(Muziek! En anders: muziek!)
Lang heeft de oude Winston niet meer te leven, dat weet hij maar al te goed. Hij zal weldra sterven aan zijn berg.
De vreselijke avond met zijn twee dieren is maar enkele dagen geleden gebeurd. De groep was veranderd (van drie naar één) en zo veranderde ook het plan: Winston keerde zich recht naar het noorden, weg van enige beschaving, weg van Santa Fe. Hij doolde dagenlang in het Rotsgebergte. Jagen, slapen en eten liet hij achterwege. Dat waren slechts tijdrovende zaken die hem van zijn doel afbrachten: het vinden van goud. Het oude lichaam was het lopen ook niet meer gewoon en waar een ander zou stoppen, ging de oude gek onverbiddelijk door. In die enkele dagen takelde de man zeer vlug af. Zijn drang om ooit nog prachtig goud in zijn oudemensenhanden te kunnen houden was het enige wat hem overeind hield.
En de aanhouder wint meestal, zelfs als de aanhouder een gestoorde oude goudzoeker is. Eerder deze dag ontdekte Winston uiteindelijk een goudader. De goudnuggets waren overal uit de wand te kappen. Althans, voor een man die in staat is te kappen. Van vermoeidheid en opluchting plofte het versleten lichaam, dat zichzelf nog steeds Winston noemde, uiteindelijk op de grond.
De oude goudzoeker zit nu tegen de berg aan die zijn eigen goudader herbergt, met in zijn hand enkel een goudklompje dat hij zo nu en dan kust alsof het zijn grote liefde is. Zijn lichaam probeert hem met gevoelens van onweerstaanbare honger en dorst een laatste keer van de dood te redden, maar Winston heeft er geen aandacht voor. Hij heeft de dood al lang onder ogen gezien. Met een glimlach die intens geluk uitdrukt neemt hij de goudklomp dicht bij zich, sluit zijn ogen en geniet nog even van de muziek die speciaal voor hem gespeeld wordt.
dinsdag 31 juli 2012
maandag 30 juli 2012
Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat IV
(Muziek! En anders: muziek!)
Het was alweer bijna dag aan het worden toen viervoeter Don nog steeds geen slaap had gevat. Zijn gemoed wisselde voortdurend van emotie, maar werd altijd opnieuw overheerst door angst. Terwijl de nachtelijke uren voorbij waren gestreken, werd Don er steeds zekerder van: de andere twee zouden hem spoedig willen doodmaken en zijn enige kans op overleven lag erin hen voor te zijn. Een tijd die voor hem eeuwig leek, had hij de goudzoeker en het paard geobserveerd om er zeker van te zijn dat ze sliepen. Nu was het bijna dag geworden en zou hij meteen moeten toeslaan. Don sloop naar de goudzoeker toe zoals dat van een woudlopershond verwacht wordt. Eens de man uitgeschakeld was, zou het paard wel bijdraaien, dacht de hond terwijl hij traag en geluidsloos zijn doel naderde. Pas toen hij aan de voeten van de oude man stond, zette de hond zich recht, klaar om op zijn prooi te springen.
Winston het Paard, die tot dan toe geen slaap had kunnen vatten, staarde in het rond en zag plots een gedaante voor de woudloper verschijnen. Zijn ogen konden in de duisternis niet onderscheiden wie of wat het was, maar zijn verstand had dat al lang uitgemaakt: de hond was in een staat van waanzin en zou zijn eerdere plan toch uitvoeren. Het paard richtte zijn hoofd op en haastte zich naar de woudloper. Natuurlijk hoorde Don zijn vriend aankomen. Hij keek achter zich en grijnsde naar het paard. Het was een kwaadaardige glimlach die Winston het Paard nooit van hem verwacht had en hem een ijzige rilling over zijn rug bezorgde. Net toen hij dichtbij genoeg was om in te grijpen, sprong Don zonder iets te zeggen naar de keel van zijn baas.
Wat Winston het Paard toen zag, kon hij niet geloven. De hond kwam terecht op de man en meteen gutste bloed op de slaapzak. Bovenop de slaapzak, niet eronder. Don was recht op een dolk gesprongen, die Winston veiligheidshalve rechtop had gezet onder zijn slaapzak. Winston stond op en probeerde de hond op te helpen, maar het dier was al dood. Hij richtte zijn hoofd op en schrok toen hij het paard vlak bij hem zag staan. Ontzet door wat hem juist overkomen was, keek hij het paard recht in de ogen, terwijl zijn ogen zich langzaamaan tot spleetjes vormden. De man voelde zich verraden en agressie borrelde binnenin hem op. "Dus jullie hebben samen een knap plannetje bedacht?" sprak hij met een venijnige blik tegen het paard. Hij trok, met een kracht die puur door innerlijke woede gevoed was, het zwaard tussen de ribben van de bloedende hond uit. "Jammer dat dat niet doorgaat, hé." Hij hield zijn dolk nu vlak voor de nek van het paard.
Winston het Paard kon voor de tweede keer in een minuut tijd zijn ogen niet geloven. Winston dacht dat zijn twee vrienden hadden afgesproken om hem van kant te maken. Hij wilde het hem uitleggen, maar wist evengoed dat de goudzoeker geen enkel weerwoord zou dulden. Het tegen hem opnemen was al even vergeefs, wapenloos als het paard was. Zijn enige kans bestond er dus in om weg te lopen. Het paard wisselde in één beweging van richting en rende weg van de uitzinnige man. Winston was helaas bliksemsnel. Tijdens het omdraaien greep hij de staart van het paard vast en wierp zich op zijn rug. Winston het Paard deed alles om de man eraf te werpen, terwijl zijn berijder alle tijd nam om de slagader in de nek van het paard te vinden. Met een fronsend gezicht van inspanning plantte hij zijn dolk recht in de hals van het paard en reet het paardenvlees in een haal open.
Het paard werd wild en slaagde er nu wel in de man van zich af te werpen. In een laatste krachtstoot probeerde hij weg te rennen, maar de pijn overmeesterde hem. Winston het Paard stortte neer. Toen de goudzoeker tot bij hem was gekomen, was het paard al dood. "Goed gemikt, ouwe Winston," lachtte hij zichzelf toe, "je hebt het niet verleerd."
Waar 's nachts de drie vrienden elkaar innig hadden geknuffeld, stond er bij zonsopkomst nog één van hen recht: Winston. Hij was nu weer rustig geworden en keek om zich heen. Naast hem lag een leeggebloede Winston het Paard, zijn paard dat er altijd voor hem was, met wie hij het hele Wilde Westen had doorkruist. Een paar meter verderop lag Don, zijn hond. Hij was jarenlang de trouwe vriend aan zijn zij en was tot vandaag altijd de liefste hond van heel New Mexico geweest. De man richtte zijn hoofd op naar de hemel en betreurde wat er moest gebeuren. Een traan rolde over zijn wangen, de eerste traan die hij zich in zijn woudlopersbestaan kon herinneren.
Het was alweer bijna dag aan het worden toen viervoeter Don nog steeds geen slaap had gevat. Zijn gemoed wisselde voortdurend van emotie, maar werd altijd opnieuw overheerst door angst. Terwijl de nachtelijke uren voorbij waren gestreken, werd Don er steeds zekerder van: de andere twee zouden hem spoedig willen doodmaken en zijn enige kans op overleven lag erin hen voor te zijn. Een tijd die voor hem eeuwig leek, had hij de goudzoeker en het paard geobserveerd om er zeker van te zijn dat ze sliepen. Nu was het bijna dag geworden en zou hij meteen moeten toeslaan. Don sloop naar de goudzoeker toe zoals dat van een woudlopershond verwacht wordt. Eens de man uitgeschakeld was, zou het paard wel bijdraaien, dacht de hond terwijl hij traag en geluidsloos zijn doel naderde. Pas toen hij aan de voeten van de oude man stond, zette de hond zich recht, klaar om op zijn prooi te springen.
Winston het Paard, die tot dan toe geen slaap had kunnen vatten, staarde in het rond en zag plots een gedaante voor de woudloper verschijnen. Zijn ogen konden in de duisternis niet onderscheiden wie of wat het was, maar zijn verstand had dat al lang uitgemaakt: de hond was in een staat van waanzin en zou zijn eerdere plan toch uitvoeren. Het paard richtte zijn hoofd op en haastte zich naar de woudloper. Natuurlijk hoorde Don zijn vriend aankomen. Hij keek achter zich en grijnsde naar het paard. Het was een kwaadaardige glimlach die Winston het Paard nooit van hem verwacht had en hem een ijzige rilling over zijn rug bezorgde. Net toen hij dichtbij genoeg was om in te grijpen, sprong Don zonder iets te zeggen naar de keel van zijn baas.
Wat Winston het Paard toen zag, kon hij niet geloven. De hond kwam terecht op de man en meteen gutste bloed op de slaapzak. Bovenop de slaapzak, niet eronder. Don was recht op een dolk gesprongen, die Winston veiligheidshalve rechtop had gezet onder zijn slaapzak. Winston stond op en probeerde de hond op te helpen, maar het dier was al dood. Hij richtte zijn hoofd op en schrok toen hij het paard vlak bij hem zag staan. Ontzet door wat hem juist overkomen was, keek hij het paard recht in de ogen, terwijl zijn ogen zich langzaamaan tot spleetjes vormden. De man voelde zich verraden en agressie borrelde binnenin hem op. "Dus jullie hebben samen een knap plannetje bedacht?" sprak hij met een venijnige blik tegen het paard. Hij trok, met een kracht die puur door innerlijke woede gevoed was, het zwaard tussen de ribben van de bloedende hond uit. "Jammer dat dat niet doorgaat, hé." Hij hield zijn dolk nu vlak voor de nek van het paard.
Winston het Paard kon voor de tweede keer in een minuut tijd zijn ogen niet geloven. Winston dacht dat zijn twee vrienden hadden afgesproken om hem van kant te maken. Hij wilde het hem uitleggen, maar wist evengoed dat de goudzoeker geen enkel weerwoord zou dulden. Het tegen hem opnemen was al even vergeefs, wapenloos als het paard was. Zijn enige kans bestond er dus in om weg te lopen. Het paard wisselde in één beweging van richting en rende weg van de uitzinnige man. Winston was helaas bliksemsnel. Tijdens het omdraaien greep hij de staart van het paard vast en wierp zich op zijn rug. Winston het Paard deed alles om de man eraf te werpen, terwijl zijn berijder alle tijd nam om de slagader in de nek van het paard te vinden. Met een fronsend gezicht van inspanning plantte hij zijn dolk recht in de hals van het paard en reet het paardenvlees in een haal open.
Het paard werd wild en slaagde er nu wel in de man van zich af te werpen. In een laatste krachtstoot probeerde hij weg te rennen, maar de pijn overmeesterde hem. Winston het Paard stortte neer. Toen de goudzoeker tot bij hem was gekomen, was het paard al dood. "Goed gemikt, ouwe Winston," lachtte hij zichzelf toe, "je hebt het niet verleerd."
Waar 's nachts de drie vrienden elkaar innig hadden geknuffeld, stond er bij zonsopkomst nog één van hen recht: Winston. Hij was nu weer rustig geworden en keek om zich heen. Naast hem lag een leeggebloede Winston het Paard, zijn paard dat er altijd voor hem was, met wie hij het hele Wilde Westen had doorkruist. Een paar meter verderop lag Don, zijn hond. Hij was jarenlang de trouwe vriend aan zijn zij en was tot vandaag altijd de liefste hond van heel New Mexico geweest. De man richtte zijn hoofd op naar de hemel en betreurde wat er moest gebeuren. Een traan rolde over zijn wangen, de eerste traan die hij zich in zijn woudlopersbestaan kon herinneren.
woensdag 18 juli 2012
Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat III
(Muziek! En anders: muziek!)
Een knuffel van vriendschap is pas oprecht als hij niet te lang duurt en daarom besloten de drie vrienden maar te gaan slapen om morgen vroeg op pad te kunnen.
Deze keer was de slaapzak van Winston wel degelijk gevuld met zijn menselijke lichaam. Met de gedachte in zijn achterhoofd dat de andere twee dieren aan het slapen waren, lag de oude man zelf nog te piekeren onder de blote sterrenhemel. Hij wist dat zijn keuze om naar huis te gaan de juiste was, maar hij kon zo moeilijk zijn goud vaarwel zeggen. Het lag hier zonder twijfel in een of andere berg op hem te wachten en nu was hij stomweg van plan een onnodig lange pauze te nemen om dan zijn zoektocht nadien helemaal te herbeginnen?! Neen, Winston deed het juiste voor hem en zijn twee vrienden, dat stond vast... Hoewel, hoe wist hij zeker dat Don eerlijk tegen hem was en hem nu vertrouwde? Misschien hield hij zich nu vrolijk en wachtte hij gewoon het moment af om toe te slaan. En wie zegt dat die goeie Winston het Paard nog vertrouwen had in hem en niet in de domme woorden van Don?
Op twee meter van de goudzoekersslaapzak stond Winston het Paard, met zijn ogen wijd open. De andere twee zullen nu wel slapen, zo dacht hij, het wordt ook voor mij tijd. En toch raakte het paard niet in slaap; hij vertrouwde de situatie voor geen paardenhaar. Ja, hij wist dat Winston hen beloofd had terug naar Santa Fe te gaan, maar was dat uit eigen overtuiging of uit veiligheid? Misschien waren deze sussende woorden bedoeld om Don te kalmeren en hem uiteindelijk zelf af te maken. En dan zou na de hond het paard zeker volgen. Wat moest Winston het Paard doen? Was het beter om Don in zijn eerdere plan te helpen en zo zijn eigen vlees te redden of moest hij net van Don afraken en Winston zo van zijn bedreiging voldoen? Beeldde het paard zich misschien te veel in en zou hij beter wachten?
Ver weg van de anderen lag Don de hond naar de hemel te staren. Terwijl hij dacht dat Winston en Winston het Paard al wel sliepen, kon Don de slaap niet vatten. Hij was zo blij dat ze weer naar huis gingen. Zijn opgewonden humeur bracht hem maar niet tot rust. Hij draaide zijn hoofd naar de goudzoeker en het paard en bedacht plots weer dat ze hem eerder die dag hadden verraden. Zijn glimlach ging over in argwaan. Was Winston ondertussen bijgedraaid of was die laatste belofte ook maar een list? Hadden zijn twee vrienden al lang een plan tegen hem? Don werd zenuwachtig en begon te twijfelen. Wat moest hij doen: afwachten en op zijn hoede zijn of zorgen dat hij hen voor was?
Een knuffel van vriendschap is pas oprecht als hij niet te lang duurt en daarom besloten de drie vrienden maar te gaan slapen om morgen vroeg op pad te kunnen.
Deze keer was de slaapzak van Winston wel degelijk gevuld met zijn menselijke lichaam. Met de gedachte in zijn achterhoofd dat de andere twee dieren aan het slapen waren, lag de oude man zelf nog te piekeren onder de blote sterrenhemel. Hij wist dat zijn keuze om naar huis te gaan de juiste was, maar hij kon zo moeilijk zijn goud vaarwel zeggen. Het lag hier zonder twijfel in een of andere berg op hem te wachten en nu was hij stomweg van plan een onnodig lange pauze te nemen om dan zijn zoektocht nadien helemaal te herbeginnen?! Neen, Winston deed het juiste voor hem en zijn twee vrienden, dat stond vast... Hoewel, hoe wist hij zeker dat Don eerlijk tegen hem was en hem nu vertrouwde? Misschien hield hij zich nu vrolijk en wachtte hij gewoon het moment af om toe te slaan. En wie zegt dat die goeie Winston het Paard nog vertrouwen had in hem en niet in de domme woorden van Don?
Op twee meter van de goudzoekersslaapzak stond Winston het Paard, met zijn ogen wijd open. De andere twee zullen nu wel slapen, zo dacht hij, het wordt ook voor mij tijd. En toch raakte het paard niet in slaap; hij vertrouwde de situatie voor geen paardenhaar. Ja, hij wist dat Winston hen beloofd had terug naar Santa Fe te gaan, maar was dat uit eigen overtuiging of uit veiligheid? Misschien waren deze sussende woorden bedoeld om Don te kalmeren en hem uiteindelijk zelf af te maken. En dan zou na de hond het paard zeker volgen. Wat moest Winston het Paard doen? Was het beter om Don in zijn eerdere plan te helpen en zo zijn eigen vlees te redden of moest hij net van Don afraken en Winston zo van zijn bedreiging voldoen? Beeldde het paard zich misschien te veel in en zou hij beter wachten?
Ver weg van de anderen lag Don de hond naar de hemel te staren. Terwijl hij dacht dat Winston en Winston het Paard al wel sliepen, kon Don de slaap niet vatten. Hij was zo blij dat ze weer naar huis gingen. Zijn opgewonden humeur bracht hem maar niet tot rust. Hij draaide zijn hoofd naar de goudzoeker en het paard en bedacht plots weer dat ze hem eerder die dag hadden verraden. Zijn glimlach ging over in argwaan. Was Winston ondertussen bijgedraaid of was die laatste belofte ook maar een list? Hadden zijn twee vrienden al lang een plan tegen hem? Don werd zenuwachtig en begon te twijfelen. Wat moest hij doen: afwachten en op zijn hoede zijn of zorgen dat hij hen voor was?
zaterdag 14 juli 2012
Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat II
(Muziek! En anders: muziek!)
Don de hond keek zijn vriend stevig aan om zijn gedachten te kunnen doorgronden. Winston het Paard het paard behield zijn vastberaden blik en verroerde geen enkele gezichtsspier meer zodat Don uiteindelijk aan zijn uitleg begon: "Jij sluipt achter hem en wacht daar tot ik teken geef. Op het moment dat ik blaf, laat jij je op hem vallen en plaats ik mijn tanden recht in zijn keel." Het paard knikte nu, maar zei nog steeds niets. Er viel een kille stilte, bijna zo kil als een harteloze moord op een onschuldige oude man. "Er is geen tijd voor genade, mijn viervoetige vriend. Winston moet dood!"
"Er moet hier helemaal niemand dood, beste dieren." De stem van Winston klonk vanuit de bessenstruik naast hen. Don en Winston het Paard schrokken tegelijk op. De verbaasde blik van de hond ging van de valse slaapzak naar de struik en kruiste een fractie van een seconde die van het paard. Die fractie van een seconde was nochtans genoeg om de geniepige glimlach op het gezicht van het paard te zien. Winston had hen beslopen en het dwaze paard was hiervan dus op de hoogte. Het werd Don plots duidelijk: zijn twee vrienden hadden een plan tegen hem beraamd. Hij voelde dat hij op zijn hoede moest zijn.
"Ik wist niet dat de honger zo hard knaagde. Als jullie zo graag naar huis willen, moeten jullie dat gewoon zeggen." De oude man stond met zijn handen in zijn zij, kijkend naar de twee dieren die hij al liefheeft zolang hij ze kent. Zijn glimlach was vaderlijk, al kon hij zijn teleurstelling om de geplande moord moeilijk opzij zetten. Winston wist het maar al te goed: de honger was de hond te veel geworden. Met zijn knokige rechterhand woelde de man door zijn volle baard en dacht na over een oplossing die de meeste levens zou sparen, zich niet bewust van de titel van het verhaal waarin hij meespeelt. "Morgenochtend vertrekken we, ouwe rakkers," vertelde hij zijn twee dierlijke lotgenoten. "Over twee dagen zijn we weer in vruchtbaarder gebied waar ik een kleine ranch weet zijn, over zes dagen in Santa Fe. Wat denk je, Don?"
De hond stond verstijfd en begreep niet waar zijn baas naartoe wilde. Was het een list of kon hij hem vertrouwen? Nog nooit had Winston tegen hem gelogen en ook nu was het de veiligste optie om hem te vertrouwen. Don blafte vrolijk en sprong van blijdschap in de armen van de oude goudzoeker. De warme liefde van de man die al zijn leven lang voor hem zorgde deed langzaamaan zijn twijfel wegebben. Hoe kon hij zijn vertrouwen verliezen in zijn beste vriend? "En maak je geen zorgen, Winston het Paard," ging de man verder. "Eens in Santa Fe aangekomen, zullen we rusten zolang je maar wil." Het paard glimlachte zijn tanden bloot en volgde de hond in zijn omhelzing met Winston.
Daar stonden ze: Winston, Don en Winston het Paard, elkaar knuffelend alsof hun laatste uren geteld waren. Uit de inspanning van hun bicepsen sprak geen enkel verraad meer, maar enkel nog innige vriendschap.
Don de hond keek zijn vriend stevig aan om zijn gedachten te kunnen doorgronden. Winston het Paard het paard behield zijn vastberaden blik en verroerde geen enkele gezichtsspier meer zodat Don uiteindelijk aan zijn uitleg begon: "Jij sluipt achter hem en wacht daar tot ik teken geef. Op het moment dat ik blaf, laat jij je op hem vallen en plaats ik mijn tanden recht in zijn keel." Het paard knikte nu, maar zei nog steeds niets. Er viel een kille stilte, bijna zo kil als een harteloze moord op een onschuldige oude man. "Er is geen tijd voor genade, mijn viervoetige vriend. Winston moet dood!"
"Er moet hier helemaal niemand dood, beste dieren." De stem van Winston klonk vanuit de bessenstruik naast hen. Don en Winston het Paard schrokken tegelijk op. De verbaasde blik van de hond ging van de valse slaapzak naar de struik en kruiste een fractie van een seconde die van het paard. Die fractie van een seconde was nochtans genoeg om de geniepige glimlach op het gezicht van het paard te zien. Winston had hen beslopen en het dwaze paard was hiervan dus op de hoogte. Het werd Don plots duidelijk: zijn twee vrienden hadden een plan tegen hem beraamd. Hij voelde dat hij op zijn hoede moest zijn.
"Ik wist niet dat de honger zo hard knaagde. Als jullie zo graag naar huis willen, moeten jullie dat gewoon zeggen." De oude man stond met zijn handen in zijn zij, kijkend naar de twee dieren die hij al liefheeft zolang hij ze kent. Zijn glimlach was vaderlijk, al kon hij zijn teleurstelling om de geplande moord moeilijk opzij zetten. Winston wist het maar al te goed: de honger was de hond te veel geworden. Met zijn knokige rechterhand woelde de man door zijn volle baard en dacht na over een oplossing die de meeste levens zou sparen, zich niet bewust van de titel van het verhaal waarin hij meespeelt. "Morgenochtend vertrekken we, ouwe rakkers," vertelde hij zijn twee dierlijke lotgenoten. "Over twee dagen zijn we weer in vruchtbaarder gebied waar ik een kleine ranch weet zijn, over zes dagen in Santa Fe. Wat denk je, Don?"
De hond stond verstijfd en begreep niet waar zijn baas naartoe wilde. Was het een list of kon hij hem vertrouwen? Nog nooit had Winston tegen hem gelogen en ook nu was het de veiligste optie om hem te vertrouwen. Don blafte vrolijk en sprong van blijdschap in de armen van de oude goudzoeker. De warme liefde van de man die al zijn leven lang voor hem zorgde deed langzaamaan zijn twijfel wegebben. Hoe kon hij zijn vertrouwen verliezen in zijn beste vriend? "En maak je geen zorgen, Winston het Paard," ging de man verder. "Eens in Santa Fe aangekomen, zullen we rusten zolang je maar wil." Het paard glimlachte zijn tanden bloot en volgde de hond in zijn omhelzing met Winston.
Daar stonden ze: Winston, Don en Winston het Paard, elkaar knuffelend alsof hun laatste uren geteld waren. Uit de inspanning van hun bicepsen sprak geen enkel verraad meer, maar enkel nog innige vriendschap.
vrijdag 6 juli 2012
Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat I
Muziek! (en als dat niet werkt: Muziek!)
"Hij slaapt, maak je niet druk," fluisterde Don zijn herbivore vriend toe, "kom nu maar even dichter, dan leg ik je alles uit wat die paardenhersenen van jou nog niet hadden doorzien..."
Zesenveertig dagen rijdt die ouwe Winston ons al door dit eindeloze Rotsgebergte. Zesenveertig dagen, terwijl we al vanaf de twintigste dag door onze proviand heen zijn! Ja, Winston het Paard*, jij hebt gras en water waar je maar kijkt, maar ik heb al geen vers stuk vlees meer geproefd sinds die pezige das van een paar dagen geleden. Dit doodse gebied lacht mijn lege hondenmaag kostelijk uit, want er is geen lapje vlees meer te bespeuren. Denk je dat die dwaze Winston wil omkeren? Neen, zijn hebzucht naar goud is hem naar het hoofd gestegen en gunt hem geen enkele nuchtere gedachte meer. De man crepeert nog liever met een goudader in zicht dan terug te keren naar Santa Fe.
Mijn maag is dus niet de enige die voortdurend op de proef wordt gesteld; Winston, hoewel gek om het goud, kan het knagende hongergevoel niet blijven negeren. Ook hij zal moeten eten. En voor zover ik weet zijn er maar twee hompen vlees in zijn omgeving te vinden: zijn trouwe viervoeter Don en zijn immer parate paard Winston het Paard. Weet je met wie van de twee hij het langst zal toekomen, beste vriend?"
"Neen! Dat kan niet!" riep het paard angstig uit. "Dat zou Winston nooit..."
"Stil!" snauwde Don hem toe, zijn blik strak gericht op de slapende goudzoeker. "Door jouw domme paardenbek wordt hij straks nog wakker en kan hij doodleuk meevolgen wat we zeggen."
"Waarom denk je zoiets?" vroeg Winston het Paard nu rustiger.
"Je merkt het aan alles. Af en toe staart hij je tijdenlang aan met zijn hongerige blik en soms zie ik hem in het in het geniep zijn mes slijpen. Het zal niet lang meer duren. Misschien slaat hij vannacht al wel toe."
Het paard zetten een ongelovige blik op en staarde angstig voor zich uit. Alles verliep juist als Winston voorspeld had. De ouwe hond was gek geworden door de honger en zag de goudzoeker als een onbetrouwbare maniak aan. De avond ervoor had Winston Winston het Paard voor dit gesprek behoed zodat het paard niet mee in de waanzin gesleurd zou worden. Hij mocht nu niet door de mand vallen.
"We moeten hem voor zijn," sprak de hond zijn vriend toe. "Nu Winston nog slaapt moeten we hem zelf aanvallen. Dat zal ons van die gek afhelpen en mij meteen van genoeg vlees voorzien voor onze terugtocht naar Santa Fe. Ik weet dat het geen waardig voorstel is. Maar het is het enige." Hij richtte zijn blik op het slapende lichaam van de oude man. "Ofwel ga jij ten onder, ofwel hij."
*De man heet Winston, het paard heet Winston het Paard.
"Hij slaapt, maak je niet druk," fluisterde Don zijn herbivore vriend toe, "kom nu maar even dichter, dan leg ik je alles uit wat die paardenhersenen van jou nog niet hadden doorzien..."
Zesenveertig dagen rijdt die ouwe Winston ons al door dit eindeloze Rotsgebergte. Zesenveertig dagen, terwijl we al vanaf de twintigste dag door onze proviand heen zijn! Ja, Winston het Paard*, jij hebt gras en water waar je maar kijkt, maar ik heb al geen vers stuk vlees meer geproefd sinds die pezige das van een paar dagen geleden. Dit doodse gebied lacht mijn lege hondenmaag kostelijk uit, want er is geen lapje vlees meer te bespeuren. Denk je dat die dwaze Winston wil omkeren? Neen, zijn hebzucht naar goud is hem naar het hoofd gestegen en gunt hem geen enkele nuchtere gedachte meer. De man crepeert nog liever met een goudader in zicht dan terug te keren naar Santa Fe.
Mijn maag is dus niet de enige die voortdurend op de proef wordt gesteld; Winston, hoewel gek om het goud, kan het knagende hongergevoel niet blijven negeren. Ook hij zal moeten eten. En voor zover ik weet zijn er maar twee hompen vlees in zijn omgeving te vinden: zijn trouwe viervoeter Don en zijn immer parate paard Winston het Paard. Weet je met wie van de twee hij het langst zal toekomen, beste vriend?"
"Neen! Dat kan niet!" riep het paard angstig uit. "Dat zou Winston nooit..."
"Stil!" snauwde Don hem toe, zijn blik strak gericht op de slapende goudzoeker. "Door jouw domme paardenbek wordt hij straks nog wakker en kan hij doodleuk meevolgen wat we zeggen."
"Waarom denk je zoiets?" vroeg Winston het Paard nu rustiger.
"Je merkt het aan alles. Af en toe staart hij je tijdenlang aan met zijn hongerige blik en soms zie ik hem in het in het geniep zijn mes slijpen. Het zal niet lang meer duren. Misschien slaat hij vannacht al wel toe."
Het paard zetten een ongelovige blik op en staarde angstig voor zich uit. Alles verliep juist als Winston voorspeld had. De ouwe hond was gek geworden door de honger en zag de goudzoeker als een onbetrouwbare maniak aan. De avond ervoor had Winston Winston het Paard voor dit gesprek behoed zodat het paard niet mee in de waanzin gesleurd zou worden. Hij mocht nu niet door de mand vallen.
"We moeten hem voor zijn," sprak de hond zijn vriend toe. "Nu Winston nog slaapt moeten we hem zelf aanvallen. Dat zal ons van die gek afhelpen en mij meteen van genoeg vlees voorzien voor onze terugtocht naar Santa Fe. Ik weet dat het geen waardig voorstel is. Maar het is het enige." Hij richtte zijn blik op het slapende lichaam van de oude man. "Ofwel ga jij ten onder, ofwel hij."
*De man heet Winston, het paard heet Winston het Paard.
donderdag 5 juli 2012
Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat
Lezertjes!
Wat volgt op deze blog is een meerdelig verhaal dat over verschillende blogberichten verdeeld is. Bij elk deeltje zal ook een geluidsfragmentje bijgevoegd zijn, bedoeld als achtergrondmuziek tijdens het lezen van het bericht.
Begin al maar te popelen, want deeltje één verschijnt morgen al.
Groet!
Robin
Wat volgt op deze blog is een meerdelig verhaal dat over verschillende blogberichten verdeeld is. Bij elk deeltje zal ook een geluidsfragmentje bijgevoegd zijn, bedoeld als achtergrondmuziek tijdens het lezen van het bericht.
Begin al maar te popelen, want deeltje één verschijnt morgen al.
Groet!
Robin
dinsdag 26 juni 2012
Blauw
Met vreugdeloos gezicht gooide Pablo Diego José Francisco de Paula Juan Nepomuceno María de los Remedios Cipriano de la Santísma Trinidad Ruiz y Picasso zijn zonet belegde boterham weer op zijn bord. Een stuk Franse Roquefort ging er anders nochtans altijd wel in bij Pablo, maar vandaag leek er iets niet in de haak. De aandacht die elke andere middag gereserveerd was voor een stuk brood en een blokje uitheemse kaas, was nu enkel gericht op de schetsen die voor hem op de keukentafel lagen. Hij nam ze op en bestudeerde ze vol minachting. Het was van die minachting die langzaamaan over gaat in op zichzelf gerichte woede, want in een agressieve handbeweging smeet hij de vellen papier op de grond.
Pablo legde zijn hoofd in zijn handen en bad om een talent waarmee hij naar buiten kon komen. Hij wilde zijn lelijke kribbels omzetten in echte kunst. En zoals sneeuw onverwachts de winter van zijn kilheid kan ontdoen, zo sprong opeens een fantastische ingeving in de hersenpan van Pablo Picasso. In gedachten bedankte hij een god en liet zijn gezicht weer een hoopvolle glimlach toe. Met de blik van een opgewonden kleuter keek hij naar de schetsen die naast hem op de grond lagen en fluisterde tegen zichzelf: "als ik nu gewoon eens alles blauw maak?"
En hij deed het. Van 1901 tot 1904.
Pablo legde zijn hoofd in zijn handen en bad om een talent waarmee hij naar buiten kon komen. Hij wilde zijn lelijke kribbels omzetten in echte kunst. En zoals sneeuw onverwachts de winter van zijn kilheid kan ontdoen, zo sprong opeens een fantastische ingeving in de hersenpan van Pablo Picasso. In gedachten bedankte hij een god en liet zijn gezicht weer een hoopvolle glimlach toe. Met de blik van een opgewonden kleuter keek hij naar de schetsen die naast hem op de grond lagen en fluisterde tegen zichzelf: "als ik nu gewoon eens alles blauw maak?"
En hij deed het. Van 1901 tot 1904.
zondag 10 juni 2012
8, 9, 10, 11, 12, 13...
De natuurlijke getallen. Ach, u kent ze goed. We leerden immers allemaal als neuspeuterende tweejarigen het rijtje van 1 tot 10 zeggen, zonder enig benul van wat het voorstellen moest maar in de wetenschap dat eens bij tien aangekomen de wereld zich vrolijk maakt om deze blijkbare wonderbaarlijkheid. Ik zal u dus niet uithoren om het rijtje af te maken dat ik zonet tot 7 heb gemaakt, want ik vertrouw erop dat u op uzelf flink zal doortellen.
'Euh, maar, Robin, was het niet het hele punt dat jij...' Jaja, de persoonlijkheid van de getallen? Een eenvoudige klus verder, hoor. 8 is een dubbel zo grote structuurfreak als 4, 9 heeft de perfectie van 3 in het kwadraat... En zo gaat u maar door. De hele getallenrij is gebouwd op wat onder 8 ligt; de rest zijn uilopers van wat onderaan de basis vormt, priemgetal of niet.
Ik nodig u dus uit voor elk volgend getal de vorige blogberichten te herlezen en u zo een idee te vormen van elk getal dat komen gaat. Jazeker, tot in het oneindige.
De verzameling der getallen, zo ontzettend groot.
'Euh, maar, Robin, was het niet het hele punt dat jij...' Jaja, de persoonlijkheid van de getallen? Een eenvoudige klus verder, hoor. 8 is een dubbel zo grote structuurfreak als 4, 9 heeft de perfectie van 3 in het kwadraat... En zo gaat u maar door. De hele getallenrij is gebouwd op wat onder 8 ligt; de rest zijn uilopers van wat onderaan de basis vormt, priemgetal of niet.
Ik nodig u dus uit voor elk volgend getal de vorige blogberichten te herlezen en u zo een idee te vormen van elk getal dat komen gaat. Jazeker, tot in het oneindige.
De verzameling der getallen, zo ontzettend groot.
vrijdag 1 juni 2012
7
"Het was over middernacht in Parijs en de banlieu maakte zich langzaam klaar voor een volgende werkdag. De wind sneed door de verloren straatjes en deed vergeten dat het lente was. Een man, gekleed met wat enkel een rijke betalen kon, liet zijn mocassins klinken op de stenen van een zijstraat. Zijn ogen richtten zich recht voor zich uit, met een ijskoude blik die niet verried waar hij heen ging. Met zijn linkervoet recht in een plasje water hield hij halt en keek schuin naar beneden. Daar, tegen een vervallen maar bewoond huis aan, zat een in vodden gehuld mannetje. Met een koud blik bonen en een vork in de hand, zag hij er helemaal niet mager uit, hoewel het ongetwijfeld over een zwerver ging. De arme man kuchte even, rammelde met een blikken spaarpotje dat voor hem stond en nam nog een hap. Opkijken deed hij niet.
'Geloof je me nu, 5?' zei de man in de lange jas grijnzend. 'Geloof je me echt nú pas, nu je glorieuze leven vervallen is tot dit zielige zwerversbestaan?' De zwerver keek op, recht in de ogen van de man, die hij nu pas herkende. Zijn onverschillige blik ging over in spijt en tranen borrelden op in zijn ooghoeken. Met een kapot gesproken stem probeerde hij hem te antwoorden: '7, het...' 'Je hebt me godverdomme in de steek gelaten', onderbrak de rijke man hem, 'je macht was al die tijd belangrijker dan je eigen broer. Het is nu tijd om de rollen om te keren. Mag ik je vooral succes wensen?' Bij het uitspreken van de laatste zin tastte de man in zijn jaszak, nam daar een muntstuk van 20 eurocent uit en liet het in de spaarpot klinken. Zonder een weerwoord van zijn broer te gunnen, draaide hij zich om en wandelde de steeg opnieuw uit, al roepend: 'Paris, ici que je viens!'"
De populariteit van 5 slaat over op zijn oudere broer. 5 is out, 7 is helemaal hot. Ontkent u vooral niet dat deze jonge priem niet tot uw lievelingsgetallen hoort, zoniet bovenaan uw favorietenlijstje staat. U bent één van hen, ik weet het...
7, zo is er maar één.
7, zo is er maar één.
woensdag 30 mei 2012
6
U heeft het naderhand wel door: wat priem is, staat voor buitensporigheid en creativiteit en wat door veel deelbaar is, is eerder stabiel en braaf. Voor 6 is dat niet anders: wijs en zorgzaam als ze is, werpt ze haar moederlijke liefde over de andere getallen. Ze is er zo vroeg in de getallenrij al bij als veelvoud, wat haar tot een stabiel en gestructureerd getal maakt. En dat is nodig, met zo een getallenkroost, waarvan de verscheidenheid u vast niet is ontgaan.
"'zes, zes, zes!'
'Ja, mama.'
'Ik zeg het voor je eigen...'
'Ja, mama!'"
6, de moeder.
"'zes, zes, zes!'
'Ja, mama.'
'Ik zeg het voor je eigen...'
'Ja, mama!'"
6, de moeder.
donderdag 24 mei 2012
5
"Het was over middernacht in Parijs; de banlieu maakte zich langzaam klaar voor een volgende werkdag. De wind sneed door de verloren straatjes en deed vergeten dat het lente was. Een man, gekleed in wat enkel een rijke betalen kon, liet zijn mocassins klinken op de stenen van een oude zijstraat. Zijn ogen richtten zich recht voor zich uit, met een ijskoude blik die niet verried waar hij heen ging. Met zijn linkervoet recht in een plasje water hield hij plots halt en keek schuin naar beneden. Daar, tegen een vervallen maar bewoond huis aan, zat een in vodden gehuld mannetje. Met een koud blik bonen en een vork in de hand, zag hij er helemaal niet mager uit, hoewel het ongetwijfeld over een bedelaar ging. De arme man kuchte even, rammelde met een blikken spaarpotje dat voor hem stond en nam nog een hap. Opkijken deed hij niet.
'Geloof je me nu, 5?' zei de man in de lange jas grijnzend. 'Geloof je me echt nú pas, nu je glorieuze leven vervallen is tot dit zielige zwerversbestaan?' De bedelaar keek op, recht in de ogen van de man, die hij nu pas herkende. Zijn onverschillige blik ging over in spijt en tranen borrelden op in zijn ooghoeken. Met een versleten stem probeerde hij hem te antwoorden..."
'Geloof je me nu, 5?' zei de man in de lange jas grijnzend. 'Geloof je me echt nú pas, nu je glorieuze leven vervallen is tot dit zielige zwerversbestaan?' De bedelaar keek op, recht in de ogen van de man, die hij nu pas herkende. Zijn onverschillige blik ging over in spijt en tranen borrelden op in zijn ooghoeken. Met een versleten stem probeerde hij hem te antwoorden..."
U heeft het punt nu wel neem ik aan. 5 heeft zich jaren geleden in het celebritybestaan gestort. Eeuwen lang was hij dan ook de spil van het talsysteem, de koning onder de cijfers. Maar na de hoogmoed kwam de val. Het kapot gemolken getal verloor langzaam maar zeker zijn invloed op de rest van de wereld.
Al is er één ding dat ze niet meer van 5 kunnen afnemen, de eigenschap die hem groot heeft gebracht: dat zowat elk mens zoveel vingers aan elke hand heeft.
donderdag 17 mei 2012
4
"'Neen, mannen, ik moet dit alleen doen,' zo sprak 4 zijn vrienden de getallen toe van bovenop het balkon. 'Ben je zeker, vier? Er is waarschijnlijk geen weg meer terug. Denk toch ook dat ...' Ik ben er klaar voor, vrienden ...' 4 richtte zijn blik naar de hemel. Hij wist dat niemand hem nog kon tegenhouden. Hij had dit zo lang gewild en nu koos hij er definitief voor '... ik ben klaar voor het vierkant'."
'Voldoende goed', dat is (op 'voldoende' en 'goed' na) wel het minste wat over 4 gezegd kan worden. Waar 3 een esthetische perfectionist is, kiest 4 voor orde en structuur, al is het zonder gevoel. 4 weet wat hij kan, maar hij is bescheiden en tevreden. Twee maal twee, een deftig kwadraat, klaar voor het vierkant.
Men spreekt niet voor niets van dit getal als ideale schoonzoon: intelligent, proper, vriendelijk en met een uitgesproken mening over pels- en ivoorjacht.
4, op voorhand gewonnen bij kwartet.
'Voldoende goed', dat is (op 'voldoende' en 'goed' na) wel het minste wat over 4 gezegd kan worden. Waar 3 een esthetische perfectionist is, kiest 4 voor orde en structuur, al is het zonder gevoel. 4 weet wat hij kan, maar hij is bescheiden en tevreden. Twee maal twee, een deftig kwadraat, klaar voor het vierkant.
Men spreekt niet voor niets van dit getal als ideale schoonzoon: intelligent, proper, vriendelijk en met een uitgesproken mening over pels- en ivoorjacht.
4, op voorhand gewonnen bij kwartet.
woensdag 16 mei 2012
π
Ze is de exacte verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel, die pi. Dat, en nog veel meer. Tja, dit wiskundig wonder mocht gewoon niet ontbreken. Doch vrees niet, stelletje mathemofoben, ik zal er niet over in detail zal treden.
Het karakter van π? Er is niet veel karakter aan, maar ze is ongetwijfeld de mooiste jongedame der reële getallen.
π, ook bekend als 3.14159265358979...
Het karakter van π? Er is niet veel karakter aan, maar ze is ongetwijfeld de mooiste jongedame der reële getallen.
π, ook bekend als 3.14159265358979...
dinsdag 15 mei 2012
3
"Het is 20u 's avonds op een doordeweekse werkdag. Enkele laatste werkenden sluiten een avondlijke koffieklets af en zetten voet naar de uitgang van het bedrijfje. Vanuit een kamer achterin een zijgang zien ze op dit late uur een flauw kaarslicht schijnen. Verbaasd niet de laatsten in het gebouw te zijn, schrikken ze even en lopen dan nieuwsgierig door naar de verlichte kamer. Daar, in een hoek van de kamer die voornamelijk leeg blijkt, treffen ze 3 aan. Hij ziet er uitzonderlijk mager uit, draagt ongewassen kleren en heeft wallen onder de ogen waarmee de slag bij Hastings voorkomen had kunnen worden. Voorovergebogen, met een klein mechanisch voorwerpje in zijn handen, kijkt 3 niet eens op, en draait het voorwerpje rond in zijn handpalm.
Zijn collega's blijven verontwaardigd - of zo lijkt het toch - in de deuropening staan, kijken naar elkaar, schudden hun hoofd, kijken weer naar 3, kijken opnieuw naar elkaar, zuchten, merken een ongemakkelijke stilte op en wandelen tenslotte de gang uit. 'Het zal toch ooit eens moeten ophouden, vind je niet?' fluistert een van hen op weg naar de uitgang. 'Ach, het is 3,' antwoordt een andere. En daarmee was alles gezegd."
In vorig tekstje wordt Hij afgeschilderd als een geobsedeerde perfectionist die uiterlijk en sociaal contact als te verwaarlozen bijproducten van zijn bestaan behandelt. Dat is 3 ook, ik ga daar niet over liegen. Ja, u leest het goed: 3 is stiekem God. Constant perfectionerend in de hoop in een drietal een eenheid te vinden, schept en creëert en regelt Hij veel meer dan u denkt. Dit ten koste van zichzelf, want de Heer die vroeger volmaaktheid, eeuwigheid en perfectie uitstraalde, ziet er nu uit als een oud mager mannetje dat zijn laatste dagen slijt aan het afmaken van een nutteloos machientje.
3, een heilig getal, een aantal van een ideale compositie en een opvullend opsompunt om een zin mooier te laten overkomen, Hij is het allemaal. Alleen is er een ding dat Hij nog moet leren, zijnde tamelijk elementaire wiskunde: 3 ≠ 1.
3, ook het enige cijfer dat rijmt op 'pipi in een potje salami'
Zijn collega's blijven verontwaardigd - of zo lijkt het toch - in de deuropening staan, kijken naar elkaar, schudden hun hoofd, kijken weer naar 3, kijken opnieuw naar elkaar, zuchten, merken een ongemakkelijke stilte op en wandelen tenslotte de gang uit. 'Het zal toch ooit eens moeten ophouden, vind je niet?' fluistert een van hen op weg naar de uitgang. 'Ach, het is 3,' antwoordt een andere. En daarmee was alles gezegd."
In vorig tekstje wordt Hij afgeschilderd als een geobsedeerde perfectionist die uiterlijk en sociaal contact als te verwaarlozen bijproducten van zijn bestaan behandelt. Dat is 3 ook, ik ga daar niet over liegen. Ja, u leest het goed: 3 is stiekem God. Constant perfectionerend in de hoop in een drietal een eenheid te vinden, schept en creëert en regelt Hij veel meer dan u denkt. Dit ten koste van zichzelf, want de Heer die vroeger volmaaktheid, eeuwigheid en perfectie uitstraalde, ziet er nu uit als een oud mager mannetje dat zijn laatste dagen slijt aan het afmaken van een nutteloos machientje.
3, een heilig getal, een aantal van een ideale compositie en een opvullend opsompunt om een zin mooier te laten overkomen, Hij is het allemaal. Alleen is er een ding dat Hij nog moet leren, zijnde tamelijk elementaire wiskunde: 3 ≠ 1.
3, ook het enige cijfer dat rijmt op 'pipi in een potje salami'
woensdag 9 mei 2012
2
Twee, de flinke tellers onder u hebben er al kennis mee gemaakt, want 1 en 0 zijn in totaal juist twee getallen. Maar wie is 2 eigenlijk? Vertel op, Robin!
Denkt u ook spontaan aan de twee van verbondenheid? Een twee die samenbrengt wat samen hoort of wat samen wil zijn: man en vrouw, pen en papier, positron en elektron. Een twee die goedwillig is en niet rust zolang er meer liefde verspreid kan worden. Dat is de twee waaraan we denken, een engel in ons midden.
Helaas pindakaas, beste lezer, want deze verraderlijke klootzak heeft u voorgelogen met een tweede persoonlijkheid. Zijn ware aard ligt net in het kapot maken wat mooi is en ruzie zaaien waar vriendschap is, allemaal op een achterbakse, onopvallende manier. Gefrustreerd door duizenden jaren lang tussen twee perfecte getallen te liggen, breekt deze rotte geest elke eenheid en reduceert elk drietal. Zolang alles maar twee wordt. Alles moet TWEE zijn.
2, ook lichtjes schizofreen.
Denkt u ook spontaan aan de twee van verbondenheid? Een twee die samenbrengt wat samen hoort of wat samen wil zijn: man en vrouw, pen en papier, positron en elektron. Een twee die goedwillig is en niet rust zolang er meer liefde verspreid kan worden. Dat is de twee waaraan we denken, een engel in ons midden.
Helaas pindakaas, beste lezer, want deze verraderlijke klootzak heeft u voorgelogen met een tweede persoonlijkheid. Zijn ware aard ligt net in het kapot maken wat mooi is en ruzie zaaien waar vriendschap is, allemaal op een achterbakse, onopvallende manier. Gefrustreerd door duizenden jaren lang tussen twee perfecte getallen te liggen, breekt deze rotte geest elke eenheid en reduceert elk drietal. Zolang alles maar twee wordt. Alles moet TWEE zijn.
2, ook lichtjes schizofreen.
maandag 7 mei 2012
1
"Ik denk niet dat het al ooit zo stil was in mijn woonkamer. Mijn moeder, mijn vader, mijn zus en ik staarden angstig recht voor ons uit, met onze acht ogen op het videoscherm gericht alsof ze door slechts door één hersen bestuurd werden. De spanning in de kamer, die een middelgrote stad minstens een week van elektriciteit zou kunnen voorzien, liet het niemand nog toe om adem te halen in de kamer. En het was zo ongelofelijk stil.
In mijn ooghoek zag ik een traan over mijn moeders wangen rollen. Ze rilde. 'Wanneer zou dit ophouden?' vroeg ik mij af. Woede borrelde langzaamaan op binnenin mij. 'Wanneer zal nu eindelijk...' Het was toen dat ik geluid uit het videoscherm hoorde komen. Het was slechts één woord, alles wat we wilde horen: 'één'. Alle vier slaakten we gelijk een zucht van opluchting. Mijn moeder barstte uit in gehuil. Maar het was er eindelijk. Het was goed nu. Er kon weer geteld worden. 'Twee!' riep mijn zusje vol vreugde uit. Ze glunderde, en opgewonden keek ze naar ons met een verwachtingsvolle blik. Het was even stil. 'Drie,' volgde mijn vader haar. 'Vier,' zei ik. Mijn moeder lachte tussen haar tranen door: 'vijf!' En zo telden we de hele avond door... Tot 274 als ik mij niet vergis. "
1! Voilakes, we zijn vertrokken! Klaar om eender welk ander natuurlijk getal te vormen door simpelweg deze eentjes bij elkaar op te tellen. Een handig opstapje, de drempel aan de voordeur van een numeriek paleis - zo zou u 1 kunnen noemen. Maar hij is meer dan dat, want alles, echt álles, is precies eenmaal zichzelf. Waar 0 het niets en het einde is, is diens binaire tegenpool 1 het iets en het begin. Moeilijker is het niet: 1 of 0, ja of neen. De schoonheid van abstractie is simple comme bonjour.
Dat is waar 1 voor staat: eenvoud en iets. En als u dan toch graag een karaktertrek van dit getalletje weten wilt: hij is zeer to the point, zonder enig fingerspitzengefühl. Dat, en hij kent zijn talen.
1, een exacter 'iets' kan haast niet.
In mijn ooghoek zag ik een traan over mijn moeders wangen rollen. Ze rilde. 'Wanneer zou dit ophouden?' vroeg ik mij af. Woede borrelde langzaamaan op binnenin mij. 'Wanneer zal nu eindelijk...' Het was toen dat ik geluid uit het videoscherm hoorde komen. Het was slechts één woord, alles wat we wilde horen: 'één'. Alle vier slaakten we gelijk een zucht van opluchting. Mijn moeder barstte uit in gehuil. Maar het was er eindelijk. Het was goed nu. Er kon weer geteld worden. 'Twee!' riep mijn zusje vol vreugde uit. Ze glunderde, en opgewonden keek ze naar ons met een verwachtingsvolle blik. Het was even stil. 'Drie,' volgde mijn vader haar. 'Vier,' zei ik. Mijn moeder lachte tussen haar tranen door: 'vijf!' En zo telden we de hele avond door... Tot 274 als ik mij niet vergis. "
1! Voilakes, we zijn vertrokken! Klaar om eender welk ander natuurlijk getal te vormen door simpelweg deze eentjes bij elkaar op te tellen. Een handig opstapje, de drempel aan de voordeur van een numeriek paleis - zo zou u 1 kunnen noemen. Maar hij is meer dan dat, want alles, echt álles, is precies eenmaal zichzelf. Waar 0 het niets en het einde is, is diens binaire tegenpool 1 het iets en het begin. Moeilijker is het niet: 1 of 0, ja of neen. De schoonheid van abstractie is simple comme bonjour.
Dat is waar 1 voor staat: eenvoud en iets. En als u dan toch graag een karaktertrek van dit getalletje weten wilt: hij is zeer to the point, zonder enig fingerspitzengefühl. Dat, en hij kent zijn talen.
1, een exacter 'iets' kan haast niet.
dinsdag 1 mei 2012
0
"Jozef Truyen bekijkt vanuit zijn bed de kamer waarin hij ligt. Alles ziet er rustig uit, alles lijkt oké. De 91-jarige man glimlacht tevreden, sluit zijn ogen en gaat dood.
En plots, terwijl echt niemand hem gewaarschuwd heeft, verdwijnt alles voor Jozef. Geen mens, geen plant, geen bed, geen ruimte, geen tijd en geen Jozef meer. Zelfs Jozefs vermogen te denken dat dit alles er niet is, is er niet meer. Jozef is dood, en alles wordt niets. Maar tussen alles wat er niet is, bestaat slechts nog een enkele zekerheid dat er nooit meer iets zal komen: de 0."
Nul, zo weinig is moeilijk te beschrijven, want het is in feite de afwezigheid van elk ander getal. En toch is het een van de sterkste, belangrijkste getallen van de wereld. Wiskunde en daardoor de volledige hedendaagse samenleving is tamelijk ondenkbaar zonder het besef dat geen getal eigenlijk ook een getal is.
Daarom is de nul een perfect en intelligent, maar volkomen asociaal getal. Het is uniek in zijn nietsheid, en wil dat graag zo houden. (Nu, het wordt hem met veel respect gegund: het is tamelijk logisch dat geen enkel getal zo weinig waard wil zijn.) Verwart u dit getal dus niet met de letter O; al even gemaakt voor perfectie en daardoor even arrogant. En ook, ze zijn beide nogal rond.
0, het stelt eigenlijk niets voor.
En plots, terwijl echt niemand hem gewaarschuwd heeft, verdwijnt alles voor Jozef. Geen mens, geen plant, geen bed, geen ruimte, geen tijd en geen Jozef meer. Zelfs Jozefs vermogen te denken dat dit alles er niet is, is er niet meer. Jozef is dood, en alles wordt niets. Maar tussen alles wat er niet is, bestaat slechts nog een enkele zekerheid dat er nooit meer iets zal komen: de 0."
Nul, zo weinig is moeilijk te beschrijven, want het is in feite de afwezigheid van elk ander getal. En toch is het een van de sterkste, belangrijkste getallen van de wereld. Wiskunde en daardoor de volledige hedendaagse samenleving is tamelijk ondenkbaar zonder het besef dat geen getal eigenlijk ook een getal is.
Daarom is de nul een perfect en intelligent, maar volkomen asociaal getal. Het is uniek in zijn nietsheid, en wil dat graag zo houden. (Nu, het wordt hem met veel respect gegund: het is tamelijk logisch dat geen enkel getal zo weinig waard wil zijn.) Verwart u dit getal dus niet met de letter O; al even gemaakt voor perfectie en daardoor even arrogant. En ook, ze zijn beide nogal rond.
0, het stelt eigenlijk niets voor.
De persoonlijkheid der getallen
Beste trouwe lezer
Ondertussen driehonderdvijfenzestig dagen geleden eindigde ik De persoonlijkheid van het alfabet op deze blog. Tijd voor wat nieuws dus in deze elektronische keet! En hoeveel voorspelbaarder kan ik nu gaan dan aan de persoonlijkheid van de getallen te beginnen? Dat is nochtans exact wat er zal gebeuren, zoals de titel al donkerbruin deed vermoeden.
Ja, vele getalanalyses zijn reeds gepleegd en hebben de schoonheid deze wiskundige zekerheden met de dag sterker ingeperkt. Verwacht u van mij alstublieft geen uiteenzetting van geschiedkundige, wiskundige of esoterische achtergrond van het getal; ik haal enkel hun persoonlijkheid naar boven. En weet u wat: omdat het voor jullie ongeduldigaards zo lang geleden is, volgt er gratis een bericht van het eerste te bespreken getal: de één. Neen wacht, de nul.
Ondertussen driehonderdvijfenzestig dagen geleden eindigde ik De persoonlijkheid van het alfabet op deze blog. Tijd voor wat nieuws dus in deze elektronische keet! En hoeveel voorspelbaarder kan ik nu gaan dan aan de persoonlijkheid van de getallen te beginnen? Dat is nochtans exact wat er zal gebeuren, zoals de titel al donkerbruin deed vermoeden.
Ja, vele getalanalyses zijn reeds gepleegd en hebben de schoonheid deze wiskundige zekerheden met de dag sterker ingeperkt. Verwacht u van mij alstublieft geen uiteenzetting van geschiedkundige, wiskundige of esoterische achtergrond van het getal; ik haal enkel hun persoonlijkheid naar boven. En weet u wat: omdat het voor jullie ongeduldigaards zo lang geleden is, volgt er gratis een bericht van het eerste te bespreken getal: de één. Neen wacht, de nul.
Abonneren op:
Posts (Atom)