"Woensdag 24 oktober 2012 was heel even de gelukkigste dag van mijn leven. Tot 15u30 althans, wanneer ik te horen kreeg dat opa overleden was. Tot die tijd was ik helemaal in de wolken. Ik had mijn eerste afspraakje met mijn huidige lief." Lisa pauzeert, kijkt vluchtig rond om de verschillende nieuwsgierige blikken op te vangen en eindigt bij Tom. Zijn glimlach stelt haar gerust. Oké, het moet nu maar eens. Lisa ademt diep in en uit en gaat verder: "omdat dit een avond is waar alle waarheden naar boven komen, zal ik maar meteen vertellen dat mijn afspraakje toen en dus mijn huidig lief Tom is. Ja, ik heb een geheime relatie met mijn eigen neef en ja, dat is vast heel vies voor jullie. Maar we houden gewoon heel erg van elkaar." Weinig mensen schrikken er van op. Alain hapt even naar adem, Mia slaakt een diepe zucht. Verder niets. Verder zegt helemaal niemand iets! Hebben ze het daarvoor zo lang verzwegen? Ze schudt met haar hoofd haar gedachten weer op orde. "Alleen is dat nu even niet belangrijk."
"Ik had met Tom afgesproken om 14u30 en dus stond ik een halfuur vroeger thuis klaar om te vertrekken. Opa was al thuis en Maarten vertrok net naar de winkel voor chips. Ik was nog heel eventjes voor de laatste keer alleen met opa, maar in alle zenuwachtigheid had ik geen oog voor hem of voor hoe ziek hij er toen uitzag. Ik had hem nog een laatste keer mijn liefde kunnen tonen of kunnen zeggen wat voor een geweldige opa hij was. Maar nee, het laatste dat ik in zijn leven tegen hem zei, was een antwoord op zijn perfecte inschattingsvermogen: "maar neen, gewoon met een vriendin afgesproken. Bemoei u met uw eigen zaken, opa." Ik wandelde de deur uit en botste op Paula. In haar hand droeg ze een plastic zakje, waarvan ik niet kon zien wat erin zat. Ik was nochtans nieuwsgierig genoeg om erachter te vragen. "Heksenkruid, liefje", kreeg ik als antwoord, "het is heel geneeskrachtig en zal opa de nodige rust geven. Dan is hij vlug weer de oude."
Tom, Tom, Tom, dat is alles wat er die dag nog door mijn hoofd ging. Ik besteedde geen aandacht aan tante Paula. Zij wist altijd welke kruiden welke ziektes konden genezen. Zij was de wetenschapper, de slimste van de familie. Meer aandacht was voor mij toen niet nodig. Had ik maar geweten dat tante Paula klaar stond haar eigen broer te vergiftigen. Anderhalf uur later werd ik gebeld door mama. Toen was opa al lang dood."
Voor de laatste keer deze avond wordt het heel stil ten huize Claessen. Zes blikken richten zich ongestoord op Paula, sommige uit woede, andere uit verbijstering of angst. De terneergeslagen blik van de oude kruidentante zegt genoeg. Zij was het die samen met Maurice Claessen bakken vol geld verdiende. Zij was het die Mia zwijggeld toestopte. Zij was het die met Maurice in de schulden belandde en erover bleef zwijgen. Maar zij was het ook die de oude man vergiftigd had. Ze is een moordenaar. Zes blikken staren haar aan en alle vertellen hetzelfde: spreek!
Paula kijkt haar familieleden recht in de ogen aan. Ze voelt zich vreemd genoeg rustig. Ze is erbij en ze is schuldig, dat weet ze maar al te goed. Ze heeft nu niets meer te verliezen. Het enige dat er nog rest is dat iedereen nu de waarheid hoort. "We weten allemaal dat Maurice zijn hele leven een fervent kaarter was. Hij hield echt van kaarten en hij was er ook verdorie goed in. Ik zag zijn vaardigheid altijd als een talent dat verloren ging onder zijn vriendschappelijk gekaart. Hij kon het veel slimmer en gewiekster benutten. Zo'n zes jaar geleden heb ik Maurice dan ook kunnen overtuigen zijn magere pensioentje aan te vullen met wat harde cash. We leerden de kaartwereld wat kennen en raakten al gauw op de plaatsen waar het geld te verdienen was. En dat geld verdienen deden we! Ik verzorgde de contacten en financiën, Maurice speelde kaart. Het was een formule die twee jaar lang perfect had gewerkt.
Ja, we vonden het van groot belang dat dit geheim bleef. Niet omdat niemand in het geld zou mogen delen, maar omdat iedereen het zou verafschuwen en Lutgarde ons vast zou verbieden verder te spelen. Toen Mia ons op een dag betrapte en ik gedwongen was haar het verhaal te doen, kreeg ze dan ook zwijggeld van mij. Geld dat ze na een scheiding natuurlijk zeer goed kon gebruiken.
De kaartbusiness had mij helemaal in haar ban en waar ik anders altijd oplettend was, had ik niet door hoe mijn broer langzaamaan verslaafd raakte aan het gokken. Het was pas toen we onze eerste schulden maakten, dat ik dit door begon te krijgen. Van daaraf ging het alleen maar meer mis. Ik probeerde de arme man te overtuigen van er mee te stoppen, of toch op zijn minst een korte pauze te nemen. Hoe harder ik probeerde, hoe meer hij zijn eigen zin deed. In amper twee weken tijd had hij ons hele vergaarde fortuin verbrast, de Ardense villa inbegrepen. Hoe meer hij verloor, hoe wanhopiger hij ook werd en hoe minder hij zijn verstand erbij hield. Het enige wat hij wilde, was spelen. En dus begon hij ook te lenen binnen het milieu. Achter mijn rug weliswaar. Hij heeft dan ook nooit geld van mij geleend, dat had ik verzonnen om het verhaal iets minder pijnlijk te maken.
Maurice werd gestoord. Hoewel hij zich overdag fatsoenlijk kon gedragen, leed hij er 's nachts des te meer onder. Zo erg dat hij zelfs fysiek ziek werd. Ik kwam erachter dat hij overal geld leende en toch wilde hij nog steeds niet naar mij luisteren. De duivel van verslaving had hem al te lang in zijn macht. De familie Claessen, jullie allemaal in feite, werd steeds dieper in de schulden gestort zonder dat iemand van jullie hier van wist. Dat moest stoppen. Dat moest gewoon stoppen!"
Paula is ondertussen luider beginnen praten en voelt alle emotie van toen weer naar boven komen. Ze neemt even pauze om op adem te komen. Hoewel iedereen weet wat er nu zal volgen, zegt ze het toch: "Maurice wilde er zelf niet mee stoppen, en dus heb ik daarvoor gezorgd. Uit mijn labo haalde ik een oud flesje atropine, hetgeen voor hem genoeg zou zijn om hem voorgoed uit deze wereld van geestelijke en fysieke kwellingen af te halen." De groottante begint te huilen, maar spreekt door haar tranen door: "onder het smoesje van het ideale vergeten geneesmiddel te zijn dat hem vlug beter zal maken, heb ik hem het flesje die dag toegestopt. Lang had hij blijkbaar niet moeten twijfelen, want een kwartier later trof Maarten hem dood aan."
Het begint te regenen ten huize Claessen. Een zeer plaatselijke stortbui klettert al haar water uit boven het hoofd van Paula en doet haar verdwijnen in de waterdamp. Of dat is toch wat ze zou willen. Opgenomen worden door de natuur, de regen haar volledig laten wegwassen zodat ze opnieuw kan beginnen als een lief en doordacht mens. Helaas kan dat niet. Het mooie schone leven ligt achter haar. Wat rest is een aftakelend einde in een eenzame gevangeniscel.
