dinsdag 23 juni 2015

Koenraad Schepers en zijn visie op het hedendaagse politieke beleid

Koenraad Schepers stond boven zijn mand met aardappelen en dacht na over zijn ondertussen 37 jaar durende leven. Hij dacht na over de keuzes die hij tot nu toe had gemaakt. Welke keuze er fataal geweest zou zijn. Op welke van die miljoenen keuzes zijn leven uiteindelijk onomkeerbaar de weg insloeg waar hij nu rechtdoor op wandelde. Of die dingen wel enigszins voorkomen hadden kunnen worden. Om het jaar gebeurde het eens dat Koenraad met zo'n gedachten kampte. Toch wist hij het antwoord telkens opnieuw: natuurlijk niet. 'Alles is zoals het is en alleen maar omdat ik het zo wilde. En dat is ok,' dacht hij. Koen glimlachte. Naar zichzelf. Er was niemand anders in de berging waar Koenraad Schepers zijn aardappelen, ajuinen en conserveerblikken bewaart.

'Een rauwe patat, zou dat smaken?' vroeg hij luidop mompelend aan zichzelf. Hij veegde een vuiltje weg aan zijn oog, nam een kleine aardappel in de hand en bestudeerde het ding langs verschillende kanten. Zonder het te wassen of van knopaanzettingen te ontdoen, zette hij zijn tanden tot diep in de knol en wierp hij het halve ding tussen zijn kiezen. Dat het vies zou smaken, had hij wel kunnen verwachten, maar dit was een smaak die hij zich onmogelijk had kunnen voorstellen. Na amper twee kaakbewegingen stopte de man met kauwen en liet de week geworden zetmeelpap in zijn wangholtes wegzakken. Na een bedenkpauze van 5 seconden zette hij een verafschuwende blik op en kauwde hij het goedje snel zijn slokdarm in. De conserveerblikken stonden erbij alsof het hen niks kon schelen.

Ja, hij geloofde dat het waar was wat sommigen zeiden: dat de overheid kon tussenkomen bij een slechte oogst of een akkeraccident. Dat zelfs als je niet verzekerd was, het mogelijk was om via extra middelen je beroep op een deftige manier te blijven uitoefenen. Alleen had Koenraad Schepers daar geen verstand van. Aan welke terugvorderingsambtenaar zou hij dat nu weer moeten vragen? Daarbij moest hij niet weten van de overheid. Of het nu de tsjeven, de sossen of de blauwen waren, zakkenvullers waren het allemaal. En niemand van dat maatpakvolk had ook maar een flauw benul van de risico's van de landbouwstiel.
Koen had die extra middelen trouwens niet nodig. De stoof, daar kon hij bij deze temperaturen ook zonder en blikken bonen had hij in overvloed. En daarbij, zijn graanveld was dan wel volledig opgebrand, maar dat betekent alleen maar dat het het volgend jaar minder bemest zal moeten worden. Een investering voor de toekomst, zo'n afgebrand veld. Ha!

Met die gedachte wierp hij de andere helft van de aardappel achter het eerste stuk aan en kauwde nog eens flink door. Wat is een mens anders met een halve aardappel?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten