dinsdag 31 juli 2012

Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat V

(Muziek! En anders: muziek!)

    Lang heeft de oude Winston niet meer te leven, dat weet hij maar al te goed. Hij zal weldra sterven aan zijn berg.
    De vreselijke avond met zijn twee dieren is maar enkele dagen geleden gebeurd. De groep was veranderd (van drie naar één) en zo veranderde ook het plan: Winston keerde zich recht naar het noorden, weg van enige beschaving, weg van Santa Fe. Hij doolde dagenlang in het Rotsgebergte. Jagen, slapen en eten liet hij achterwege. Dat waren slechts tijdrovende zaken die hem van zijn doel afbrachten: het vinden van goud. Het oude lichaam was het lopen ook niet meer gewoon en waar een ander zou stoppen, ging de oude gek onverbiddelijk door. In die enkele dagen takelde de man zeer vlug af. Zijn drang om ooit nog prachtig goud in zijn oudemensenhanden te kunnen houden was het enige wat hem overeind hield.
    En de aanhouder wint meestal, zelfs als de aanhouder een gestoorde oude goudzoeker is. Eerder deze dag ontdekte Winston uiteindelijk een goudader. De goudnuggets waren overal uit de wand te kappen. Althans, voor een man die in staat is te kappen. Van vermoeidheid en opluchting plofte het versleten lichaam, dat zichzelf nog steeds Winston noemde, uiteindelijk op de grond.

    De oude goudzoeker zit nu tegen de berg aan die zijn eigen goudader herbergt, met in zijn hand enkel een goudklompje dat hij zo nu en dan kust alsof het zijn grote liefde is. Zijn lichaam probeert hem met gevoelens van onweerstaanbare honger en dorst een laatste keer van de dood te redden, maar Winston heeft er geen aandacht voor. Hij heeft de dood al lang onder ogen gezien. Met een glimlach die intens geluk uitdrukt neemt hij de goudklomp dicht bij zich, sluit zijn ogen en geniet nog even van de muziek die speciaal voor hem gespeeld wordt.

maandag 30 juli 2012

Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat IV

(Muziek! En anders: muziek!)

    Het was alweer bijna dag aan het worden toen viervoeter Don nog steeds geen slaap had gevat. Zijn gemoed wisselde voortdurend van emotie, maar werd altijd opnieuw overheerst door angst. Terwijl de nachtelijke uren voorbij waren gestreken, werd Don er steeds zekerder van: de andere twee zouden hem spoedig willen doodmaken en zijn enige kans op overleven lag erin hen voor te zijn. Een tijd die voor hem eeuwig leek, had hij de goudzoeker en het paard geobserveerd om er zeker van te zijn dat ze sliepen. Nu was het bijna dag geworden en zou hij meteen moeten toeslaan. Don sloop naar de goudzoeker toe zoals dat van een woudlopershond verwacht wordt. Eens de man uitgeschakeld was, zou het paard wel bijdraaien, dacht de hond terwijl hij traag en geluidsloos zijn doel naderde. Pas toen hij aan de voeten van de oude man stond, zette de hond zich recht, klaar om op zijn prooi te springen.
    Winston het Paard, die tot dan toe geen slaap had kunnen vatten, staarde in het rond en zag plots een gedaante voor de woudloper verschijnen. Zijn ogen konden in de duisternis niet onderscheiden wie of wat het was, maar zijn verstand had dat al lang uitgemaakt: de hond was in een staat van waanzin en zou zijn eerdere plan toch uitvoeren. Het paard richtte zijn hoofd op en haastte zich naar de woudloper. Natuurlijk hoorde Don zijn vriend aankomen. Hij keek achter zich en grijnsde naar het paard. Het was een kwaadaardige glimlach die Winston het Paard nooit van hem verwacht had en hem een ijzige rilling over zijn rug bezorgde. Net toen hij dichtbij genoeg was om in te grijpen, sprong Don zonder iets te zeggen naar de keel van zijn baas.
    Wat Winston het Paard toen zag, kon hij niet geloven. De hond kwam terecht op de man en meteen gutste bloed op de slaapzak. Bovenop de slaapzak, niet eronder. Don was recht op een dolk gesprongen, die Winston veiligheidshalve rechtop had gezet onder zijn slaapzak. Winston stond op en probeerde de hond op te helpen, maar het dier was al dood. Hij richtte zijn hoofd op en schrok toen hij het paard vlak bij hem zag staan. Ontzet door wat hem juist overkomen was, keek hij het paard recht in de ogen, terwijl zijn ogen zich langzaamaan tot spleetjes vormden. De man voelde zich verraden en agressie borrelde binnenin hem op. "Dus jullie hebben samen een knap plannetje bedacht?" sprak hij met een venijnige blik tegen het paard. Hij trok, met een kracht die puur door innerlijke woede gevoed was, het zwaard tussen de ribben van de bloedende hond uit. "Jammer dat dat niet doorgaat, hé." Hij hield zijn dolk nu vlak voor de nek van het paard.
    Winston het Paard kon voor de tweede keer in een minuut tijd zijn ogen niet geloven. Winston dacht dat zijn twee vrienden hadden afgesproken om hem van kant te maken. Hij wilde het hem uitleggen, maar wist evengoed dat de goudzoeker geen enkel weerwoord zou dulden. Het tegen hem opnemen was al even vergeefs, wapenloos als het paard was. Zijn enige kans bestond er dus in om weg te lopen. Het paard wisselde in één beweging van richting en rende weg van de uitzinnige man. Winston was helaas bliksemsnel. Tijdens het omdraaien greep hij de staart van het paard vast en wierp zich op zijn rug. Winston het Paard deed alles om de man eraf te werpen, terwijl zijn berijder alle tijd nam om de slagader in de nek van het paard te vinden. Met een fronsend gezicht van inspanning plantte hij zijn dolk recht in de hals van het paard en reet het paardenvlees in een haal open.
    Het paard werd wild en slaagde er nu wel in de man van zich af te werpen. In een laatste krachtstoot probeerde hij weg te rennen, maar de pijn overmeesterde hem. Winston het Paard stortte neer. Toen de goudzoeker tot bij hem was gekomen, was het paard al dood. "Goed gemikt, ouwe Winston," lachtte hij zichzelf toe, "je hebt het niet verleerd."

    Waar 's nachts de drie vrienden elkaar innig hadden geknuffeld, stond er bij zonsopkomst nog één van hen recht: Winston. Hij was nu weer rustig geworden en keek om zich heen. Naast hem lag een leeggebloede Winston het Paard, zijn paard dat er altijd voor hem was, met wie hij het hele Wilde Westen had doorkruist. Een paar meter verderop lag Don, zijn hond. Hij was jarenlang de trouwe vriend aan zijn zij en was tot vandaag altijd de liefste hond van heel New Mexico geweest. De man richtte zijn hoofd op naar de hemel en betreurde wat er moest gebeuren. Een traan rolde over zijn wangen, de eerste traan die hij zich in zijn woudlopersbestaan kon herinneren.

woensdag 18 juli 2012

Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat III

(Muziek! En anders: muziek!)

    Een knuffel van vriendschap is pas oprecht als hij niet te lang duurt en daarom besloten de drie vrienden maar te gaan slapen om morgen vroeg op pad te kunnen.
    Deze keer was de slaapzak van Winston wel degelijk gevuld met zijn menselijke lichaam. Met de gedachte in zijn achterhoofd dat de andere twee dieren aan het slapen waren, lag de oude man zelf nog te piekeren onder de blote sterrenhemel. Hij wist dat zijn keuze om naar huis te gaan de juiste was, maar hij kon zo moeilijk zijn goud vaarwel zeggen. Het lag hier zonder twijfel in een of andere berg op hem te wachten en nu was hij stomweg van plan een onnodig lange pauze te nemen om dan zijn zoektocht nadien helemaal te herbeginnen?! Neen, Winston deed het juiste voor hem en zijn twee vrienden, dat stond vast... Hoewel, hoe wist hij zeker dat Don eerlijk tegen hem was en hem nu vertrouwde? Misschien hield hij zich nu vrolijk en wachtte hij gewoon het moment af om toe te slaan. En wie zegt dat die goeie Winston het Paard nog vertrouwen had in hem en niet in de domme woorden van Don?
    Op twee meter van de goudzoekersslaapzak stond Winston het Paard, met zijn ogen wijd open. De andere twee zullen nu wel slapen, zo dacht hij, het wordt ook voor mij tijd. En toch raakte het paard niet in slaap; hij vertrouwde de situatie voor geen paardenhaar. Ja, hij wist dat Winston hen beloofd had terug naar Santa Fe te gaan, maar was dat uit eigen overtuiging of uit veiligheid? Misschien waren deze sussende woorden bedoeld om Don te kalmeren en hem uiteindelijk zelf af te maken. En dan zou na de hond het paard zeker volgen. Wat moest Winston het Paard doen? Was het beter om Don in zijn eerdere plan te helpen en zo zijn eigen vlees te redden of moest hij net van Don afraken en Winston zo van zijn bedreiging voldoen? Beeldde het paard zich misschien te veel in en zou hij beter wachten?
    Ver weg van de anderen lag Don de hond naar de hemel te staren. Terwijl hij dacht dat Winston en Winston het Paard al wel sliepen, kon Don de slaap niet vatten. Hij was zo blij dat ze weer naar huis gingen. Zijn opgewonden humeur bracht hem maar niet tot rust. Hij draaide zijn hoofd naar de goudzoeker en het paard en bedacht plots weer dat ze hem eerder die dag hadden verraden. Zijn glimlach ging over in argwaan. Was Winston ondertussen bijgedraaid of was die laatste belofte ook maar een list? Hadden zijn twee vrienden al lang een plan tegen hem? Don werd zenuwachtig en begon te twijfelen. Wat moest hij doen: afwachten en op zijn hoede zijn of zorgen dat hij hen voor was?

zaterdag 14 juli 2012

Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat II

(Muziek! En anders: muziek!)

    Don de hond keek zijn vriend stevig aan om zijn gedachten te kunnen doorgronden. Winston het Paard het paard behield zijn vastberaden blik en verroerde geen enkele gezichtsspier meer zodat Don uiteindelijk aan zijn uitleg begon: "Jij sluipt achter hem en wacht daar tot ik teken geef. Op het moment dat ik blaf, laat jij je op hem vallen en plaats ik mijn tanden recht in zijn keel." Het paard knikte nu, maar zei nog steeds niets. Er viel een kille stilte, bijna zo kil als een harteloze moord op een onschuldige oude man. "Er is geen tijd voor genade, mijn viervoetige vriend. Winston moet dood!"
    "Er moet hier helemaal niemand dood, beste dieren." De stem van Winston klonk vanuit de bessenstruik naast hen. Don en Winston het Paard schrokken tegelijk op. De verbaasde blik van de hond ging van de valse slaapzak naar de struik en kruiste een fractie van een seconde die van het paard. Die fractie van een seconde was nochtans genoeg om de geniepige glimlach op het gezicht van het paard te zien. Winston had hen beslopen en het dwaze paard was hiervan dus op de hoogte. Het werd Don plots duidelijk: zijn twee vrienden hadden een plan tegen hem beraamd. Hij voelde dat hij op zijn hoede moest zijn.
    "Ik wist niet dat de honger zo hard knaagde. Als jullie zo graag naar huis willen, moeten jullie dat gewoon zeggen." De oude man stond met zijn handen in zijn zij, kijkend naar de twee dieren die hij al liefheeft zolang hij ze kent. Zijn glimlach was vaderlijk, al kon hij zijn teleurstelling om de geplande moord moeilijk opzij zetten. Winston wist het maar al te goed: de honger was de hond te veel geworden. Met zijn knokige rechterhand woelde de man door zijn volle baard en dacht na over een oplossing die de meeste levens zou sparen, zich niet bewust van de titel van het verhaal waarin hij meespeelt. "Morgenochtend vertrekken we, ouwe rakkers," vertelde hij zijn twee dierlijke lotgenoten. "Over twee dagen zijn we weer in vruchtbaarder gebied waar ik een kleine ranch weet zijn, over zes dagen in Santa Fe. Wat denk je, Don?"
    De hond stond verstijfd en begreep niet waar zijn baas naartoe wilde. Was het een list of kon hij hem vertrouwen? Nog nooit had Winston tegen hem gelogen en ook nu was het de veiligste optie om hem te vertrouwen. Don blafte vrolijk en sprong van blijdschap in de armen van de oude goudzoeker. De warme liefde van de man die al zijn leven lang voor hem zorgde deed langzaamaan zijn twijfel wegebben. Hoe kon hij zijn vertrouwen verliezen in zijn beste vriend? "En maak je geen zorgen, Winston het Paard," ging de man verder. "Eens in Santa Fe aangekomen, zullen we rusten zolang je maar wil." Het paard glimlachte zijn tanden bloot en volgde de hond in zijn omhelzing met Winston.
   Daar stonden ze: Winston, Don en Winston het Paard, elkaar knuffelend alsof hun laatste uren geteld waren. Uit de inspanning van hun bicepsen sprak geen enkel verraad meer, maar enkel nog innige vriendschap.

vrijdag 6 juli 2012

Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat I

Muziek! (en als dat niet werkt: Muziek!)

    "Hij slaapt, maak je niet druk," fluisterde Don zijn herbivore vriend toe, "kom nu maar even dichter, dan leg ik je alles uit wat die paardenhersenen van jou nog niet hadden doorzien..."
    Zesenveertig dagen rijdt die ouwe Winston ons al door dit eindeloze Rotsgebergte. Zesenveertig dagen, terwijl we al vanaf de twintigste dag door onze proviand heen zijn! Ja, Winston het Paard*, jij hebt gras en water waar je maar kijkt, maar ik heb al geen vers stuk vlees meer geproefd sinds die pezige das van een paar dagen geleden. Dit doodse gebied lacht mijn lege hondenmaag kostelijk uit, want er is geen lapje vlees meer te bespeuren. Denk je dat die dwaze Winston wil omkeren? Neen, zijn hebzucht naar goud is hem naar het hoofd gestegen en gunt hem geen enkele nuchtere gedachte meer. De man crepeert nog liever met een goudader in zicht dan terug te keren naar Santa Fe.
    Mijn maag is dus niet de enige die voortdurend op de proef wordt gesteld; Winston, hoewel gek om het goud, kan het knagende hongergevoel niet blijven negeren. Ook hij zal moeten eten. En voor zover ik weet zijn er maar twee hompen vlees in zijn omgeving te vinden: zijn trouwe viervoeter Don en zijn immer parate paard Winston het Paard. Weet je met wie van de twee hij het langst zal toekomen, beste vriend?"
    "Neen! Dat kan niet!" riep het paard angstig uit. "Dat zou Winston nooit..."
    "Stil!" snauwde Don hem toe, zijn blik strak gericht op de slapende goudzoeker. "Door jouw domme paardenbek wordt hij straks nog wakker en kan hij doodleuk meevolgen wat we zeggen."
    "Waarom denk je zoiets?" vroeg Winston het Paard nu rustiger.
    "Je merkt het aan alles. Af en toe staart hij je tijdenlang aan met zijn hongerige blik en soms zie ik hem in het in het geniep zijn mes slijpen. Het zal niet lang meer duren. Misschien slaat hij vannacht al wel toe."
    Het paard zetten een ongelovige blik op en staarde angstig voor zich uit. Alles verliep juist als Winston voorspeld had. De ouwe hond was gek geworden door de honger en zag de goudzoeker als een onbetrouwbare maniak aan. De avond ervoor had Winston Winston het Paard voor dit gesprek behoed zodat het paard niet mee in de waanzin gesleurd zou worden. Hij mocht nu niet door de mand vallen.
    "We moeten hem voor zijn," sprak de hond zijn vriend toe. "Nu Winston nog slaapt moeten we hem zelf aanvallen. Dat zal ons van die gek afhelpen en mij meteen van genoeg vlees voorzien voor onze terugtocht naar Santa Fe. Ik weet dat het geen waardig voorstel is. Maar het is het enige." Hij richtte zijn blik op het slapende lichaam van de oude man. "Ofwel ga jij ten onder, ofwel hij."

*De man heet Winston, het paard heet Winston het Paard.

donderdag 5 juli 2012

Een verhaal waarin uiteindelijk iedereen doodgaat

Lezertjes!
Wat volgt op deze blog is een meerdelig verhaal dat over verschillende blogberichten verdeeld is. Bij elk deeltje zal ook een geluidsfragmentje bijgevoegd zijn, bedoeld als achtergrondmuziek tijdens het lezen van het bericht.
Begin al maar te popelen, want deeltje één verschijnt morgen al.

Groet!
Robin