Wat er zaterdag 14 mei 2011 om 21u30 allemaal door Raf Verbeeks hoofd gaat, is te veel om hier op te noemen. Op dat moment staat hij stomverbaasd vanaf enkele tientallen meters te kijken hoe zijn verfwinkel de avond verlicht met, laten we zeggen, verfwinkelhoge vlammen. Nog geen twee maanden geleden was het dat de opening plaatsvond. Hij herinnert zich nog hoe hij daar trots naast vrouw en dochter onder het bord "Verbeek en Zoon" stond en zijn toekomstige klanten toesprak. "Drie jaren lang hebben we gebouwd, ingericht en gehandeld. Langzaam maar zeker hebben we van een lapje grond in dit dorp deze heuse verfhandel gemaakt. Jammer genoeg gaat een heugelijk gebeuren altijd samen met een dieptepunt. Door toenemende hartproblemen heeft mijn vader, Jean Verbeek, het eindproduct van ons jarenlang samenwerken nooit kunnen zien." Tranen waren in zijn ogen gekomen toen hij verder was gegaan met zijn toespraak: "Mijn vader heeft dit samen met mij opgebouwd en ik weet dat hij elke dag bij mij zal zijn als ik hier in de winkel sta."
Raf ziet de vlammen flakkeren en weet dat elke mogelijke hulp toch te laat zou komen. Drie jaren, een klein miljoen euro en een mensenleven heeft deze verfwinkel hem gekost en de natuur koos ervoor om het in een vijftal minuten neer te halen. Stef, al jaren een vriend van Raf, komt naar hem toe en geeft hem een schouderklopje. Nog steeds is Raf niet in staat om enig woord uit te brengen, laat staan om zijn hoofd te draaien. Een minuut lang blijven ze daar in stilte staan, tot Stef zegt: "Ach Raf, wat jammer van die verfwinkel, hé. Kom, dan gaan we een pint pakken." Hij neemt zijn vriend bij zijn schouder en wandelt de straat uit, op weg naar het dorpscafé.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten