maandag 11 april 2016

Antieke Zaken: Deel 1.M

Krakende en piepende koekoeksklokken, versleten schommelstoelen, een boekenhouder in de vorm van een schedel, geen mens te bekennen en zelfs een paar spinnenwebben in de hoeken van het plafond: was antiekzaak Antiek-Brocante J. D. eigenlijk niet de perfecte locatie voor een crimineel handeltje? Zelfs het geklingel van het antieke belletje, dat de winkel vulde toen er een klant binnenkwam, klonk met een beetje fantasie nogal duister. La Pittrice zette haar zware last neer nog voor het geluid helemaal was weggestorven en keek om zich heen.
Ze kon zichzelf er toch niet helemaal van overtuigen dat de antiekzaak perfect was voor illegale ruilen. De grote, victoriaanse ramen lieten te veel licht door voor zulke donkere zaakjes. Tussen de hoge kasten vol antiek lag kinderspeelgoed uit de vorige eeuw en er stonden bloemetjeszetels in de hoek. Het grootste bezwaar was waarschijnlijk nog de eigenaar, die zonder twijfel een van de meest goedhartige mensen op deze wereld was. Hij vond het belletje trouwens juist heel vrolijk klinken.
"Goedemiddag!", begroette hij opgewekt, terwijl hij uit de achterkamer kwam. Het verkooppraatje bestierf op zijn lippen toen hij zag wie het was. "Oh. Hallo, Christine."
"Gebruik die naam niet.", reageerde La Pittrice geïrriteerd. Ze sloeg haar hand opnieuw over het schilderij dat ze mee had genomen en sleepte het wat meer naar voren in de winkel.
De antiquair, Jaak Dedonker, rolde met zijn ogen. La Pittrice zag het niet, want zoals zoveel mensen ontweek ze het om het gezicht van Jaak aan te kijken. De brandwonden waren al jaren oud, maar dat veranderde niets aan het feit dat het haar schuld was.
"Is dat je schilderij?", vroeg Jaak. Hij kwam wat dichterbij.
Ze glimlachte breed. Eigenlijk was het het beste dat zo weinig mogelijk mensen het in haar handen zagen, maar ze stond te popelen om haar werk te laten zien. Ze hief het doek op, zodat hij het schilderij eronder kon zien. Terwijl hij de verfstreken van naderbij bekeek, bekeek ze wat er in de winkel was veranderd sinds ze hier voor het laatst was geweest. Een zilveren prehistorische vis was nieuw, net als een versleten koekoeksklok, die eigenlijk eerder in een containerpark thuishoorde dan hier.
"De rechtvaardige rechters.", zei Jaak, met bewondering in zijn stem. La Pittrice was verrukt. Ze verwachtte dat hij zou vragen hoe ze aan dit beruchte gestolen schilderij was geraakt. Ze had een heel verhaal voorbereid. In plaats daarvan merkte hij op: "Je kan echt heel goed schilderen, Christine."
Even stond ze met haar mond vol tanden. Hoe wist hij dat? Gokte hij maar wat? Ze hakkelde dat het het echte schilderij was. Ze had zo haar best gedaan om het perfect na te schilderen! Hij had geen enkele techniek gebruikt om de ouderdom van de verf te testen. Hij kon het onmogelijk weten.
Jaak wees op een van de figuren in het schilderij. "Het profiel van koning Leopold III, zoals Van Der Veken het geschilderd heeft, niet zoals in het oorspronkelijke schilderij. Je hebt een kopie vervalst, niet het origineel."
Haar gezicht trok bleek weg. Ze keek naar de figuur en vervloekte zichzelf om zo'n stomme fout. Met een snelle beweging sloeg ze het doek terug, waardoor het schilderij weer aan het zicht werd onttrokken. Als Jaak zo snel kon zien dat haar schilderij een vervalsing was, dan zou haar zakenpartner er misschien ook niet intrappen.
"Luister, Christine,..." begon Jaak.
Ze stak haar hand uit om hem af te kappen. "Noem me niet zo", siste ze. "Voor vandaag heb ik een schuilnaam. De man met wie ik deze ruil doe, hoeft mijn naam niet te weten."
Misschien zou hij er niet achterkomen dat het een vervalsing was, bedacht ze plots. Zij had het zelf immers ook niet gezien. Zolang hij geen antiquair was met veel te veel verstand van die dingen...
"Zou je wel met die ruil doorgaan? Die man zal niet blij zijn met een vervalsing. En trouwens, hij..." De zin werd abrupt afgebroken toen La Pittrice een pistool trok en het op hem richtte. Het was geen echt wapen, slechts een speelgoedversie die ze gisteren in een kostuumwinkel had gekocht, maar voor wie er niets van kende zag het er echt genoeg uit. Ze hoopte ermee te kunnen bluffen als haar zakenpartner gevaarlijk werd. Jaak stak zijn handen in de lucht en deed een stap naar achteren. "Christine, wat doe je nu?"
"Zwijg, Jaak."
Jaak deed abrupt zijn mond toe en keek met angstige ogen toe hoe ze naar de toonbank wandelde. De loop van het pistool bleef op hem gericht. Toen ze met een hand tussen zijn spullen begon te rommelen, deed hij voorzichtig een paar passen opzij. Ze had het echter al te snel gezien. Het wapen volgde. "Stop."
Hij bleef stilstaan. "Christine, dit hoeft toch niet."
La Pittrice pakte een bundel inpakpapier en touw vanonder de toonbank. Met één hand ging het allemaal nogal onhandig. Ze scheurde een stuk papier af en maakte daar een propje van. Vervolgens stak ze het resultaat uit naar Jaak. "Pak aan.", beval ze.
Aarzelend deed Jaak twee stappen naar voren, zodat hij het papier uit haar hand kon nemen. Hij greep een keer mis, omdat hij zijn ogen op het pistool gericht hield.
"Knevel jezelf." La Pittrice reikte hem nu ook een touw aan. Ze maakte een gebaar met het wapen om haar woorden kracht bij te zetten.
"Die man met wie je een ruil gaat doen...", begon Jaak.
"Nu!", schreeuwde La Pittrice, met een snelle blik op de etalageruit om te zien of er geen getuigen waren. Jaak vond het al de hele tijd een slecht idee dat ze een ruil met een crimineel ging doen. Ze had spijt dat hij ervan wist. Hij zou nog in staat zijn om te vertellen dat haar schilderij een vervalsing was, alleen maar om haar ervan te beletten.
Met woede in zijn ogen stopte Jaak de prop in zijn mond en bond het touw ervoor. Hij deed het expres zo traag mogelijk. Ondertussen pakte La Pittrice een tweede touw en ging achter hem staan. Ze legde het pistool heel even opzij om zijn handen achter zijn rug samen te binden. Hij probeerde zich met een ruk los te trekken. Ze greep snel terug naar het wapen en drukte dat tegen zijn rug. "Stilstaan!" Haar stem klonk schel door de zenuwen. Hij bleef meteen stokstijf staan.
Ze zorgde dat zijn handen goed vastgebonden waren en controleerde vervolgens ook de knevel, die hij natuurlijk zo los mogelijk had gemaakt. Toen ze tevreden was, wierp ze nog een blik op de etalage. Nog geen nieuwe klanten. Goed.
Met het pistool dirigeerde ze Jaak naar de achterruimte, die volgestouwd stond met dozen, administratie en rommel die zo versleten was dat ze niet meer in een antiekzaak thuishoorde. Vandaar gingen ze de trap op naar de zolder, die verrassend leeg was. Door het raam vielen zonnestralen op het dikke tapijt en de kasten met boeken. Tussen de exemplaren over antiek en restauratie stonden zelfs een paar leerboeken geschiedenis uit het middelbaar onderwijs. Een herinnering aan Jaaks oude baan.
Toen La Pittrice de antiquair liet neerzitten op het tapijt en zijn voeten bij elkaar bond, stond zijn gezicht op onweer. Door de brandwonden zag het er duivels uit. Iemand met wie je geen ruzie zocht. "Het spijt me, Jaak.", zei La Pittrice. "Ik kom je straks weer bevrijden." Ze wierp nog een laatste blik op het woedende gezicht en draaide toen de deur van de zolder achter zich op slot. De sleutel stak ze in haar broekzak.
Terwijl ze naar beneden ging bedacht ze hoe lang het zou duren voor Jaak haar dit vergeven zou hebben. Hij was absoluut geen vergevingsgezinde man. De vorige keer had het haar jaren en jaren gekost, en dat was een streek geweest van toen ze nog maar een tiener was, een streek die wat uit de hand was gelopen. Nu had ze hem willens en wetens met een pistool bedreigd en opgesloten. Jaak Dedonker had er een hekel aan om te worden opgesloten.

Zodra ze uit de achterkamer kwam, zag ze de klant die in de tussentijd was binnengekomen. Zijn blik gleed meteen naar het speelgoedwapen dat ze nog in haar handen had.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten