Zo ver zijn we gekomen
Zo veel ligt al achter ons
En terwijl buiten een vogel
Zijn mooiste lied fluit
Maakt weemoed plaats voor bewustheid
En zwerft mijn hart verder
In de eindeloosheid van het bestaan
Even was het er
Ik kon het zien en voelen
Ach, zoete dromen blijven
In een blinde vlek van het geheugen
Zoals in de tijden van mijn jeugd
Waarin zelfs de rimpeling van het water
Bewaard blijft
Doch de klok tikt verder
Het eeuwige gevecht tussen droom en werkelijkheid
Dat komt en gaat als een trekkende zwaluw
Is nog niet gestreden
De kille waarheid
Ligt steeds weer op de loer
De vaagheid maakt mij eigen
Ik lees en probeer te begrijpen
Maar het lukt me niet
Allemaal de schuld
Van die verdomde zondagsdichters
Geen opmerkingen:
Een reactie posten