Het is vrijdag 9 mei 2014 en om 19u00 stapt de 70-jarige Paula Claessen in haar 6-jarige wagen Patrick. Ja, de onschuldige oma wist dat het verpersoonlijken van voertuigen niet zo gebruikelijk was als bij dieren of letters, maar deze wagen was een naam waardig. Zoals hij altijd voor hem klaar stond om haar eender waar naartoe te brengen. Voor een afspraak of voor het plezier, in de vroege ochtend of om middernacht, door de sneeuw en in de blakende zon; altijd was haar allerliefste automobiel er voor haar en nog nooit heeft ze problemen met hem ondervonden. Ze hield van hem.
Hoewel ze dolgraag met Patrick rijdt, is ze nog niet klaar om te vertrekken. Eerst nog heel even tijd maken voor haar tweede liefde: snickers. Uit haar handtas tovert ze een exemplaar van haar allerliefste snack die ze er zeventien minuten eerder in een bulkhoeveelheid ingestoken heeft, klaar om een laatste keer te kunnen genieten alvorens naar het familiefeest te moeten vertrekken.
Terwijl ze hartstochtelijk doorkauwt en haar wagen start, denkt Paula aan het familiefeest. Ze heeft er echt geen zin in. 't Is te zeggen, geen zin in de verbijstering en het geruzie, wel in de garnaalhapjes. Toch weet ze dat het moet gebeuren. De oude tante rijdt tussen de graanvelden, al zijn haar gedachten bij het feest. De oude tante rijdt tussen de graanvelden, al zijn haar gedachten bij het feest. Vanavond zal de hele familie Claessen het te weten komen en na vanavond zal er ook een oplossing zijn voor het probleem dat al anderhalf jaar boven Paula hangt. Vanavond komt het goed ...
Eer Paula doorheeft dat er een jongen naast de weg ligt, is ze er al tot vijf meter bij genaderd. Nu ja, het is eerder een fiets met daarrond een jongen, en met onder het geheel een maïsstengel. De oude vrouw schrikt op, zet Patrick tot stilstand, en loopt naar de jongen toe. Pas als ze naast hem staat, merkt ze dat het om haar neefje Maarten gaat. Ze wil hem wakker schudden, maar hij blijkt helemaal niet te slapen.
"O, tante Paula, hallo. Ik ... ben net gevallen met de fiets. Zijt ge op weg naar oma? Hoe laat is het?"
Paula bekijkt haar neefje van hoofd tot schouders, knie en teen. Een paar schrammetjes, maar hij ziet er best oké uit. "Gaat het, manneke? Waarom ligt gij hier op de grond en staat ge niet op?"
"Ik ben gevallen zeg ik toch. Rijdt ge ook naar oma?"
"Ja, kom, stap maar in de wagen. Dan laad ik uw fiets even in."
Eens in de auto bekijkt Paula haar neefje een tweede keer helemaal, denkt even na en opent haar handschoenenkastje. Maarten kan duidelijk zijn ogen niet geloven. Het 10 liter ruime bakje puilt uit van verschillende bloemen, stengels en wortels. Een heel kruidenarsenaal ontbloot zich in alle geuren en kleuren en eigenlijk toch vooral in geuren aan Maartens zintuigen. Paula's oudemensenhand grabbelt wat in het kastje en neemt er een potje kruidenzalf uit. Ze doet een ruime hoeveelheid van het spul op het topje van haar wijsvinger en wrijft het uit over de wonde op het voorhoofd van de jongen. "Ge moogt blij zijn dat ik als biologe wat van kruidengeneeskunde ken," zegt Paula, "straks is er geen schrammetje op uw hoofd te zien!" Het potje zalf propt ze samen met de gedroogde plantenlichaamsdelen weer in haar handschoenenkastje en ze start opnieuw haar wagen. Nog even neemt Maarten zijn groottante bij de arm vast, met op zijn gezicht een serieuze blik.
"De schermles was een halfuur uitgelopen en daarom ging ik rechtstreeks naar oma. Gij kwam mij tegen onderweg en hebt mijn fiets in uw auto geladen omdat ik moe was," zei hij.
"Maar ge zit onder de aarde en modder."
"Oké, ge hebt mij in uw auto meegenomen omdat ik gevallen was."
"Maar dat is toch exact wat er gebeurd is?"
"Was het maar, tante Paula, was het maar." Maar dat hoort de oude vrouw al lang niet meer. In haar hoofd zitten enkel nog garnaalhapjes, dewelke wel zeer vlug in haar buik zullen belanden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten