Hoe ver Reiziger vandaag geraakt was, wist hij niet. De afstanden die hij vanaf nu per dag aflegt, zijn van geen waarde meer. Ze stellen niets meer voor in het zevenendertig jaar lange reizen dat hij nu al achter zich heeft. Al kon hij elke dag opnieuw perfect berekenen tot waar hij geraakt was, hij wilde het gewoon niet. 20 miljard kilometer, dat leek hem een goede gok, en meteen probeerde hij de gedachte aan dat angstaanjagend grote getal te verdringen.
Reiziger is het reizen meer dan beu. Hij is het heel erg akelig beginnen vinden. Tot voor kort had hij nog bestemmingen om heen te gaan. Al was het maar één zo'n graaf object per jaar, het was voor de bescheiden reiziger genoeg. Die tijd en plaats liggen nu achter zich. Eigenlijk ligt alles wat met tijd en plaats te maken heeft, gewoon achter zich. Nu is het rondom hem enkel zwart. Zwart en leeg en tijdloos. Maar dat is niet het ergste. Het ergste is de gedachte dat hij voor zijn dood nooit meer een bestemming voorgeschoteld krijgt. Nooit meer zal hij een plaats bezoeken; weg van alles en iedereen gaat hij de zwarte lege ruimte in. Tot hij sterft. Rillingen gaan over zijn metalen rug, maar er is niemand die het zien kan.
Soms komt hij in de verleiding en wil hij achterom kijken. Niet eens terugkeren naar huis, niet eens stil blijven staan, maar gewoon heel even kijken. Of alles nog goed gaat achter zich en of ze hem misschien een klein beetje missen. Maar dat is niet zijn missie. Zijn enige missie is: rechtdoor gaan, constante snelheid, verstand op nul. Dieper de zwarte leegte in.
Voyager I is een sonde die in 1977 door de NASA de ruimte in gelanceerd werd. Sinds 2012 is hij voor goed uit ons zonnestelsel verdwenen, de koude interstellaire ruimte in. Geen menselijk gemaakt object is ooit zo ver weg van de aarde geweest.
Laten we vandaag op zijn 37ste verjaardag even aan hem denken. Hij kent een eenzaamheid die geen mens ooit bedenken kan.
vrijdag 5 september 2014
zaterdag 12 juli 2014
Wachten op De Revolutie
De lente laat haar eerste stralen schijnen
En al des ochtends in de koude wind
Zijn het de marktkramers die men al vindt
Als trotse koningen op alle pleinen
En mooi geschikt op eindeloze lijnen
Is ieder man een opgewonden kind
Het is de werklust die hen allen bindt
Tot één hetzelfde ras van de kwatrijnen
Maar lang zal het niet blijven duren
De revolutie steekt van wal
En weinig valt nog bij te sturen
Want dra geen hoeve meer, geen stal
Maar vier geïsoleerde muren
Een revolutionaire val
En al des ochtends in de koude wind
Zijn het de marktkramers die men al vindt
Als trotse koningen op alle pleinen
En mooi geschikt op eindeloze lijnen
Is ieder man een opgewonden kind
Het is de werklust die hen allen bindt
Tot één hetzelfde ras van de kwatrijnen
Maar lang zal het niet blijven duren
De revolutie steekt van wal
En weinig valt nog bij te sturen
Want dra geen hoeve meer, geen stal
Maar vier geïsoleerde muren
Een revolutionaire val
donderdag 10 juli 2014
Wachten op De Slaap
Reeds twee uur lig ik te proberen
Al heb ik er het gissen naar
Wanneer U komt met Uw gebaar
Dat wachten kan mij zo frustreren
Als U het mij nu eens zou leren
Dan bent U met uw werk hier klaar
Zò maakt U pas mijn dromen waar
Mevrouw, komt U mij het toch ...
En plots vallen mijn ogen open
Door zon en ochtendspitsverkeer
Mijn wachttijd was dus net verlopen
Hoe doet U dat toch keer op keer?
Een einde maken aan dat hopen
U komt vanavond toch wel weer?
dinsdag 8 juli 2014
Wachten op een fatsoenlijke politieke economie
Het economisch vlak begint te hellen
En met de middelen in uw bezit
Verzekert u een onvoelbare rit
Terwijl echt niemand zoiets kan voorspellen
Een keuze zonder burgerlijke rellen
(En liefst één waar u comfortabel zit)
Die houdt het blad 'hervormingen' best wit
En laat de dagen rustig verder tellen
Hoe moeilijk politiek ook wordt geprezen
De werk'lijkheid is heel wat minder vaag:
Geen wetenschap zolang niets is bewezen
Maar antwoord nog heel even op mijn vraag
Zonder het van uw blaadje af te lezen
"Draagt u die verantwoordelijkheid graag?"
En met de middelen in uw bezit
Verzekert u een onvoelbare rit
Terwijl echt niemand zoiets kan voorspellen
Een keuze zonder burgerlijke rellen
(En liefst één waar u comfortabel zit)
Die houdt het blad 'hervormingen' best wit
En laat de dagen rustig verder tellen
Hoe moeilijk politiek ook wordt geprezen
De werk'lijkheid is heel wat minder vaag:
Geen wetenschap zolang niets is bewezen
Maar antwoord nog heel even op mijn vraag
Zonder het van uw blaadje af te lezen
"Draagt u die verantwoordelijkheid graag?"
zondag 6 juli 2014
Wachten op De Zon
Zo ver van alle aardse randen
Komt er een einde aan de nacht
Ik heb er acht uur op gewacht
Laat Zij nu zestien uren branden
Ik dek mijn ogen met mijn handen
En laat me opgaan in haar macht
Toch voel ik alle zonnepracht
Als stralen op mijn lichaam landen
En plots is alle poëzie verloren
De fysica schiet schoonheid naar de maan
En droge kennis dringt zich weer naar voren
Ik zie protonen die in fusie gaan
En licht door kwantumtunneling geboren
Raakt nu als fotonflux mijn handen aan
Komt er een einde aan de nacht
Ik heb er acht uur op gewacht
Laat Zij nu zestien uren branden
Ik dek mijn ogen met mijn handen
En laat me opgaan in haar macht
Toch voel ik alle zonnepracht
Als stralen op mijn lichaam landen
En plots is alle poëzie verloren
De fysica schiet schoonheid naar de maan
En droge kennis dringt zich weer naar voren
Ik zie protonen die in fusie gaan
En licht door kwantumtunneling geboren
Raakt nu als fotonflux mijn handen aan
vrijdag 4 juli 2014
Wachten op De Tijd
Driehonderdvierenzestig dagen
Kom ik steeds dichter in de buurt
Ik weet perfect hoe lang het duurt
En toch lijkt alles te vertragen
"Mijnheer De Tijd, mag ik U vragen
Nu U mij ongestraft begluurt
Laat mij het zijn die U bestuurt
En nooit meer zal ik komen klagen"
Nog voor het einde van die zin
Zie ik de grote wijzer keren
Tegen de wijzerrichting in
"Hoe durft ge maar te pretenderen?
Wacht gij maar weer van het begin
Die tijd zal u manieren leren!"
Robin wacht: een toelichting
Geachte lezer
Zoals de titel doet vermoeden, wacht ik heel wat af. En terwijl ik wacht, kan ik mij maar beter zinvol bezig houden. Vanaf heden start er dus een nieuwe reeks van sonnetten, waarin ik wacht op De Tijd, De Zon en andere groten der aarde. Voor de leken eventjes op een rijtje wat een sonnet weer is:
- 14 regels: abba abba cdc dcd
- 4, 5 of 6 jambes per regel (lees ze als jambes!)
- volta of inhoudelijke wending, vaak tussen regel 8 en 9
U hoeft daarom nog niet te wachten: het eerste sonnet volgt nu al!
Zoals de titel doet vermoeden, wacht ik heel wat af. En terwijl ik wacht, kan ik mij maar beter zinvol bezig houden. Vanaf heden start er dus een nieuwe reeks van sonnetten, waarin ik wacht op De Tijd, De Zon en andere groten der aarde. Voor de leken eventjes op een rijtje wat een sonnet weer is:
- 14 regels: abba abba cdc dcd
- 4, 5 of 6 jambes per regel (lees ze als jambes!)
- volta of inhoudelijke wending, vaak tussen regel 8 en 9
U hoeft daarom nog niet te wachten: het eerste sonnet volgt nu al!
woensdag 21 mei 2014
Claessen II.VII
"Woensdag 24 oktober 2012 was heel even de gelukkigste dag van mijn leven. Tot 15u30 althans, wanneer ik te horen kreeg dat opa overleden was. Tot die tijd was ik helemaal in de wolken. Ik had mijn eerste afspraakje met mijn huidige lief." Lisa pauzeert, kijkt vluchtig rond om de verschillende nieuwsgierige blikken op te vangen en eindigt bij Tom. Zijn glimlach stelt haar gerust. Oké, het moet nu maar eens. Lisa ademt diep in en uit en gaat verder: "omdat dit een avond is waar alle waarheden naar boven komen, zal ik maar meteen vertellen dat mijn afspraakje toen en dus mijn huidig lief Tom is. Ja, ik heb een geheime relatie met mijn eigen neef en ja, dat is vast heel vies voor jullie. Maar we houden gewoon heel erg van elkaar." Weinig mensen schrikken er van op. Alain hapt even naar adem, Mia slaakt een diepe zucht. Verder niets. Verder zegt helemaal niemand iets! Hebben ze het daarvoor zo lang verzwegen? Ze schudt met haar hoofd haar gedachten weer op orde. "Alleen is dat nu even niet belangrijk."
"Ik had met Tom afgesproken om 14u30 en dus stond ik een halfuur vroeger thuis klaar om te vertrekken. Opa was al thuis en Maarten vertrok net naar de winkel voor chips. Ik was nog heel eventjes voor de laatste keer alleen met opa, maar in alle zenuwachtigheid had ik geen oog voor hem of voor hoe ziek hij er toen uitzag. Ik had hem nog een laatste keer mijn liefde kunnen tonen of kunnen zeggen wat voor een geweldige opa hij was. Maar nee, het laatste dat ik in zijn leven tegen hem zei, was een antwoord op zijn perfecte inschattingsvermogen: "maar neen, gewoon met een vriendin afgesproken. Bemoei u met uw eigen zaken, opa." Ik wandelde de deur uit en botste op Paula. In haar hand droeg ze een plastic zakje, waarvan ik niet kon zien wat erin zat. Ik was nochtans nieuwsgierig genoeg om erachter te vragen. "Heksenkruid, liefje", kreeg ik als antwoord, "het is heel geneeskrachtig en zal opa de nodige rust geven. Dan is hij vlug weer de oude."
Tom, Tom, Tom, dat is alles wat er die dag nog door mijn hoofd ging. Ik besteedde geen aandacht aan tante Paula. Zij wist altijd welke kruiden welke ziektes konden genezen. Zij was de wetenschapper, de slimste van de familie. Meer aandacht was voor mij toen niet nodig. Had ik maar geweten dat tante Paula klaar stond haar eigen broer te vergiftigen. Anderhalf uur later werd ik gebeld door mama. Toen was opa al lang dood."
Voor de laatste keer deze avond wordt het heel stil ten huize Claessen. Zes blikken richten zich ongestoord op Paula, sommige uit woede, andere uit verbijstering of angst. De terneergeslagen blik van de oude kruidentante zegt genoeg. Zij was het die samen met Maurice Claessen bakken vol geld verdiende. Zij was het die Mia zwijggeld toestopte. Zij was het die met Maurice in de schulden belandde en erover bleef zwijgen. Maar zij was het ook die de oude man vergiftigd had. Ze is een moordenaar. Zes blikken staren haar aan en alle vertellen hetzelfde: spreek!
Paula kijkt haar familieleden recht in de ogen aan. Ze voelt zich vreemd genoeg rustig. Ze is erbij en ze is schuldig, dat weet ze maar al te goed. Ze heeft nu niets meer te verliezen. Het enige dat er nog rest is dat iedereen nu de waarheid hoort. "We weten allemaal dat Maurice zijn hele leven een fervent kaarter was. Hij hield echt van kaarten en hij was er ook verdorie goed in. Ik zag zijn vaardigheid altijd als een talent dat verloren ging onder zijn vriendschappelijk gekaart. Hij kon het veel slimmer en gewiekster benutten. Zo'n zes jaar geleden heb ik Maurice dan ook kunnen overtuigen zijn magere pensioentje aan te vullen met wat harde cash. We leerden de kaartwereld wat kennen en raakten al gauw op de plaatsen waar het geld te verdienen was. En dat geld verdienen deden we! Ik verzorgde de contacten en financiën, Maurice speelde kaart. Het was een formule die twee jaar lang perfect had gewerkt.
Ja, we vonden het van groot belang dat dit geheim bleef. Niet omdat niemand in het geld zou mogen delen, maar omdat iedereen het zou verafschuwen en Lutgarde ons vast zou verbieden verder te spelen. Toen Mia ons op een dag betrapte en ik gedwongen was haar het verhaal te doen, kreeg ze dan ook zwijggeld van mij. Geld dat ze na een scheiding natuurlijk zeer goed kon gebruiken.
De kaartbusiness had mij helemaal in haar ban en waar ik anders altijd oplettend was, had ik niet door hoe mijn broer langzaamaan verslaafd raakte aan het gokken. Het was pas toen we onze eerste schulden maakten, dat ik dit door begon te krijgen. Van daaraf ging het alleen maar meer mis. Ik probeerde de arme man te overtuigen van er mee te stoppen, of toch op zijn minst een korte pauze te nemen. Hoe harder ik probeerde, hoe meer hij zijn eigen zin deed. In amper twee weken tijd had hij ons hele vergaarde fortuin verbrast, de Ardense villa inbegrepen. Hoe meer hij verloor, hoe wanhopiger hij ook werd en hoe minder hij zijn verstand erbij hield. Het enige wat hij wilde, was spelen. En dus begon hij ook te lenen binnen het milieu. Achter mijn rug weliswaar. Hij heeft dan ook nooit geld van mij geleend, dat had ik verzonnen om het verhaal iets minder pijnlijk te maken.
Maurice werd gestoord. Hoewel hij zich overdag fatsoenlijk kon gedragen, leed hij er 's nachts des te meer onder. Zo erg dat hij zelfs fysiek ziek werd. Ik kwam erachter dat hij overal geld leende en toch wilde hij nog steeds niet naar mij luisteren. De duivel van verslaving had hem al te lang in zijn macht. De familie Claessen, jullie allemaal in feite, werd steeds dieper in de schulden gestort zonder dat iemand van jullie hier van wist. Dat moest stoppen. Dat moest gewoon stoppen!"
Paula is ondertussen luider beginnen praten en voelt alle emotie van toen weer naar boven komen. Ze neemt even pauze om op adem te komen. Hoewel iedereen weet wat er nu zal volgen, zegt ze het toch: "Maurice wilde er zelf niet mee stoppen, en dus heb ik daarvoor gezorgd. Uit mijn labo haalde ik een oud flesje atropine, hetgeen voor hem genoeg zou zijn om hem voorgoed uit deze wereld van geestelijke en fysieke kwellingen af te halen." De groottante begint te huilen, maar spreekt door haar tranen door: "onder het smoesje van het ideale vergeten geneesmiddel te zijn dat hem vlug beter zal maken, heb ik hem het flesje die dag toegestopt. Lang had hij blijkbaar niet moeten twijfelen, want een kwartier later trof Maarten hem dood aan."
Het begint te regenen ten huize Claessen. Een zeer plaatselijke stortbui klettert al haar water uit boven het hoofd van Paula en doet haar verdwijnen in de waterdamp. Of dat is toch wat ze zou willen. Opgenomen worden door de natuur, de regen haar volledig laten wegwassen zodat ze opnieuw kan beginnen als een lief en doordacht mens. Helaas kan dat niet. Het mooie schone leven ligt achter haar. Wat rest is een aftakelend einde in een eenzame gevangeniscel.
Zo eindigt het verhaal van de familie Claessen. Niet in vreugde en ook niet echt in opluchting. Mia, Lutgarde, Paula, Maarten, Lisa; allen blijven ze zich verantwoordelijk voelen voor de tragedie van hun (groot)vader. Van de financiële schulden is geen sprake meer. Die heeft Paula geheel op zich genomen. De relatie tussen Lisa en Tom is moeten eindigen nadat Mia en Alain voor een laatste keer in ruzie uit elkaar gingen. Claire kan zich een tijdje behelpen met een werkloosheidsvergoeding en Maarten weet na vandaag het verleden makkelijker los te laten. En Karel, die belt Mia vanavond nog terug voor een allereerste date.
"Ik had met Tom afgesproken om 14u30 en dus stond ik een halfuur vroeger thuis klaar om te vertrekken. Opa was al thuis en Maarten vertrok net naar de winkel voor chips. Ik was nog heel eventjes voor de laatste keer alleen met opa, maar in alle zenuwachtigheid had ik geen oog voor hem of voor hoe ziek hij er toen uitzag. Ik had hem nog een laatste keer mijn liefde kunnen tonen of kunnen zeggen wat voor een geweldige opa hij was. Maar nee, het laatste dat ik in zijn leven tegen hem zei, was een antwoord op zijn perfecte inschattingsvermogen: "maar neen, gewoon met een vriendin afgesproken. Bemoei u met uw eigen zaken, opa." Ik wandelde de deur uit en botste op Paula. In haar hand droeg ze een plastic zakje, waarvan ik niet kon zien wat erin zat. Ik was nochtans nieuwsgierig genoeg om erachter te vragen. "Heksenkruid, liefje", kreeg ik als antwoord, "het is heel geneeskrachtig en zal opa de nodige rust geven. Dan is hij vlug weer de oude."
Tom, Tom, Tom, dat is alles wat er die dag nog door mijn hoofd ging. Ik besteedde geen aandacht aan tante Paula. Zij wist altijd welke kruiden welke ziektes konden genezen. Zij was de wetenschapper, de slimste van de familie. Meer aandacht was voor mij toen niet nodig. Had ik maar geweten dat tante Paula klaar stond haar eigen broer te vergiftigen. Anderhalf uur later werd ik gebeld door mama. Toen was opa al lang dood."
Voor de laatste keer deze avond wordt het heel stil ten huize Claessen. Zes blikken richten zich ongestoord op Paula, sommige uit woede, andere uit verbijstering of angst. De terneergeslagen blik van de oude kruidentante zegt genoeg. Zij was het die samen met Maurice Claessen bakken vol geld verdiende. Zij was het die Mia zwijggeld toestopte. Zij was het die met Maurice in de schulden belandde en erover bleef zwijgen. Maar zij was het ook die de oude man vergiftigd had. Ze is een moordenaar. Zes blikken staren haar aan en alle vertellen hetzelfde: spreek!
Paula kijkt haar familieleden recht in de ogen aan. Ze voelt zich vreemd genoeg rustig. Ze is erbij en ze is schuldig, dat weet ze maar al te goed. Ze heeft nu niets meer te verliezen. Het enige dat er nog rest is dat iedereen nu de waarheid hoort. "We weten allemaal dat Maurice zijn hele leven een fervent kaarter was. Hij hield echt van kaarten en hij was er ook verdorie goed in. Ik zag zijn vaardigheid altijd als een talent dat verloren ging onder zijn vriendschappelijk gekaart. Hij kon het veel slimmer en gewiekster benutten. Zo'n zes jaar geleden heb ik Maurice dan ook kunnen overtuigen zijn magere pensioentje aan te vullen met wat harde cash. We leerden de kaartwereld wat kennen en raakten al gauw op de plaatsen waar het geld te verdienen was. En dat geld verdienen deden we! Ik verzorgde de contacten en financiën, Maurice speelde kaart. Het was een formule die twee jaar lang perfect had gewerkt.
Ja, we vonden het van groot belang dat dit geheim bleef. Niet omdat niemand in het geld zou mogen delen, maar omdat iedereen het zou verafschuwen en Lutgarde ons vast zou verbieden verder te spelen. Toen Mia ons op een dag betrapte en ik gedwongen was haar het verhaal te doen, kreeg ze dan ook zwijggeld van mij. Geld dat ze na een scheiding natuurlijk zeer goed kon gebruiken.
De kaartbusiness had mij helemaal in haar ban en waar ik anders altijd oplettend was, had ik niet door hoe mijn broer langzaamaan verslaafd raakte aan het gokken. Het was pas toen we onze eerste schulden maakten, dat ik dit door begon te krijgen. Van daaraf ging het alleen maar meer mis. Ik probeerde de arme man te overtuigen van er mee te stoppen, of toch op zijn minst een korte pauze te nemen. Hoe harder ik probeerde, hoe meer hij zijn eigen zin deed. In amper twee weken tijd had hij ons hele vergaarde fortuin verbrast, de Ardense villa inbegrepen. Hoe meer hij verloor, hoe wanhopiger hij ook werd en hoe minder hij zijn verstand erbij hield. Het enige wat hij wilde, was spelen. En dus begon hij ook te lenen binnen het milieu. Achter mijn rug weliswaar. Hij heeft dan ook nooit geld van mij geleend, dat had ik verzonnen om het verhaal iets minder pijnlijk te maken.
Maurice werd gestoord. Hoewel hij zich overdag fatsoenlijk kon gedragen, leed hij er 's nachts des te meer onder. Zo erg dat hij zelfs fysiek ziek werd. Ik kwam erachter dat hij overal geld leende en toch wilde hij nog steeds niet naar mij luisteren. De duivel van verslaving had hem al te lang in zijn macht. De familie Claessen, jullie allemaal in feite, werd steeds dieper in de schulden gestort zonder dat iemand van jullie hier van wist. Dat moest stoppen. Dat moest gewoon stoppen!"
Paula is ondertussen luider beginnen praten en voelt alle emotie van toen weer naar boven komen. Ze neemt even pauze om op adem te komen. Hoewel iedereen weet wat er nu zal volgen, zegt ze het toch: "Maurice wilde er zelf niet mee stoppen, en dus heb ik daarvoor gezorgd. Uit mijn labo haalde ik een oud flesje atropine, hetgeen voor hem genoeg zou zijn om hem voorgoed uit deze wereld van geestelijke en fysieke kwellingen af te halen." De groottante begint te huilen, maar spreekt door haar tranen door: "onder het smoesje van het ideale vergeten geneesmiddel te zijn dat hem vlug beter zal maken, heb ik hem het flesje die dag toegestopt. Lang had hij blijkbaar niet moeten twijfelen, want een kwartier later trof Maarten hem dood aan."
Het begint te regenen ten huize Claessen. Een zeer plaatselijke stortbui klettert al haar water uit boven het hoofd van Paula en doet haar verdwijnen in de waterdamp. Of dat is toch wat ze zou willen. Opgenomen worden door de natuur, de regen haar volledig laten wegwassen zodat ze opnieuw kan beginnen als een lief en doordacht mens. Helaas kan dat niet. Het mooie schone leven ligt achter haar. Wat rest is een aftakelend einde in een eenzame gevangeniscel.
Zo eindigt het verhaal van de familie Claessen. Niet in vreugde en ook niet echt in opluchting. Mia, Lutgarde, Paula, Maarten, Lisa; allen blijven ze zich verantwoordelijk voelen voor de tragedie van hun (groot)vader. Van de financiële schulden is geen sprake meer. Die heeft Paula geheel op zich genomen. De relatie tussen Lisa en Tom is moeten eindigen nadat Mia en Alain voor een laatste keer in ruzie uit elkaar gingen. Claire kan zich een tijdje behelpen met een werkloosheidsvergoeding en Maarten weet na vandaag het verleden makkelijker los te laten. En Karel, die belt Mia vanavond nog terug voor een allereerste date.
maandag 19 mei 2014
Claessen II.VI
"Zich vergiftigd met wát?" Joël is ondertussen weer aangekomen bij zijn moeder thuis, terwijl Maarten en Claire thuis bleven om te bekomen van alle gebeurtenissen van de voorbije dag. Het is nu 22u30 en al lange tijd heel stil ten huize Claessen. Na te horen dat de overleden Maurice Claessen een fervent gokker was en samen met zijn zus Paula veel schulden had gemaakt, kwam er nog bovenop dat de arme man zichzelf had vergiftigd. Een feit dat de jonge Maarten een trauma voor het leven had bezorgd.
Lisa zit tegenover Tom aan tafel. Uit zijn blik alleen al weet ze veel troost te halen. Oké, hij was al drie jaar op de hoogte van het hele goksucces van broer en zus Claessen, maar hij was ook zo moedig geweest om het verhaal nu naar buiten te brengen en zijn moeder eens goed voor schut te zetten. Al moet Lisa daar nu niet meer aan denken. Haar hart ligt bij haar opa, voor wie de angst om zijn gokverslaving blijkbaar te groot geworden was. En ook bij Maarten. Ja, hij is altijd een buitenbeentje geweest, maar zo krankzinnig heeft ze hem nog nooit geweten.
Tom staart in de ogen van Lisa en probeert haar gedachten te lezen. Hij hoopt dat ze met dit hele gebeuren kan omgaan en het zijn moeder niet al te kwalijk neemt. Zijn angst voor het uitkomen van hun geheime relatie lijkt volledig onbelangrijk geworden. Iedereen zal nu wel al een vermoeden hebben.
Lutgarde kan nog steeds niets van het hele verhaal geloven. Dat ze haar man blijkbaar niet voldoende kende, was al een feit, maar zichzelf vergiftigen zou hij toch nooit doen. Ze twijfelt een beetje aan de echtheid van het verhaal van Maarten. De jongen is altijd al wat raar geweest, waarom zou ze hem hierin moeten geloven?
Alain kan er evenmin bij dat zijn vader met opzet vergif had gedronken. Waarschijnlijk wist de oude man net als iedereen hier aan tafel niet eens wat atropine was, laat staan dat hij het etiketje gelezen had. Daarbij zijn er voor Alain al genoeg dingen aan het licht gekomen. Dit is er eentje te veel om ook nog te geloven. Meteen flitsen zijn gedachten naar zijn zoon. Een schuldgevoel benauwt hem. Hoe heeft hij het met Maarten ooit zover laten komen?
Niet minder verbouwereerd is Mia. Dat haar vader tot al deze dingen in staat was, had ze nooit kunnen weten. Ze heeft zo'n spijt hier nooit iets van verteld te hebben. In feite heeft ze de dood van haar vader op haar geweten, iets wat ze denkt nooit van haar te kunnen afschudden. Om nog maar te zwijgen van waarvan de hele familie haar nu vast verdenkt.
Iedereen is in gedachten verzonken, Paula is de enige die op de vraag van Joël antwoordt. Haar stem klinkt vol van spijt: "atropine".
"Atropine? Maar dat is supergiftig," schreeuwt de natuurkenner Joël uit. "Dat komt rechtstreeks van de wolfskers. Zoiets heeft niemand toevallig in huis! Ik vrees dat onze pa heel goed wist wat hij deed."
Wolfskers. Wolfskers. Lisa proeft het woord voorzichtig en draait het binnenstebuiten in haar mond. Atropine is dus helemaal geen stof die in een laboratorium is gemaakt, het komt gewoon van een plant! Haar gedachten gaan naar anderhalf jaar geleden. Ze concentreert zich zo hard ze kan op haar herinneringen van 24 oktober 2012 en probeert alle details van de dag naar boven te halen. Het was de dag van haar eerste afspraakje met Tom, dat weet ze nog heel goed. Maar was opa die dag naar haar thuis gekomen? En wat zegt de naam wolfskers haar in gods... Lisa's ogen verwijden zich en haar hersenen stoppen met draaien. Uit de zee van verzonnen en waargebeurde herinneringen komt plots een heel belangrijk beeld naar boven drijven. Haar ogen vormen zich weer tot spleetjes en ze voelt pure woede in haar opborrelen. Ze draait haar hoofd langzaam en doelgericht naar Joël. Met een stem die tevergeefs niet beheerst overkomt, zegt ze: "wolfskers." Ze slikt en hapt geconcentreerd naar adem, haar blik strak op Joël gericht: "is dat toevallig een heksenkruid, nonkel Joël?" Haar stem klinkt nu scherp en kan niemand ervan weerhouden mee te luisteren. Joël voelt zich ongemakkelijk in de situatie. Hij begrijpt niet waar Lisa naartoe wil, maar antwoordt zo rustig mogelijk op haar vraag: "ja. Het is zelfs één van de giftigste. Wolfskers wordt ook wel ..."
Verder komt Joël niet met zijn woorden, want Lisa heeft haar hoofd in tussentijd al even zorgvuldig weer teruggedraaid, Paula in de ogen gekeken en knalt nu al haar woede in één woord naar buiten: "moordenaar!"
Niet minder verbouwereerd is Mia. Dat haar vader tot al deze dingen in staat was, had ze nooit kunnen weten. Ze heeft zo'n spijt hier nooit iets van verteld te hebben. In feite heeft ze de dood van haar vader op haar geweten, iets wat ze denkt nooit van haar te kunnen afschudden. Om nog maar te zwijgen van waarvan de hele familie haar nu vast verdenkt.
Iedereen is in gedachten verzonken, Paula is de enige die op de vraag van Joël antwoordt. Haar stem klinkt vol van spijt: "atropine".
"Atropine? Maar dat is supergiftig," schreeuwt de natuurkenner Joël uit. "Dat komt rechtstreeks van de wolfskers. Zoiets heeft niemand toevallig in huis! Ik vrees dat onze pa heel goed wist wat hij deed."
Wolfskers. Wolfskers. Lisa proeft het woord voorzichtig en draait het binnenstebuiten in haar mond. Atropine is dus helemaal geen stof die in een laboratorium is gemaakt, het komt gewoon van een plant! Haar gedachten gaan naar anderhalf jaar geleden. Ze concentreert zich zo hard ze kan op haar herinneringen van 24 oktober 2012 en probeert alle details van de dag naar boven te halen. Het was de dag van haar eerste afspraakje met Tom, dat weet ze nog heel goed. Maar was opa die dag naar haar thuis gekomen? En wat zegt de naam wolfskers haar in gods... Lisa's ogen verwijden zich en haar hersenen stoppen met draaien. Uit de zee van verzonnen en waargebeurde herinneringen komt plots een heel belangrijk beeld naar boven drijven. Haar ogen vormen zich weer tot spleetjes en ze voelt pure woede in haar opborrelen. Ze draait haar hoofd langzaam en doelgericht naar Joël. Met een stem die tevergeefs niet beheerst overkomt, zegt ze: "wolfskers." Ze slikt en hapt geconcentreerd naar adem, haar blik strak op Joël gericht: "is dat toevallig een heksenkruid, nonkel Joël?" Haar stem klinkt nu scherp en kan niemand ervan weerhouden mee te luisteren. Joël voelt zich ongemakkelijk in de situatie. Hij begrijpt niet waar Lisa naartoe wil, maar antwoordt zo rustig mogelijk op haar vraag: "ja. Het is zelfs één van de giftigste. Wolfskers wordt ook wel ..."
Verder komt Joël niet met zijn woorden, want Lisa heeft haar hoofd in tussentijd al even zorgvuldig weer teruggedraaid, Paula in de ogen gekeken en knalt nu al haar woede in één woord naar buiten: "moordenaar!"
zaterdag 17 mei 2014
Claessen II.V
"Dat is nu toch echt even niet prioritair, Claire."
"Dus ge blijft hier de egoïst uithangen? Net als die leugenachtige Mia? Ik ben vandaag ontslagen, Joël. Alain werkt halftijds, Lisa gaat naar de univer ..."
"Claire, alsjeblieft! We zullen er straks of een andere keer wel als volwassen mensen over spreken. Let nu maar op de weg, dan let ik op of ik hem nergens kan vinden."
Op zoek naar een vermiste Maarten Claessen, lijken Claire en Joël de eerdere ruzie van het familiefeest meegenomen te hebben tot in de auto. Ze rijden nu een kwartier lang rond, zonder enig spoor van de weggelopen jongen. Claire weet maar al te goed dat het gedoe om het geld nu niet veel uitmaakt, maar de angst om haar weggelopen zoon maakt haar helemaal overstuur. Waarom is hij toch weggelopen? En waar kan hij nu zo vlug al zijn? In de brief was er geen aanwijzing te vinden waar hij uithing, dat had Alain via de telefoon al bevestigd.
Het duurt een kwartier langer eer ze bij het niet afbetaalde huis van Claire en Alain aankomen in de hoop Maarten daar te vinden. Claire kan haar ogen even niet geloven. Er is binnen licht aan en door een ingeslagen ruit klinken vanuit hun huis verwoestende geluiden. Een seconde moet Claire denken dat er inbrekers in haar huis zijn, volop in de weer om het laatste beetje van hun vermogen mee te nemen en hen geheel in de armoede te storten. Dan hoort ze duidelijk de zingende stem van haar zoon uit het raam, die haar rillingen over haar hele lichaam bezorgt. "Filothea, Filotheeeaa? Waar bent u? Ziet u niet dat ik mijn best doe? Ik wil er zo graag bijhoren!". De jongen klinkt krankzinnig. Of hij moet volkomen dronken zijn, dat kan ook nog. In een ruk trekt Claire aan de handrem en snelt de auto uit, Joël met een pijnlijke nek achterlatend op het midden van de weg op de passagiersplaats van haar auto.
Eenmaal in het huis aangekomen, kan Claire opnieuw niet geloven wat ze voor zich ziet. Daar, in het midden van de keuken, zit Maarten. Hij is al een tijdje bezig met de volgens hem nobele taak om de keukentafel in stukken te zagen. Een keukentafel, die bijna 19 jaar geleden het braaksel van een jonge Claire herbergde en vandaag nog een mijmerende Alain deed terugdenken aan die dag, ligt nu in vijf delen op de grond van de keuken. Maarten is in allerijl bezig om er zes delen van te maken. Claire, hoewel opgelucht om haar zoon levend gevonden te hebben, rilt nog steeds van angst om het gestoorde gedrag van haar zoon. Wat is er mis met hem? En wat is hij ook in godsnaam met die keukentafel aan het doen? Maarten ziet zijn moeder naar hem kijken: "ah, mama, ik ben alvast bezig met het vernietigen van alles wat mijn leven ongelukkig maakt. Binnenkort ben ik weer volkomen norm..." De onbezorgde Claire heeft nu even geen zin in een verklaring. Zuivere moederliefde doet haar naar de jonge gek toelopen en hem in haar armen nemen. Door de druk op zijn lichaam kan de jongen niet verder spreken. Al vlug volgt voor Maarten de klap van de echte wereld, gevolgd door tranen van spijt.
"Dus ge blijft hier de egoïst uithangen? Net als die leugenachtige Mia? Ik ben vandaag ontslagen, Joël. Alain werkt halftijds, Lisa gaat naar de univer ..."
"Claire, alsjeblieft! We zullen er straks of een andere keer wel als volwassen mensen over spreken. Let nu maar op de weg, dan let ik op of ik hem nergens kan vinden."
Op zoek naar een vermiste Maarten Claessen, lijken Claire en Joël de eerdere ruzie van het familiefeest meegenomen te hebben tot in de auto. Ze rijden nu een kwartier lang rond, zonder enig spoor van de weggelopen jongen. Claire weet maar al te goed dat het gedoe om het geld nu niet veel uitmaakt, maar de angst om haar weggelopen zoon maakt haar helemaal overstuur. Waarom is hij toch weggelopen? En waar kan hij nu zo vlug al zijn? In de brief was er geen aanwijzing te vinden waar hij uithing, dat had Alain via de telefoon al bevestigd.
Het duurt een kwartier langer eer ze bij het niet afbetaalde huis van Claire en Alain aankomen in de hoop Maarten daar te vinden. Claire kan haar ogen even niet geloven. Er is binnen licht aan en door een ingeslagen ruit klinken vanuit hun huis verwoestende geluiden. Een seconde moet Claire denken dat er inbrekers in haar huis zijn, volop in de weer om het laatste beetje van hun vermogen mee te nemen en hen geheel in de armoede te storten. Dan hoort ze duidelijk de zingende stem van haar zoon uit het raam, die haar rillingen over haar hele lichaam bezorgt. "Filothea, Filotheeeaa? Waar bent u? Ziet u niet dat ik mijn best doe? Ik wil er zo graag bijhoren!". De jongen klinkt krankzinnig. Of hij moet volkomen dronken zijn, dat kan ook nog. In een ruk trekt Claire aan de handrem en snelt de auto uit, Joël met een pijnlijke nek achterlatend op het midden van de weg op de passagiersplaats van haar auto.
Eenmaal in het huis aangekomen, kan Claire opnieuw niet geloven wat ze voor zich ziet. Daar, in het midden van de keuken, zit Maarten. Hij is al een tijdje bezig met de volgens hem nobele taak om de keukentafel in stukken te zagen. Een keukentafel, die bijna 19 jaar geleden het braaksel van een jonge Claire herbergde en vandaag nog een mijmerende Alain deed terugdenken aan die dag, ligt nu in vijf delen op de grond van de keuken. Maarten is in allerijl bezig om er zes delen van te maken. Claire, hoewel opgelucht om haar zoon levend gevonden te hebben, rilt nog steeds van angst om het gestoorde gedrag van haar zoon. Wat is er mis met hem? En wat is hij ook in godsnaam met die keukentafel aan het doen? Maarten ziet zijn moeder naar hem kijken: "ah, mama, ik ben alvast bezig met het vernietigen van alles wat mijn leven ongelukkig maakt. Binnenkort ben ik weer volkomen norm..." De onbezorgde Claire heeft nu even geen zin in een verklaring. Zuivere moederliefde doet haar naar de jonge gek toelopen en hem in haar armen nemen. Door de druk op zijn lichaam kan de jongen niet verder spreken. Al vlug volgt voor Maarten de klap van de echte wereld, gevolgd door tranen van spijt.
donderdag 15 mei 2014
Claessen II.IV
Het is 9 mei 2014, 21u30. In een kleine woonst nabij Hasselt speelt zich af wat men in lokale kranten een gezinsdrama zou noemen. Anderhalf uur geleden heeft de familie Claessen te horen gekregen dat de pas overleden grootvader een gokverslaving had. Samen met zijn zus verdiende hij bakken vol geld, die hij vlug weer kwijt raakte. De familie blijft achter met een schuld van 350 000 euro en het dilemma wie dit zal moeten betalen. Schuldig is alvast de zus Paula, die jarenlang meegokte met haar broer en hier steeds over gezwegen en zelfs gelogen heeft. Maar schuldig is ook de dochter Mia, die dit alles te weten was gekomen, zwijggeld toegestopt kreeg en eveneens gezwegen had. Verder is er Alain, die met zijn zonet ontslagen vrouw en twee kinderen het financieel erg moeilijk heeft, en de jongste zoon Joël, voor wie de gelukkigste dag van zijn leven de ongelukkigste werd. Hij kan nog steeds niet geloven wat er zonet allemaal aan het licht kwam.
Daar eindigt het niet voor de familie, want alsof er nog niet voldoende onrust gewoed had, is zonet het jongste familielied weggelopen. Claire en ook Joël zijn naar buiten gerend, op zoek naar de jonge Maarten. De overige zes hoofden zitten voor de eerste keer deze avond dicht bij elkaar gepakt. Iedereen wil tegelijk kunnen lezen wat er in de mysterieuze brief staat die de jongen achterliet. Twaalf fronsende wenkbrauwen, en niemand zegt een woord.
Daar eindigt het niet voor de familie, want alsof er nog niet voldoende onrust gewoed had, is zonet het jongste familielied weggelopen. Claire en ook Joël zijn naar buiten gerend, op zoek naar de jonge Maarten. De overige zes hoofden zitten voor de eerste keer deze avond dicht bij elkaar gepakt. Iedereen wil tegelijk kunnen lezen wat er in de mysterieuze brief staat die de jongen achterliet. Twaalf fronsende wenkbrauwen, en niemand zegt een woord.
Oma, nonkel, tante,
Het is anderhalf jaar geleden dat ik in dit huis ben geweest. Met oma, nonkel Joël en alle herinneringen van vroeger aan opa. Dertien jaar lang was dit mijn lievelingsplaats op aarde, en opa mijn lievelingspersoon. Ik kan me geen gelukkigere tijden herinneren dan wanneer ik met hem kon kaarten of wanneer Lisa en ik gingen spelen in de tuin en er nadien altijd ijsjes voor ons klaarlagen. Anderhalf jaar geleden stortte mijn wereld in. Dat opa nu een ander mens blijkt geweest te zijn of dat de hele familie hier om geld een drama kan maken, interesseert me nu echt niet.
Mama en papa weten dat er iets mis met me is, dat ik mij anders gedraag sindsdien. Dat ik veel dagdroom en naar de psycholoog moet gaan. Ik heb het anderhalf jaar lang niet kunnen geloven, maar door terug met de herinneringen geconfronteerd te worden, weet ik het nu zeker: het is de dood van opa die mijn leven heeft veranderd.
Er is denk ik helemaal niemand van jullie die dit weet, maar opa is vorig jaar niet natuurlijk om het leven gekomen. Hij heeft zichzelf vergiftigd. Het was woensdag 24 oktober 2012. Omdat op woensdagnamiddag mama en papa werken waren en Lisa een afspraakje had, kwam opa mij thuis gezelschap houden. Hij voelde zich die dagen erg ziek, maar toch kwam hij speciaal voor mij naar thuis. We zouden kaarten die namiddag, maar het is er nooit van gekomen. Ik ging een halfuurtje weg. Om chips te halen die opa en ik samen zouden opeten. Aan dat halfuurtje had opa genoeg.
Om 14u23 kwam ik terug van de winkel en trof ik opa dood aan. Hij zat aan de keukentafel, met zijn hoofd op de tafel en zijn armen bengelend aan zijn schouders. Naast hem lag een omgevallen glas water en een leeg flesje met een etiketje waar "atropine" op stond. Het was een gruwelijk beeld dat mij nog vaak door het hoofd gaat, overdag en in mijn dromen. Achteraf heb ik opgezocht wat atropine was. Het is een uiterst giftige stof die in bepaalde besjes voorkomt. Een paar besjes schijnen genoeg te zijn om een mens te doden.
Het enige waar ik op dat moment aan dacht is dat best niemand kon weten wat opa zichzelf had aangedaan. Bevend van verdriet, heb ik hem van de stoel getild en in de zetel gelegd. Het flesje had ik weggegooid, alle sporen had ik uitgewist. Opa was vanaf nu in zijn slaap door ziekte gestorven, atropine heeft nooit bestaan. Ik belde mama en papa en vertelde hen het nieuws. De rest van het verhaal kennen jullie.
Anderhalf jaar erna kan ik nog altijd niet met die herinnering om. Mijn leven is heel raar geworden en wat ik dacht dat de puberteit zou zijn, blijkt nu eigenlijk een trauma. De psycholoog had gelijk. Ik kan het echt niet meer aan nu en ik loop weg. Weg van jullie onnozel geruzie en weg van het huis vol herinneringen aan opa.Zes hoofden richten zich weer op. Allen kijken ze elkaar uit angst en verdriet aan. Lisa vliegt in de armen van Tom en barst in tranen uit.
dinsdag 13 mei 2014
Claessen II.III
Het is vrijdag 9 mei 2014 om 21u00 en de verhitte discussie over geld en politiek wordt alleen maar verhittener. Claire huilt harder en Alain en Mia worden bozer. Beiden verwijten elkaar dat ze niet consequent zijn en beiden vinden van elkaar dat ze voor dit voorval moeten opdraaien. Tom is de verliefde blik van zijn nichtje in zijn ooghoek helemaal vergeten. Zijn blik is strak op de ruzie gericht, zijn gedachten op zijn moeder. Hoe kon ze hier nu zo ongelofelijk hard de bitch uithangen? Hoe kon politiek of het gelijk krijgen nu zo veel belangrijker zijn dan eerlijk te zijn tegen haar bloedeigen broer. Zijn moeder kon maar al te goed opdraaien voor een flink deel van het geld. En ze zou het verdomme mogen doen. Alleen blijft ze consequent verzwijgen wat er drie jaren geleden gebeurd is.
Terwijl Tom aan die tijd terugdenkt, neemt de discussie rustig de tijd om te gaan liggen. De storm verzwakt en wordt geniepiger. Het waait niet meer; ze zitten in het oog van de orkaan. Mia was met een feit gekomen waar Alain nog niet bij had stilgestaan: Joël is een werkende man die al zijn hele leven bij hun moeder woont. Hij heeft nooit huur moeten betalen en geeft zelden iets uit. Waarom zouden Alain, in financiële problemen, of Mia, een alleenstaande moeder, voor het geld moeten opdraaien als Joël zonder twijfel een flinke spaarrekening had waarvan best 350 000 euro af kon? Alain, Mia en Claire grijnzen alle drie in de richting van Joël. Met een stem gemaakt van het zuiverste venijn en een vleugje onschuldigheid spreekt Mia haar broer toe: "Joël, lieve broer, sorry dat we zo'n ruzie maakten. We moeten elkaar niet tegenspreken, maar samen tot de beste oplossing komen." "Mia heeft gelijk," gaat Alain verder, "laat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen."
Tom ziet hoe zijn favoriete nonkel opeens in het gedrang komt, hoe zijn achterbakse broer en zus hem intimiderend toespreken. Het maakt hem woedend. Hij kan dit niet langer aanzien en springt protesterend recht. In de eerste plaats omdat Joël dit alles niet verdient: een zus die tegen hem liegt en het alleen moeten opdraaien voor de daden van zijn vader. In de tweede plaats omdat hij de enige drager van bezwaarlijke informatie over hem en Lisa maar beter goed kan verzorgen. Dat is egoïstisch van hem, maar het is verdorie belangrijk. "Godverdomme, ma, stop daar eens mee!" roept hij door de hele huiskamer uit. Mia's hoofd draait zich naar haar enige zoon. Haar gelaatsuitdrukking gaat van verbaasd naar kwaad. Probeerde Tom daar zo-even haar plannetje te stoppen? Ze kijkt hem diep in zijn ogen. Het antwoord krijgt ze in een gezichtsuitdrukking: "ja, moeder, want nu is het mijn beurt".
Mia wordt angstig en steekt ook Paula aan. Tom ziet de twee vrouwen naar elkaar kijken. Ze durven allebei niets te zeggen, uit angst om nog meer risico te lopen. Deze keer is hij het die een grijns van venijn opzet. "Stop met zo schijnheilig te doen, ma. Vertel ze toch eens eindelijk dat ge dit al allemaal wist. Ge wist dat opa gokte, dat hij om veel geld speelde. Ge wist zelfs dat hij van Paula geleend had. Meer zelfs, Paula heeft het u zelf verteld." Alle ogen zijn op Tom gericht en hij houdt van de aandacht. Zo veel zelfs, dat hij ze allemaal nog heel eventjes laat wachten en rustig hun expressies bestudeert. Lutgarde, Joël, Alain, Claire, Lisa; ze hangen allemaal aan zijn lippen. Mia kan nog steeds geen geluid uitbrengen. En Paula evenmin. De bejaarde kruidkundige die anders zo veel weet te zeggen, kan enkel beven van de schrik. Het lijkt wel een moederloze chihuahua. Tom moet glimlachen. Chihuahua, die vond hij goed gevonden. "En hoe komt het toch dat mama dat te weten kwam? En waarom moest ze het dan zo nodig verzwijgen? Omdat tante Paula zelf ook gokte natuurlijk! Zij en opa waren een heus team. Een team dat samen bakken vol geld verdiende. Is het niet, tante Paula?" Moederloos en baasjesloos. Ze ziet er zo zielig uit. "Toen jullie nog massa's geld verdienden, kwam 350 000 euro nog niet zo nauw. Genoeg geld om een villaatje te huren in de Ardennen en om een lichte alcoholverslaving te kunnen betalen. Maar ook genoeg om mama wat zwijggeld toe te stoppen toen ze er toevallig ..."
"Stop! Het is genoeg zo!" Paula schreeuwt zo luid ze kan om de verwijtende woordentirade van haar neefje te stoppen. Even is het heel stil. Niemand weet wat van de situatie te denken. Ogen gaan van Paula naar Tom naar Mia en weer naar Paula. Na een halve minuut van pure stilte, laat de oude biologe haar hoofd hangen en begint haar schuld te bekennen. Aankijken doet ze niet, dat durft ze nu even niet. Er volgen woorden van spijt en vergeving. Ze biecht op dat het waar is wat Tom zei. Ze zegt dat, toen het eenmaal echt uit de hand begon te lopen, haar broer heeft proberen te overtuigen ermee te stoppen. Ze zegt dat ze altijd geprobeerd heeft het beste te doen. Ze zegt zo veel, maar niemand luistert nog aandachtig. Iedereen probeert te bekomen van de woorden van Tom.
Het is Claire die de sociale impasse doorbreekt: zij staat rustig recht en neemt haar autosleutels op. "Ik kan niet langer in zo'n vals gezelschap verblijven. Sorry Joël, sorry Lut, maar ik kan hier niemand meer vertrouwen. Wij zijn ervan door. Los uw vervelende probleempjes maar op onder zij die het kunnen betalen." Alain twijfelt geen seconde en voegt zich achter haar, klaar om te vertrekken. "Lisa, Maarten, kom jongens. We gaan ..." Verder kwam Alain niet. Tijdens het uitspreken van zijn zin draaide zijn hoofd zich naar de zetel waar Maarten in was gaan zitten. Daar is geen Maarten meer, maar enkel nog een nat betraande brief. In alle paniek loopt hij aan de brief voorbij, recht naar de inkomhal. Net wat hij vreesde: de voordeur staat open, Maarten is weg.
Terwijl Tom aan die tijd terugdenkt, neemt de discussie rustig de tijd om te gaan liggen. De storm verzwakt en wordt geniepiger. Het waait niet meer; ze zitten in het oog van de orkaan. Mia was met een feit gekomen waar Alain nog niet bij had stilgestaan: Joël is een werkende man die al zijn hele leven bij hun moeder woont. Hij heeft nooit huur moeten betalen en geeft zelden iets uit. Waarom zouden Alain, in financiële problemen, of Mia, een alleenstaande moeder, voor het geld moeten opdraaien als Joël zonder twijfel een flinke spaarrekening had waarvan best 350 000 euro af kon? Alain, Mia en Claire grijnzen alle drie in de richting van Joël. Met een stem gemaakt van het zuiverste venijn en een vleugje onschuldigheid spreekt Mia haar broer toe: "Joël, lieve broer, sorry dat we zo'n ruzie maakten. We moeten elkaar niet tegenspreken, maar samen tot de beste oplossing komen." "Mia heeft gelijk," gaat Alain verder, "laat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen."
Tom ziet hoe zijn favoriete nonkel opeens in het gedrang komt, hoe zijn achterbakse broer en zus hem intimiderend toespreken. Het maakt hem woedend. Hij kan dit niet langer aanzien en springt protesterend recht. In de eerste plaats omdat Joël dit alles niet verdient: een zus die tegen hem liegt en het alleen moeten opdraaien voor de daden van zijn vader. In de tweede plaats omdat hij de enige drager van bezwaarlijke informatie over hem en Lisa maar beter goed kan verzorgen. Dat is egoïstisch van hem, maar het is verdorie belangrijk. "Godverdomme, ma, stop daar eens mee!" roept hij door de hele huiskamer uit. Mia's hoofd draait zich naar haar enige zoon. Haar gelaatsuitdrukking gaat van verbaasd naar kwaad. Probeerde Tom daar zo-even haar plannetje te stoppen? Ze kijkt hem diep in zijn ogen. Het antwoord krijgt ze in een gezichtsuitdrukking: "ja, moeder, want nu is het mijn beurt".
Mia wordt angstig en steekt ook Paula aan. Tom ziet de twee vrouwen naar elkaar kijken. Ze durven allebei niets te zeggen, uit angst om nog meer risico te lopen. Deze keer is hij het die een grijns van venijn opzet. "Stop met zo schijnheilig te doen, ma. Vertel ze toch eens eindelijk dat ge dit al allemaal wist. Ge wist dat opa gokte, dat hij om veel geld speelde. Ge wist zelfs dat hij van Paula geleend had. Meer zelfs, Paula heeft het u zelf verteld." Alle ogen zijn op Tom gericht en hij houdt van de aandacht. Zo veel zelfs, dat hij ze allemaal nog heel eventjes laat wachten en rustig hun expressies bestudeert. Lutgarde, Joël, Alain, Claire, Lisa; ze hangen allemaal aan zijn lippen. Mia kan nog steeds geen geluid uitbrengen. En Paula evenmin. De bejaarde kruidkundige die anders zo veel weet te zeggen, kan enkel beven van de schrik. Het lijkt wel een moederloze chihuahua. Tom moet glimlachen. Chihuahua, die vond hij goed gevonden. "En hoe komt het toch dat mama dat te weten kwam? En waarom moest ze het dan zo nodig verzwijgen? Omdat tante Paula zelf ook gokte natuurlijk! Zij en opa waren een heus team. Een team dat samen bakken vol geld verdiende. Is het niet, tante Paula?" Moederloos en baasjesloos. Ze ziet er zo zielig uit. "Toen jullie nog massa's geld verdienden, kwam 350 000 euro nog niet zo nauw. Genoeg geld om een villaatje te huren in de Ardennen en om een lichte alcoholverslaving te kunnen betalen. Maar ook genoeg om mama wat zwijggeld toe te stoppen toen ze er toevallig ..."
"Stop! Het is genoeg zo!" Paula schreeuwt zo luid ze kan om de verwijtende woordentirade van haar neefje te stoppen. Even is het heel stil. Niemand weet wat van de situatie te denken. Ogen gaan van Paula naar Tom naar Mia en weer naar Paula. Na een halve minuut van pure stilte, laat de oude biologe haar hoofd hangen en begint haar schuld te bekennen. Aankijken doet ze niet, dat durft ze nu even niet. Er volgen woorden van spijt en vergeving. Ze biecht op dat het waar is wat Tom zei. Ze zegt dat, toen het eenmaal echt uit de hand begon te lopen, haar broer heeft proberen te overtuigen ermee te stoppen. Ze zegt dat ze altijd geprobeerd heeft het beste te doen. Ze zegt zo veel, maar niemand luistert nog aandachtig. Iedereen probeert te bekomen van de woorden van Tom.
Het is Claire die de sociale impasse doorbreekt: zij staat rustig recht en neemt haar autosleutels op. "Ik kan niet langer in zo'n vals gezelschap verblijven. Sorry Joël, sorry Lut, maar ik kan hier niemand meer vertrouwen. Wij zijn ervan door. Los uw vervelende probleempjes maar op onder zij die het kunnen betalen." Alain twijfelt geen seconde en voegt zich achter haar, klaar om te vertrekken. "Lisa, Maarten, kom jongens. We gaan ..." Verder kwam Alain niet. Tijdens het uitspreken van zijn zin draaide zijn hoofd zich naar de zetel waar Maarten in was gaan zitten. Daar is geen Maarten meer, maar enkel nog een nat betraande brief. In alle paniek loopt hij aan de brief voorbij, recht naar de inkomhal. Net wat hij vreesde: de voordeur staat open, Maarten is weg.
zondag 11 mei 2014
Claessen II.II
"Maurice Claessen is altijd een geweldig man geweest. De liefste echtgenoot die ik mij kon inbeelden, een strenge en begripvolle vader, een speelse opa. Toch was hij niet altijd een eerlijk man, of heeft hij mij toch niet altijd alles verteld. Opa was een fervent kaarter, dat weten we allemaal. Alleen nam hij dat kaarten iets serieuzer dan ik wilde geloven. De kaartclub waar hij elke week heen ging, was geen gewone kaartclub, maar een waar de bedragen hoog konden oplopen. Opa ging steeds vaker kaarten en werd verslaafd aan het gokken. Het bleef niet bij de onschuldige kaartclub. Hij ging naar casino's en naar louche kaartcafés. Hij ging 's nachts stiekem het huis uit en wist de plekjes waar in de Hasseltse open lucht andere kaarters samenkwamen om met gokken hun fortuin te verdienen. En waar sommigen een fortuin verdienen, raken anderen het hunne kwijt. Blind door de verslaving zag Maurice alleen niet in dat hij verloor. Hij was er verdorie goed in, alleen waren anderen net iets beter. Hij schaamde zich over zijn verlies en vertelde er tegen mij niets over. Hij moest het alleen zien terug te verdienen en dan zou hij ermee stoppen. Maar ja, dat is gemakkelijker gedacht dan verdiend."
De hele tafel is ontzet door het verhaal, alsook de mensen die eraan zitten. Niemand schijnt te geloven dat er een tweede en duistere kant aan hun vader of grootvader was die ze nooit te zien hebben gekregen. "En daarom ging hij lenen. Hij leende bij verschillende van zijn vrienden, maar ook bij zijn vijanden. Een deel leende hij zelfs bij tante Paula. Alleen kon hij het nooit terugbetalen, want winnen heeft hij nooit meer gedaan."
In een vloeiende beweging draaien alle hoofden zich van Lutgarde naar Paula. Veertien vragende en argwanende ogen staren haar aan. De oude tante keek de familie schuldig aan en voelde zich zenuwachtig. De veertien ogen vroegen om een antwoord. "Maurice heeft mij nooit verteld waar hij mee bezig was," verdedigde Paula zichzelf. "Hij vertelde dat hij het moeilijk had om de hele familie te onderhouden. Dat Lutgarde nauwelijks een pensioen had, Joël in die dagen zonder werk zat en hij niet optimaal voor zijn kleinkinderen kon zorgen. Ik verdiende als gepensioneerde wetenschapper het dubbele van jullie pensioenen samen en had geen gezin te onderhouden. Ik vond het niet meer dan normaal om hem te helpen. Had ik toen maar geweten waarin hij het investeerde..."
"Anderhalf jaar geleden werd Maurice erg ziek en is hij overleden," gaat de grootmoeder verder, "en vanaf dan zijn verschillende kaarters en gokkers naar hun uitgeleende geld op zoek. Een van hen, Raoul, vroeger een goede vriend van Maurice, kende Paula en begon haar te vragen achter het geld. De arme groottante had zelf een heel vermogen aan haar broer geleend en had niets meer om uit te betalen. Het geld is weg, opgegokt en toch zijn er een heleboel mensen die het willen terugzien. De gehele kaartmaffia van Zuid-Limburg klopt nu allemaal bij tante Paula aan. Maar zij kan het niet meer aan. Ze kan niet blijven uitstellen. Ze heeft geen rotte frank meer om hen te geven."
Lutgarde kijkt elke gezicht aan tafel afzonderlijk aan. Ze ziet de verbijstering op ieders gezicht. Ze heeft nooit gewild dat er zoiets moet gebeuren en ze heeft schrik voor wat ze nu moet zeggen, hoewel iedereen het al wel weet. "De totale schuld van Maurice bedraagt 352 000 euro." De oude vrouw probeert de krop in haar keel weg te slikken. "Het kan helaas niet anders dan dat we jullie vragen om ..."
Het geluid van een in tranen uitbarstende Claire verstoort de laatste zin die de grootmoeder wilde uitspreken. Deze zin is nochtans volledig overbodig. Voor iedereen was het duidelijk: er kwam een duistere financiële periode aan voor de familie Claessen. Alain probeerde zijn vrouw te troosten, Mia kon geen woorden uitbrengen en Joël roept zijn gedacht over de tafel uit: "350 000 euro! Was pa gek of wat?!"
Claire richt het hoofd langzaam naar Alain. Hij herkent die blik in de ogen van zijn geliefde maar al te goed. Expliciet leest hij "Alain, ik voel me machteloos en ik weet niet wat ik moet doen", impliciet wordt dat "Alain, venteke, ge zult het hier moeten oplossen vrees ik." En Alain vreest een beetje hetzelfde, al weet hij niet goed wat te doen. Hij begrijpt de pijnlijke situatie waarin zijn moeder zich bevindt en vindt het niet meer dan normaal dat iedereen haar daarin zal moeten helpen. Aan de andere kant hebben Claire en hij het financieel niet al te best, zeker nu zij vandaag haar job kwijt raakte. Hij kijkt terug in de meelijwekkende ogen van zijn vrouw en zet zijn kordate stem op. "Sorry, ma, maar wij hebben het financieel echt moeilijk de laatste tijd. Claire verloor haar job vandaag en we hebben thuis te veel kosten om dit te kunnen betalen."
Mia draait met haar ogen. Ze heeft het allemaal een beetje zien aankomen, maar hoopt dat dat voor de rest niet te hard opviel. Het hele kaartschandaal van haar vader zou ooit naar buiten moeten komen. Dat het verhaal een staartje van 352 000 euro had, had ze alleen nooit kunnen verzinnen. De reactie van Alain daarentegen wel. Altijd onder de sloef en altijd zijn verantwoordelijkheid ontlopen. Ze denkt terug aan de belachelijke ruzie op de begrafenis van haar vader. Het was een politieke discussie die flink uit de hand gelopen was. Mia, overtuigd socialistisch als ze is, vertelde haar broer dat de sterkste schouders steeds de zwaarste lasten moesten dragen. Alain, rechts liberaal, vindt dat elke mens recht heeft op het geld waar hij hard voor gewerkt heeft. De overheid moet veel slanker en iedereen moet daar gelijk aan bijdragen. "Niet al te consequent, hé, Alain," denkt Mia iets te hardop en doorbreekt daarmee de stilte die de tafel in haar ban had.
En daarmee was de toon gezet voor een volgende discussie, deze keer gevoed door het verbijsterende nieuws over hun vader. Joël, Lutgarde en Paula slaan ongelovig het spektakel gade. Geen van hen kan begrijpen dat ze opnieuw aan het ruziën zijn na het nieuws dat ze net gekregen hebben. Tom en Lisa doen ondertussen hun uiterste best om niet naar elkaar te kijken, wat aardig lijkt te mislukken. Al is er niemand die er enige aandacht aan schenkt. Nog minder aandacht gaat er naar Maarten. Hij is ondertussen in de hoek van de kamer in een zetel gaan zitten, heeft pen en papier genomen en is beginnen schrijven. Makkelijk is het nochtans niet, op een papier dat nat is van de tranen.
Claire richt het hoofd langzaam naar Alain. Hij herkent die blik in de ogen van zijn geliefde maar al te goed. Expliciet leest hij "Alain, ik voel me machteloos en ik weet niet wat ik moet doen", impliciet wordt dat "Alain, venteke, ge zult het hier moeten oplossen vrees ik." En Alain vreest een beetje hetzelfde, al weet hij niet goed wat te doen. Hij begrijpt de pijnlijke situatie waarin zijn moeder zich bevindt en vindt het niet meer dan normaal dat iedereen haar daarin zal moeten helpen. Aan de andere kant hebben Claire en hij het financieel niet al te best, zeker nu zij vandaag haar job kwijt raakte. Hij kijkt terug in de meelijwekkende ogen van zijn vrouw en zet zijn kordate stem op. "Sorry, ma, maar wij hebben het financieel echt moeilijk de laatste tijd. Claire verloor haar job vandaag en we hebben thuis te veel kosten om dit te kunnen betalen."
Mia draait met haar ogen. Ze heeft het allemaal een beetje zien aankomen, maar hoopt dat dat voor de rest niet te hard opviel. Het hele kaartschandaal van haar vader zou ooit naar buiten moeten komen. Dat het verhaal een staartje van 352 000 euro had, had ze alleen nooit kunnen verzinnen. De reactie van Alain daarentegen wel. Altijd onder de sloef en altijd zijn verantwoordelijkheid ontlopen. Ze denkt terug aan de belachelijke ruzie op de begrafenis van haar vader. Het was een politieke discussie die flink uit de hand gelopen was. Mia, overtuigd socialistisch als ze is, vertelde haar broer dat de sterkste schouders steeds de zwaarste lasten moesten dragen. Alain, rechts liberaal, vindt dat elke mens recht heeft op het geld waar hij hard voor gewerkt heeft. De overheid moet veel slanker en iedereen moet daar gelijk aan bijdragen. "Niet al te consequent, hé, Alain," denkt Mia iets te hardop en doorbreekt daarmee de stilte die de tafel in haar ban had.
En daarmee was de toon gezet voor een volgende discussie, deze keer gevoed door het verbijsterende nieuws over hun vader. Joël, Lutgarde en Paula slaan ongelovig het spektakel gade. Geen van hen kan begrijpen dat ze opnieuw aan het ruziën zijn na het nieuws dat ze net gekregen hebben. Tom en Lisa doen ondertussen hun uiterste best om niet naar elkaar te kijken, wat aardig lijkt te mislukken. Al is er niemand die er enige aandacht aan schenkt. Nog minder aandacht gaat er naar Maarten. Hij is ondertussen in de hoek van de kamer in een zetel gaan zitten, heeft pen en papier genomen en is beginnen schrijven. Makkelijk is het nochtans niet, op een papier dat nat is van de tranen.
vrijdag 9 mei 2014
Claessen II.I
"Ma, zijt toch eens niet zo zenuwachtig. Het is niet de paus die langskomst hoor. Waarom zijt ge toch zo opgefokt?" Het is vrijdag 9 mei 2014 om 19u30 en Joël Claessen probeert zijn heen en weer wandelende moeder te kalmeren terwijl ze de hapjes op tafel voor de derde keer in rijtjes schikt. Lutgarde kijkt voor de eerste keer in een halfuur tijd haar zoon Joël aan. Enfin, aankijken kan Joël het moeilijk noemen. Haar blik staat bol van paniek en richt zich dwars door hem heen. "Ik vind het zo erg dat gij hier ingerold zijt, jongen," is het enige dat ze zegt. Joël begrijpt er niets van en wil iets zeggen, maar krijgt er de tijd niet voor. De bel gaat en vreemd genoeg komt dat verlossend voor Joël. Eindelijk zal hij begrijpen waarom zijn moeder zich zo anders gedraagt de laatste dagen. Of dat hoopt hij toch.
"Wij euh... moesten toch niets meebrengen hé?" In de deuropening spreekt een glunderende Mia hem aan, met naast haar haar al even glunderende neefje Tom. De glimlach is aanstekelijk en verschijnt meteen ook op Joëls gezicht. Hij negeert de belachelijke vraag: "blij om u terug te zien, zus. Ik zie dat het goed gaat met u." "Het gaat uitstekend, Joël, ronduit uitstekend." In Mia's hoofd is al lang niet meer de afkeer van het familiefeest te vinden, maar enkel nog het avontuur van een uur geleden, toen een willekeurige Karel uit Hasselt haar na lange tijd opnieuw een toekomst had gegeven. Joëls blik glijdt naar rechtsboven en komt die van zijn neefje tegen. Tom kan zijn plotse paniekgevoelens niet onderdrukken en met de snelheid van het licht en de zenuwimpuls bereiken ze ook Joël. Voor Tom is het duidelijk: hij weet nu dat Joël het weet. En Joël weet op zijn beurt ook dat Tom weet dat hij het weet, al is voor Tom dat laatste nog niet duidelijk. Tom verandert zijn paniekerige blik in een smekende blik, Joël zijn vragende blik in een geruststellende. Dat alles in een fractie tijd waarin Mia niet eens de tijd had om zich af te vragen wat er gaande is. Het jongvolwassen neefje glimlacht, stapt het huis binnen en werpt zijn beide armen rond het magere lichaam van zijn oom. "Nonkel Joël, da's lang geleden," zegt de jongen in hun vriendschappelijke omhelzing. In de verte ziet Tom zijn oma staan. Lutgarde kijkt vol liefde naar het kleinkind dat ze al anderhalf jaar niet meer gezien had. Voor de rest verraadt ze niets. Ze hoopt dat hij niet weet dat zij het weet van Joël. Als een bronstige gazelle wrikt de jongen zich los uit de armen van Joël en rent hij naar zijn oma toe, klaar voor de tweede familiale omhelzing van de dag. Nu ja, de derde als hij Lisa meerekent.
De voordeur is nog maar net gesloten als de bel opnieuw gaat. Lutgarde is in de weer met de drankjes, Mia met het naar binnen werken van garnaalhapjes en Joël voert een monoloog tegen zijn zus over zijn voorspellingen van de verkiezingsresultaten op 25 mei. Het is aldus Tom die vol verwachtingen de deur opent, waar zijn (schoon)familie voor hem verschijnt. Hij ziet een weinig vrolijke nonkel Alain, een terneergeslagen tante Claire en een Lisa die faliekant faalt in het proberen te onderdrukken van verliefde gevoelens. Toms nonkel draagt in zijn hand een spel kaarten, hetgeen hij altijd mee had als hij naar oma kwam. Dan gingen hij, zijn mama en nonkel Joël altijd kaarten met opa als het een familiefeest was. Het lijkt wel of nonkel Alain het kaartspel als symbool wil stellen om alles weer als vroeger te maken. Tom kon geen andere reden verzinnen.
Ondertussen zorgen zeven heen en weer gaande blikken ervoor dat er geen woorden meer gezegd moeten worden. Lisa's blik gaat naar Tom, naar Joël en opnieuw naar Tom, die geruststellend naar haar knikt. Joël onderzoekt ondertussen de droevige uitdrukking van Claire en kijkt vragend naar zijn broer. Alain geeft geen antwoord. Hij is te druk bezig met het consequent mijden van Mia's blik. Zij heeft haar ogen daarentegen strak op Alain gericht en een glimlach is er niet af te krijgen. Claire merkt dat maar al te goed op. Ze probeert een al even vieze grijns terug te werpen. Helaas voor haar krijgt ze er de tijd niet voor, want Lutgarde doorbreekt het blikkenverkeer met een vraag waar nog niemand bij had stilgestaan: "Waar is Maarten?"
Zoals dat gaat in melige films en slechte verhalen, verschijnt net op dat moment het jongste familielid achter zijn ouders in de deuropening, met naast hem zijn groottante Paula. Alle ogen stoppen met in het rond kijken en zijn plots allemaal op Maarten en zijn onverzorgde uiterlijk gericht. De jongen spreekt zijn vooraf ingestudeerde zinnetje: "ik ben gevallen tijdens het fietsen. Tante Paula kwam mij halverwege tegen en heeft mij meegenomen." Het is zelfs waar, waarom zegt hij het dan toch alsof hij aan het liegen is? Het lijkt niet eens uit te maken, want iedereen is met zijn of haar eigen geluk of problemen bezig. Geen tijd voor Maarten, maar dat is volgens hem het beste. Negen blikken zijn het nu. Lutgarde zucht. We zijn compleet.
Het is 20u00 op vrijdag 9 mei 2014. Ondertussen zit iedereen in de living rond de tafel. Er is nog niemand kwaad geworden en er heeft nog niemand geweend. Nog niemand is veroordeeld. Iedereen is kalm. Iedereen kijkt vol verwachting naar Lutgarde en in lange tijd is iedereen aan de tafel het eens: laat ze nu eens godverdomme zeggen waarom ze naar hier zijn moeten komen. De oma trilt een beetje van de aandacht en schraapt haar stem. "Lieve kinderen, liefste kleinkinderen. Eerder deze week kwam tante Paula naar mij en vertelde mij over een kant van opa die ik nooit gekend heb, en ik denk jullie ook niet. Ik heb lang getwijfeld of ik het jullie wel wilde vertellen, maar ik vrees niet dat ik een andere keuze heb." Ze kijkt omhoog en zoekt steun bij Heer Jezus onze Heer. Vervolgens kijkt ze naast haar naar de bezorgde blik van Paula. Ze hoeft niet langer te wachten en begint aan het nieuws dat niemand aan tafel graag wil horen.
"Wij euh... moesten toch niets meebrengen hé?" In de deuropening spreekt een glunderende Mia hem aan, met naast haar haar al even glunderende neefje Tom. De glimlach is aanstekelijk en verschijnt meteen ook op Joëls gezicht. Hij negeert de belachelijke vraag: "blij om u terug te zien, zus. Ik zie dat het goed gaat met u." "Het gaat uitstekend, Joël, ronduit uitstekend." In Mia's hoofd is al lang niet meer de afkeer van het familiefeest te vinden, maar enkel nog het avontuur van een uur geleden, toen een willekeurige Karel uit Hasselt haar na lange tijd opnieuw een toekomst had gegeven. Joëls blik glijdt naar rechtsboven en komt die van zijn neefje tegen. Tom kan zijn plotse paniekgevoelens niet onderdrukken en met de snelheid van het licht en de zenuwimpuls bereiken ze ook Joël. Voor Tom is het duidelijk: hij weet nu dat Joël het weet. En Joël weet op zijn beurt ook dat Tom weet dat hij het weet, al is voor Tom dat laatste nog niet duidelijk. Tom verandert zijn paniekerige blik in een smekende blik, Joël zijn vragende blik in een geruststellende. Dat alles in een fractie tijd waarin Mia niet eens de tijd had om zich af te vragen wat er gaande is. Het jongvolwassen neefje glimlacht, stapt het huis binnen en werpt zijn beide armen rond het magere lichaam van zijn oom. "Nonkel Joël, da's lang geleden," zegt de jongen in hun vriendschappelijke omhelzing. In de verte ziet Tom zijn oma staan. Lutgarde kijkt vol liefde naar het kleinkind dat ze al anderhalf jaar niet meer gezien had. Voor de rest verraadt ze niets. Ze hoopt dat hij niet weet dat zij het weet van Joël. Als een bronstige gazelle wrikt de jongen zich los uit de armen van Joël en rent hij naar zijn oma toe, klaar voor de tweede familiale omhelzing van de dag. Nu ja, de derde als hij Lisa meerekent.
De voordeur is nog maar net gesloten als de bel opnieuw gaat. Lutgarde is in de weer met de drankjes, Mia met het naar binnen werken van garnaalhapjes en Joël voert een monoloog tegen zijn zus over zijn voorspellingen van de verkiezingsresultaten op 25 mei. Het is aldus Tom die vol verwachtingen de deur opent, waar zijn (schoon)familie voor hem verschijnt. Hij ziet een weinig vrolijke nonkel Alain, een terneergeslagen tante Claire en een Lisa die faliekant faalt in het proberen te onderdrukken van verliefde gevoelens. Toms nonkel draagt in zijn hand een spel kaarten, hetgeen hij altijd mee had als hij naar oma kwam. Dan gingen hij, zijn mama en nonkel Joël altijd kaarten met opa als het een familiefeest was. Het lijkt wel of nonkel Alain het kaartspel als symbool wil stellen om alles weer als vroeger te maken. Tom kon geen andere reden verzinnen.
Ondertussen zorgen zeven heen en weer gaande blikken ervoor dat er geen woorden meer gezegd moeten worden. Lisa's blik gaat naar Tom, naar Joël en opnieuw naar Tom, die geruststellend naar haar knikt. Joël onderzoekt ondertussen de droevige uitdrukking van Claire en kijkt vragend naar zijn broer. Alain geeft geen antwoord. Hij is te druk bezig met het consequent mijden van Mia's blik. Zij heeft haar ogen daarentegen strak op Alain gericht en een glimlach is er niet af te krijgen. Claire merkt dat maar al te goed op. Ze probeert een al even vieze grijns terug te werpen. Helaas voor haar krijgt ze er de tijd niet voor, want Lutgarde doorbreekt het blikkenverkeer met een vraag waar nog niemand bij had stilgestaan: "Waar is Maarten?"
Zoals dat gaat in melige films en slechte verhalen, verschijnt net op dat moment het jongste familielid achter zijn ouders in de deuropening, met naast hem zijn groottante Paula. Alle ogen stoppen met in het rond kijken en zijn plots allemaal op Maarten en zijn onverzorgde uiterlijk gericht. De jongen spreekt zijn vooraf ingestudeerde zinnetje: "ik ben gevallen tijdens het fietsen. Tante Paula kwam mij halverwege tegen en heeft mij meegenomen." Het is zelfs waar, waarom zegt hij het dan toch alsof hij aan het liegen is? Het lijkt niet eens uit te maken, want iedereen is met zijn of haar eigen geluk of problemen bezig. Geen tijd voor Maarten, maar dat is volgens hem het beste. Negen blikken zijn het nu. Lutgarde zucht. We zijn compleet.
Het is 20u00 op vrijdag 9 mei 2014. Ondertussen zit iedereen in de living rond de tafel. Er is nog niemand kwaad geworden en er heeft nog niemand geweend. Nog niemand is veroordeeld. Iedereen is kalm. Iedereen kijkt vol verwachting naar Lutgarde en in lange tijd is iedereen aan de tafel het eens: laat ze nu eens godverdomme zeggen waarom ze naar hier zijn moeten komen. De oma trilt een beetje van de aandacht en schraapt haar stem. "Lieve kinderen, liefste kleinkinderen. Eerder deze week kwam tante Paula naar mij en vertelde mij over een kant van opa die ik nooit gekend heb, en ik denk jullie ook niet. Ik heb lang getwijfeld of ik het jullie wel wilde vertellen, maar ik vrees niet dat ik een andere keuze heb." Ze kijkt omhoog en zoekt steun bij Heer Jezus onze Heer. Vervolgens kijkt ze naast haar naar de bezorgde blik van Paula. Ze hoeft niet langer te wachten en begint aan het nieuws dat niemand aan tafel graag wil horen.
Claessen II
Zo, dat was even meer tekst dan verwacht! Maar bon, u kent de familie Claessen nu en bent eindelijk klaar om te lezen wat zich afspeelde op het familiefeest van vrijdag 9 mei 2014. Jazeker, dat familiefeest begint vandaag! Om zeker te zijn dat u helemaal mee bent, nog even de volgende stamboom.
maandag 28 april 2014
Claessen I.IX: Paula
Het is vrijdag 9 mei 2014 en om 19u00 stapt de 70-jarige Paula Claessen in haar 6-jarige wagen Patrick. Ja, de onschuldige oma wist dat het verpersoonlijken van voertuigen niet zo gebruikelijk was als bij dieren of letters, maar deze wagen was een naam waardig. Zoals hij altijd voor hem klaar stond om haar eender waar naartoe te brengen. Voor een afspraak of voor het plezier, in de vroege ochtend of om middernacht, door de sneeuw en in de blakende zon; altijd was haar allerliefste automobiel er voor haar en nog nooit heeft ze problemen met hem ondervonden. Ze hield van hem.
Hoewel ze dolgraag met Patrick rijdt, is ze nog niet klaar om te vertrekken. Eerst nog heel even tijd maken voor haar tweede liefde: snickers. Uit haar handtas tovert ze een exemplaar van haar allerliefste snack die ze er zeventien minuten eerder in een bulkhoeveelheid ingestoken heeft, klaar om een laatste keer te kunnen genieten alvorens naar het familiefeest te moeten vertrekken.
Terwijl ze hartstochtelijk doorkauwt en haar wagen start, denkt Paula aan het familiefeest. Ze heeft er echt geen zin in. 't Is te zeggen, geen zin in de verbijstering en het geruzie, wel in de garnaalhapjes. Toch weet ze dat het moet gebeuren. De oude tante rijdt tussen de graanvelden, al zijn haar gedachten bij het feest. De oude tante rijdt tussen de graanvelden, al zijn haar gedachten bij het feest. Vanavond zal de hele familie Claessen het te weten komen en na vanavond zal er ook een oplossing zijn voor het probleem dat al anderhalf jaar boven Paula hangt. Vanavond komt het goed ...
Eer Paula doorheeft dat er een jongen naast de weg ligt, is ze er al tot vijf meter bij genaderd. Nu ja, het is eerder een fiets met daarrond een jongen, en met onder het geheel een maïsstengel. De oude vrouw schrikt op, zet Patrick tot stilstand, en loopt naar de jongen toe. Pas als ze naast hem staat, merkt ze dat het om haar neefje Maarten gaat. Ze wil hem wakker schudden, maar hij blijkt helemaal niet te slapen.
"O, tante Paula, hallo. Ik ... ben net gevallen met de fiets. Zijt ge op weg naar oma? Hoe laat is het?"
Paula bekijkt haar neefje van hoofd tot schouders, knie en teen. Een paar schrammetjes, maar hij ziet er best oké uit. "Gaat het, manneke? Waarom ligt gij hier op de grond en staat ge niet op?"
"Ik ben gevallen zeg ik toch. Rijdt ge ook naar oma?"
"Ja, kom, stap maar in de wagen. Dan laad ik uw fiets even in."
Eens in de auto bekijkt Paula haar neefje een tweede keer helemaal, denkt even na en opent haar handschoenenkastje. Maarten kan duidelijk zijn ogen niet geloven. Het 10 liter ruime bakje puilt uit van verschillende bloemen, stengels en wortels. Een heel kruidenarsenaal ontbloot zich in alle geuren en kleuren en eigenlijk toch vooral in geuren aan Maartens zintuigen. Paula's oudemensenhand grabbelt wat in het kastje en neemt er een potje kruidenzalf uit. Ze doet een ruime hoeveelheid van het spul op het topje van haar wijsvinger en wrijft het uit over de wonde op het voorhoofd van de jongen. "Ge moogt blij zijn dat ik als biologe wat van kruidengeneeskunde ken," zegt Paula, "straks is er geen schrammetje op uw hoofd te zien!" Het potje zalf propt ze samen met de gedroogde plantenlichaamsdelen weer in haar handschoenenkastje en ze start opnieuw haar wagen. Nog even neemt Maarten zijn groottante bij de arm vast, met op zijn gezicht een serieuze blik.
"De schermles was een halfuur uitgelopen en daarom ging ik rechtstreeks naar oma. Gij kwam mij tegen onderweg en hebt mijn fiets in uw auto geladen omdat ik moe was," zei hij.
"Maar ge zit onder de aarde en modder."
"Oké, ge hebt mij in uw auto meegenomen omdat ik gevallen was."
"Maar dat is toch exact wat er gebeurd is?"
"Was het maar, tante Paula, was het maar." Maar dat hoort de oude vrouw al lang niet meer. In haar hoofd zitten enkel nog garnaalhapjes, dewelke wel zeer vlug in haar buik zullen belanden.
Hoewel ze dolgraag met Patrick rijdt, is ze nog niet klaar om te vertrekken. Eerst nog heel even tijd maken voor haar tweede liefde: snickers. Uit haar handtas tovert ze een exemplaar van haar allerliefste snack die ze er zeventien minuten eerder in een bulkhoeveelheid ingestoken heeft, klaar om een laatste keer te kunnen genieten alvorens naar het familiefeest te moeten vertrekken.
Terwijl ze hartstochtelijk doorkauwt en haar wagen start, denkt Paula aan het familiefeest. Ze heeft er echt geen zin in. 't Is te zeggen, geen zin in de verbijstering en het geruzie, wel in de garnaalhapjes. Toch weet ze dat het moet gebeuren. De oude tante rijdt tussen de graanvelden, al zijn haar gedachten bij het feest. De oude tante rijdt tussen de graanvelden, al zijn haar gedachten bij het feest. Vanavond zal de hele familie Claessen het te weten komen en na vanavond zal er ook een oplossing zijn voor het probleem dat al anderhalf jaar boven Paula hangt. Vanavond komt het goed ...
Eer Paula doorheeft dat er een jongen naast de weg ligt, is ze er al tot vijf meter bij genaderd. Nu ja, het is eerder een fiets met daarrond een jongen, en met onder het geheel een maïsstengel. De oude vrouw schrikt op, zet Patrick tot stilstand, en loopt naar de jongen toe. Pas als ze naast hem staat, merkt ze dat het om haar neefje Maarten gaat. Ze wil hem wakker schudden, maar hij blijkt helemaal niet te slapen.
"O, tante Paula, hallo. Ik ... ben net gevallen met de fiets. Zijt ge op weg naar oma? Hoe laat is het?"
Paula bekijkt haar neefje van hoofd tot schouders, knie en teen. Een paar schrammetjes, maar hij ziet er best oké uit. "Gaat het, manneke? Waarom ligt gij hier op de grond en staat ge niet op?"
"Ik ben gevallen zeg ik toch. Rijdt ge ook naar oma?"
"Ja, kom, stap maar in de wagen. Dan laad ik uw fiets even in."
Eens in de auto bekijkt Paula haar neefje een tweede keer helemaal, denkt even na en opent haar handschoenenkastje. Maarten kan duidelijk zijn ogen niet geloven. Het 10 liter ruime bakje puilt uit van verschillende bloemen, stengels en wortels. Een heel kruidenarsenaal ontbloot zich in alle geuren en kleuren en eigenlijk toch vooral in geuren aan Maartens zintuigen. Paula's oudemensenhand grabbelt wat in het kastje en neemt er een potje kruidenzalf uit. Ze doet een ruime hoeveelheid van het spul op het topje van haar wijsvinger en wrijft het uit over de wonde op het voorhoofd van de jongen. "Ge moogt blij zijn dat ik als biologe wat van kruidengeneeskunde ken," zegt Paula, "straks is er geen schrammetje op uw hoofd te zien!" Het potje zalf propt ze samen met de gedroogde plantenlichaamsdelen weer in haar handschoenenkastje en ze start opnieuw haar wagen. Nog even neemt Maarten zijn groottante bij de arm vast, met op zijn gezicht een serieuze blik.
"De schermles was een halfuur uitgelopen en daarom ging ik rechtstreeks naar oma. Gij kwam mij tegen onderweg en hebt mijn fiets in uw auto geladen omdat ik moe was," zei hij.
"Maar ge zit onder de aarde en modder."
"Oké, ge hebt mij in uw auto meegenomen omdat ik gevallen was."
"Maar dat is toch exact wat er gebeurd is?"
"Was het maar, tante Paula, was het maar." Maar dat hoort de oude vrouw al lang niet meer. In haar hoofd zitten enkel nog garnaalhapjes, dewelke wel zeer vlug in haar buik zullen belanden.
zaterdag 26 april 2014
Claessen I.VIII: Maarten
Het is vrijdag 9 mei 2014 en Maarten Claessen, 14 jaar, fietst zijn zeven kilometer lange weg van de schermles in Hasselt terug naar huis. Er hangen donkere wolken boven hem als hij om 18u30 op het laatste deel van zijn route komt: een onverlicht landweggetje tussen verschillende graansoorten en boerderijdieren. Het is dit deel dat Maarten telkens het engst vindt, omdat hij tussen stad en dorp zo ver verwijderd is van alle veiligheid en warmte.
Ook vandaag heeft Maarten zich niet goed kunnen concentreren tijdens het schermen, laat staan dat hij kon opletten op school. Dat was al vele maanden zo en het werd met de dag erger. Hij vindt het nog steeds leuk op school en kijkt ook elke week uit naar de les, maar zijn gedachten zitten waar ze niet moeten zijn. Elk klein moment van verveling betreedt Maarten namelijk de wereld die hij in zijn hoofd zelf gecreëerd had. Hij vraagt er niet om (meer zelfs, hij wil het niet eens), maar het gebeurt telkens opnieuw. De wereld die zich in het hoofd van de veertienjarige jongen afspeelt, valt niet in woorden uit te drukken. Het is geen wereld van buitenaardse wezens of mystieke wouden. Maarten weet niet eens of er überhaupt voorwerpen in voorkomen en of hij ze dan zou kunnen beschrijven. Er gebeurt weinig en er valt geen verhaal van te maken, maar de gevoelens van Maarten slingeren altijd heen en weer als hij er is. Misschien is dat nog de beste term: de wereld waarin hij in zijn eigen hoofd leeft, is een wereld van onbeschrijfbaarheid.
Het was nooit fijn vertoeven in deze wereld. Het begint voor Maarten vaak met een goed gevoel, met een niet in te tomen zin om te ontdekken wat er zich in zijn eigen wereld afspeelt. Toch gaan zijn gevoelens altijd over in weemoed, ontgoocheling en angst. Maar vroeg of laat klapt toch steeds de luchtbel en wordt hij zich bewust van de realiteit. Hij weet dan weer dat hij in de veilige echte wereld is, maar blijft telkens achter met een wrang gevoel. Het is niet de angst die blijft hangen, maar een diepe vorm van eenzaamheid. Hoewel hij in de werkelijkheid weer omringd wordt door verschillende mensen, is er geen enkele op de hele wereld die ooit zal begrijpen wat er zich in zijn hoofd afspeelt. Niet zijn beste vriend, niet zijn eigen moeder en zelfs geen enkele psycholoog. Het grootste deel van zijn tijd op aarde is hij alleen, in een wereld waar niemand ooit in terecht kon komen. Soms denkt hij dat het te maken heeft met die gruwelijke gebeurtenis van zijn opa anderhalf jaar geleden, om wat hij heeft gedaan of wat hij had moeten doen. Soms schrijft hij het gewoon toe aan de puberteit. Maar eigenlijk weet hij des te meer dat dit excuses zijn om zichzelf ervan te overtuigen dat het wel weer over zal gaan.
Maarten fietst, maar weet niet meer dat hij aan het fietsen is. Zijn gedachten zijn bedwelmd door het verdriet om de eenzaamheid. Hij voelt dat hij niet eens meer helder kan denken. De tranen in zijn ogen maken ook zijn blik troebel, waardoor hij pas op vijf meter een vrouw opmerkt aan de rand van het landweggetje. Maarten schrikt op. Er zijn zelden mensen in dit straatje en deze vrouw van ongeveer dertig jaar staat bewegingsloos langs de weg niets te doen. Voor Maarten heeft kunnen nadenken waarom ze daar staat, roept de vrouw hem toe: "Stop, Maarten, stop!" De jongen gehoorzaamt, legt zijn fiets neer en komt recht tegenover de vrouw staan. Ze is erg groot, draagt blond haar en heeft een strenge maar geruststellende blik. Maarten aarzelt om iets te zeggen. Hij is bang want hij weet niet wat er zal gaan gebeuren. Na enkele seconden begint de vrouw hem geruststellend toe te spreken: "heb geen angst, beste Maarten. Mijn naam is Filothea en ik ben hier om je te helpen." Ze pauzeert even, alsof ze beseft dat hetgeen ze nu zal zeggen nooit te geloven zal zijn. De angst van Maarten maakt plaats voor nieuwsgierigheid, maar hij blijft voorzichtig. Filothea klinkt nu ook niet bepaald als een te vertrouwen naam. "Ik weet wat er zich al bijna een jaar lang afspeelt in je hoofd. Ik ken de wereld waar je je in bevindt. Meer zelfs, ik bevind mij er zelf minstens even vaak in. Ik kende een hele tijd geleden dezelfde eenzaamheid als jij en dat nam mijn levensvreugde volledig weg."
Maarten staat aan de grond genageld en hoort zichzelf proberen zijn ongeloof weg te slikken. Hoe wist zij van hem af? Hoe heeft zij hem gevonden en wist ze meteen zijn naam? Waarom zou hij deze vrouw vertrouwen? Filothea gaat zelf verder: "in mijn reizen door die wereld voelde ik daarentegen de aanwezigheid van anderen, anderen die er zich ook bevonden en zich in de realiteit even eenzaam voelden als ik. Ik ging naar ze op zoek en heb denk ik bijna iedereen van hen gevonden." De vrouw gebaart naar het maïsveld naast haar en van daar verschijnen een tiental mensen van verschillende nationaliteiten en leeftijden. "Jij moet zowat de laatste zijn." Nog steeds is Maarten uit zijn lood geslagen. Hij kan niet geloven hoe zo veel mensen hetzelfde als hem beleven en hoe ze hier nu vanavond allemaal zijn. Toch merkt hij in ieders gezicht een oprechte glimlach, een blik die niet anders dan te vertrouwen is. "Ik begrijp dat het onvoorstelbaar klinkt, Maarten, maar wat ik zeg is waar. Wij zijn je lotgenoten, wij begrijpen je. Je dagen van eenzaamheid zijn voorbij, want vanaf nu ken je je echte verwanten." De vreugde die Maarten voelt, valt al evenmin te omschrijven als de wereld waarin hij nu niet meer alleen is. De jongen is nog nooit zo blij geweest.
Er was een harde klap nodig om de jonge Maarten uit zijn dagdroom te halen. Volledig uit zijn concentratie geslagen, vergat hij de bocht te nemen die het landweggetje abrupt nam op de hoek van een roggeveld, waardoor de jongen frontaal het maïsveld tegenover zich inreed. De botsing met een maïsstengel kwam voor beide partijen onverwacht aan. Als een klets in het gezicht viel Maarten weer in de realiteit, en tegelijk met de de stengel tegen de kunstmatig bemeste grond. De jongen is bedekt met aarde en schaafwonden, maar dat zijn de minste van zijn zorgen. Er is geen Filothea en er zijn geen anderen die de wereld in zijn hoofd kennen. Dat heeft hij zonet gedroomd. De klets van de realiteit is nog duizend keer erger dan wanneer hij uit zijn eigen wereld treedt. De enige plotse opwelling van vreugde die hij in een jaar tijd gekend heeft, blijkt in een eigen dagdroom te zijn. Het enige dat hem na zo lange tijd weer gelukkig maakte, had hij zelf verzonnen.
Bijna een halfuur moet Maarten in het maïsveld gelegen hebben, met tranen in zijn ogen en hopend dat ook dit een dagdroom was en Filothea meteen weer verschijnen zou. Het is pas de ronkende motor van een auto die hem uit zijn gedachten wakkerschudt. Maarten probeert zich zo camouflerend mogelijk op te stellen, in de hoop dat niemand ziet hoe hij naast een gebroken maïsstengel ligt. Maar het is al te laat, want de auto komt net voor hem tot stilstand.
Ook vandaag heeft Maarten zich niet goed kunnen concentreren tijdens het schermen, laat staan dat hij kon opletten op school. Dat was al vele maanden zo en het werd met de dag erger. Hij vindt het nog steeds leuk op school en kijkt ook elke week uit naar de les, maar zijn gedachten zitten waar ze niet moeten zijn. Elk klein moment van verveling betreedt Maarten namelijk de wereld die hij in zijn hoofd zelf gecreëerd had. Hij vraagt er niet om (meer zelfs, hij wil het niet eens), maar het gebeurt telkens opnieuw. De wereld die zich in het hoofd van de veertienjarige jongen afspeelt, valt niet in woorden uit te drukken. Het is geen wereld van buitenaardse wezens of mystieke wouden. Maarten weet niet eens of er überhaupt voorwerpen in voorkomen en of hij ze dan zou kunnen beschrijven. Er gebeurt weinig en er valt geen verhaal van te maken, maar de gevoelens van Maarten slingeren altijd heen en weer als hij er is. Misschien is dat nog de beste term: de wereld waarin hij in zijn eigen hoofd leeft, is een wereld van onbeschrijfbaarheid.
Het was nooit fijn vertoeven in deze wereld. Het begint voor Maarten vaak met een goed gevoel, met een niet in te tomen zin om te ontdekken wat er zich in zijn eigen wereld afspeelt. Toch gaan zijn gevoelens altijd over in weemoed, ontgoocheling en angst. Maar vroeg of laat klapt toch steeds de luchtbel en wordt hij zich bewust van de realiteit. Hij weet dan weer dat hij in de veilige echte wereld is, maar blijft telkens achter met een wrang gevoel. Het is niet de angst die blijft hangen, maar een diepe vorm van eenzaamheid. Hoewel hij in de werkelijkheid weer omringd wordt door verschillende mensen, is er geen enkele op de hele wereld die ooit zal begrijpen wat er zich in zijn hoofd afspeelt. Niet zijn beste vriend, niet zijn eigen moeder en zelfs geen enkele psycholoog. Het grootste deel van zijn tijd op aarde is hij alleen, in een wereld waar niemand ooit in terecht kon komen. Soms denkt hij dat het te maken heeft met die gruwelijke gebeurtenis van zijn opa anderhalf jaar geleden, om wat hij heeft gedaan of wat hij had moeten doen. Soms schrijft hij het gewoon toe aan de puberteit. Maar eigenlijk weet hij des te meer dat dit excuses zijn om zichzelf ervan te overtuigen dat het wel weer over zal gaan.
Maarten fietst, maar weet niet meer dat hij aan het fietsen is. Zijn gedachten zijn bedwelmd door het verdriet om de eenzaamheid. Hij voelt dat hij niet eens meer helder kan denken. De tranen in zijn ogen maken ook zijn blik troebel, waardoor hij pas op vijf meter een vrouw opmerkt aan de rand van het landweggetje. Maarten schrikt op. Er zijn zelden mensen in dit straatje en deze vrouw van ongeveer dertig jaar staat bewegingsloos langs de weg niets te doen. Voor Maarten heeft kunnen nadenken waarom ze daar staat, roept de vrouw hem toe: "Stop, Maarten, stop!" De jongen gehoorzaamt, legt zijn fiets neer en komt recht tegenover de vrouw staan. Ze is erg groot, draagt blond haar en heeft een strenge maar geruststellende blik. Maarten aarzelt om iets te zeggen. Hij is bang want hij weet niet wat er zal gaan gebeuren. Na enkele seconden begint de vrouw hem geruststellend toe te spreken: "heb geen angst, beste Maarten. Mijn naam is Filothea en ik ben hier om je te helpen." Ze pauzeert even, alsof ze beseft dat hetgeen ze nu zal zeggen nooit te geloven zal zijn. De angst van Maarten maakt plaats voor nieuwsgierigheid, maar hij blijft voorzichtig. Filothea klinkt nu ook niet bepaald als een te vertrouwen naam. "Ik weet wat er zich al bijna een jaar lang afspeelt in je hoofd. Ik ken de wereld waar je je in bevindt. Meer zelfs, ik bevind mij er zelf minstens even vaak in. Ik kende een hele tijd geleden dezelfde eenzaamheid als jij en dat nam mijn levensvreugde volledig weg."
Maarten staat aan de grond genageld en hoort zichzelf proberen zijn ongeloof weg te slikken. Hoe wist zij van hem af? Hoe heeft zij hem gevonden en wist ze meteen zijn naam? Waarom zou hij deze vrouw vertrouwen? Filothea gaat zelf verder: "in mijn reizen door die wereld voelde ik daarentegen de aanwezigheid van anderen, anderen die er zich ook bevonden en zich in de realiteit even eenzaam voelden als ik. Ik ging naar ze op zoek en heb denk ik bijna iedereen van hen gevonden." De vrouw gebaart naar het maïsveld naast haar en van daar verschijnen een tiental mensen van verschillende nationaliteiten en leeftijden. "Jij moet zowat de laatste zijn." Nog steeds is Maarten uit zijn lood geslagen. Hij kan niet geloven hoe zo veel mensen hetzelfde als hem beleven en hoe ze hier nu vanavond allemaal zijn. Toch merkt hij in ieders gezicht een oprechte glimlach, een blik die niet anders dan te vertrouwen is. "Ik begrijp dat het onvoorstelbaar klinkt, Maarten, maar wat ik zeg is waar. Wij zijn je lotgenoten, wij begrijpen je. Je dagen van eenzaamheid zijn voorbij, want vanaf nu ken je je echte verwanten." De vreugde die Maarten voelt, valt al evenmin te omschrijven als de wereld waarin hij nu niet meer alleen is. De jongen is nog nooit zo blij geweest.
Er was een harde klap nodig om de jonge Maarten uit zijn dagdroom te halen. Volledig uit zijn concentratie geslagen, vergat hij de bocht te nemen die het landweggetje abrupt nam op de hoek van een roggeveld, waardoor de jongen frontaal het maïsveld tegenover zich inreed. De botsing met een maïsstengel kwam voor beide partijen onverwacht aan. Als een klets in het gezicht viel Maarten weer in de realiteit, en tegelijk met de de stengel tegen de kunstmatig bemeste grond. De jongen is bedekt met aarde en schaafwonden, maar dat zijn de minste van zijn zorgen. Er is geen Filothea en er zijn geen anderen die de wereld in zijn hoofd kennen. Dat heeft hij zonet gedroomd. De klets van de realiteit is nog duizend keer erger dan wanneer hij uit zijn eigen wereld treedt. De enige plotse opwelling van vreugde die hij in een jaar tijd gekend heeft, blijkt in een eigen dagdroom te zijn. Het enige dat hem na zo lange tijd weer gelukkig maakte, had hij zelf verzonnen.
Bijna een halfuur moet Maarten in het maïsveld gelegen hebben, met tranen in zijn ogen en hopend dat ook dit een dagdroom was en Filothea meteen weer verschijnen zou. Het is pas de ronkende motor van een auto die hem uit zijn gedachten wakkerschudt. Maarten probeert zich zo camouflerend mogelijk op te stellen, in de hoop dat niemand ziet hoe hij naast een gebroken maïsstengel ligt. Maar het is al te laat, want de auto komt net voor hem tot stilstand.
donderdag 24 april 2014
Claessen I.VII: Mia
Plantaardige boter, piep, zes jonagold appels, piep, ingepakte veldsla, piep, twee apart verpakte biefstukken, piep piep, een rolletje geitenkaas, piep, een klein grijs brood, piep, nivea shampoo voor een gevoelige hoofdhuid, piep, belwaarde voor proximus, piep. Het is vrijdag 9 mei 2014, 18u00 en de 45-jarige Mia Claessen rondt haar vrijdagse shift af achter snelkassa twee van Carrefour Hasselt. Over dertig minuten begint voor haar het weekend. Zoals elk normaal mens kijkt Mia elke vrijdag uit naar het weekend, al is dat deze keer heel wat minder. Ze ziet erg op tegen het familiefeest dat al over anderhalf uur begint. Natuurlijk is ze blij haar broer Joël en haar moeder weer te zien, maar dat weegt niet op tegen het feit dat haar broer Alain er deze keer zal bijzijn. Als haar moeder niet uitdrukkelijk had gezegd dat ze allemaal aanwezig moesten zijn, had ze waarschijnlijk een excuus verzonnen om niet te hoeven gaan, garnaalhapjes of niet.
De man aan de andere kant van de kassa schraapt zijn keel, waardoor Mia uit haar gedachten schrikt en weer beseft dat ze aan het werk is. 'Hoeveel is het, mevrouw?' zegt de man en hij lijkt verbaasd dat zijn kassierster zo veel tijd nodig heeft om het resultaat van een optelsom voor te lezen die een computer voor haar had gemaakt. Mia leest het bedrag voor en rekent af en ondertussen scant ze met haar ogen in een subtiel vluchtige beweging het uiterlijk van de man die tegenover haar zenuwachtig het exacte bedrag in kleingeld bij elkaar sprokkelt. Mager en weinig gespierd, een scherp uitgehouwen gezicht, geleerd, netjes gekleed, rond de veertig jaar en waarschijnlijk vrijgezel. Dan kijkt ze even terug naar de inkopen. Brood, appels, shampoo... Ze twijfelt even, maar geeft de man toch zijn spaarzegeltjes. Er komen er heus nog wel betere dan deze.
En ze scheen gelijk te hebben. De volgende artikelen die ze over haar band liet rollen, bevielen haar al eens te meer. Een voorgemaakte ovenmaaltijd, een ananas, een pakje kauwgom, twee zakjes paprika chips, een kilogram kattenvoeding, een schroevendraaierset in reclame, een reeks zwarte stiftjes. Mia kan zich uit nieuwsgierigheid niet op de barcodes blijven concentreren. Nog voor ze klaar is met alle artikelen, kijkt ze heel even op om te zien wie er voor haar stond. Het is een man van minstens 45 jaar, normaal gebouwd met kort blond haar, maar met korte benen en een duidelijk zichbaar buikje. Hij heeft een geconcentreerde blik tijdens het inladen van zijn gekochte producten en die blik was gemaakt van de mooiste blauwe ogen die Mia vandaag had gezien. De man draagt eenvoudige kledij met daarover een vestje van een voor Mia onbekende firma. Hij is ongeschoren en zijn haar is pas drie dagen geleden gewassen. En zijn artikels verraden één ding zeker: deze mysterieuze klant is vrijgezel.
Mia is nu reeds drie jaar geleden, een jaar na haar scheiding, begonnen aan dit werk in de Carrefour. Dagelijks heeft ze de producten die ze afrekende een voor een bestudeerd en er het karakter van haar klanten uit proberen te halen. Sinds een jaar genieten vrijgezelle mannen tussen 40 en 55 jaar telkens wat extra aandacht van de kassierster. Mia voelt zich eenzaam thuis, met haar kinderen die steeds meer zelfstandig werden. Ze was actief op zoek naar een partner, maar ze was kieskeurig. Een aantal keren al heeft Mia een klant weten te versieren, maar een serieuze relatie is er nooit van gekomen. Deze meneer geeft haar daarentegen een goed gevoel en een mooie kans op slagen. Mia scant de laatste producten, rekent af, en stopt de verdiende spaarzegeltjes van de man in haar zak. Ze glimlacht en groet de man. Deze antwoordt met een formeel 'bedankt', neemt zijn zak vol pas vergaarde boodschappen op en wandelt weg. Mia begint haar volgende klant te helpen, maar blijft haar prooi nakijken. De volgende klant is een vrouw die enkel zongedroogde tomaatjes koopt. Ze heeft net genoeg tijd om af te rekenen. Haar totaalbedrag komt onder de 20 euro uit, waardoor ze geen zegeltjes verdient. Mia groet de zongedroogde mevrouw en wanneer de volgende klant aan de beurt is, liegt ze een "verdorie, zegeltjes vergeten!" en springt ze van haar stoel.
Als een roofdier dat dagen niet gegeten heeft, zet ze haar achtervolging in op de vrijgezelle man. Net voor de man de ingang van de winkel bereikt, roept de rennende Mia hem achterna. De nietsvermoedende klant draait zijn hoofd vragend om en kijkt verrassend op nu hij zijn kassierster voor zich ziet. "Meneer," zegt Mia lichtjes buiten adem, "u bent uw zegeltjes vergeten." De man fronst zijn wenkbrauwen en vindt dat gebaar duidelijk genoeg om niet te hoeven vragen waar de zegeltjes voor dienen. Het is een man van niet veel woorden, dat was zeker. "De spaarzegeltjes van Carrefour," gaat de kassierster verder, "vanaf twintig zegeltjes ..." "Ik spaar de zegels niet", onderbreekt de man haar. Mia wil iets antwoorden, maar ze durft niet. Ze doet of zegt helemaal niets. Ze kijkt de man alleen aan. En de man kijkt terug.
Twee mensen van ongeveer 45 jaar die elkaar nog nooit gezien hebben, staan tegenover elkaar aan de ingang van een supermarkt. Ze kijken elkaar aan. Dat was alles, maar het was blijkbaar genoeg voor Mia. Ze deed een stap dichter bij de man en stond nu op amper 10 cm van hem af. Ze haalt een briefje uit de zak van haar vestje en houdt het voor hem. "Verzamelt u dan wel telefoonnummers?" zegt ze en nog tijdens het spreken twijfelt ze aan de doeltreffendheid van die zin, al laat ze dat niet blijken. De man ziet er verward uit. Zonder iets te zeggen gaat zijn rechterhand voorzichtig naar het papiertje toe, alsof de man een zonde denkt te begaan. Het prachtige samenspel tussen adrenaline en endorfines doen een gelukszalige glimlach op het gezicht van Mia verschijnen, die op haar beurt ook de man doet glimlachen. Een teken dat voor Mia volstaat, zo blijkt, want zonder al te lang te twijfelen, neemt Mia de man aan de arm en wandelt met hem naar buiten. "Dus, vertel eens, wat doet u zoals voor werk, euh..." "Karel," antwoordt de man, "Karel Dur..."
"Karel! Da's ook toevallig, mijn ex-man heet Karel!"
De man aan de andere kant van de kassa schraapt zijn keel, waardoor Mia uit haar gedachten schrikt en weer beseft dat ze aan het werk is. 'Hoeveel is het, mevrouw?' zegt de man en hij lijkt verbaasd dat zijn kassierster zo veel tijd nodig heeft om het resultaat van een optelsom voor te lezen die een computer voor haar had gemaakt. Mia leest het bedrag voor en rekent af en ondertussen scant ze met haar ogen in een subtiel vluchtige beweging het uiterlijk van de man die tegenover haar zenuwachtig het exacte bedrag in kleingeld bij elkaar sprokkelt. Mager en weinig gespierd, een scherp uitgehouwen gezicht, geleerd, netjes gekleed, rond de veertig jaar en waarschijnlijk vrijgezel. Dan kijkt ze even terug naar de inkopen. Brood, appels, shampoo... Ze twijfelt even, maar geeft de man toch zijn spaarzegeltjes. Er komen er heus nog wel betere dan deze.
En ze scheen gelijk te hebben. De volgende artikelen die ze over haar band liet rollen, bevielen haar al eens te meer. Een voorgemaakte ovenmaaltijd, een ananas, een pakje kauwgom, twee zakjes paprika chips, een kilogram kattenvoeding, een schroevendraaierset in reclame, een reeks zwarte stiftjes. Mia kan zich uit nieuwsgierigheid niet op de barcodes blijven concentreren. Nog voor ze klaar is met alle artikelen, kijkt ze heel even op om te zien wie er voor haar stond. Het is een man van minstens 45 jaar, normaal gebouwd met kort blond haar, maar met korte benen en een duidelijk zichbaar buikje. Hij heeft een geconcentreerde blik tijdens het inladen van zijn gekochte producten en die blik was gemaakt van de mooiste blauwe ogen die Mia vandaag had gezien. De man draagt eenvoudige kledij met daarover een vestje van een voor Mia onbekende firma. Hij is ongeschoren en zijn haar is pas drie dagen geleden gewassen. En zijn artikels verraden één ding zeker: deze mysterieuze klant is vrijgezel.
Mia is nu reeds drie jaar geleden, een jaar na haar scheiding, begonnen aan dit werk in de Carrefour. Dagelijks heeft ze de producten die ze afrekende een voor een bestudeerd en er het karakter van haar klanten uit proberen te halen. Sinds een jaar genieten vrijgezelle mannen tussen 40 en 55 jaar telkens wat extra aandacht van de kassierster. Mia voelt zich eenzaam thuis, met haar kinderen die steeds meer zelfstandig werden. Ze was actief op zoek naar een partner, maar ze was kieskeurig. Een aantal keren al heeft Mia een klant weten te versieren, maar een serieuze relatie is er nooit van gekomen. Deze meneer geeft haar daarentegen een goed gevoel en een mooie kans op slagen. Mia scant de laatste producten, rekent af, en stopt de verdiende spaarzegeltjes van de man in haar zak. Ze glimlacht en groet de man. Deze antwoordt met een formeel 'bedankt', neemt zijn zak vol pas vergaarde boodschappen op en wandelt weg. Mia begint haar volgende klant te helpen, maar blijft haar prooi nakijken. De volgende klant is een vrouw die enkel zongedroogde tomaatjes koopt. Ze heeft net genoeg tijd om af te rekenen. Haar totaalbedrag komt onder de 20 euro uit, waardoor ze geen zegeltjes verdient. Mia groet de zongedroogde mevrouw en wanneer de volgende klant aan de beurt is, liegt ze een "verdorie, zegeltjes vergeten!" en springt ze van haar stoel.
Als een roofdier dat dagen niet gegeten heeft, zet ze haar achtervolging in op de vrijgezelle man. Net voor de man de ingang van de winkel bereikt, roept de rennende Mia hem achterna. De nietsvermoedende klant draait zijn hoofd vragend om en kijkt verrassend op nu hij zijn kassierster voor zich ziet. "Meneer," zegt Mia lichtjes buiten adem, "u bent uw zegeltjes vergeten." De man fronst zijn wenkbrauwen en vindt dat gebaar duidelijk genoeg om niet te hoeven vragen waar de zegeltjes voor dienen. Het is een man van niet veel woorden, dat was zeker. "De spaarzegeltjes van Carrefour," gaat de kassierster verder, "vanaf twintig zegeltjes ..." "Ik spaar de zegels niet", onderbreekt de man haar. Mia wil iets antwoorden, maar ze durft niet. Ze doet of zegt helemaal niets. Ze kijkt de man alleen aan. En de man kijkt terug.
Twee mensen van ongeveer 45 jaar die elkaar nog nooit gezien hebben, staan tegenover elkaar aan de ingang van een supermarkt. Ze kijken elkaar aan. Dat was alles, maar het was blijkbaar genoeg voor Mia. Ze deed een stap dichter bij de man en stond nu op amper 10 cm van hem af. Ze haalt een briefje uit de zak van haar vestje en houdt het voor hem. "Verzamelt u dan wel telefoonnummers?" zegt ze en nog tijdens het spreken twijfelt ze aan de doeltreffendheid van die zin, al laat ze dat niet blijken. De man ziet er verward uit. Zonder iets te zeggen gaat zijn rechterhand voorzichtig naar het papiertje toe, alsof de man een zonde denkt te begaan. Het prachtige samenspel tussen adrenaline en endorfines doen een gelukszalige glimlach op het gezicht van Mia verschijnen, die op haar beurt ook de man doet glimlachen. Een teken dat voor Mia volstaat, zo blijkt, want zonder al te lang te twijfelen, neemt Mia de man aan de arm en wandelt met hem naar buiten. "Dus, vertel eens, wat doet u zoals voor werk, euh..." "Karel," antwoordt de man, "Karel Dur..."
"Karel! Da's ook toevallig, mijn ex-man heet Karel!"
dinsdag 22 april 2014
Claessen I.VI: Tom
"Shit! Denkt ge dat hij ons gezien heeft?" Het is 17u30 op vrijdag 9 mei 2014 en de 19-jarige Tom Loyen spreekt zijn geliefde aan na een minuut lang geluidsloos achter een boom aan de Genkse Augustijnenvijvers te schuilen. Zonet hebben ze nonkel Joël zien opstaan van zijn vrijdagse portie kikkeroversteken. Zijn blik was bij het rechtstaan in het rond gegaan en had ongetwijfeld het verliefde stel gespot. Maar heeft hij gezien dat zij het waren? Heeft hij zijn eigen neefje en nichtje herkend in de veraf staande gezichten?
"Maar nee, Tom. Nonkel Joël heeft ons al zo lang niet meer gezien. Hij kent ons sowieso niet meer."
"Sowieso wel hé. Allez jong, wedden dat hij het nu tegen oma aan het zeggen is."
"Sowieso niet jong. Hij heeft ons niet gezien en als dat zo was zou hij het echt wel voor zichzelf houden."
Tom voelt de woede opborrelen die deze onvoorzichtigheid teweeg heeft gebracht. Hij haalt zijn armen rond zijn geliefde vandaan en begint geïrriteerd heen en weer te wandelen, met af en toe een schop tegen een onschuldige oesterzwam of adelaarsvaren.
"Op eender welke andere dag, Lisa, maar toch niet vandaag!" Tom kan er niet van over. "Straks zien we hem verdomme weer op het feest. En dan weet vast iedereen het: neef en nicht hebben geheime relatie."
"Bedoelt ge nu dat dat in de krant komt te staan?"
"'t Is niet grappig, Lisa. Wat als oma erachter komt?"
"Och, er is nog niks gebeurd. Straks zien we elkaar op het familiefeest na elkaar anderhalf jaar niet gezien te hebben. Ik denk dat nonkel Joël het spelletje graag meespeelt voor een lekkere doos pralines."
"Ik hoop het. Ik moet maar eens naar huis gaan voor mama thuiskomt. Ze werkt tot 18u30 vandaag."
Lisa fronst haar wenkbrauwen en draait haar hoofd naar beneden om de horloge van Tom te kunnen lezen. Al vlug is ze weer boven, met een ondeugende glimlach om haar lippen. "Nog alle tijd!" Ze slaat haar armen weer om Tom heen. "En als het uitloopt, dan fietst ge toch gewoon wat sneller, mijne jong."
"Maar nee, Tom. Nonkel Joël heeft ons al zo lang niet meer gezien. Hij kent ons sowieso niet meer."
"Sowieso wel hé. Allez jong, wedden dat hij het nu tegen oma aan het zeggen is."
"Sowieso niet jong. Hij heeft ons niet gezien en als dat zo was zou hij het echt wel voor zichzelf houden."
Tom voelt de woede opborrelen die deze onvoorzichtigheid teweeg heeft gebracht. Hij haalt zijn armen rond zijn geliefde vandaan en begint geïrriteerd heen en weer te wandelen, met af en toe een schop tegen een onschuldige oesterzwam of adelaarsvaren.
"Op eender welke andere dag, Lisa, maar toch niet vandaag!" Tom kan er niet van over. "Straks zien we hem verdomme weer op het feest. En dan weet vast iedereen het: neef en nicht hebben geheime relatie."
"Bedoelt ge nu dat dat in de krant komt te staan?"
"'t Is niet grappig, Lisa. Wat als oma erachter komt?"
"Och, er is nog niks gebeurd. Straks zien we elkaar op het familiefeest na elkaar anderhalf jaar niet gezien te hebben. Ik denk dat nonkel Joël het spelletje graag meespeelt voor een lekkere doos pralines."
"Ik hoop het. Ik moet maar eens naar huis gaan voor mama thuiskomt. Ze werkt tot 18u30 vandaag."
Lisa fronst haar wenkbrauwen en draait haar hoofd naar beneden om de horloge van Tom te kunnen lezen. Al vlug is ze weer boven, met een ondeugende glimlach om haar lippen. "Nog alle tijd!" Ze slaat haar armen weer om Tom heen. "En als het uitloopt, dan fietst ge toch gewoon wat sneller, mijne jong."
zondag 20 april 2014
Claessen I.V: Lutgarde
Lutgarde Kuypers, 73 jaar, heeft nog nooit zo lang op haar hometrainer gezeten als vandaag. Het is 17u00 op vrijdag 9 mei 2014 en de sportieve grootmoeder zit met haar roze trainingsoutfit nu al ruim twee uur op haar binnenfiets. Ze is al anderhalf uur geleden van uitputting gestopt met fietsen, maar diep in gedachten verzonken heeft ze dat zelf nog niet door. Toch zit de fiets haar niet goed. Met haar brede postuur kan Lutgarde het dunne zadel minstens twee keer bedekken. Trots is ze eens te meer over haar zadelhoogte: stand drie van de acht, wat bewijst dat ze er in tegenstelling tot andere vrouwen van haar leeftijd niet kleiner op geworden is. Ook haar gezicht verraadt haar leeftijd niet. Haar schattige oma-gezichtje toont nog niet al te veel rimpels en haar blond geverfde haar maakt haar flink wat jeugdiger.
Toch is het niet haar uiterlijk waar de stil zittende Lutgarde anderhalf uur over zat te piekeren. Het zijn vooral de zenuwen voor vanavond die haar ophouden. Over een paar uur zou heel de familie nog eens samenkomen, iets wat niet meer gebeurd is sinds de begrafenis van haar man Maurice anderhalf jaar geleden. Natuurlijk heeft Lutgarde haar kinderen nog vaak gezien. Joël woont bij haar en ziet ze elke dag en Alain en vooral Mia komen nog regelmatig langs, al heeft ze hen na de ruzie van vorig jaar nooit meer samen gezien. Ook haar kleinkinderen mist ze. Hoe lang is het geleden dat Maarten en Lisa bij haar en Maurice kwamen spelen of dat Tom en zij samen koekjes maakten. Ze voelt de heimwee naar die tijden van vroeger weer naar boven komen. Ze voelt het aan haar wangen, waar zoute waterdruppeltjes naar beneden rollen. Het is schijnbaar iets wat haar haar hele leven boven het hoofd zal blijven hangen. Ook al weet ze wat het leven haar ook op haar leeftijd nog allemaal te bieden heeft, ze weet zeker dat ze zo'n mooie tijd nooit meer zal beleven. Kleinkinderen groeien op, echtgenoten gaan dood, en voor je het weet begint de minder leuke tijd van je leven.
Lutgarde probeert zich te vermannen. Ze denkt terug aan het feest, waar ze de hele familie weer samen zal zien. Iedereen zou en moest komen. Niet voor een mooie reünie waarin Mia en Alain weer goede vrienden zouden worden. O God, was het dat maar. Was het maar gewoon een uitnodiging om iedereen samen te brengen en net als vroeger een gezellig familiefeest te hebben. Nee, voor vandaag was er een andere en ergere reden om iedereen uit te nodigen, de reden die Paula, de zus van Maurice, haar maandag kwam vertellen. Opnieuw overvalt het ongeloof van maandag haar. Hoe kon het waar zijn wat ze over haar liefste Maurice had verteld? Zo kende ze hem toch niet? Had Paula iets verzonnen dan, om iets van haar gedaan te krijgen? Ze heeft haar schoonzus nooit echt kunnen vertrouwen, maar zou ze zoiets verzinnen?
En dan is het verhaal van Paula nog lang niet alles. Het gaat om hoe haar kinderen er op zullen reageren, hoe ze het zullen opvangen. Zullen ze het begrijpen en helpen of net kwaad worden? Zullen ze het wel enigszins geloven? Lutgarde is bang, en ze weet niet of ze dat of haar heimwee naar vroeger erger vindt.
De voordeur gaat open en eindelijk breekt voor Lutgarde de eindeloze ketting van gedachten. Ze zit weer op haar stoel. Het is Joël die vanuit de hal het huis binnenstormt: "Ma, ge raadt echt nooit wat ik net gezien heb! Ik was..." Joël komt aan bij zijn moeder en is verbaasd haar nog steeds op de hometrainer te zien zitten. "Allez, ma, het is half zes! We moeten aan de hapjes beginnen. Kom, dan vertel ik u ondertussen wat er gebeurd is."
Toch is het niet haar uiterlijk waar de stil zittende Lutgarde anderhalf uur over zat te piekeren. Het zijn vooral de zenuwen voor vanavond die haar ophouden. Over een paar uur zou heel de familie nog eens samenkomen, iets wat niet meer gebeurd is sinds de begrafenis van haar man Maurice anderhalf jaar geleden. Natuurlijk heeft Lutgarde haar kinderen nog vaak gezien. Joël woont bij haar en ziet ze elke dag en Alain en vooral Mia komen nog regelmatig langs, al heeft ze hen na de ruzie van vorig jaar nooit meer samen gezien. Ook haar kleinkinderen mist ze. Hoe lang is het geleden dat Maarten en Lisa bij haar en Maurice kwamen spelen of dat Tom en zij samen koekjes maakten. Ze voelt de heimwee naar die tijden van vroeger weer naar boven komen. Ze voelt het aan haar wangen, waar zoute waterdruppeltjes naar beneden rollen. Het is schijnbaar iets wat haar haar hele leven boven het hoofd zal blijven hangen. Ook al weet ze wat het leven haar ook op haar leeftijd nog allemaal te bieden heeft, ze weet zeker dat ze zo'n mooie tijd nooit meer zal beleven. Kleinkinderen groeien op, echtgenoten gaan dood, en voor je het weet begint de minder leuke tijd van je leven.
Lutgarde probeert zich te vermannen. Ze denkt terug aan het feest, waar ze de hele familie weer samen zal zien. Iedereen zou en moest komen. Niet voor een mooie reünie waarin Mia en Alain weer goede vrienden zouden worden. O God, was het dat maar. Was het maar gewoon een uitnodiging om iedereen samen te brengen en net als vroeger een gezellig familiefeest te hebben. Nee, voor vandaag was er een andere en ergere reden om iedereen uit te nodigen, de reden die Paula, de zus van Maurice, haar maandag kwam vertellen. Opnieuw overvalt het ongeloof van maandag haar. Hoe kon het waar zijn wat ze over haar liefste Maurice had verteld? Zo kende ze hem toch niet? Had Paula iets verzonnen dan, om iets van haar gedaan te krijgen? Ze heeft haar schoonzus nooit echt kunnen vertrouwen, maar zou ze zoiets verzinnen?
En dan is het verhaal van Paula nog lang niet alles. Het gaat om hoe haar kinderen er op zullen reageren, hoe ze het zullen opvangen. Zullen ze het begrijpen en helpen of net kwaad worden? Zullen ze het wel enigszins geloven? Lutgarde is bang, en ze weet niet of ze dat of haar heimwee naar vroeger erger vindt.
De voordeur gaat open en eindelijk breekt voor Lutgarde de eindeloze ketting van gedachten. Ze zit weer op haar stoel. Het is Joël die vanuit de hal het huis binnenstormt: "Ma, ge raadt echt nooit wat ik net gezien heb! Ik was..." Joël komt aan bij zijn moeder en is verbaasd haar nog steeds op de hometrainer te zien zitten. "Allez, ma, het is half zes! We moeten aan de hapjes beginnen. Kom, dan vertel ik u ondertussen wat er gebeurd is."
vrijdag 18 april 2014
Claessen I.IV: Joël
De dag dat Joël Claessen erachter kwam dat hij gelukkig was, verschilde eigenlijk niet van een andere. Het was een vrijdag 9 mei 2014 om 16u30 en vlakbij de Gentse Augustijnenvijvers , op de mossige bodem aan de rand van de steenweg en haast onvindbaar voor wie hem er niet zou zoeken, lag Joël. De magere 38-jarige man lag op zijn buik en was gekleed in een korte broek, een t-shirt van Queen en een wollen trui, met een pet die zijn grote dos krulhaar bij elkaar hield. Voor hem lagen zijn pen en notitieboekje, links van hem lag Pascal. Zijn beste vriend was er namelijk elke vrijdagochtend bij als hij er lag. In je eentje kikkers een veilige oversteek naar de overkant van de steenweg proberen te geven, dat zou immers onbegonnen werk zijn! Joël mocht er niet aan denken. Nu, het was eigenlijk Pascal die de kikkers elke weekendochtend over zette; Joël hield de statistieken bij en keek altijd uit of er geen auto's aankwamen - een taak die volgens hem minstens zo belangrijk was als de oversteek zelf leveren.
Daar lag Joël dus, op de vochtige mosbodem. Zijn hoofd rustte op zijn armen, maar dat maakte hem niet minder alert. Ze lagen er al drie kwartier zonder een kikker te zien, maar dat kon Joël niets schelen. Hij moest namelijk denken aan wat zijn leven tot nu toe geworden was: een vaste job bij de brandweer, een goede gezondheid en een blijvende liefde voor amfibieën. Een gelukzalige glimlach verscheen op zijn gezicht. Voor de eerste keer besefte hij welk leven hij leidde en hoe dankbaar hij er eigenlijk voor moet zijn. Even dacht hij aan zijn vader, die anderhalf jaar geleden overleden was. Hij had het een jaar lang heel moeilijk gehad om zich erover te zetten, net als zijn moeder, maar had er uiteindelijk vrede mee kunnen nemen. Hij wist dat zijn vader gewild zou hebben dat hij van het leven bleef genieten, voor zijn moeder zou zorgen en gelukkig kon zijn. In zichzelf bedankte hij zijn vader en hij merkte dat zijn glimlach dieper en intenser was dan hij ooit had ervaren. Zijn glimlach keerde zich naar Pascal, die even geconcentreerd als altijd voor zich uit staarde. Joël schraapte zijn keel: "ik denk dat ik gelukkig ben, Pascal." Pascal verloor zijn concentratie, maar bleef voor zich kijken: "da's zeker, jong. Da's zeker," sloot Pascal het onderwerp af en stelde zijn blik weer op scherp.
Kikkers kwamen er die namiddag niet meer, maar Joël en Pascal bleven als altijd nog een uur en een kwartier paraat staan. Joël gaf er niet om, want dat hoorde er nu eenmaal bij.
Daar lag Joël dus, op de vochtige mosbodem. Zijn hoofd rustte op zijn armen, maar dat maakte hem niet minder alert. Ze lagen er al drie kwartier zonder een kikker te zien, maar dat kon Joël niets schelen. Hij moest namelijk denken aan wat zijn leven tot nu toe geworden was: een vaste job bij de brandweer, een goede gezondheid en een blijvende liefde voor amfibieën. Een gelukzalige glimlach verscheen op zijn gezicht. Voor de eerste keer besefte hij welk leven hij leidde en hoe dankbaar hij er eigenlijk voor moet zijn. Even dacht hij aan zijn vader, die anderhalf jaar geleden overleden was. Hij had het een jaar lang heel moeilijk gehad om zich erover te zetten, net als zijn moeder, maar had er uiteindelijk vrede mee kunnen nemen. Hij wist dat zijn vader gewild zou hebben dat hij van het leven bleef genieten, voor zijn moeder zou zorgen en gelukkig kon zijn. In zichzelf bedankte hij zijn vader en hij merkte dat zijn glimlach dieper en intenser was dan hij ooit had ervaren. Zijn glimlach keerde zich naar Pascal, die even geconcentreerd als altijd voor zich uit staarde. Joël schraapte zijn keel: "ik denk dat ik gelukkig ben, Pascal." Pascal verloor zijn concentratie, maar bleef voor zich kijken: "da's zeker, jong. Da's zeker," sloot Pascal het onderwerp af en stelde zijn blik weer op scherp.
Kikkers kwamen er die namiddag niet meer, maar Joël en Pascal bleven als altijd nog een uur en een kwartier paraat staan. Joël gaf er niet om, want dat hoorde er nu eenmaal bij.
woensdag 16 april 2014
Claessen I.III: Lisa
Het is vrijdag 9 mei 2014 om 16u00 en Lisa Claessen, 17 jaar, wandelt zenuwachtig rondjes aan de Genkse Augustijnenvijvers. Hoewel leerplichtig, zag de jongedame er geen probleem in een godsdienstles van haar allerlaatste middelbare schooljaar over te slaan en naar Genk te fietsen. Veel dommer zou haar dat niet maken, daar was ze van overtuigd, en de mogelijke sancties die zouden volgen, konden haar op dat moment weinig schelen. Ze is hier om veel belangrijkere redenen, die eenvoudig samen te vatten zijn in een van vlees voorziene skeletstructuur van 1m78 en 71 kg, luisterend naar de naam Tom Loyen. De les van haar geliefde is een kwartier geleden gedaan op de Diepenbeekse campus en volgens afspraak zou hij meteen daarna naar deze afgesproken plek komen. Google maps scheen er 18 minuten over te doen, Tom doet daar vast een paar minuten vanaf. Hij kan er nu dus elk moment zijn, denkt Lisa, en daarmee wordt ze meteen weer wat zenuwachtiger. Ze huppelt en probeert een danspasje en hoort niet dat haar gsm in haar rugzak voor een tweede keer rinkelt.
Het is lang niet hun eerste afspraakje. Waarom is ze dan toch zo zenuwachtig? Is het de verliefdheid, de angst om betrapt te worden of de romantiek van de verboden liefde die het zo spannend maakt? Of is het omdat ze elkaar straks weer zien op het familiefeest? Ja, het familiefeest. Wat zal het vreemd zijn om iedereen weer na anderhalf jaar tijd te zien. Nadat haar mama zich bij de begrafenis van haar opa in een ruzie heeft gestort tegen nonkel Joël en tante Mia, zijn ze er nooit meer durven langsgaan. Het is omdat oma zei dat het vandaag heel belangrijk was dat iedereen er zou zijn, anders waren ze waarschijnlijk nooit gegaan. Lisa's gedachten dwalen af naar anderhalf jaar geleden. Ze weet nog hoe ze tussen haar ruziënde familie de enige was die niet van haar stoel was opgestaan. De enige voor wie het hele tumult niets uitmaakte. De enige die nog aan opa dacht. O, opa. Wat mist ze hem toch. De tekeningen die ze maakten, de kaartspelletjes die ze speelden, zijn vriendelijke maar toch geheimzinnige glimlach.
Lisa wappert in haar hoofd de gedachten aan vroeger weg. Ze mag er niet te veel aan denken. Dan zou ze alleen maar droevig worden en zou haar misschien wel hetzelfde overkomen als haar broertje. Maarten was wel erg veranderd na de begrafenis. Was het de dood van opa of de klinkende ruzie die hem zo van streek hadden gemaakt? Of is het iets dat al altijd in hem had gezeten. Maarten was tenslotte...
De ballon van gedachten waar Lisa in zweefde, klapt in één knal uit elkaar en doet de horde vlinders in haar buik opvliegen naar alle kanten in haar lichaam. Ja, voor haar verscheen zonet haar favoriete persoon uit de geschiedenis van de mensheid: Tom Loyen.
Het is lang niet hun eerste afspraakje. Waarom is ze dan toch zo zenuwachtig? Is het de verliefdheid, de angst om betrapt te worden of de romantiek van de verboden liefde die het zo spannend maakt? Of is het omdat ze elkaar straks weer zien op het familiefeest? Ja, het familiefeest. Wat zal het vreemd zijn om iedereen weer na anderhalf jaar tijd te zien. Nadat haar mama zich bij de begrafenis van haar opa in een ruzie heeft gestort tegen nonkel Joël en tante Mia, zijn ze er nooit meer durven langsgaan. Het is omdat oma zei dat het vandaag heel belangrijk was dat iedereen er zou zijn, anders waren ze waarschijnlijk nooit gegaan. Lisa's gedachten dwalen af naar anderhalf jaar geleden. Ze weet nog hoe ze tussen haar ruziënde familie de enige was die niet van haar stoel was opgestaan. De enige voor wie het hele tumult niets uitmaakte. De enige die nog aan opa dacht. O, opa. Wat mist ze hem toch. De tekeningen die ze maakten, de kaartspelletjes die ze speelden, zijn vriendelijke maar toch geheimzinnige glimlach.
Lisa wappert in haar hoofd de gedachten aan vroeger weg. Ze mag er niet te veel aan denken. Dan zou ze alleen maar droevig worden en zou haar misschien wel hetzelfde overkomen als haar broertje. Maarten was wel erg veranderd na de begrafenis. Was het de dood van opa of de klinkende ruzie die hem zo van streek hadden gemaakt? Of is het iets dat al altijd in hem had gezeten. Maarten was tenslotte...
De ballon van gedachten waar Lisa in zweefde, klapt in één knal uit elkaar en doet de horde vlinders in haar buik opvliegen naar alle kanten in haar lichaam. Ja, voor haar verscheen zonet haar favoriete persoon uit de geschiedenis van de mensheid: Tom Loyen.
maandag 14 april 2014
Claessen I.II: Claire
Het is 15u30 op vrijdag 9 mei 2014 en de 41-jarige Claire Vandaele huilt achter haar bureau. Haar magere schouders schudden zachtjes op en neer terwijl haar gezicht belicht wordt met het intense licht van miljoenen LED-lampjes. De kleine smeerlapjes vormen samen een elektronisch bericht dat Claires leven voorgoed zal veranderen. Ze richt haar hoofd op en leest de e-mail nog een derde maal. De woorden lijken niet al te zeer veranderd.
Claire vloekt en voelt woede opborrelen. Ze wil haar computerscherm vastnemen en met volle kracht naar de grond brengen. Gelukkig beseft ze op tijd dat het scherm met een slotje vastzit aan de tafel en de kabel die het scherm binnengaat, beveiligd is met twee van die schroefjes die je eerst moet losdraaien om de kabel te kunnen loskoppelen. Een tweede vloek verlaat Claires lippen en ze probeert te kalmeren. Ze plaatst haar ellebogen op het toetsenbord voor haar, legt haar hoofd in haar handen en laat haar tranen in rust verder stromen.
Valerie, die tegenover Claire op hetzelfde bureau werkt, keert terug van de koffieautomaat en treft haar anders altijd opgetogen vriendin huilend aan. Ze plaatst de twee verse koffies op het bureau en hurkt naast haar neer. "Ben je... ben je erbij?", vraagt Valerie voorzichtig. Claire blijft bewegingsloos zitten, maar het antwoord is duidelijk. Haar vriendin legt een arm om haar magere schouder, maar ze zegt niets. Ze weet immers ook niet echt wat zeggen. Het is gewoon de harde, stomme waarheid waar geen van de twee vrouwen op de administratie van Umicore ook maar een woord over te zeggen heeft.
Na een tijdje tegen elkaar aan te zitten piekeren, neemt Claire de arm van Valerie en legt die weer op diens schoot. Ze glimlacht flauw, neemt haar gsm en belt haar man op. Haar oogleden zijn als een dam tegen de toenemende druk van opborrelende tranen wanneer ze Alain van het nieuws op de hoogte brengt.
"Alain, Claire hier"
"Ja. Ja, Ik ben erbij, ja"
"Ja."
Volzinnen kunnen er op dit moment niet af. Haar lippen trillen en ze wou dat ze nu al thuis zat bij Alain.
"1 september."
"Ja ja"
"Ja, ik weet het, Alain"
"Over een halfuur. Ik moet hier nog wat opruimen voor het weekend."
"Nee nee, natuurlijk niet."
"Ja ja, doe ik."
"Dag schat."
"Daag."
Een dam van een millimeter dikte is als vanzelfsprekend tegen geen druk bestand. Gelijk met het tikken op het rode telefoontje, stromen de tranen zich in een stortvloed op haar toetsenbord.
Valerie heeft met verwarde blik en een ondertussen lauwe koffie het gesprek proberen mee te volgen. Ze legt haar hand opnieuw op de schouder van haar vriendin en probeert een troostende boodschap: "Het..." Verder raakt ze niet, want Claires opgespaarde woorden knallen opeens uit haar mond: "Ge begrijpt het niet, Valerie! Alain werkt sinds pas halftijds, we hebben een huis af te betalen en twee kinderen te onderhouden. Lisa gaat volgend jaar naar de universiteit en Maartens psycholoog kost handenvol geld... Hoe gaan wij dat allemaal betalen?!" Zonder te wachten op een antwoord van Valerie, kijkt ze op haar gsm: 16u08. Lisa's school is uit. Ze zoekt haar nummer in haar contactenlijst en begint met bellen. Claire ademt diep in en uit, klaar om voor een derde keer op rij slecht nieuws te moeten vertellen.
Beste werknemer,
Ik het kader van de besparingsacties van Umicore werd al meegedeeld dat er enkele banen geschrapt zouden worden in de administratieve en distribuerende sector van het bedrijf. Het nationaal directiecomité heeft zich dagenlang over deze hachelijke taak gebogen. Het was dan ook uitzonderlijk moeilijk deze beslissingen te maken in een bedrijf vol gemotiveerde en productieve werknemers. Tot grote spijt van het comité meldt men u dat binnen het besparingsproces uw baan geschrapt wordt en u niet langer werkzaam kan zijn in het bedrijf vanaf 1 september 2014.Bam. Zelfs de derde keer slaat de e-mail haar halverwege het lezen met de vlakke hand in het gezicht. Verder staat er nog iets over dat haar werk altijd geapprecieerd werd, de keuze louter gevallen was op de job en niet de persoon die deze uitoefende en dat ze een hoge ontslagpremie zou krijgen, maar dat leest Claire al lang niet meer. Ze kan enkel denken aan hoe haar harde werk blijkbaar niet geloond heeft, hoe haar veel luiere collega's - en die zijn er: op de administratieve dienst zijn Claire en haar vriendin Valerie zonder twijfel de vlijtigste werkers - waarschijnlijk wel mochten blijven omwille van interne connecties of wat dan ook.
Claire vloekt en voelt woede opborrelen. Ze wil haar computerscherm vastnemen en met volle kracht naar de grond brengen. Gelukkig beseft ze op tijd dat het scherm met een slotje vastzit aan de tafel en de kabel die het scherm binnengaat, beveiligd is met twee van die schroefjes die je eerst moet losdraaien om de kabel te kunnen loskoppelen. Een tweede vloek verlaat Claires lippen en ze probeert te kalmeren. Ze plaatst haar ellebogen op het toetsenbord voor haar, legt haar hoofd in haar handen en laat haar tranen in rust verder stromen.
Valerie, die tegenover Claire op hetzelfde bureau werkt, keert terug van de koffieautomaat en treft haar anders altijd opgetogen vriendin huilend aan. Ze plaatst de twee verse koffies op het bureau en hurkt naast haar neer. "Ben je... ben je erbij?", vraagt Valerie voorzichtig. Claire blijft bewegingsloos zitten, maar het antwoord is duidelijk. Haar vriendin legt een arm om haar magere schouder, maar ze zegt niets. Ze weet immers ook niet echt wat zeggen. Het is gewoon de harde, stomme waarheid waar geen van de twee vrouwen op de administratie van Umicore ook maar een woord over te zeggen heeft.
Na een tijdje tegen elkaar aan te zitten piekeren, neemt Claire de arm van Valerie en legt die weer op diens schoot. Ze glimlacht flauw, neemt haar gsm en belt haar man op. Haar oogleden zijn als een dam tegen de toenemende druk van opborrelende tranen wanneer ze Alain van het nieuws op de hoogte brengt.
"Alain, Claire hier"
"Ja. Ja, Ik ben erbij, ja"
"Ja."
Volzinnen kunnen er op dit moment niet af. Haar lippen trillen en ze wou dat ze nu al thuis zat bij Alain.
"1 september."
"Ja ja"
"Ja, ik weet het, Alain"
"Over een halfuur. Ik moet hier nog wat opruimen voor het weekend."
"Nee nee, natuurlijk niet."
"Ja ja, doe ik."
"Dag schat."
"Daag."
Een dam van een millimeter dikte is als vanzelfsprekend tegen geen druk bestand. Gelijk met het tikken op het rode telefoontje, stromen de tranen zich in een stortvloed op haar toetsenbord.
Valerie heeft met verwarde blik en een ondertussen lauwe koffie het gesprek proberen mee te volgen. Ze legt haar hand opnieuw op de schouder van haar vriendin en probeert een troostende boodschap: "Het..." Verder raakt ze niet, want Claires opgespaarde woorden knallen opeens uit haar mond: "Ge begrijpt het niet, Valerie! Alain werkt sinds pas halftijds, we hebben een huis af te betalen en twee kinderen te onderhouden. Lisa gaat volgend jaar naar de universiteit en Maartens psycholoog kost handenvol geld... Hoe gaan wij dat allemaal betalen?!" Zonder te wachten op een antwoord van Valerie, kijkt ze op haar gsm: 16u08. Lisa's school is uit. Ze zoekt haar nummer in haar contactenlijst en begint met bellen. Claire ademt diep in en uit, klaar om voor een derde keer op rij slecht nieuws te moeten vertellen.
zaterdag 12 april 2014
Claessen I.I: Alain
Het is vrijdag 9 mei 2014, 15u00. Alain Claessen, 41 jaar, zit aan zijn keukentafel. Zijn kinderen zitten op school en zijn vrouw zit op haar werk en ondertussen denkt Alain ongestoord aan voetbal. Alain denkt nu wel altijd aan voetbal, alleen nooit aan zijn keukentafel. Meer zelfs, de keukentafel doet hem net denken aan de enige dag in zijn volwassen leven dat hij geen enkele van haar 86400 seconden aan voetbal dacht.
Nu is die bijna 19 jaar geleden, de dag dat Alain en zijn vrouw Claire voor de eerste ochtend in dit huis wakker werden. Toegegeven, het was eerder voormiddag dan ochtend toen Alain ontwaakte, terwijl naast hem de vrouw van zijn leven nog vredig lag te slapen. Alain weet nog precies hoe mooi ze eruit zag toen ze daar lag. Niet dat hij er een foto van had genomen, hoewel hij moet toegeven dat hij er best over had liggen twijfelen. Liefst had hij nog uren naar haar liggen kijken, maar aangezien dat nogal raar was en hij niet wilde dat Claire hem zou betrappen, tilde hij zichzelf heel voorzichtig uit bed en begon beneden een ontbijt te maken. Hij ging naar de bakker, kocht beleg en fruit, bakte eitjes en perste fruitsap. Als toen zijn vrouw niet naar beneden gekomen was, was hij nog vlug aan een fruitsalade begonnen. En daar stond ze dan voor hem: in nachtkledij en glunderend om alles wat op hun splinternieuwe keukentafel tentoongesteld stond. Haar ogen speurden de hele tafel af van links naar rechts en kwamen uiteindelijk uit bij de verwachtingsvolle blik van Alain. In een vlaag van verliefdheid vloog Claire in zijn armen en drukte haar tegen zich zoals ze dat nooit eerder had gedaan. Hoe iemand zo enthousiast kon zijn over vers brood, een spiegelei en wat fruit, begreep Alain niet, maar zijn eigen verliefdheid was te groot om erover na te denken.
Het was pas toen ze beiden gedaan hadden met eten en Alain nog een laatste kiwi schilde, dat voor hem veel duidelijk werd. Zijn geliefde nam de kiwi, legde hem op zijn bord en nam zijn handen vast. Het kiwivocht plakte hun beide handen tegen elkaar. Ze keek hem aan en hij voelde hoe haar handen in de zijne trilden en steun zochten bij wat ze ging zeggen: "ik... denk dat ik zwanger ben, Alain." Punt. Hoewel Claire heel graag zelfzeker wilde overkomen, verliet elk woord haar lippen als een voorzichtige vraag waar ze het antwoord maar al te graag op wilde weten. De toen nog jongvolwassen Alain gaf niet om de intonatie; hij was volledig verstomd door het nieuws. Het voelde alsof zijn hart uit zijn borstkas sprong en rond de kamer begon te vliegen. In deze onweerstaanbare vreugde slaakte de jongeman een hoge gil van blijdschap waarvan hij nooit had kunnen denken dat die in hem zat. Zijn vrouw glunderde van geluk.
Door alle vreugde heen zag Alain niet dat het hele geglunder niet lang kon duren en het gezicht van zijn vrouw ineens veranderde. Hoe ze haar wit wordende wangen bolde, haar ogen dicht kneep en haar bovenlichaam naar voren tilde in een misselijk gevoel. De straal braaksel die Claire vanuit haar maag in zijn richting stuurde, had hij dan ook helemaal niet zien aankomen. Het ontbijt dat hij met al zijn liefde had bereid en nog maar net de maag van zijn echtgenote had bereikt, vond zijn weg terug naar waar het vandaan kwam: de keukentafel. De eerste seconden kon Alain niet reageren, als in een trance door zijn eigen geluk.
Daar eindigt de herinnering van Alain: twee geliefden die aan hun nieuwe keukentafel elkaars plakkerige handen vasthouden. Tussen hen in ligt gebruikt keukenmateriaal, een plasje braaksel en een half gepelde kiwi. Het was een dag waarop zo veel vreugde tegelijk aan Alain te beurt viel. Een dag waarop hij geen tijd had om aan voetbal te denken.
Meer dan een uur lang blijft Alain daar zitten, met een opdrogende traan op zijn linkerwang, totdat hij telefoon krijgt van zijn allerliefste Claire.
Nu is die bijna 19 jaar geleden, de dag dat Alain en zijn vrouw Claire voor de eerste ochtend in dit huis wakker werden. Toegegeven, het was eerder voormiddag dan ochtend toen Alain ontwaakte, terwijl naast hem de vrouw van zijn leven nog vredig lag te slapen. Alain weet nog precies hoe mooi ze eruit zag toen ze daar lag. Niet dat hij er een foto van had genomen, hoewel hij moet toegeven dat hij er best over had liggen twijfelen. Liefst had hij nog uren naar haar liggen kijken, maar aangezien dat nogal raar was en hij niet wilde dat Claire hem zou betrappen, tilde hij zichzelf heel voorzichtig uit bed en begon beneden een ontbijt te maken. Hij ging naar de bakker, kocht beleg en fruit, bakte eitjes en perste fruitsap. Als toen zijn vrouw niet naar beneden gekomen was, was hij nog vlug aan een fruitsalade begonnen. En daar stond ze dan voor hem: in nachtkledij en glunderend om alles wat op hun splinternieuwe keukentafel tentoongesteld stond. Haar ogen speurden de hele tafel af van links naar rechts en kwamen uiteindelijk uit bij de verwachtingsvolle blik van Alain. In een vlaag van verliefdheid vloog Claire in zijn armen en drukte haar tegen zich zoals ze dat nooit eerder had gedaan. Hoe iemand zo enthousiast kon zijn over vers brood, een spiegelei en wat fruit, begreep Alain niet, maar zijn eigen verliefdheid was te groot om erover na te denken.
Het was pas toen ze beiden gedaan hadden met eten en Alain nog een laatste kiwi schilde, dat voor hem veel duidelijk werd. Zijn geliefde nam de kiwi, legde hem op zijn bord en nam zijn handen vast. Het kiwivocht plakte hun beide handen tegen elkaar. Ze keek hem aan en hij voelde hoe haar handen in de zijne trilden en steun zochten bij wat ze ging zeggen: "ik... denk dat ik zwanger ben, Alain." Punt. Hoewel Claire heel graag zelfzeker wilde overkomen, verliet elk woord haar lippen als een voorzichtige vraag waar ze het antwoord maar al te graag op wilde weten. De toen nog jongvolwassen Alain gaf niet om de intonatie; hij was volledig verstomd door het nieuws. Het voelde alsof zijn hart uit zijn borstkas sprong en rond de kamer begon te vliegen. In deze onweerstaanbare vreugde slaakte de jongeman een hoge gil van blijdschap waarvan hij nooit had kunnen denken dat die in hem zat. Zijn vrouw glunderde van geluk.
Door alle vreugde heen zag Alain niet dat het hele geglunder niet lang kon duren en het gezicht van zijn vrouw ineens veranderde. Hoe ze haar wit wordende wangen bolde, haar ogen dicht kneep en haar bovenlichaam naar voren tilde in een misselijk gevoel. De straal braaksel die Claire vanuit haar maag in zijn richting stuurde, had hij dan ook helemaal niet zien aankomen. Het ontbijt dat hij met al zijn liefde had bereid en nog maar net de maag van zijn echtgenote had bereikt, vond zijn weg terug naar waar het vandaan kwam: de keukentafel. De eerste seconden kon Alain niet reageren, als in een trance door zijn eigen geluk.
Daar eindigt de herinnering van Alain: twee geliefden die aan hun nieuwe keukentafel elkaars plakkerige handen vasthouden. Tussen hen in ligt gebruikt keukenmateriaal, een plasje braaksel en een half gepelde kiwi. Het was een dag waarop zo veel vreugde tegelijk aan Alain te beurt viel. Een dag waarop hij geen tijd had om aan voetbal te denken.
Meer dan een uur lang blijft Alain daar zitten, met een opdrogende traan op zijn linkerwang, totdat hij telefoon krijgt van zijn allerliefste Claire.
Claessen: een toelichting
Beste lezer!
Welkom terug op Vertel op, Robin!, de plaats bij uitstek voor het vergezochte verhaal en de gezonde portie irrelevante onzin. Vanaf heden start er een nieuwe verhalenreeks, deze keer zonder pratende moordzuchtige dieren, maar over het leven van een doodgewone familie uit Hasselt: de familie Claessen. Deel I schetst elk familielid op zich op een doodgewone vrijdagnamiddag, waarna ze in deel II samengebracht worden op een heus familiefeest. Geen gewoon feest, maar één waar mysteries opgelost worden en de lucht volhangt met plottwisten. Of het wordt toch een gewoon familiefeest, dat kan ik u nu nog niet vertellen.
Het eerste fragmentje krijgt u er vandaag al gratis bij! De andere tekstjes zullen om de twee dagen verschijnen op deze blog. Ik wacht samen met u in spanning af wat het zal worden.
Een vriendelijke groet!
Robin
Welkom terug op Vertel op, Robin!, de plaats bij uitstek voor het vergezochte verhaal en de gezonde portie irrelevante onzin. Vanaf heden start er een nieuwe verhalenreeks, deze keer zonder pratende moordzuchtige dieren, maar over het leven van een doodgewone familie uit Hasselt: de familie Claessen. Deel I schetst elk familielid op zich op een doodgewone vrijdagnamiddag, waarna ze in deel II samengebracht worden op een heus familiefeest. Geen gewoon feest, maar één waar mysteries opgelost worden en de lucht volhangt met plottwisten. Of het wordt toch een gewoon familiefeest, dat kan ik u nu nog niet vertellen.
Het eerste fragmentje krijgt u er vandaag al gratis bij! De andere tekstjes zullen om de twee dagen verschijnen op deze blog. Ik wacht samen met u in spanning af wat het zal worden.
Een vriendelijke groet!
Robin
Abonneren op:
Posts (Atom)