Zo eindigt het verhaal van de familie Claessen. Niet in vreugde en ook niet echt in opluchting. Mia, Lutgarde, Paula, Maarten, Lisa; allen blijven ze zich verantwoordelijk voelen voor de tragedie van hun (groot)vader. Van de financiële schulden is geen sprake meer. Die heeft Paula geheel op zich genomen. De relatie tussen Lisa en Tom is moeten eindigen nadat Mia en Alain voor een laatste keer in ruzie uit elkaar gingen. Claire kan zich een tijdje behelpen met een werkloosheidsvergoeding en Maarten weet na vandaag het verleden makkelijker los te laten. En Karel, die belt Mia vanavond nog terug voor een allereerste date.
woensdag 21 mei 2014
maandag 19 mei 2014
Claessen II.VI
"Zich vergiftigd met wát?" Joël is ondertussen weer aangekomen bij zijn moeder thuis, terwijl Maarten en Claire thuis bleven om te bekomen van alle gebeurtenissen van de voorbije dag. Het is nu 22u30 en al lange tijd heel stil ten huize Claessen. Na te horen dat de overleden Maurice Claessen een fervent gokker was en samen met zijn zus Paula veel schulden had gemaakt, kwam er nog bovenop dat de arme man zichzelf had vergiftigd. Een feit dat de jonge Maarten een trauma voor het leven had bezorgd.
Lisa zit tegenover Tom aan tafel. Uit zijn blik alleen al weet ze veel troost te halen. Oké, hij was al drie jaar op de hoogte van het hele goksucces van broer en zus Claessen, maar hij was ook zo moedig geweest om het verhaal nu naar buiten te brengen en zijn moeder eens goed voor schut te zetten. Al moet Lisa daar nu niet meer aan denken. Haar hart ligt bij haar opa, voor wie de angst om zijn gokverslaving blijkbaar te groot geworden was. En ook bij Maarten. Ja, hij is altijd een buitenbeentje geweest, maar zo krankzinnig heeft ze hem nog nooit geweten.
Tom staart in de ogen van Lisa en probeert haar gedachten te lezen. Hij hoopt dat ze met dit hele gebeuren kan omgaan en het zijn moeder niet al te kwalijk neemt. Zijn angst voor het uitkomen van hun geheime relatie lijkt volledig onbelangrijk geworden. Iedereen zal nu wel al een vermoeden hebben.
Lutgarde kan nog steeds niets van het hele verhaal geloven. Dat ze haar man blijkbaar niet voldoende kende, was al een feit, maar zichzelf vergiftigen zou hij toch nooit doen. Ze twijfelt een beetje aan de echtheid van het verhaal van Maarten. De jongen is altijd al wat raar geweest, waarom zou ze hem hierin moeten geloven?
Alain kan er evenmin bij dat zijn vader met opzet vergif had gedronken. Waarschijnlijk wist de oude man net als iedereen hier aan tafel niet eens wat atropine was, laat staan dat hij het etiketje gelezen had. Daarbij zijn er voor Alain al genoeg dingen aan het licht gekomen. Dit is er eentje te veel om ook nog te geloven. Meteen flitsen zijn gedachten naar zijn zoon. Een schuldgevoel benauwt hem. Hoe heeft hij het met Maarten ooit zover laten komen?
Niet minder verbouwereerd is Mia. Dat haar vader tot al deze dingen in staat was, had ze nooit kunnen weten. Ze heeft zo'n spijt hier nooit iets van verteld te hebben. In feite heeft ze de dood van haar vader op haar geweten, iets wat ze denkt nooit van haar te kunnen afschudden. Om nog maar te zwijgen van waarvan de hele familie haar nu vast verdenkt.
Iedereen is in gedachten verzonken, Paula is de enige die op de vraag van Joël antwoordt. Haar stem klinkt vol van spijt: "atropine".
"Atropine? Maar dat is supergiftig," schreeuwt de natuurkenner Joël uit. "Dat komt rechtstreeks van de wolfskers. Zoiets heeft niemand toevallig in huis! Ik vrees dat onze pa heel goed wist wat hij deed."
Wolfskers. Wolfskers. Lisa proeft het woord voorzichtig en draait het binnenstebuiten in haar mond. Atropine is dus helemaal geen stof die in een laboratorium is gemaakt, het komt gewoon van een plant! Haar gedachten gaan naar anderhalf jaar geleden. Ze concentreert zich zo hard ze kan op haar herinneringen van 24 oktober 2012 en probeert alle details van de dag naar boven te halen. Het was de dag van haar eerste afspraakje met Tom, dat weet ze nog heel goed. Maar was opa die dag naar haar thuis gekomen? En wat zegt de naam wolfskers haar in gods... Lisa's ogen verwijden zich en haar hersenen stoppen met draaien. Uit de zee van verzonnen en waargebeurde herinneringen komt plots een heel belangrijk beeld naar boven drijven. Haar ogen vormen zich weer tot spleetjes en ze voelt pure woede in haar opborrelen. Ze draait haar hoofd langzaam en doelgericht naar Joël. Met een stem die tevergeefs niet beheerst overkomt, zegt ze: "wolfskers." Ze slikt en hapt geconcentreerd naar adem, haar blik strak op Joël gericht: "is dat toevallig een heksenkruid, nonkel Joël?" Haar stem klinkt nu scherp en kan niemand ervan weerhouden mee te luisteren. Joël voelt zich ongemakkelijk in de situatie. Hij begrijpt niet waar Lisa naartoe wil, maar antwoordt zo rustig mogelijk op haar vraag: "ja. Het is zelfs één van de giftigste. Wolfskers wordt ook wel ..."
Verder komt Joël niet met zijn woorden, want Lisa heeft haar hoofd in tussentijd al even zorgvuldig weer teruggedraaid, Paula in de ogen gekeken en knalt nu al haar woede in één woord naar buiten: "moordenaar!"
Niet minder verbouwereerd is Mia. Dat haar vader tot al deze dingen in staat was, had ze nooit kunnen weten. Ze heeft zo'n spijt hier nooit iets van verteld te hebben. In feite heeft ze de dood van haar vader op haar geweten, iets wat ze denkt nooit van haar te kunnen afschudden. Om nog maar te zwijgen van waarvan de hele familie haar nu vast verdenkt.
Iedereen is in gedachten verzonken, Paula is de enige die op de vraag van Joël antwoordt. Haar stem klinkt vol van spijt: "atropine".
"Atropine? Maar dat is supergiftig," schreeuwt de natuurkenner Joël uit. "Dat komt rechtstreeks van de wolfskers. Zoiets heeft niemand toevallig in huis! Ik vrees dat onze pa heel goed wist wat hij deed."
Wolfskers. Wolfskers. Lisa proeft het woord voorzichtig en draait het binnenstebuiten in haar mond. Atropine is dus helemaal geen stof die in een laboratorium is gemaakt, het komt gewoon van een plant! Haar gedachten gaan naar anderhalf jaar geleden. Ze concentreert zich zo hard ze kan op haar herinneringen van 24 oktober 2012 en probeert alle details van de dag naar boven te halen. Het was de dag van haar eerste afspraakje met Tom, dat weet ze nog heel goed. Maar was opa die dag naar haar thuis gekomen? En wat zegt de naam wolfskers haar in gods... Lisa's ogen verwijden zich en haar hersenen stoppen met draaien. Uit de zee van verzonnen en waargebeurde herinneringen komt plots een heel belangrijk beeld naar boven drijven. Haar ogen vormen zich weer tot spleetjes en ze voelt pure woede in haar opborrelen. Ze draait haar hoofd langzaam en doelgericht naar Joël. Met een stem die tevergeefs niet beheerst overkomt, zegt ze: "wolfskers." Ze slikt en hapt geconcentreerd naar adem, haar blik strak op Joël gericht: "is dat toevallig een heksenkruid, nonkel Joël?" Haar stem klinkt nu scherp en kan niemand ervan weerhouden mee te luisteren. Joël voelt zich ongemakkelijk in de situatie. Hij begrijpt niet waar Lisa naartoe wil, maar antwoordt zo rustig mogelijk op haar vraag: "ja. Het is zelfs één van de giftigste. Wolfskers wordt ook wel ..."
Verder komt Joël niet met zijn woorden, want Lisa heeft haar hoofd in tussentijd al even zorgvuldig weer teruggedraaid, Paula in de ogen gekeken en knalt nu al haar woede in één woord naar buiten: "moordenaar!"
zaterdag 17 mei 2014
Claessen II.V
"Dat is nu toch echt even niet prioritair, Claire."
"Dus ge blijft hier de egoïst uithangen? Net als die leugenachtige Mia? Ik ben vandaag ontslagen, Joël. Alain werkt halftijds, Lisa gaat naar de univer ..."
"Claire, alsjeblieft! We zullen er straks of een andere keer wel als volwassen mensen over spreken. Let nu maar op de weg, dan let ik op of ik hem nergens kan vinden."
Op zoek naar een vermiste Maarten Claessen, lijken Claire en Joël de eerdere ruzie van het familiefeest meegenomen te hebben tot in de auto. Ze rijden nu een kwartier lang rond, zonder enig spoor van de weggelopen jongen. Claire weet maar al te goed dat het gedoe om het geld nu niet veel uitmaakt, maar de angst om haar weggelopen zoon maakt haar helemaal overstuur. Waarom is hij toch weggelopen? En waar kan hij nu zo vlug al zijn? In de brief was er geen aanwijzing te vinden waar hij uithing, dat had Alain via de telefoon al bevestigd.
Het duurt een kwartier langer eer ze bij het niet afbetaalde huis van Claire en Alain aankomen in de hoop Maarten daar te vinden. Claire kan haar ogen even niet geloven. Er is binnen licht aan en door een ingeslagen ruit klinken vanuit hun huis verwoestende geluiden. Een seconde moet Claire denken dat er inbrekers in haar huis zijn, volop in de weer om het laatste beetje van hun vermogen mee te nemen en hen geheel in de armoede te storten. Dan hoort ze duidelijk de zingende stem van haar zoon uit het raam, die haar rillingen over haar hele lichaam bezorgt. "Filothea, Filotheeeaa? Waar bent u? Ziet u niet dat ik mijn best doe? Ik wil er zo graag bijhoren!". De jongen klinkt krankzinnig. Of hij moet volkomen dronken zijn, dat kan ook nog. In een ruk trekt Claire aan de handrem en snelt de auto uit, Joël met een pijnlijke nek achterlatend op het midden van de weg op de passagiersplaats van haar auto.
Eenmaal in het huis aangekomen, kan Claire opnieuw niet geloven wat ze voor zich ziet. Daar, in het midden van de keuken, zit Maarten. Hij is al een tijdje bezig met de volgens hem nobele taak om de keukentafel in stukken te zagen. Een keukentafel, die bijna 19 jaar geleden het braaksel van een jonge Claire herbergde en vandaag nog een mijmerende Alain deed terugdenken aan die dag, ligt nu in vijf delen op de grond van de keuken. Maarten is in allerijl bezig om er zes delen van te maken. Claire, hoewel opgelucht om haar zoon levend gevonden te hebben, rilt nog steeds van angst om het gestoorde gedrag van haar zoon. Wat is er mis met hem? En wat is hij ook in godsnaam met die keukentafel aan het doen? Maarten ziet zijn moeder naar hem kijken: "ah, mama, ik ben alvast bezig met het vernietigen van alles wat mijn leven ongelukkig maakt. Binnenkort ben ik weer volkomen norm..." De onbezorgde Claire heeft nu even geen zin in een verklaring. Zuivere moederliefde doet haar naar de jonge gek toelopen en hem in haar armen nemen. Door de druk op zijn lichaam kan de jongen niet verder spreken. Al vlug volgt voor Maarten de klap van de echte wereld, gevolgd door tranen van spijt.
"Dus ge blijft hier de egoïst uithangen? Net als die leugenachtige Mia? Ik ben vandaag ontslagen, Joël. Alain werkt halftijds, Lisa gaat naar de univer ..."
"Claire, alsjeblieft! We zullen er straks of een andere keer wel als volwassen mensen over spreken. Let nu maar op de weg, dan let ik op of ik hem nergens kan vinden."
Op zoek naar een vermiste Maarten Claessen, lijken Claire en Joël de eerdere ruzie van het familiefeest meegenomen te hebben tot in de auto. Ze rijden nu een kwartier lang rond, zonder enig spoor van de weggelopen jongen. Claire weet maar al te goed dat het gedoe om het geld nu niet veel uitmaakt, maar de angst om haar weggelopen zoon maakt haar helemaal overstuur. Waarom is hij toch weggelopen? En waar kan hij nu zo vlug al zijn? In de brief was er geen aanwijzing te vinden waar hij uithing, dat had Alain via de telefoon al bevestigd.
Het duurt een kwartier langer eer ze bij het niet afbetaalde huis van Claire en Alain aankomen in de hoop Maarten daar te vinden. Claire kan haar ogen even niet geloven. Er is binnen licht aan en door een ingeslagen ruit klinken vanuit hun huis verwoestende geluiden. Een seconde moet Claire denken dat er inbrekers in haar huis zijn, volop in de weer om het laatste beetje van hun vermogen mee te nemen en hen geheel in de armoede te storten. Dan hoort ze duidelijk de zingende stem van haar zoon uit het raam, die haar rillingen over haar hele lichaam bezorgt. "Filothea, Filotheeeaa? Waar bent u? Ziet u niet dat ik mijn best doe? Ik wil er zo graag bijhoren!". De jongen klinkt krankzinnig. Of hij moet volkomen dronken zijn, dat kan ook nog. In een ruk trekt Claire aan de handrem en snelt de auto uit, Joël met een pijnlijke nek achterlatend op het midden van de weg op de passagiersplaats van haar auto.
Eenmaal in het huis aangekomen, kan Claire opnieuw niet geloven wat ze voor zich ziet. Daar, in het midden van de keuken, zit Maarten. Hij is al een tijdje bezig met de volgens hem nobele taak om de keukentafel in stukken te zagen. Een keukentafel, die bijna 19 jaar geleden het braaksel van een jonge Claire herbergde en vandaag nog een mijmerende Alain deed terugdenken aan die dag, ligt nu in vijf delen op de grond van de keuken. Maarten is in allerijl bezig om er zes delen van te maken. Claire, hoewel opgelucht om haar zoon levend gevonden te hebben, rilt nog steeds van angst om het gestoorde gedrag van haar zoon. Wat is er mis met hem? En wat is hij ook in godsnaam met die keukentafel aan het doen? Maarten ziet zijn moeder naar hem kijken: "ah, mama, ik ben alvast bezig met het vernietigen van alles wat mijn leven ongelukkig maakt. Binnenkort ben ik weer volkomen norm..." De onbezorgde Claire heeft nu even geen zin in een verklaring. Zuivere moederliefde doet haar naar de jonge gek toelopen en hem in haar armen nemen. Door de druk op zijn lichaam kan de jongen niet verder spreken. Al vlug volgt voor Maarten de klap van de echte wereld, gevolgd door tranen van spijt.
donderdag 15 mei 2014
Claessen II.IV
Het is 9 mei 2014, 21u30. In een kleine woonst nabij Hasselt speelt zich af wat men in lokale kranten een gezinsdrama zou noemen. Anderhalf uur geleden heeft de familie Claessen te horen gekregen dat de pas overleden grootvader een gokverslaving had. Samen met zijn zus verdiende hij bakken vol geld, die hij vlug weer kwijt raakte. De familie blijft achter met een schuld van 350 000 euro en het dilemma wie dit zal moeten betalen. Schuldig is alvast de zus Paula, die jarenlang meegokte met haar broer en hier steeds over gezwegen en zelfs gelogen heeft. Maar schuldig is ook de dochter Mia, die dit alles te weten was gekomen, zwijggeld toegestopt kreeg en eveneens gezwegen had. Verder is er Alain, die met zijn zonet ontslagen vrouw en twee kinderen het financieel erg moeilijk heeft, en de jongste zoon Joël, voor wie de gelukkigste dag van zijn leven de ongelukkigste werd. Hij kan nog steeds niet geloven wat er zonet allemaal aan het licht kwam.
Daar eindigt het niet voor de familie, want alsof er nog niet voldoende onrust gewoed had, is zonet het jongste familielied weggelopen. Claire en ook Joël zijn naar buiten gerend, op zoek naar de jonge Maarten. De overige zes hoofden zitten voor de eerste keer deze avond dicht bij elkaar gepakt. Iedereen wil tegelijk kunnen lezen wat er in de mysterieuze brief staat die de jongen achterliet. Twaalf fronsende wenkbrauwen, en niemand zegt een woord.
Daar eindigt het niet voor de familie, want alsof er nog niet voldoende onrust gewoed had, is zonet het jongste familielied weggelopen. Claire en ook Joël zijn naar buiten gerend, op zoek naar de jonge Maarten. De overige zes hoofden zitten voor de eerste keer deze avond dicht bij elkaar gepakt. Iedereen wil tegelijk kunnen lezen wat er in de mysterieuze brief staat die de jongen achterliet. Twaalf fronsende wenkbrauwen, en niemand zegt een woord.
Oma, nonkel, tante,
Het is anderhalf jaar geleden dat ik in dit huis ben geweest. Met oma, nonkel Joël en alle herinneringen van vroeger aan opa. Dertien jaar lang was dit mijn lievelingsplaats op aarde, en opa mijn lievelingspersoon. Ik kan me geen gelukkigere tijden herinneren dan wanneer ik met hem kon kaarten of wanneer Lisa en ik gingen spelen in de tuin en er nadien altijd ijsjes voor ons klaarlagen. Anderhalf jaar geleden stortte mijn wereld in. Dat opa nu een ander mens blijkt geweest te zijn of dat de hele familie hier om geld een drama kan maken, interesseert me nu echt niet.
Mama en papa weten dat er iets mis met me is, dat ik mij anders gedraag sindsdien. Dat ik veel dagdroom en naar de psycholoog moet gaan. Ik heb het anderhalf jaar lang niet kunnen geloven, maar door terug met de herinneringen geconfronteerd te worden, weet ik het nu zeker: het is de dood van opa die mijn leven heeft veranderd.
Er is denk ik helemaal niemand van jullie die dit weet, maar opa is vorig jaar niet natuurlijk om het leven gekomen. Hij heeft zichzelf vergiftigd. Het was woensdag 24 oktober 2012. Omdat op woensdagnamiddag mama en papa werken waren en Lisa een afspraakje had, kwam opa mij thuis gezelschap houden. Hij voelde zich die dagen erg ziek, maar toch kwam hij speciaal voor mij naar thuis. We zouden kaarten die namiddag, maar het is er nooit van gekomen. Ik ging een halfuurtje weg. Om chips te halen die opa en ik samen zouden opeten. Aan dat halfuurtje had opa genoeg.
Om 14u23 kwam ik terug van de winkel en trof ik opa dood aan. Hij zat aan de keukentafel, met zijn hoofd op de tafel en zijn armen bengelend aan zijn schouders. Naast hem lag een omgevallen glas water en een leeg flesje met een etiketje waar "atropine" op stond. Het was een gruwelijk beeld dat mij nog vaak door het hoofd gaat, overdag en in mijn dromen. Achteraf heb ik opgezocht wat atropine was. Het is een uiterst giftige stof die in bepaalde besjes voorkomt. Een paar besjes schijnen genoeg te zijn om een mens te doden.
Het enige waar ik op dat moment aan dacht is dat best niemand kon weten wat opa zichzelf had aangedaan. Bevend van verdriet, heb ik hem van de stoel getild en in de zetel gelegd. Het flesje had ik weggegooid, alle sporen had ik uitgewist. Opa was vanaf nu in zijn slaap door ziekte gestorven, atropine heeft nooit bestaan. Ik belde mama en papa en vertelde hen het nieuws. De rest van het verhaal kennen jullie.
Anderhalf jaar erna kan ik nog altijd niet met die herinnering om. Mijn leven is heel raar geworden en wat ik dacht dat de puberteit zou zijn, blijkt nu eigenlijk een trauma. De psycholoog had gelijk. Ik kan het echt niet meer aan nu en ik loop weg. Weg van jullie onnozel geruzie en weg van het huis vol herinneringen aan opa.Zes hoofden richten zich weer op. Allen kijken ze elkaar uit angst en verdriet aan. Lisa vliegt in de armen van Tom en barst in tranen uit.
dinsdag 13 mei 2014
Claessen II.III
Het is vrijdag 9 mei 2014 om 21u00 en de verhitte discussie over geld en politiek wordt alleen maar verhittener. Claire huilt harder en Alain en Mia worden bozer. Beiden verwijten elkaar dat ze niet consequent zijn en beiden vinden van elkaar dat ze voor dit voorval moeten opdraaien. Tom is de verliefde blik van zijn nichtje in zijn ooghoek helemaal vergeten. Zijn blik is strak op de ruzie gericht, zijn gedachten op zijn moeder. Hoe kon ze hier nu zo ongelofelijk hard de bitch uithangen? Hoe kon politiek of het gelijk krijgen nu zo veel belangrijker zijn dan eerlijk te zijn tegen haar bloedeigen broer. Zijn moeder kon maar al te goed opdraaien voor een flink deel van het geld. En ze zou het verdomme mogen doen. Alleen blijft ze consequent verzwijgen wat er drie jaren geleden gebeurd is.
Terwijl Tom aan die tijd terugdenkt, neemt de discussie rustig de tijd om te gaan liggen. De storm verzwakt en wordt geniepiger. Het waait niet meer; ze zitten in het oog van de orkaan. Mia was met een feit gekomen waar Alain nog niet bij had stilgestaan: Joël is een werkende man die al zijn hele leven bij hun moeder woont. Hij heeft nooit huur moeten betalen en geeft zelden iets uit. Waarom zouden Alain, in financiële problemen, of Mia, een alleenstaande moeder, voor het geld moeten opdraaien als Joël zonder twijfel een flinke spaarrekening had waarvan best 350 000 euro af kon? Alain, Mia en Claire grijnzen alle drie in de richting van Joël. Met een stem gemaakt van het zuiverste venijn en een vleugje onschuldigheid spreekt Mia haar broer toe: "Joël, lieve broer, sorry dat we zo'n ruzie maakten. We moeten elkaar niet tegenspreken, maar samen tot de beste oplossing komen." "Mia heeft gelijk," gaat Alain verder, "laat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen."
Tom ziet hoe zijn favoriete nonkel opeens in het gedrang komt, hoe zijn achterbakse broer en zus hem intimiderend toespreken. Het maakt hem woedend. Hij kan dit niet langer aanzien en springt protesterend recht. In de eerste plaats omdat Joël dit alles niet verdient: een zus die tegen hem liegt en het alleen moeten opdraaien voor de daden van zijn vader. In de tweede plaats omdat hij de enige drager van bezwaarlijke informatie over hem en Lisa maar beter goed kan verzorgen. Dat is egoïstisch van hem, maar het is verdorie belangrijk. "Godverdomme, ma, stop daar eens mee!" roept hij door de hele huiskamer uit. Mia's hoofd draait zich naar haar enige zoon. Haar gelaatsuitdrukking gaat van verbaasd naar kwaad. Probeerde Tom daar zo-even haar plannetje te stoppen? Ze kijkt hem diep in zijn ogen. Het antwoord krijgt ze in een gezichtsuitdrukking: "ja, moeder, want nu is het mijn beurt".
Mia wordt angstig en steekt ook Paula aan. Tom ziet de twee vrouwen naar elkaar kijken. Ze durven allebei niets te zeggen, uit angst om nog meer risico te lopen. Deze keer is hij het die een grijns van venijn opzet. "Stop met zo schijnheilig te doen, ma. Vertel ze toch eens eindelijk dat ge dit al allemaal wist. Ge wist dat opa gokte, dat hij om veel geld speelde. Ge wist zelfs dat hij van Paula geleend had. Meer zelfs, Paula heeft het u zelf verteld." Alle ogen zijn op Tom gericht en hij houdt van de aandacht. Zo veel zelfs, dat hij ze allemaal nog heel eventjes laat wachten en rustig hun expressies bestudeert. Lutgarde, Joël, Alain, Claire, Lisa; ze hangen allemaal aan zijn lippen. Mia kan nog steeds geen geluid uitbrengen. En Paula evenmin. De bejaarde kruidkundige die anders zo veel weet te zeggen, kan enkel beven van de schrik. Het lijkt wel een moederloze chihuahua. Tom moet glimlachen. Chihuahua, die vond hij goed gevonden. "En hoe komt het toch dat mama dat te weten kwam? En waarom moest ze het dan zo nodig verzwijgen? Omdat tante Paula zelf ook gokte natuurlijk! Zij en opa waren een heus team. Een team dat samen bakken vol geld verdiende. Is het niet, tante Paula?" Moederloos en baasjesloos. Ze ziet er zo zielig uit. "Toen jullie nog massa's geld verdienden, kwam 350 000 euro nog niet zo nauw. Genoeg geld om een villaatje te huren in de Ardennen en om een lichte alcoholverslaving te kunnen betalen. Maar ook genoeg om mama wat zwijggeld toe te stoppen toen ze er toevallig ..."
"Stop! Het is genoeg zo!" Paula schreeuwt zo luid ze kan om de verwijtende woordentirade van haar neefje te stoppen. Even is het heel stil. Niemand weet wat van de situatie te denken. Ogen gaan van Paula naar Tom naar Mia en weer naar Paula. Na een halve minuut van pure stilte, laat de oude biologe haar hoofd hangen en begint haar schuld te bekennen. Aankijken doet ze niet, dat durft ze nu even niet. Er volgen woorden van spijt en vergeving. Ze biecht op dat het waar is wat Tom zei. Ze zegt dat, toen het eenmaal echt uit de hand begon te lopen, haar broer heeft proberen te overtuigen ermee te stoppen. Ze zegt dat ze altijd geprobeerd heeft het beste te doen. Ze zegt zo veel, maar niemand luistert nog aandachtig. Iedereen probeert te bekomen van de woorden van Tom.
Het is Claire die de sociale impasse doorbreekt: zij staat rustig recht en neemt haar autosleutels op. "Ik kan niet langer in zo'n vals gezelschap verblijven. Sorry Joël, sorry Lut, maar ik kan hier niemand meer vertrouwen. Wij zijn ervan door. Los uw vervelende probleempjes maar op onder zij die het kunnen betalen." Alain twijfelt geen seconde en voegt zich achter haar, klaar om te vertrekken. "Lisa, Maarten, kom jongens. We gaan ..." Verder kwam Alain niet. Tijdens het uitspreken van zijn zin draaide zijn hoofd zich naar de zetel waar Maarten in was gaan zitten. Daar is geen Maarten meer, maar enkel nog een nat betraande brief. In alle paniek loopt hij aan de brief voorbij, recht naar de inkomhal. Net wat hij vreesde: de voordeur staat open, Maarten is weg.
Terwijl Tom aan die tijd terugdenkt, neemt de discussie rustig de tijd om te gaan liggen. De storm verzwakt en wordt geniepiger. Het waait niet meer; ze zitten in het oog van de orkaan. Mia was met een feit gekomen waar Alain nog niet bij had stilgestaan: Joël is een werkende man die al zijn hele leven bij hun moeder woont. Hij heeft nooit huur moeten betalen en geeft zelden iets uit. Waarom zouden Alain, in financiële problemen, of Mia, een alleenstaande moeder, voor het geld moeten opdraaien als Joël zonder twijfel een flinke spaarrekening had waarvan best 350 000 euro af kon? Alain, Mia en Claire grijnzen alle drie in de richting van Joël. Met een stem gemaakt van het zuiverste venijn en een vleugje onschuldigheid spreekt Mia haar broer toe: "Joël, lieve broer, sorry dat we zo'n ruzie maakten. We moeten elkaar niet tegenspreken, maar samen tot de beste oplossing komen." "Mia heeft gelijk," gaat Alain verder, "laat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen."
Tom ziet hoe zijn favoriete nonkel opeens in het gedrang komt, hoe zijn achterbakse broer en zus hem intimiderend toespreken. Het maakt hem woedend. Hij kan dit niet langer aanzien en springt protesterend recht. In de eerste plaats omdat Joël dit alles niet verdient: een zus die tegen hem liegt en het alleen moeten opdraaien voor de daden van zijn vader. In de tweede plaats omdat hij de enige drager van bezwaarlijke informatie over hem en Lisa maar beter goed kan verzorgen. Dat is egoïstisch van hem, maar het is verdorie belangrijk. "Godverdomme, ma, stop daar eens mee!" roept hij door de hele huiskamer uit. Mia's hoofd draait zich naar haar enige zoon. Haar gelaatsuitdrukking gaat van verbaasd naar kwaad. Probeerde Tom daar zo-even haar plannetje te stoppen? Ze kijkt hem diep in zijn ogen. Het antwoord krijgt ze in een gezichtsuitdrukking: "ja, moeder, want nu is het mijn beurt".
Mia wordt angstig en steekt ook Paula aan. Tom ziet de twee vrouwen naar elkaar kijken. Ze durven allebei niets te zeggen, uit angst om nog meer risico te lopen. Deze keer is hij het die een grijns van venijn opzet. "Stop met zo schijnheilig te doen, ma. Vertel ze toch eens eindelijk dat ge dit al allemaal wist. Ge wist dat opa gokte, dat hij om veel geld speelde. Ge wist zelfs dat hij van Paula geleend had. Meer zelfs, Paula heeft het u zelf verteld." Alle ogen zijn op Tom gericht en hij houdt van de aandacht. Zo veel zelfs, dat hij ze allemaal nog heel eventjes laat wachten en rustig hun expressies bestudeert. Lutgarde, Joël, Alain, Claire, Lisa; ze hangen allemaal aan zijn lippen. Mia kan nog steeds geen geluid uitbrengen. En Paula evenmin. De bejaarde kruidkundige die anders zo veel weet te zeggen, kan enkel beven van de schrik. Het lijkt wel een moederloze chihuahua. Tom moet glimlachen. Chihuahua, die vond hij goed gevonden. "En hoe komt het toch dat mama dat te weten kwam? En waarom moest ze het dan zo nodig verzwijgen? Omdat tante Paula zelf ook gokte natuurlijk! Zij en opa waren een heus team. Een team dat samen bakken vol geld verdiende. Is het niet, tante Paula?" Moederloos en baasjesloos. Ze ziet er zo zielig uit. "Toen jullie nog massa's geld verdienden, kwam 350 000 euro nog niet zo nauw. Genoeg geld om een villaatje te huren in de Ardennen en om een lichte alcoholverslaving te kunnen betalen. Maar ook genoeg om mama wat zwijggeld toe te stoppen toen ze er toevallig ..."
"Stop! Het is genoeg zo!" Paula schreeuwt zo luid ze kan om de verwijtende woordentirade van haar neefje te stoppen. Even is het heel stil. Niemand weet wat van de situatie te denken. Ogen gaan van Paula naar Tom naar Mia en weer naar Paula. Na een halve minuut van pure stilte, laat de oude biologe haar hoofd hangen en begint haar schuld te bekennen. Aankijken doet ze niet, dat durft ze nu even niet. Er volgen woorden van spijt en vergeving. Ze biecht op dat het waar is wat Tom zei. Ze zegt dat, toen het eenmaal echt uit de hand begon te lopen, haar broer heeft proberen te overtuigen ermee te stoppen. Ze zegt dat ze altijd geprobeerd heeft het beste te doen. Ze zegt zo veel, maar niemand luistert nog aandachtig. Iedereen probeert te bekomen van de woorden van Tom.
Het is Claire die de sociale impasse doorbreekt: zij staat rustig recht en neemt haar autosleutels op. "Ik kan niet langer in zo'n vals gezelschap verblijven. Sorry Joël, sorry Lut, maar ik kan hier niemand meer vertrouwen. Wij zijn ervan door. Los uw vervelende probleempjes maar op onder zij die het kunnen betalen." Alain twijfelt geen seconde en voegt zich achter haar, klaar om te vertrekken. "Lisa, Maarten, kom jongens. We gaan ..." Verder kwam Alain niet. Tijdens het uitspreken van zijn zin draaide zijn hoofd zich naar de zetel waar Maarten in was gaan zitten. Daar is geen Maarten meer, maar enkel nog een nat betraande brief. In alle paniek loopt hij aan de brief voorbij, recht naar de inkomhal. Net wat hij vreesde: de voordeur staat open, Maarten is weg.
zondag 11 mei 2014
Claessen II.II
"Maurice Claessen is altijd een geweldig man geweest. De liefste echtgenoot die ik mij kon inbeelden, een strenge en begripvolle vader, een speelse opa. Toch was hij niet altijd een eerlijk man, of heeft hij mij toch niet altijd alles verteld. Opa was een fervent kaarter, dat weten we allemaal. Alleen nam hij dat kaarten iets serieuzer dan ik wilde geloven. De kaartclub waar hij elke week heen ging, was geen gewone kaartclub, maar een waar de bedragen hoog konden oplopen. Opa ging steeds vaker kaarten en werd verslaafd aan het gokken. Het bleef niet bij de onschuldige kaartclub. Hij ging naar casino's en naar louche kaartcafés. Hij ging 's nachts stiekem het huis uit en wist de plekjes waar in de Hasseltse open lucht andere kaarters samenkwamen om met gokken hun fortuin te verdienen. En waar sommigen een fortuin verdienen, raken anderen het hunne kwijt. Blind door de verslaving zag Maurice alleen niet in dat hij verloor. Hij was er verdorie goed in, alleen waren anderen net iets beter. Hij schaamde zich over zijn verlies en vertelde er tegen mij niets over. Hij moest het alleen zien terug te verdienen en dan zou hij ermee stoppen. Maar ja, dat is gemakkelijker gedacht dan verdiend."
De hele tafel is ontzet door het verhaal, alsook de mensen die eraan zitten. Niemand schijnt te geloven dat er een tweede en duistere kant aan hun vader of grootvader was die ze nooit te zien hebben gekregen. "En daarom ging hij lenen. Hij leende bij verschillende van zijn vrienden, maar ook bij zijn vijanden. Een deel leende hij zelfs bij tante Paula. Alleen kon hij het nooit terugbetalen, want winnen heeft hij nooit meer gedaan."
In een vloeiende beweging draaien alle hoofden zich van Lutgarde naar Paula. Veertien vragende en argwanende ogen staren haar aan. De oude tante keek de familie schuldig aan en voelde zich zenuwachtig. De veertien ogen vroegen om een antwoord. "Maurice heeft mij nooit verteld waar hij mee bezig was," verdedigde Paula zichzelf. "Hij vertelde dat hij het moeilijk had om de hele familie te onderhouden. Dat Lutgarde nauwelijks een pensioen had, Joël in die dagen zonder werk zat en hij niet optimaal voor zijn kleinkinderen kon zorgen. Ik verdiende als gepensioneerde wetenschapper het dubbele van jullie pensioenen samen en had geen gezin te onderhouden. Ik vond het niet meer dan normaal om hem te helpen. Had ik toen maar geweten waarin hij het investeerde..."
"Anderhalf jaar geleden werd Maurice erg ziek en is hij overleden," gaat de grootmoeder verder, "en vanaf dan zijn verschillende kaarters en gokkers naar hun uitgeleende geld op zoek. Een van hen, Raoul, vroeger een goede vriend van Maurice, kende Paula en begon haar te vragen achter het geld. De arme groottante had zelf een heel vermogen aan haar broer geleend en had niets meer om uit te betalen. Het geld is weg, opgegokt en toch zijn er een heleboel mensen die het willen terugzien. De gehele kaartmaffia van Zuid-Limburg klopt nu allemaal bij tante Paula aan. Maar zij kan het niet meer aan. Ze kan niet blijven uitstellen. Ze heeft geen rotte frank meer om hen te geven."
Lutgarde kijkt elke gezicht aan tafel afzonderlijk aan. Ze ziet de verbijstering op ieders gezicht. Ze heeft nooit gewild dat er zoiets moet gebeuren en ze heeft schrik voor wat ze nu moet zeggen, hoewel iedereen het al wel weet. "De totale schuld van Maurice bedraagt 352 000 euro." De oude vrouw probeert de krop in haar keel weg te slikken. "Het kan helaas niet anders dan dat we jullie vragen om ..."
Het geluid van een in tranen uitbarstende Claire verstoort de laatste zin die de grootmoeder wilde uitspreken. Deze zin is nochtans volledig overbodig. Voor iedereen was het duidelijk: er kwam een duistere financiële periode aan voor de familie Claessen. Alain probeerde zijn vrouw te troosten, Mia kon geen woorden uitbrengen en Joël roept zijn gedacht over de tafel uit: "350 000 euro! Was pa gek of wat?!"
Claire richt het hoofd langzaam naar Alain. Hij herkent die blik in de ogen van zijn geliefde maar al te goed. Expliciet leest hij "Alain, ik voel me machteloos en ik weet niet wat ik moet doen", impliciet wordt dat "Alain, venteke, ge zult het hier moeten oplossen vrees ik." En Alain vreest een beetje hetzelfde, al weet hij niet goed wat te doen. Hij begrijpt de pijnlijke situatie waarin zijn moeder zich bevindt en vindt het niet meer dan normaal dat iedereen haar daarin zal moeten helpen. Aan de andere kant hebben Claire en hij het financieel niet al te best, zeker nu zij vandaag haar job kwijt raakte. Hij kijkt terug in de meelijwekkende ogen van zijn vrouw en zet zijn kordate stem op. "Sorry, ma, maar wij hebben het financieel echt moeilijk de laatste tijd. Claire verloor haar job vandaag en we hebben thuis te veel kosten om dit te kunnen betalen."
Mia draait met haar ogen. Ze heeft het allemaal een beetje zien aankomen, maar hoopt dat dat voor de rest niet te hard opviel. Het hele kaartschandaal van haar vader zou ooit naar buiten moeten komen. Dat het verhaal een staartje van 352 000 euro had, had ze alleen nooit kunnen verzinnen. De reactie van Alain daarentegen wel. Altijd onder de sloef en altijd zijn verantwoordelijkheid ontlopen. Ze denkt terug aan de belachelijke ruzie op de begrafenis van haar vader. Het was een politieke discussie die flink uit de hand gelopen was. Mia, overtuigd socialistisch als ze is, vertelde haar broer dat de sterkste schouders steeds de zwaarste lasten moesten dragen. Alain, rechts liberaal, vindt dat elke mens recht heeft op het geld waar hij hard voor gewerkt heeft. De overheid moet veel slanker en iedereen moet daar gelijk aan bijdragen. "Niet al te consequent, hé, Alain," denkt Mia iets te hardop en doorbreekt daarmee de stilte die de tafel in haar ban had.
En daarmee was de toon gezet voor een volgende discussie, deze keer gevoed door het verbijsterende nieuws over hun vader. Joël, Lutgarde en Paula slaan ongelovig het spektakel gade. Geen van hen kan begrijpen dat ze opnieuw aan het ruziën zijn na het nieuws dat ze net gekregen hebben. Tom en Lisa doen ondertussen hun uiterste best om niet naar elkaar te kijken, wat aardig lijkt te mislukken. Al is er niemand die er enige aandacht aan schenkt. Nog minder aandacht gaat er naar Maarten. Hij is ondertussen in de hoek van de kamer in een zetel gaan zitten, heeft pen en papier genomen en is beginnen schrijven. Makkelijk is het nochtans niet, op een papier dat nat is van de tranen.
Claire richt het hoofd langzaam naar Alain. Hij herkent die blik in de ogen van zijn geliefde maar al te goed. Expliciet leest hij "Alain, ik voel me machteloos en ik weet niet wat ik moet doen", impliciet wordt dat "Alain, venteke, ge zult het hier moeten oplossen vrees ik." En Alain vreest een beetje hetzelfde, al weet hij niet goed wat te doen. Hij begrijpt de pijnlijke situatie waarin zijn moeder zich bevindt en vindt het niet meer dan normaal dat iedereen haar daarin zal moeten helpen. Aan de andere kant hebben Claire en hij het financieel niet al te best, zeker nu zij vandaag haar job kwijt raakte. Hij kijkt terug in de meelijwekkende ogen van zijn vrouw en zet zijn kordate stem op. "Sorry, ma, maar wij hebben het financieel echt moeilijk de laatste tijd. Claire verloor haar job vandaag en we hebben thuis te veel kosten om dit te kunnen betalen."
Mia draait met haar ogen. Ze heeft het allemaal een beetje zien aankomen, maar hoopt dat dat voor de rest niet te hard opviel. Het hele kaartschandaal van haar vader zou ooit naar buiten moeten komen. Dat het verhaal een staartje van 352 000 euro had, had ze alleen nooit kunnen verzinnen. De reactie van Alain daarentegen wel. Altijd onder de sloef en altijd zijn verantwoordelijkheid ontlopen. Ze denkt terug aan de belachelijke ruzie op de begrafenis van haar vader. Het was een politieke discussie die flink uit de hand gelopen was. Mia, overtuigd socialistisch als ze is, vertelde haar broer dat de sterkste schouders steeds de zwaarste lasten moesten dragen. Alain, rechts liberaal, vindt dat elke mens recht heeft op het geld waar hij hard voor gewerkt heeft. De overheid moet veel slanker en iedereen moet daar gelijk aan bijdragen. "Niet al te consequent, hé, Alain," denkt Mia iets te hardop en doorbreekt daarmee de stilte die de tafel in haar ban had.
En daarmee was de toon gezet voor een volgende discussie, deze keer gevoed door het verbijsterende nieuws over hun vader. Joël, Lutgarde en Paula slaan ongelovig het spektakel gade. Geen van hen kan begrijpen dat ze opnieuw aan het ruziën zijn na het nieuws dat ze net gekregen hebben. Tom en Lisa doen ondertussen hun uiterste best om niet naar elkaar te kijken, wat aardig lijkt te mislukken. Al is er niemand die er enige aandacht aan schenkt. Nog minder aandacht gaat er naar Maarten. Hij is ondertussen in de hoek van de kamer in een zetel gaan zitten, heeft pen en papier genomen en is beginnen schrijven. Makkelijk is het nochtans niet, op een papier dat nat is van de tranen.
vrijdag 9 mei 2014
Claessen II.I
"Ma, zijt toch eens niet zo zenuwachtig. Het is niet de paus die langskomst hoor. Waarom zijt ge toch zo opgefokt?" Het is vrijdag 9 mei 2014 om 19u30 en Joël Claessen probeert zijn heen en weer wandelende moeder te kalmeren terwijl ze de hapjes op tafel voor de derde keer in rijtjes schikt. Lutgarde kijkt voor de eerste keer in een halfuur tijd haar zoon Joël aan. Enfin, aankijken kan Joël het moeilijk noemen. Haar blik staat bol van paniek en richt zich dwars door hem heen. "Ik vind het zo erg dat gij hier ingerold zijt, jongen," is het enige dat ze zegt. Joël begrijpt er niets van en wil iets zeggen, maar krijgt er de tijd niet voor. De bel gaat en vreemd genoeg komt dat verlossend voor Joël. Eindelijk zal hij begrijpen waarom zijn moeder zich zo anders gedraagt de laatste dagen. Of dat hoopt hij toch.
"Wij euh... moesten toch niets meebrengen hé?" In de deuropening spreekt een glunderende Mia hem aan, met naast haar haar al even glunderende neefje Tom. De glimlach is aanstekelijk en verschijnt meteen ook op Joëls gezicht. Hij negeert de belachelijke vraag: "blij om u terug te zien, zus. Ik zie dat het goed gaat met u." "Het gaat uitstekend, Joël, ronduit uitstekend." In Mia's hoofd is al lang niet meer de afkeer van het familiefeest te vinden, maar enkel nog het avontuur van een uur geleden, toen een willekeurige Karel uit Hasselt haar na lange tijd opnieuw een toekomst had gegeven. Joëls blik glijdt naar rechtsboven en komt die van zijn neefje tegen. Tom kan zijn plotse paniekgevoelens niet onderdrukken en met de snelheid van het licht en de zenuwimpuls bereiken ze ook Joël. Voor Tom is het duidelijk: hij weet nu dat Joël het weet. En Joël weet op zijn beurt ook dat Tom weet dat hij het weet, al is voor Tom dat laatste nog niet duidelijk. Tom verandert zijn paniekerige blik in een smekende blik, Joël zijn vragende blik in een geruststellende. Dat alles in een fractie tijd waarin Mia niet eens de tijd had om zich af te vragen wat er gaande is. Het jongvolwassen neefje glimlacht, stapt het huis binnen en werpt zijn beide armen rond het magere lichaam van zijn oom. "Nonkel Joël, da's lang geleden," zegt de jongen in hun vriendschappelijke omhelzing. In de verte ziet Tom zijn oma staan. Lutgarde kijkt vol liefde naar het kleinkind dat ze al anderhalf jaar niet meer gezien had. Voor de rest verraadt ze niets. Ze hoopt dat hij niet weet dat zij het weet van Joël. Als een bronstige gazelle wrikt de jongen zich los uit de armen van Joël en rent hij naar zijn oma toe, klaar voor de tweede familiale omhelzing van de dag. Nu ja, de derde als hij Lisa meerekent.
De voordeur is nog maar net gesloten als de bel opnieuw gaat. Lutgarde is in de weer met de drankjes, Mia met het naar binnen werken van garnaalhapjes en Joël voert een monoloog tegen zijn zus over zijn voorspellingen van de verkiezingsresultaten op 25 mei. Het is aldus Tom die vol verwachtingen de deur opent, waar zijn (schoon)familie voor hem verschijnt. Hij ziet een weinig vrolijke nonkel Alain, een terneergeslagen tante Claire en een Lisa die faliekant faalt in het proberen te onderdrukken van verliefde gevoelens. Toms nonkel draagt in zijn hand een spel kaarten, hetgeen hij altijd mee had als hij naar oma kwam. Dan gingen hij, zijn mama en nonkel Joël altijd kaarten met opa als het een familiefeest was. Het lijkt wel of nonkel Alain het kaartspel als symbool wil stellen om alles weer als vroeger te maken. Tom kon geen andere reden verzinnen.
Ondertussen zorgen zeven heen en weer gaande blikken ervoor dat er geen woorden meer gezegd moeten worden. Lisa's blik gaat naar Tom, naar Joël en opnieuw naar Tom, die geruststellend naar haar knikt. Joël onderzoekt ondertussen de droevige uitdrukking van Claire en kijkt vragend naar zijn broer. Alain geeft geen antwoord. Hij is te druk bezig met het consequent mijden van Mia's blik. Zij heeft haar ogen daarentegen strak op Alain gericht en een glimlach is er niet af te krijgen. Claire merkt dat maar al te goed op. Ze probeert een al even vieze grijns terug te werpen. Helaas voor haar krijgt ze er de tijd niet voor, want Lutgarde doorbreekt het blikkenverkeer met een vraag waar nog niemand bij had stilgestaan: "Waar is Maarten?"
Zoals dat gaat in melige films en slechte verhalen, verschijnt net op dat moment het jongste familielid achter zijn ouders in de deuropening, met naast hem zijn groottante Paula. Alle ogen stoppen met in het rond kijken en zijn plots allemaal op Maarten en zijn onverzorgde uiterlijk gericht. De jongen spreekt zijn vooraf ingestudeerde zinnetje: "ik ben gevallen tijdens het fietsen. Tante Paula kwam mij halverwege tegen en heeft mij meegenomen." Het is zelfs waar, waarom zegt hij het dan toch alsof hij aan het liegen is? Het lijkt niet eens uit te maken, want iedereen is met zijn of haar eigen geluk of problemen bezig. Geen tijd voor Maarten, maar dat is volgens hem het beste. Negen blikken zijn het nu. Lutgarde zucht. We zijn compleet.
Het is 20u00 op vrijdag 9 mei 2014. Ondertussen zit iedereen in de living rond de tafel. Er is nog niemand kwaad geworden en er heeft nog niemand geweend. Nog niemand is veroordeeld. Iedereen is kalm. Iedereen kijkt vol verwachting naar Lutgarde en in lange tijd is iedereen aan de tafel het eens: laat ze nu eens godverdomme zeggen waarom ze naar hier zijn moeten komen. De oma trilt een beetje van de aandacht en schraapt haar stem. "Lieve kinderen, liefste kleinkinderen. Eerder deze week kwam tante Paula naar mij en vertelde mij over een kant van opa die ik nooit gekend heb, en ik denk jullie ook niet. Ik heb lang getwijfeld of ik het jullie wel wilde vertellen, maar ik vrees niet dat ik een andere keuze heb." Ze kijkt omhoog en zoekt steun bij Heer Jezus onze Heer. Vervolgens kijkt ze naast haar naar de bezorgde blik van Paula. Ze hoeft niet langer te wachten en begint aan het nieuws dat niemand aan tafel graag wil horen.
"Wij euh... moesten toch niets meebrengen hé?" In de deuropening spreekt een glunderende Mia hem aan, met naast haar haar al even glunderende neefje Tom. De glimlach is aanstekelijk en verschijnt meteen ook op Joëls gezicht. Hij negeert de belachelijke vraag: "blij om u terug te zien, zus. Ik zie dat het goed gaat met u." "Het gaat uitstekend, Joël, ronduit uitstekend." In Mia's hoofd is al lang niet meer de afkeer van het familiefeest te vinden, maar enkel nog het avontuur van een uur geleden, toen een willekeurige Karel uit Hasselt haar na lange tijd opnieuw een toekomst had gegeven. Joëls blik glijdt naar rechtsboven en komt die van zijn neefje tegen. Tom kan zijn plotse paniekgevoelens niet onderdrukken en met de snelheid van het licht en de zenuwimpuls bereiken ze ook Joël. Voor Tom is het duidelijk: hij weet nu dat Joël het weet. En Joël weet op zijn beurt ook dat Tom weet dat hij het weet, al is voor Tom dat laatste nog niet duidelijk. Tom verandert zijn paniekerige blik in een smekende blik, Joël zijn vragende blik in een geruststellende. Dat alles in een fractie tijd waarin Mia niet eens de tijd had om zich af te vragen wat er gaande is. Het jongvolwassen neefje glimlacht, stapt het huis binnen en werpt zijn beide armen rond het magere lichaam van zijn oom. "Nonkel Joël, da's lang geleden," zegt de jongen in hun vriendschappelijke omhelzing. In de verte ziet Tom zijn oma staan. Lutgarde kijkt vol liefde naar het kleinkind dat ze al anderhalf jaar niet meer gezien had. Voor de rest verraadt ze niets. Ze hoopt dat hij niet weet dat zij het weet van Joël. Als een bronstige gazelle wrikt de jongen zich los uit de armen van Joël en rent hij naar zijn oma toe, klaar voor de tweede familiale omhelzing van de dag. Nu ja, de derde als hij Lisa meerekent.
De voordeur is nog maar net gesloten als de bel opnieuw gaat. Lutgarde is in de weer met de drankjes, Mia met het naar binnen werken van garnaalhapjes en Joël voert een monoloog tegen zijn zus over zijn voorspellingen van de verkiezingsresultaten op 25 mei. Het is aldus Tom die vol verwachtingen de deur opent, waar zijn (schoon)familie voor hem verschijnt. Hij ziet een weinig vrolijke nonkel Alain, een terneergeslagen tante Claire en een Lisa die faliekant faalt in het proberen te onderdrukken van verliefde gevoelens. Toms nonkel draagt in zijn hand een spel kaarten, hetgeen hij altijd mee had als hij naar oma kwam. Dan gingen hij, zijn mama en nonkel Joël altijd kaarten met opa als het een familiefeest was. Het lijkt wel of nonkel Alain het kaartspel als symbool wil stellen om alles weer als vroeger te maken. Tom kon geen andere reden verzinnen.
Ondertussen zorgen zeven heen en weer gaande blikken ervoor dat er geen woorden meer gezegd moeten worden. Lisa's blik gaat naar Tom, naar Joël en opnieuw naar Tom, die geruststellend naar haar knikt. Joël onderzoekt ondertussen de droevige uitdrukking van Claire en kijkt vragend naar zijn broer. Alain geeft geen antwoord. Hij is te druk bezig met het consequent mijden van Mia's blik. Zij heeft haar ogen daarentegen strak op Alain gericht en een glimlach is er niet af te krijgen. Claire merkt dat maar al te goed op. Ze probeert een al even vieze grijns terug te werpen. Helaas voor haar krijgt ze er de tijd niet voor, want Lutgarde doorbreekt het blikkenverkeer met een vraag waar nog niemand bij had stilgestaan: "Waar is Maarten?"
Zoals dat gaat in melige films en slechte verhalen, verschijnt net op dat moment het jongste familielid achter zijn ouders in de deuropening, met naast hem zijn groottante Paula. Alle ogen stoppen met in het rond kijken en zijn plots allemaal op Maarten en zijn onverzorgde uiterlijk gericht. De jongen spreekt zijn vooraf ingestudeerde zinnetje: "ik ben gevallen tijdens het fietsen. Tante Paula kwam mij halverwege tegen en heeft mij meegenomen." Het is zelfs waar, waarom zegt hij het dan toch alsof hij aan het liegen is? Het lijkt niet eens uit te maken, want iedereen is met zijn of haar eigen geluk of problemen bezig. Geen tijd voor Maarten, maar dat is volgens hem het beste. Negen blikken zijn het nu. Lutgarde zucht. We zijn compleet.
Het is 20u00 op vrijdag 9 mei 2014. Ondertussen zit iedereen in de living rond de tafel. Er is nog niemand kwaad geworden en er heeft nog niemand geweend. Nog niemand is veroordeeld. Iedereen is kalm. Iedereen kijkt vol verwachting naar Lutgarde en in lange tijd is iedereen aan de tafel het eens: laat ze nu eens godverdomme zeggen waarom ze naar hier zijn moeten komen. De oma trilt een beetje van de aandacht en schraapt haar stem. "Lieve kinderen, liefste kleinkinderen. Eerder deze week kwam tante Paula naar mij en vertelde mij over een kant van opa die ik nooit gekend heb, en ik denk jullie ook niet. Ik heb lang getwijfeld of ik het jullie wel wilde vertellen, maar ik vrees niet dat ik een andere keuze heb." Ze kijkt omhoog en zoekt steun bij Heer Jezus onze Heer. Vervolgens kijkt ze naast haar naar de bezorgde blik van Paula. Ze hoeft niet langer te wachten en begint aan het nieuws dat niemand aan tafel graag wil horen.
Claessen II
Zo, dat was even meer tekst dan verwacht! Maar bon, u kent de familie Claessen nu en bent eindelijk klaar om te lezen wat zich afspeelde op het familiefeest van vrijdag 9 mei 2014. Jazeker, dat familiefeest begint vandaag! Om zeker te zijn dat u helemaal mee bent, nog even de volgende stamboom.
Abonneren op:
Posts (Atom)
