(Muziek! En anders: muziek!)
Een knuffel van vriendschap is pas oprecht als hij niet te lang duurt en daarom besloten de drie vrienden maar te gaan slapen om morgen vroeg op pad te kunnen.
Deze keer was de slaapzak van Winston wel degelijk gevuld met zijn menselijke lichaam. Met de gedachte in zijn achterhoofd dat de andere twee dieren aan het slapen waren, lag de oude man zelf nog te piekeren onder de blote sterrenhemel. Hij wist dat zijn keuze om naar huis te gaan de juiste was, maar hij kon zo moeilijk zijn goud vaarwel zeggen. Het lag hier zonder twijfel in een of andere berg op hem te wachten en nu was hij stomweg van plan een onnodig lange pauze te nemen om dan zijn zoektocht nadien helemaal te herbeginnen?! Neen, Winston deed het juiste voor hem en zijn twee vrienden, dat stond vast... Hoewel, hoe wist hij zeker dat Don eerlijk tegen hem was en hem nu vertrouwde? Misschien hield hij zich nu vrolijk en wachtte hij gewoon het moment af om toe te slaan. En wie zegt dat die goeie Winston het Paard nog vertrouwen had in hem en niet in de domme woorden van Don?
Op twee meter van de goudzoekersslaapzak stond Winston het Paard, met zijn ogen wijd open. De andere twee zullen nu wel slapen, zo dacht hij, het wordt ook voor mij tijd. En toch raakte het paard niet in slaap; hij vertrouwde de situatie voor geen paardenhaar. Ja, hij wist dat Winston hen beloofd had terug naar Santa Fe te gaan, maar was dat uit eigen overtuiging of uit veiligheid? Misschien waren deze sussende woorden bedoeld om Don te kalmeren en hem uiteindelijk zelf af te maken. En dan zou na de hond het paard zeker volgen. Wat moest Winston het Paard doen? Was het beter om Don in zijn eerdere plan te helpen en zo zijn eigen vlees te redden of moest hij net van Don afraken en Winston zo van zijn bedreiging voldoen? Beeldde het paard zich misschien te veel in en zou hij beter wachten?
Ver weg van de anderen lag Don de hond naar de hemel te staren. Terwijl hij dacht dat Winston en Winston het Paard al wel sliepen, kon Don de slaap niet vatten. Hij was zo blij dat ze weer naar huis gingen. Zijn opgewonden humeur bracht hem maar niet tot rust. Hij draaide zijn hoofd naar de goudzoeker en het paard en bedacht plots weer dat ze hem eerder die dag hadden verraden. Zijn glimlach ging over in argwaan. Was Winston ondertussen bijgedraaid of was die laatste belofte ook maar een list? Hadden zijn twee vrienden al lang een plan tegen hem? Don werd zenuwachtig en begon te twijfelen. Wat moest hij doen: afwachten en op zijn hoede zijn of zorgen dat hij hen voor was?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten