woensdag 20 april 2016

Antieke Zaken: Deel 4.M

Christine staarde naar het oog van het pistool en probeerde zich te herinneren wat je in zo’n situatie moest doen. Een man met een wapen, was dat zoiets als een gevaarlijk roofdier? Geen angst tonen om niet als prooi over te komen en ook geen bedreiging vormen. Een betere techniek kon ze niet verzinnen en dus bleef ze staan, onstpannen. ‘Zie je wel?’, probeerde ze in gedachten over te seinen, ‘Ik ben niet klaar om te vluchten en ook niet om te vechten.’
“Niemand verlaat die zaak hier zonder dat ik er toestemming voor geef!”, raasde Il Pollo. Hij had duidelijk een kort lontje. Wat was eigenlijk zijn probleem? Haar vervalsing kon het niet zijn, want die had hij niet opgemerkt.
“Wanneer ga je de toestemming dan geven?”, vroeg La Pittrice kalm. Dat ze niet als een bedreiging overkwam was wel duidelijk - er zat immers geen pistool in haar handen, alleen ongevaarlijk inpakpapier. Praten mocht dus, redeneerde ze, zolang ze geen plotse bewegingen maakte. “Ik zal even vergeten dat jij je niet aan de afspraak hebt gehouden om geen geweer mee te nemen.” Zo, ze toonde dat ze vergevingsgezind was. Dat zou hem toch moeten kalmeren. “Jij steekt je pistool gewoon in je binnenzak, laat het ei hier en wandelt met het schilderij naar buiten. Dan is de ruil rond en hoeven we elkaar nooit meer te zien.”
Ze mocht dan wel proberen rustig en kalm over te komen, zo’n pistool op haar gericht liet haar toch niet onberoerd. Haar handen begonnen onwillekeurig weer propjes te maken van het papier dat ze vast had. Ze vreesde dat haar angst toch volledig zou doorbreken als ze teveel naar het wapen keek en dus richtte ze haar blik op een punt achter Il Pollo.
Een punt waar, heel toevallig, meer te zien was dan rekken vol oude spullen. Een monsterlijk gezicht kwam eerst uit de achterkamer, gevolgd door een oud lichaam en van woede gebalde vuisten. Jaak Dedonker, de eigenaar van de antiekzaak, was uit de zolderkamer ontsnapt en hij had een rothumeur meegenomen. Christine had kunnen weten dat hij zou ontsnappen. Twintig jaar geleden was hij ternauwernood uit het klaslokaal ontsnapt waar hij semi-per ongeluk in opgesloten was geraakt, tijdens de schoolbrand waarvoor Christine en enkele klasgenoten uiteindelijk van school waren gestuurd. Sindsdien nam Jaak overdreven veel maatregelen om een herhaling te voorkomen. Hij had vast ergens een sleutel verstopt op zolder. Misschien een zakmes om zijn boeien door te snijden. Het deed er eigenlijk niet toe hoe het precies was gelukt.
Christine probeerde zo goed mogelijk geluidloos ‘sorry’ door te seinen zonder Il Pollo te laten weten dat er nog iemand was. Dat kwam erop neer dat ze niets deed en simpelweg hoopte dat Jaak de boodschap zelf zou verzinnen.
Jaak was helemaal niet bezig met onuitgesproken dingen te raden. Hij keek fronsend naar het pistool, richtte zijn blik vervolgens op Christine en schudde meewarig zijn hoofd, alsof hij wilde zeggen: ‘ik heb het je toch gezegd?’
‘Help me dan!’, wilde Christine schreeuwen, maar dat zou hem meteen verraden en daarmee maakte ze dan haar eigen woorden onmogelijk. Jaak leek helemaal niet van plan om haar te helpen. Hij sloeg zijn armen over elkaar.
Ze keek naar Il Pollo om er zeker van te zijn dat hij haar blik niet volgde, maar de crimineel was met andere dingen bezig. Hij staarde naar haar handen en had zelfs zijn pistool daarop gericht, alsof het wapen zijn gedachten volgde. Ze was nog steeds bezig met het papier te verfrommelen, in propjes en er weer uit, zoals ze steeds deed als ze stress had.
“Het spijt me”, zei La Pittrice zachtjes. Haar ogen waren op de man met het pistool gericht, maar de woorden waren bedoeld voor de antiquair.
Il pollo schrok op en richtte onmiddelijk het pistool terug naar boven. “Wat spijt je?”, vroeg hij woedend.
Ze haalde haar schouders op en kaatste de vraag terug. “Waarom richt je een pistool op me?” Ze zag uit haar ooghoek dat Jaak een vaas vastpakte, een spuuglelijk groen exemplaar. Daarmee kwam hij dichter naar Il Pollo toe.
“Wat spijt je?”, herhaalde hij indringend, terwijl hij een beweging met het pistool maakte om aan te duiden dat hij hier het gesprek bepaalde.
Jaak was bijna bij Il Pollo. Hij had de vaas hoog geheven en leek van plan het ding als wapen te gebruiken. Hij was er bijna, maar hij zag het papier niet dat vlak voor zijn voeten op de grond lag. Zijn voet ging naar beneden. Het lawaai zou Il Pollo zeker waarschuwen.
Christine moest iets doen om hem af te leiden. Ze keek angstig om zich heen, vond niet meteen iets. Ze deed het enige dat ze kon bedenken: ze gooide het propje in haar handen op Il Pollo af. Het was een perfect schot, zoals ze al sinds haar schooltijd oefende. Het papier ging recht op zijn voorhoofd af, tussen de twee gaten in het masker waar zijn ogen achter zaten.
Nog voor het papier doel trof, reageerde Il Pollo al. Een knal, een kogel die recht op haar af kwam. Hoe vreemd, bedacht Christine met een bizarre afstandelijkheid, dat haar gehoor nog bleef werken terwijl haar zicht en zelfs pijn het al hadden opgegeven. Toen verdween ook het onregelmatige getik van de koekoeksklok in het niets.

Voor de trouwe lezers, zoals beloofd de link naar de andere kant van het verhaal:
http://eenhoornszijnnooitcontent.blogspot.be/

zondag 17 april 2016

Antieke Zaken: Deel 3.M

De verontwaardigde uitroep die ze verwacht had bleef uit. Il Pollo zag niet dat het schilderij een vervalsing was. Of wel? Hij bleef zo lang kijken dat ze zich ongemakkelijk begon te voelen. Ze deed een stap opzij, precies zoals hij ook had gedaan, om hem het zicht te ontnemen. Vooral Leopold III hoefde hij niet van naderbij te bekijken.
“Zoals beloofd, de rechtvaardige rechters.”, zei ze. “Een eenvoudige ruil. Jij wandelt naar buiten met het doek en je laat het ei hier.”
Zijn volgende woorden deden haar hoop om de ruil snel achter de rug te hebben in rook opgaan. “Hoe weet ik of dat echt de rechtvaardige rechters is?”, vroeg hij wantrouwend, “Je hebt het niet eens beveiligd.”
“Als je een slot en twee bodyguards wil, moet je die zelf maar betalen. Alleen het schilderij zat in de deal.”, verweerde ze zich, ook al wist ze dat dat een flauw excuus was. Wat was nu de prijs van een degelijk slot als je met zulke kunstwerken omging?
Een oude koekoeksklok in de hoek vocht krakend en piepend om tenminste elke 1,5 seconde een tik te laten horen. Il Pollo sloeg zijn armen over elkaar en bleef haar met een ondefinieerbare vogelmaskeruitdrukking aanstaren.
“Beveiliging zou net interesse wekken”, ging Christine verder, wanhopig proberend zich te verantwoorden, “Ik kan je verzekeren dat heel wat passanten toevallig juist vandaag tussen het antiek zouden willen snuffelen om te zien wat voor fenomenaals hier binnen werd gebracht.”
“Ik geef er toch een hoop goud voor. Ik zou het schilderij graag eerst van dichtbij bekijken.” Hij deed een stap naar voren. Christine wilde bijna automatisch naar achteren stappen, tot ze zich herinnerde dat ze zo heel gemakkelijk een gat in haar kostbare schilderij kon schoppen. Met tegenzin ging ze uiteindelijk opzij. Als ze een nadere inspectie weigerde, zou hij pas echt wantrouwig worden. Ze moest maar hopen dat hij erin trapte.
Ze slenterde naar de toonbank terwijl hij zich over het doek boog. Haar lege handen grepen uit zichzelf naar het inpakpapier om maar iets te doen te hebben. Onbewust begon ze het te verfrommelen, terwijl haar ogen en haar gedachten waren gericht op die crimineel die haar nepschilderij bestudeerde.
Hij kwam met een ruk overeind en keek in haar richting. Boos? Blij? Het was niet uit te maken onder dat masker. De eerste gedachte die door haar hoofd schoot was dat hij het had gezien. Hij wist dat het een vervalsing was. Van de zenuwen scheurde ze het papier kapot.
Hij kwam recht op haar af. Die man kwam veel te dicht. Ze kreeg zin om hem het nut van persoonlijke ruimte uit te leggen, maar hij stopte al. “Ga weg van dat pistool.”, beval hij koud.
Christine keek verschrikt opzij en besefte nu pas dat ze met één greep bij haar speelgoedpistool kon. Snel ging ze terug verder uit de buurt van de toonbank. “Dat was niet de bedoeling.” Ze probeerde neutraal over te komen, maar er zat toch iets van een lach in haar woorden. Puur uit opluchting dat haar vervalsing niet was ontdekt.
Il Pollo vond het nochtans helemaal niet om te lachen. “Is er iets grappigs?” Hij was geïrriteerd en richtte die irritatie precies op wat ze wilde vermijden. Hij vroeg beschuldigend of het schilderij wel echt was. “Volgens mij is het een vervalsing”, beweerde hij zelfs.
Plots voer alle zenuwachtigheid weg. Hij wist helemaal niet dat het een vervalsing was! Dit was een vraag geweest, of een vermoeden misschien. Hij sprak helemaal niet over het profiel van de rechter, hij had niets gezien. Ze had goed genoeg opgezocht hoe men normaal een vervalsing herkende en begon aan een hele uitleg over de authenticiteit van haar schilderij. Met de C-14 methode kon hij bijvoorbeeld de ouderdom van de verf testen. Die zou nog jong blijken te zijn, maar tegen de tijd dat hij die test had uitgevoerd had zij haar Fabergé-ei toch al.
Hij luisterde helemaal niet naar haar zo goed voorbereide uitleg. In plaats daarvan ging zijn blik weer naar het schilderij en zijn stappen ook. Zijn voeten stampten veel te luid op de vloer. Was hij opeens verdikt of deed hij dat onbewust omdat hij kwaad was?
Een kwade zakenpartner was geen goede zakenpartner. Voor de zekerheid ging ze nog wat verder van haar speelgoedpistool af, de enige andere logische richting uit die ze kon verzinnen: naar het ei.
Ze merkte plots dat Il Pollo helemaal niet naar het schilderij ging. Hij was blijkbaar gewoon langs de rekken aan het gaan. Met wat voor een rare man was ze hier nu eigenlijk een ruil aan het doen?
Hij was zelfs helemaal geen antieke spullen aan het bekijken. Ze fronste haar wenkbrauwen toen hij voor de kapotte koekoeksklok bleef staan en deze opendeed. Dat was niet omdat hij het ding wilde herstellen. Nee, zijn hand kwam terug naar buiten met een echt pistool.
De loop keek haar recht aan.

donderdag 14 april 2016

Antieke Zaken: Deel 2.M

Dit kon wel eens de slechtste manier zijn om de ruil te beginnen. Christine onderdrukte de neiging om haar speelgoedpistool te laten vallen en te beweren dat ze er niets mee te maken had. Ook het stemmetje dat haar gebood om het ding op de man te richten, voor hij zelf een wapen trok, negeerde ze. Haar hand verkrampte even door de tegenstrijdige geboden. Ze hoopte dat hij het niet gezien had. Ze moest zelfzeker overkomen.
"Il Pollo?", vroeg ze, ook al was dat overduidelijk. Deze man, met zijn schriele beentjes en veel te grote regenjas, was zeker en vast haar zakenpartner. Waarom anders droeg hij zo'n belachelijk vogelmasker? Ze vervloekte zichzelf dat ze daar zelf niet aan had gedacht. Een valse naam was in deze tijden niet meer genoeg om je identiteit te beschermen!
Hij antwoordde niet. Ze verplaatste de greep op haar speelgoedpistool en hoopte dat ze hem er niet boos mee had gemaakt. Dit was een crimineel, die hielden er niet van dat het andere mensen waren die een wapen droegen. Zelfs al was het op de vloer gericht. Ze probeerde snel over haar gedachtegang heen te praten, voor ze opbiechtte dat het geen echt pistool was. "Wat bent u... stipt."
"Ik hou mij steeds aan de afspraken, la Pittrice.", antwoordde hij wantrouwend. Beschuldigend, zelfs. "Ik hoop dat u dat ook gedaan heeft?"
In haar hoofd liep Christine alle afspraken af. "Geen externe mensen aanwezig, geen politie." Ze zag uit haar ooghoek dat het doek nog precies stond waar ze het had achtergelaten, zelfs nog afgedekt. "Ik heb enkel het doek bij." Hij blikte naar het pistool dat ze nog in haar steeds klammere hand hield. De bek van het vogelmasker maakte de beweging overduidelijk. Snel probeerde ze de aanwezigheid van een wapen (hij leek gelukkig niet te beseffen dat het vals was) terug goed te praten: "En deze heb ik niet meer nodig. Het is een voorzorgsmaatregel die ik in elke ruil hanteer. Bent u ongewapend?"
De man spreidde zijn armen alsof hij niets te verbergen had. Die grote jas van hem zou echter zelfs de bulten en oneffenheden van een machinegeweer verdoezelen. Ze besloot het gebaar op te vatten als een uitnodiging tot fouillering en controleerde snel of er nergens wapens zaten. Verbaasd constateerde ze dat hij inderdaad ongewapend was. Dat maakte haar eigen pistooltje des te erger. Snel legde ze dat op de toonbank, tussen de resten inpakpapier waarmee ze daarnet Jaak nog had gekneveld.
Ze glimlachte en vroeg zich af hoe het van hieraf verder moest. Nooit eerder had ze aan een ruil van gestolen kunstwerken deelgenomen. Ze was zelfs nog nooit eerder in de buurt van een doorgewinterde crimineel geweest, tenzij je haar weggelopen vader en de mening van haar moeder over die man meetelde.
Gelukkig was Il Pollo niet zo'n twijfelaar. Hij zette twee passen naar het oude kastje dat nog was binnengebracht door een mannetje dat geloofde dat het vervloekt was, nadat twee van zijn katten erin gestorven waren. De zwarte koffer van Il Pollo werd erop gelegd. Terwijl hij de sloten een voor een openmaakte, foeterde Christine zichzelf in gedachten uit. Ze had er ook al niet aan gedacht om het schilderij achter slot en grendel te vervoeren. Eerst die stomme fout in het schilderen, dan het pistool, geen masker en nu dit! Ze moest beter nadenken, zeker hiervoor. Bij elke blunder kon ze door de mand vallen. Ze wilde niet meemaken dat Il Pollo te weten kwam dat ze helemaal geen ervaring had, of erger nog, dat het kunstwerk in kwestie een vervalsing was. Haar informatie over criminelen kwam dan wel allemaal uit films en kranten, maar ze voelde niet de neiging om te testen of ze in het echt vriendelijker waren.
Il Pollo draaide zich om en Christine probeerde snel terug een neutraal gezicht te trekken. Zelfzekerheid, dat moest ze uitstralen. Toch kon ze het niet laten scherp in te ademen toen ze eindelijk zicht kreeg op de inhoud van de koffer. Natuurlijk had ze op voorhand alles opgezocht, maar in het echt zag het er nog veel geweldiger uit. Ze zag zichzelf het prachtjuweel, een echt, authentiek Fabergé-ei, al plechtig overhandigen aan het Nationaal museum. Het zou natuurlijk een fenomenale ceremonie worden, die volledig draaide om haar eigen geweldigheid. Gewoon ter dank zou ze zeker een grote som geld krijgen, en gratis toegang tot de meest exclusieve evenementen. In één klap zou ze een beroemde held zijn, in plaats van dat middelmatige vrouwtje dat in haar jeugd medeverantwoordelijk was geweest voor een grote schoolbrand.
"En het schilderij?", vroeg Il Pollo, die blijkbaar niet het geduld had om haar het kunstwerk te laten bewonderen. Hij zette zelfs een stap opzij om haar het zicht erop te ontnemen, alsof ze het juweel elk moment kon vastgrijpen en ermee weglopen.
"Ja, natuurlijk.", zei Christine snel. Ze ging naar het doek en zag onder het vogelmasker zelfs iets van verbazing. Hij wou waarschijnlijk dat hij het schilderij daarnet al had meegenomen, toen ze er nog niet was, als het zo dichtbij stond. Of verbeeldde ze zich dat alleen maar? Met dat masker was het moeilijk om te zien wat hij dacht.
Met een enkele beweging sloeg ze het doek opzij, zodat het schilderij onthuld werd. De rechtvaardige rechters, een eigenhandige vervalsing, tegenover een van de kostbare verloren Fabergé-eieren. Il Pollo dacht waarschijnlijk dat hij hiermee zijn slag zou slaan, maar in werkelijkheid zou alleen zij de zaak verlaten met een echt waardevol kunstwerk. Als hij tenminste niet zag dat het schilderij vals was.

Ze hield haar adem in terwijl Il Pollo het doek bestudeerde.



maandag 11 april 2016

Antieke Zaken: Deel 1.M

Krakende en piepende koekoeksklokken, versleten schommelstoelen, een boekenhouder in de vorm van een schedel, geen mens te bekennen en zelfs een paar spinnenwebben in de hoeken van het plafond: was antiekzaak Antiek-Brocante J. D. eigenlijk niet de perfecte locatie voor een crimineel handeltje? Zelfs het geklingel van het antieke belletje, dat de winkel vulde toen er een klant binnenkwam, klonk met een beetje fantasie nogal duister. La Pittrice zette haar zware last neer nog voor het geluid helemaal was weggestorven en keek om zich heen.
Ze kon zichzelf er toch niet helemaal van overtuigen dat de antiekzaak perfect was voor illegale ruilen. De grote, victoriaanse ramen lieten te veel licht door voor zulke donkere zaakjes. Tussen de hoge kasten vol antiek lag kinderspeelgoed uit de vorige eeuw en er stonden bloemetjeszetels in de hoek. Het grootste bezwaar was waarschijnlijk nog de eigenaar, die zonder twijfel een van de meest goedhartige mensen op deze wereld was. Hij vond het belletje trouwens juist heel vrolijk klinken.
"Goedemiddag!", begroette hij opgewekt, terwijl hij uit de achterkamer kwam. Het verkooppraatje bestierf op zijn lippen toen hij zag wie het was. "Oh. Hallo, Christine."
"Gebruik die naam niet.", reageerde La Pittrice geïrriteerd. Ze sloeg haar hand opnieuw over het schilderij dat ze mee had genomen en sleepte het wat meer naar voren in de winkel.
De antiquair, Jaak Dedonker, rolde met zijn ogen. La Pittrice zag het niet, want zoals zoveel mensen ontweek ze het om het gezicht van Jaak aan te kijken. De brandwonden waren al jaren oud, maar dat veranderde niets aan het feit dat het haar schuld was.
"Is dat je schilderij?", vroeg Jaak. Hij kwam wat dichterbij.
Ze glimlachte breed. Eigenlijk was het het beste dat zo weinig mogelijk mensen het in haar handen zagen, maar ze stond te popelen om haar werk te laten zien. Ze hief het doek op, zodat hij het schilderij eronder kon zien. Terwijl hij de verfstreken van naderbij bekeek, bekeek ze wat er in de winkel was veranderd sinds ze hier voor het laatst was geweest. Een zilveren prehistorische vis was nieuw, net als een versleten koekoeksklok, die eigenlijk eerder in een containerpark thuishoorde dan hier.
"De rechtvaardige rechters.", zei Jaak, met bewondering in zijn stem. La Pittrice was verrukt. Ze verwachtte dat hij zou vragen hoe ze aan dit beruchte gestolen schilderij was geraakt. Ze had een heel verhaal voorbereid. In plaats daarvan merkte hij op: "Je kan echt heel goed schilderen, Christine."
Even stond ze met haar mond vol tanden. Hoe wist hij dat? Gokte hij maar wat? Ze hakkelde dat het het echte schilderij was. Ze had zo haar best gedaan om het perfect na te schilderen! Hij had geen enkele techniek gebruikt om de ouderdom van de verf te testen. Hij kon het onmogelijk weten.
Jaak wees op een van de figuren in het schilderij. "Het profiel van koning Leopold III, zoals Van Der Veken het geschilderd heeft, niet zoals in het oorspronkelijke schilderij. Je hebt een kopie vervalst, niet het origineel."
Haar gezicht trok bleek weg. Ze keek naar de figuur en vervloekte zichzelf om zo'n stomme fout. Met een snelle beweging sloeg ze het doek terug, waardoor het schilderij weer aan het zicht werd onttrokken. Als Jaak zo snel kon zien dat haar schilderij een vervalsing was, dan zou haar zakenpartner er misschien ook niet intrappen.
"Luister, Christine,..." begon Jaak.
Ze stak haar hand uit om hem af te kappen. "Noem me niet zo", siste ze. "Voor vandaag heb ik een schuilnaam. De man met wie ik deze ruil doe, hoeft mijn naam niet te weten."
Misschien zou hij er niet achterkomen dat het een vervalsing was, bedacht ze plots. Zij had het zelf immers ook niet gezien. Zolang hij geen antiquair was met veel te veel verstand van die dingen...
"Zou je wel met die ruil doorgaan? Die man zal niet blij zijn met een vervalsing. En trouwens, hij..." De zin werd abrupt afgebroken toen La Pittrice een pistool trok en het op hem richtte. Het was geen echt wapen, slechts een speelgoedversie die ze gisteren in een kostuumwinkel had gekocht, maar voor wie er niets van kende zag het er echt genoeg uit. Ze hoopte ermee te kunnen bluffen als haar zakenpartner gevaarlijk werd. Jaak stak zijn handen in de lucht en deed een stap naar achteren. "Christine, wat doe je nu?"
"Zwijg, Jaak."
Jaak deed abrupt zijn mond toe en keek met angstige ogen toe hoe ze naar de toonbank wandelde. De loop van het pistool bleef op hem gericht. Toen ze met een hand tussen zijn spullen begon te rommelen, deed hij voorzichtig een paar passen opzij. Ze had het echter al te snel gezien. Het wapen volgde. "Stop."
Hij bleef stilstaan. "Christine, dit hoeft toch niet."
La Pittrice pakte een bundel inpakpapier en touw vanonder de toonbank. Met één hand ging het allemaal nogal onhandig. Ze scheurde een stuk papier af en maakte daar een propje van. Vervolgens stak ze het resultaat uit naar Jaak. "Pak aan.", beval ze.
Aarzelend deed Jaak twee stappen naar voren, zodat hij het papier uit haar hand kon nemen. Hij greep een keer mis, omdat hij zijn ogen op het pistool gericht hield.
"Knevel jezelf." La Pittrice reikte hem nu ook een touw aan. Ze maakte een gebaar met het wapen om haar woorden kracht bij te zetten.
"Die man met wie je een ruil gaat doen...", begon Jaak.
"Nu!", schreeuwde La Pittrice, met een snelle blik op de etalageruit om te zien of er geen getuigen waren. Jaak vond het al de hele tijd een slecht idee dat ze een ruil met een crimineel ging doen. Ze had spijt dat hij ervan wist. Hij zou nog in staat zijn om te vertellen dat haar schilderij een vervalsing was, alleen maar om haar ervan te beletten.
Met woede in zijn ogen stopte Jaak de prop in zijn mond en bond het touw ervoor. Hij deed het expres zo traag mogelijk. Ondertussen pakte La Pittrice een tweede touw en ging achter hem staan. Ze legde het pistool heel even opzij om zijn handen achter zijn rug samen te binden. Hij probeerde zich met een ruk los te trekken. Ze greep snel terug naar het wapen en drukte dat tegen zijn rug. "Stilstaan!" Haar stem klonk schel door de zenuwen. Hij bleef meteen stokstijf staan.
Ze zorgde dat zijn handen goed vastgebonden waren en controleerde vervolgens ook de knevel, die hij natuurlijk zo los mogelijk had gemaakt. Toen ze tevreden was, wierp ze nog een blik op de etalage. Nog geen nieuwe klanten. Goed.
Met het pistool dirigeerde ze Jaak naar de achterruimte, die volgestouwd stond met dozen, administratie en rommel die zo versleten was dat ze niet meer in een antiekzaak thuishoorde. Vandaar gingen ze de trap op naar de zolder, die verrassend leeg was. Door het raam vielen zonnestralen op het dikke tapijt en de kasten met boeken. Tussen de exemplaren over antiek en restauratie stonden zelfs een paar leerboeken geschiedenis uit het middelbaar onderwijs. Een herinnering aan Jaaks oude baan.
Toen La Pittrice de antiquair liet neerzitten op het tapijt en zijn voeten bij elkaar bond, stond zijn gezicht op onweer. Door de brandwonden zag het er duivels uit. Iemand met wie je geen ruzie zocht. "Het spijt me, Jaak.", zei La Pittrice. "Ik kom je straks weer bevrijden." Ze wierp nog een laatste blik op het woedende gezicht en draaide toen de deur van de zolder achter zich op slot. De sleutel stak ze in haar broekzak.
Terwijl ze naar beneden ging bedacht ze hoe lang het zou duren voor Jaak haar dit vergeven zou hebben. Hij was absoluut geen vergevingsgezinde man. De vorige keer had het haar jaren en jaren gekost, en dat was een streek geweest van toen ze nog maar een tiener was, een streek die wat uit de hand was gelopen. Nu had ze hem willens en wetens met een pistool bedreigd en opgesloten. Jaak Dedonker had er een hekel aan om te worden opgesloten.

Zodra ze uit de achterkamer kwam, zag ze de klant die in de tussentijd was binnengekomen. Zijn blik gleed meteen naar het speelgoedwapen dat ze nog in haar handen had.

Antieke Zaken, ingeleid

Beste lezer

Blij te ondervinden dat u nog steeds aanwezig bent, en wel voor het online ontdekken van een nieuw verhaal. Dit keer geen goedkope pulp zoals u van mij gewoon bent, maar een exclusief dubbelverhaal, getiteld Antieke Zaken. Eenzelfde verhaal wordt verteld door de ogen van twee verschillende personages, hetgeen door mij en medeauteur Marjolein geschreven werd. U krijgt op deze plek haar schrijfsels te lezen over het ene personage, terwijl op haar blog de delen worden gepost die ik schreef over het andere.
Het verhaal bestaat uit vier delen (om de drie dagen een deel), waarbij u pas na het laatste deel de link naar de andere blog zal krijgen en de andere helft van het verhaal kan ontdekken.


Deel 1 van Antieke Zaken, geschreven door Marjolein, vindt u vandaag al bij dit bericht. Veel plezier ermee!