vrijdag 18 april 2014

Claessen I.IV: Joël

    De dag dat Joël Claessen erachter kwam dat hij gelukkig was, verschilde eigenlijk niet van een andere. Het was een vrijdag 9 mei 2014 om 16u30 en vlakbij de Gentse Augustijnenvijvers , op de mossige bodem aan de rand van de steenweg en haast onvindbaar voor wie hem er niet zou zoeken, lag Joël. De magere 38-jarige man lag op zijn buik en was gekleed in een korte broek, een t-shirt van Queen en een wollen trui, met een pet die zijn grote dos krulhaar bij elkaar hield. Voor hem lagen zijn pen en notitieboekje, links van hem lag Pascal. Zijn beste vriend was er namelijk elke vrijdagochtend bij als hij er lag. In je eentje kikkers een veilige oversteek naar de overkant van de steenweg proberen te geven, dat zou immers onbegonnen werk zijn! Joël mocht er niet aan denken. Nu, het was eigenlijk Pascal die de kikkers elke weekendochtend over zette; Joël hield de statistieken bij en keek altijd uit of er geen auto's aankwamen - een taak die volgens hem minstens zo belangrijk was als de oversteek zelf leveren.
    Daar lag Joël dus, op de vochtige mosbodem. Zijn hoofd rustte op zijn armen, maar dat maakte hem niet minder alert. Ze lagen er al drie kwartier zonder een kikker te zien, maar dat kon Joël niets schelen. Hij moest namelijk denken aan wat zijn leven tot nu toe geworden was: een vaste job bij de brandweer, een goede gezondheid en een blijvende liefde voor amfibieën. Een gelukzalige glimlach verscheen op zijn gezicht. Voor de eerste keer besefte hij welk leven hij leidde en hoe dankbaar hij er eigenlijk voor moet zijn. Even dacht hij aan zijn vader, die anderhalf jaar geleden overleden was. Hij had het een jaar lang heel moeilijk gehad om zich erover te zetten, net als zijn moeder, maar had er uiteindelijk vrede mee kunnen nemen. Hij wist dat zijn vader gewild zou hebben dat hij van het leven bleef genieten, voor zijn moeder zou zorgen en gelukkig kon zijn. In zichzelf bedankte hij zijn vader en hij merkte dat zijn glimlach dieper en intenser was dan hij ooit had ervaren. Zijn glimlach keerde zich naar Pascal, die even geconcentreerd als altijd voor zich uit staarde. Joël schraapte zijn keel: "ik denk dat ik gelukkig ben, Pascal." Pascal verloor zijn concentratie, maar bleef voor zich kijken: "da's zeker, jong. Da's zeker," sloot Pascal het onderwerp af en stelde zijn blik weer op scherp.
    Kikkers kwamen er die namiddag niet meer, maar Joël en Pascal bleven als altijd nog een uur en een kwartier paraat staan. Joël gaf er niet om, want dat hoorde er nu eenmaal bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten