Met vreugdeloos gezicht gooide Pablo Diego José Francisco de Paula Juan Nepomuceno María de los Remedios Cipriano de la Santísma Trinidad Ruiz y Picasso zijn zonet belegde boterham weer op zijn bord. Een stuk Franse Roquefort ging er anders nochtans altijd wel in bij Pablo, maar vandaag leek er iets niet in de haak. De aandacht die elke andere middag gereserveerd was voor een stuk brood en een blokje uitheemse kaas, was nu enkel gericht op de schetsen die voor hem op de keukentafel lagen. Hij nam ze op en bestudeerde ze vol minachting. Het was van die minachting die langzaamaan over gaat in op zichzelf gerichte woede, want in een agressieve handbeweging smeet hij de vellen papier op de grond.
Pablo legde zijn hoofd in zijn handen en bad om een talent waarmee hij naar buiten kon komen. Hij wilde zijn lelijke kribbels omzetten in echte kunst. En zoals sneeuw onverwachts de winter van zijn kilheid kan ontdoen, zo sprong opeens een fantastische ingeving in de hersenpan van Pablo Picasso. In gedachten bedankte hij een god en liet zijn gezicht weer een hoopvolle glimlach toe. Met de blik van een opgewonden kleuter keek hij naar de schetsen die naast hem op de grond lagen en fluisterde tegen zichzelf: "als ik nu gewoon eens alles blauw maak?"
En hij deed het. Van 1901 tot 1904.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten