Weinigen voelen geen vreugde in deze tijd van nieuw leven, al is er één die zich verstopt voor dit seizoen: de G.
Verzonken in een verdriet dat mens noch letter kan begrijpen, trekt G zich terug in de kilte van zijn bestaan. Hij kijkt naar wie hij is en wie hij niet is en waarom okkernoten moeilijker te kraken zijn dan pinda's. Hij kijkt naar wat zijn leven heeft gemaakt tot wat het nu is en hoeveel knikkers nodig zouden zijn om een badkuip te vullen. Hij kijkt dieper dan een ander denkt te kunnen zien. Alleen vindt hij niets. Hij krijgt geen antwoorden, maar zijn vragen nemen toe. En het verdriet van G is groot.
Terwijl de lente de levenslust in anderen naar boven haalt, zit G in gedachten verzonken, te wachten op de herfst."
Een lange en weliswaar overdreven inleiding illustreert het leven van G tussen de andere letters in het alfabet. Kijkt u eens naar onze G: hij zit met gebogen rug en een blik die enkel op zichzelf is gericht. Alsmaar is hij bezig met het denken over grote levensvragen en futiliteiten. Zijn gedachten maken hem weemoedig en dat doet hem enkel meer nadenken. De weltschmerz knabbelt steeds meer levensvreugde van dit lettertje weg.
De letter G zal weinig woorden voorop lopen zonder hierbij de klos te zijn. Zowat 95% van de woorden die met een G beginnen zijn stomweg 'ge-'woorden: voltooid deelwoorden, adjectieven en dergelijke. Met andere woorden woorden waarbij het 'ge-'deel van geen enkel belang is. Voor de rest kreeg de stakker nog enkele standaardwoorden toegeworpen. Goed, groot, graag, gaan en (al een iets complexere) gooien. Geen van alle is speciaal, maar ze zijn van groot belang in onze taal.
Ach, arme G. Wat hoop ik dat hij nog steeds onze woorden zal mogen vermooien met zijn zachte klank.
Verzonken in een verdriet dat mens noch letter kan begrijpen, trekt G zich terug in de kilte van zijn bestaan. Hij kijkt naar wie hij is en wie hij niet is en waarom okkernoten moeilijker te kraken zijn dan pinda's. Hij kijkt naar wat zijn leven heeft gemaakt tot wat het nu is en hoeveel knikkers nodig zouden zijn om een badkuip te vullen. Hij kijkt dieper dan een ander denkt te kunnen zien. Alleen vindt hij niets. Hij krijgt geen antwoorden, maar zijn vragen nemen toe. En het verdriet van G is groot.
Terwijl de lente de levenslust in anderen naar boven haalt, zit G in gedachten verzonken, te wachten op de herfst."
Een lange en weliswaar overdreven inleiding illustreert het leven van G tussen de andere letters in het alfabet. Kijkt u eens naar onze G: hij zit met gebogen rug en een blik die enkel op zichzelf is gericht. Alsmaar is hij bezig met het denken over grote levensvragen en futiliteiten. Zijn gedachten maken hem weemoedig en dat doet hem enkel meer nadenken. De weltschmerz knabbelt steeds meer levensvreugde van dit lettertje weg.
De letter G zal weinig woorden voorop lopen zonder hierbij de klos te zijn. Zowat 95% van de woorden die met een G beginnen zijn stomweg 'ge-'woorden: voltooid deelwoorden, adjectieven en dergelijke. Met andere woorden woorden waarbij het 'ge-'deel van geen enkel belang is. Voor de rest kreeg de stakker nog enkele standaardwoorden toegeworpen. Goed, groot, graag, gaan en (al een iets complexere) gooien. Geen van alle is speciaal, maar ze zijn van groot belang in onze taal.
Ach, arme G. Wat hoop ik dat hij nog steeds onze woorden zal mogen vermooien met zijn zachte klank.
zaterdag 15 januari 2011
F
Fel en flitsend, zo kennen we onze F het best. Een 'cool kid' onder de letters. Met zonnebril en kauwgom (een uitgesproken funky verschijning) in de mond maakt hij vele zinnen onveilig.
Zelf eigent hij zich ook de woorden fantastisch, formidabel, fenomenaal, fonkelend, fameus, feestelijk en fabuleus toe. Toeval dat al deze woorden met een F beginnen? Ik dacht het niet. F heeft met zijn iets te hoog gegrepen zelfbeeld zorgvuldig gekozen zelf vooraan te lopen bij deze woorden.
De F, een 't kofschip'er van origine (of 't fokschaap'er, het is slechts een kwestie van verschil in literatuur), is trouwens in elk opzicht tegengesteld aan zijn lieflijke zusje V, aan de andere kant van het alfabet. Er is geen letter die begrijpt hoe deze twee familie van elkaar kunnen zijn.
Tot zover F, de geschikte letter voor wie zijn woord wat wilt ver-cool'en.
Zelf eigent hij zich ook de woorden fantastisch, formidabel, fenomenaal, fonkelend, fameus, feestelijk en fabuleus toe. Toeval dat al deze woorden met een F beginnen? Ik dacht het niet. F heeft met zijn iets te hoog gegrepen zelfbeeld zorgvuldig gekozen zelf vooraan te lopen bij deze woorden.
De F, een 't kofschip'er van origine (of 't fokschaap'er, het is slechts een kwestie van verschil in literatuur), is trouwens in elk opzicht tegengesteld aan zijn lieflijke zusje V, aan de andere kant van het alfabet. Er is geen letter die begrijpt hoe deze twee familie van elkaar kunnen zijn.
Tot zover F, de geschikte letter voor wie zijn woord wat wilt ver-cool'en.
vrijdag 14 januari 2011
E
Een lettertje met wie iedereen vertrouwd is, maar waar weinig aandacht aan geschonken wordt, is de E. Het symbool heeft op zich weinig te bieden. Vergelijk het met de pionnen onder de schaakstukken, het werkvolk onder de 19e eeuwers of de zwarte energie in ons universum. Ze zijn allesbehalve speciaal of interessant van karakter. Het is de grijze massa die zijn job doet en zich uit diep gewortelde conservatieve overwegingen verder gewoon stil houdt.
Maar denkt u niet dat we zonder onze E zouden kunnen. Dit doodnormaal symbooltje houdt onze zinnen, volgepropt met allerlei exotische woorden, mooi staande. N tkst mt gwon zinnn zondr zou n hl stuk llijkr wordn. Ht is mtn vl moilijkr om t lzn n dat maakt ht lzn minr luk, vindt u nit? Inderdaad, ook onze normaalste letter E verdient de waardigheid waar hij recht op heeft. Hij heeft zijn belang maar al te mooi verwezenlijkt doorheen de jaren.
E, zonder wie een zin geen zin meer zou zijn.
Maar denkt u niet dat we zonder onze E zouden kunnen. Dit doodnormaal symbooltje houdt onze zinnen, volgepropt met allerlei exotische woorden, mooi staande. N tkst mt gwon zinnn zondr zou n hl stuk llijkr wordn. Ht is mtn vl moilijkr om t lzn n dat maakt ht lzn minr luk, vindt u nit? Inderdaad, ook onze normaalste letter E verdient de waardigheid waar hij recht op heeft. Hij heeft zijn belang maar al te mooi verwezenlijkt doorheen de jaren.
E, zonder wie een zin geen zin meer zou zijn.
donderdag 13 januari 2011
D
Waar B een vervelende dikzak bleek te zijn, is D een joviale dikzak. Hoewel ze elkaar niet kunnen uitstaan, hebben ze zeer veel gemeen. D komt af en toe met de buik vooruit een woord ingewandeld om gezellig te babbelen met medeletters. Niet iedereen is even tevreden met zijn komst, maar net als B kan dit D geen snars schelen.
Ook in opdingerigheid (of opdrong, misschien is één van de twee een bestaand woord) verschilt de enkelbuiker weinig van de dubbelbuiker. De D zal zich altijd lacherig en kameraadschappelijk gedragen, maar als er wat te graaien valt, stormt onze egoïst erop af.
D, goeie ouwe vriendelijke D. Hij zet onze woorden krachtig in met emmers vastberadenheid.
Ook in opdingerigheid (of opdrong, misschien is één van de twee een bestaand woord) verschilt de enkelbuiker weinig van de dubbelbuiker. De D zal zich altijd lacherig en kameraadschappelijk gedragen, maar als er wat te graaien valt, stormt onze egoïst erop af.
D, goeie ouwe vriendelijke D. Hij zet onze woorden krachtig in met emmers vastberadenheid.
zondag 9 januari 2011
C
"Er werd gedanst, gepraat, gelachen en gevierd. Drank en hapjes waren in overvloed. Geen letter die niet in haar nopjes was op dit Letterfeest. Ver weg van de muziek en het feestgedruis, in een donkere hoek van de zaal, stond een tafel met enkele stoelen. Slechts twee van deze stoelen waren bezet: door C en H. Als op een schip dat steeds verder van het vasteland weg dobbert, zo bracht hun innig gesprek hen ver weg van het gedans en gefeest. Daar gebeurde het dat C, na 3500 jaar van verlegen verliefdheid, uiteindelijk haar liefde verklaarde aan H."
Als u "wat een melig tekstje" denkt, ben ik het volledig met u eens. Nochtans is C niets anders dan een melig en verlegen symbooltje dat aan weinig anders denkt dan aan haar geliefde H. Weinig origineel Nederlandse woorden zijn ooit gevormd waarbij de C niet gevolgd wordt door H. Als ze samen zijn, klinkt er een zachte geruststellende wind, of het geluid dat een moeder maakt om rustig haar kind het zwijgen op te leggen. En dit alles benadrukt de flauwheid van C eens te meer.
Laat C haar kinderlijke verliefdheid nooit verliezen, zodat de zachte CH-klank altijd mag blijven bestaan.
Als u "wat een melig tekstje" denkt, ben ik het volledig met u eens. Nochtans is C niets anders dan een melig en verlegen symbooltje dat aan weinig anders denkt dan aan haar geliefde H. Weinig origineel Nederlandse woorden zijn ooit gevormd waarbij de C niet gevolgd wordt door H. Als ze samen zijn, klinkt er een zachte geruststellende wind, of het geluid dat een moeder maakt om rustig haar kind het zwijgen op te leggen. En dit alles benadrukt de flauwheid van C eens te meer.
Laat C haar kinderlijke verliefdheid nooit verliezen, zodat de zachte CH-klank altijd mag blijven bestaan.
woensdag 5 januari 2011
B
"Bee, de bee letter die bee in b dit -ericht b aan -od komt is de B letter." In voorgaande zin blijkt meteen het opdringerige karakter van de te bespreken letter B. Met zijn twee bolle buiken vooruit wandelt deze grote jongen door de zinnen waar hij amper mee te maken heeft. Nonchalant, naïef en zonder enig doel voor ogen. In elke zin is hij meteen opgemerkt. Proficiat, B.
Bij het uitbrengen van een woord dat een B vooraan heeft, spat deze B naar voren alsof het een levensnoodzaak is op tijd de mond te verlaten. Dit alles zonder enig besef van veroorzaakte irritatie. Neemt uzelf maar eens zo'n B-woord in de mond. U zal rap genoeg merken dat de explosie van deze bombast alle aandacht opeist. De rest van het woord is nog van weinig belang.
Zo besluiten we onze letter B: opdringerig, maar zo onschuldig.
Bij het uitbrengen van een woord dat een B vooraan heeft, spat deze B naar voren alsof het een levensnoodzaak is op tijd de mond te verlaten. Dit alles zonder enig besef van veroorzaakte irritatie. Neemt uzelf maar eens zo'n B-woord in de mond. U zal rap genoeg merken dat de explosie van deze bombast alle aandacht opeist. De rest van het woord is nog van weinig belang.
Zo besluiten we onze letter B: opdringerig, maar zo onschuldig.
zaterdag 1 januari 2011
A
"In de kilte van de ijswoestijn in Groenland is geen zekerheid. De kansen om in de winter genoeg vlees te hebben voor het gezin en om sneeuwstormen te overleven zijn klein. (...) Daar doemt in de late herfst de letter A op aan de horizon. Twee logge poten en een steunbalk ertussen geven hem een groots, statisch karakter. Vervuld van wilskracht en vastberadenheid geeft hij elke Groenlander moed om de winter door te komen. Hij blijft in bescheidenheid en wil niemand naar hem zien omkijken, maar in de hoofden van elke Groenlander leeft de aanwezigheid van A."
Dit zou een perfecte vertegenwoordiging van de letter A kunnen zijn in het menselijk leven. Zekerheid is waar hij voor staat. De eerste letter, vooraan, leidend; zo kennen we onze A. Elke andere letter is trots op haar A. Al wordt er nooit openlijk over gesproken, er heerst algemeen respect voor hem.
Laat de A ons alfabet voorafgaan, tot in de eeuwigheid!
Dit zou een perfecte vertegenwoordiging van de letter A kunnen zijn in het menselijk leven. Zekerheid is waar hij voor staat. De eerste letter, vooraan, leidend; zo kennen we onze A. Elke andere letter is trots op haar A. Al wordt er nooit openlijk over gesproken, er heerst algemeen respect voor hem.
Laat de A ons alfabet voorafgaan, tot in de eeuwigheid!
Abonneren op:
Posts (Atom)