donderdag 14 april 2016

Antieke Zaken: Deel 2.M

Dit kon wel eens de slechtste manier zijn om de ruil te beginnen. Christine onderdrukte de neiging om haar speelgoedpistool te laten vallen en te beweren dat ze er niets mee te maken had. Ook het stemmetje dat haar gebood om het ding op de man te richten, voor hij zelf een wapen trok, negeerde ze. Haar hand verkrampte even door de tegenstrijdige geboden. Ze hoopte dat hij het niet gezien had. Ze moest zelfzeker overkomen.
"Il Pollo?", vroeg ze, ook al was dat overduidelijk. Deze man, met zijn schriele beentjes en veel te grote regenjas, was zeker en vast haar zakenpartner. Waarom anders droeg hij zo'n belachelijk vogelmasker? Ze vervloekte zichzelf dat ze daar zelf niet aan had gedacht. Een valse naam was in deze tijden niet meer genoeg om je identiteit te beschermen!
Hij antwoordde niet. Ze verplaatste de greep op haar speelgoedpistool en hoopte dat ze hem er niet boos mee had gemaakt. Dit was een crimineel, die hielden er niet van dat het andere mensen waren die een wapen droegen. Zelfs al was het op de vloer gericht. Ze probeerde snel over haar gedachtegang heen te praten, voor ze opbiechtte dat het geen echt pistool was. "Wat bent u... stipt."
"Ik hou mij steeds aan de afspraken, la Pittrice.", antwoordde hij wantrouwend. Beschuldigend, zelfs. "Ik hoop dat u dat ook gedaan heeft?"
In haar hoofd liep Christine alle afspraken af. "Geen externe mensen aanwezig, geen politie." Ze zag uit haar ooghoek dat het doek nog precies stond waar ze het had achtergelaten, zelfs nog afgedekt. "Ik heb enkel het doek bij." Hij blikte naar het pistool dat ze nog in haar steeds klammere hand hield. De bek van het vogelmasker maakte de beweging overduidelijk. Snel probeerde ze de aanwezigheid van een wapen (hij leek gelukkig niet te beseffen dat het vals was) terug goed te praten: "En deze heb ik niet meer nodig. Het is een voorzorgsmaatregel die ik in elke ruil hanteer. Bent u ongewapend?"
De man spreidde zijn armen alsof hij niets te verbergen had. Die grote jas van hem zou echter zelfs de bulten en oneffenheden van een machinegeweer verdoezelen. Ze besloot het gebaar op te vatten als een uitnodiging tot fouillering en controleerde snel of er nergens wapens zaten. Verbaasd constateerde ze dat hij inderdaad ongewapend was. Dat maakte haar eigen pistooltje des te erger. Snel legde ze dat op de toonbank, tussen de resten inpakpapier waarmee ze daarnet Jaak nog had gekneveld.
Ze glimlachte en vroeg zich af hoe het van hieraf verder moest. Nooit eerder had ze aan een ruil van gestolen kunstwerken deelgenomen. Ze was zelfs nog nooit eerder in de buurt van een doorgewinterde crimineel geweest, tenzij je haar weggelopen vader en de mening van haar moeder over die man meetelde.
Gelukkig was Il Pollo niet zo'n twijfelaar. Hij zette twee passen naar het oude kastje dat nog was binnengebracht door een mannetje dat geloofde dat het vervloekt was, nadat twee van zijn katten erin gestorven waren. De zwarte koffer van Il Pollo werd erop gelegd. Terwijl hij de sloten een voor een openmaakte, foeterde Christine zichzelf in gedachten uit. Ze had er ook al niet aan gedacht om het schilderij achter slot en grendel te vervoeren. Eerst die stomme fout in het schilderen, dan het pistool, geen masker en nu dit! Ze moest beter nadenken, zeker hiervoor. Bij elke blunder kon ze door de mand vallen. Ze wilde niet meemaken dat Il Pollo te weten kwam dat ze helemaal geen ervaring had, of erger nog, dat het kunstwerk in kwestie een vervalsing was. Haar informatie over criminelen kwam dan wel allemaal uit films en kranten, maar ze voelde niet de neiging om te testen of ze in het echt vriendelijker waren.
Il Pollo draaide zich om en Christine probeerde snel terug een neutraal gezicht te trekken. Zelfzekerheid, dat moest ze uitstralen. Toch kon ze het niet laten scherp in te ademen toen ze eindelijk zicht kreeg op de inhoud van de koffer. Natuurlijk had ze op voorhand alles opgezocht, maar in het echt zag het er nog veel geweldiger uit. Ze zag zichzelf het prachtjuweel, een echt, authentiek Fabergé-ei, al plechtig overhandigen aan het Nationaal museum. Het zou natuurlijk een fenomenale ceremonie worden, die volledig draaide om haar eigen geweldigheid. Gewoon ter dank zou ze zeker een grote som geld krijgen, en gratis toegang tot de meest exclusieve evenementen. In één klap zou ze een beroemde held zijn, in plaats van dat middelmatige vrouwtje dat in haar jeugd medeverantwoordelijk was geweest voor een grote schoolbrand.
"En het schilderij?", vroeg Il Pollo, die blijkbaar niet het geduld had om haar het kunstwerk te laten bewonderen. Hij zette zelfs een stap opzij om haar het zicht erop te ontnemen, alsof ze het juweel elk moment kon vastgrijpen en ermee weglopen.
"Ja, natuurlijk.", zei Christine snel. Ze ging naar het doek en zag onder het vogelmasker zelfs iets van verbazing. Hij wou waarschijnlijk dat hij het schilderij daarnet al had meegenomen, toen ze er nog niet was, als het zo dichtbij stond. Of verbeeldde ze zich dat alleen maar? Met dat masker was het moeilijk om te zien wat hij dacht.
Met een enkele beweging sloeg ze het doek opzij, zodat het schilderij onthuld werd. De rechtvaardige rechters, een eigenhandige vervalsing, tegenover een van de kostbare verloren Fabergé-eieren. Il Pollo dacht waarschijnlijk dat hij hiermee zijn slag zou slaan, maar in werkelijkheid zou alleen zij de zaak verlaten met een echt waardevol kunstwerk. Als hij tenminste niet zag dat het schilderij vals was.

Ze hield haar adem in terwijl Il Pollo het doek bestudeerde.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten