Muziek! (en als dat niet werkt: Muziek!)
"Hij slaapt, maak je niet druk," fluisterde Don zijn herbivore vriend toe, "kom nu maar even dichter, dan leg ik je alles uit wat die paardenhersenen van jou nog niet hadden doorzien..."
Zesenveertig dagen rijdt die ouwe Winston ons al door dit eindeloze Rotsgebergte. Zesenveertig dagen, terwijl we al vanaf de twintigste dag door onze proviand heen zijn! Ja, Winston het Paard*, jij hebt gras en water waar je maar kijkt, maar ik heb al geen vers stuk vlees meer geproefd sinds die pezige das van een paar dagen geleden. Dit doodse gebied lacht mijn lege hondenmaag kostelijk uit, want er is geen lapje vlees meer te bespeuren. Denk je dat die dwaze Winston wil omkeren? Neen, zijn hebzucht naar goud is hem naar het hoofd gestegen en gunt hem geen enkele nuchtere gedachte meer. De man crepeert nog liever met een goudader in zicht dan terug te keren naar Santa Fe.
Mijn maag is dus niet de enige die voortdurend op de proef wordt gesteld; Winston, hoewel gek om het goud, kan het knagende hongergevoel niet blijven negeren. Ook hij zal moeten eten. En voor zover ik weet zijn er maar twee hompen vlees in zijn omgeving te vinden: zijn trouwe viervoeter Don en zijn immer parate paard Winston het Paard. Weet je met wie van de twee hij het langst zal toekomen, beste vriend?"
"Neen! Dat kan niet!" riep het paard angstig uit. "Dat zou Winston nooit..."
"Stil!" snauwde Don hem toe, zijn blik strak gericht op de slapende goudzoeker. "Door jouw domme paardenbek wordt hij straks nog wakker en kan hij doodleuk meevolgen wat we zeggen."
"Waarom denk je zoiets?" vroeg Winston het Paard nu rustiger.
"Je merkt het aan alles. Af en toe staart hij je tijdenlang aan met zijn hongerige blik en soms zie ik hem in het in het geniep zijn mes slijpen. Het zal niet lang meer duren. Misschien slaat hij vannacht al wel toe."
Het paard zetten een ongelovige blik op en staarde angstig voor zich uit. Alles verliep juist als Winston voorspeld had. De ouwe hond was gek geworden door de honger en zag de goudzoeker als een onbetrouwbare maniak aan. De avond ervoor had Winston Winston het Paard voor dit gesprek behoed zodat het paard niet mee in de waanzin gesleurd zou worden. Hij mocht nu niet door de mand vallen.
"We moeten hem voor zijn," sprak de hond zijn vriend toe. "Nu Winston nog slaapt moeten we hem zelf aanvallen. Dat zal ons van die gek afhelpen en mij meteen van genoeg vlees voorzien voor onze terugtocht naar Santa Fe. Ik weet dat het geen waardig voorstel is. Maar het is het enige." Hij richtte zijn blik op het slapende lichaam van de oude man. "Ofwel ga jij ten onder, ofwel hij."
*De man heet Winston, het paard heet Winston het Paard.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten