woensdag 28 september 2011

Robin gaat dood III: determinisme

    Het was een dag die op voorhand alleen maar verwachtingen leek te scheppen, zo'n beetje als een verjaardag. Toen ik wakker werd, wilde ik dan ook meteen opstaan om geen enkele verrassing te moeten missen die mij toegeworpen zou worden. Ik zette me rechtop in bed, klaar om eruit te stappen, toen ik een enveloppe op mijn nachtkastje zag liggen. Het werd de enveloppe die de rest van mijn leven zou bepalen. Het enige dat erin zat was een klein papiertje waarop tekst getypt was:

"Beste Robin

Vandaag ga je dood.
Het beste nog.

mvg,
Het Leven"

Meer stond er helemaal niet op. Ik fronste mijn wenkbrauwen en dacht niet eens lang na wiens flauwe grap dit kon zijn. Het papiertje legde ik op mijn bureau en ik ging door met het verkennen van de schoonheid die de vrije dag voor mij in petto zou hebben.

"Moet ge zien wat 'r langs mijn bed lag deze morgen," zei ik tegen mijn moeder die ik even later beneden zag.
    "Ik zag het liggen, jongen. Is er iets dat ge deze laatste dag graag nog wilt doen?"
Dat was dus het eerste wat ze erop zei en ze bedoelde het serieus. In plaats van de objectiviteit van dat belachelijke papiertje in twijfel te trekken, vroeg ze wat ik nog wilde doen mijn laatste dag.
"Maar mama..."
"Ik zou u er maar beter bij neerleggen, Robin. Ge kunt toch zelf ook lezen wat er staat."
Mijn broer, mijn vader, mijn vrienden... Iedereen probeerde ik te vertellen wat voor iets geks mij overkomen was, maar allemaal zeiden ze hetzelfde: ze vonden het allemaal zeer jammer voor mij en wilden me helpen er nog het beste van te maken.
    De gedachte dat ik bij niemand begrip vond, maakte mij bang. Middenin een wereld van vrijheid was ik vastgeprikt met een punaise. Bewegen had schijnbaar geen zin meer; ik kon alleen maar uitkijken naar al wat rondom mij niet grijpbaar was. Hoewel ik waarschijnlijk hetzelfde antwoord kon verwachten, gooide ik al mijn hoop in mijn knapzak en liep naar de persoon die mij nooit alleen zou achterlaten: mijn liefste oma.
"Ah, daar zijt ge. Het is al namiddag op uwe laatste dag."
"Oma... zeg alsjeblieft dat ge voor de grap bezig zijt. Iedereen gelooft precies eerder een onnozel papierke dan hun eigen verstand."
"Het is nu eenmaal Het Leven dat die keuze voor u heeft gemaakt, waarvan ge alleen maar blij moogt zijn die op voorhand te weten. Zie uw einde onder ogen."
Mijn knapzak viel van mijn schouder en alle sprankjes kozen de vrijheid. Ik kreeg een plotse steek van de punaise die mij neerhield en begon te wenen.
"Laten we samen uw laatste uren doorbrengen, Robin. We kunnen alles doen wat ge wilt. We kunnen een sp... Robin? Robin!!"
    De leegte waar vroeger hoop, liefde en levenslust zat, was nu opgevuld met een onbeheersbare woede. Er was gewoonweg niemand die mij nog begrijpen kon. Ik was bij haar weggelopen met nog één doel voor ogen: ik wilde zo rap mogelijk dood. Het eerste bruikbare dat ik op mijn weg terug tegenkwam, was een flesje Sint Bernardus Abt 12 dat langs de kant van de weg stond. Ik sloeg het flesje kapot tegen de stoeprand, veegde de scherven bij elkaar en mikte de halve fles met de vlijmscherpe rand recht in mijn hart.
Ik was dood.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten